← België

Arrest 256345 - Tucht (openbaar ambt) - 25/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.345 Rolnummer: A. 237497/XIV-39081 Zaak: Arrest 256345 - Tucht (openbaar ambt) - 25/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-08 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-10 08:52 Fiche Arrest nr 256.345 van 25 april 2023 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 256.345 van 25 april 2023 in de zaak A. 237.497/XIV-39.081 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Hertegonne kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 14 oktober 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de waarnemende directeur-generaal van de Federale gerechtelijke politie van de Federale politie van 12 augustus 2022, waarbij aan verzoeker als lichte tuchtsanctie de waarschuwing wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. XIV-39.081-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kristien Vanderheiden, die loco advocaat Matthias Hertegonne verschijnt voor verzoeker en adviseur Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is eerste hoofdinspecteur van politie bij de Federale politie. 3.
  6. Op 30 juni 2022 stelt de hogere tuchtoverheid een inleidend verslag op. 3.
  7. Op 12 augustus 2022 beslist de hogere tuchtoverheid om aan verzoeker de lichte tuchtstraf van de waarschuwing op te leggen. Dit is de bestreden beslissing. XIV-39.081-2/6 IV. Schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
  9. Verzoeker voert aan dat de opgelegde tuchtstraf “onmiddellijke uitwerking heeft en derhalve in diens tuchtdossier opgetekend staat [en dat] dit […] derhalve onmiddellijk een invloed heeft op promotiekansen en diens imago binnen de dienst waar hij heden aan de slag is.” Beoordeling
  10. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  11. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande XIV-39.081-3/6 regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties te willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  12. Het argument dat de bestreden tuchtsanctie onmiddellijke uitwerking heeft en derhalve in verzoekers tuchtdossier is opgetekend, is een kenmerk dat eigen is aan elke tuchtsanctie. Het toont evenwel op zich niet het spoedeisend karakter aan van de vordering. Het argument dat de bestreden beslissing een invloed heeft op verzoekers promotiekansen en imago is een moreel nadeel. Een dergelijk nadeel kan in beginsel geheel worden goedgemaakt door een vernietigingsarrest en vergt geen spoedeisende behandeling van de zaak in kort geding. Het komt derhalve aan verzoeker toe om aan te tonen dat in zijn geval bijzondere omstandigheden ertoe nopen anders te oordelen en dat hij de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing onmogelijk kan ondergaan in afwachting van de uitspraak te gronde. Verzoeker laat zulks te dezen evenwel na. Hij beperkt zich ter zake immers tot een eenvoudige bewering, zonder enige nadere illustratie of “bijzondere gebeurtenis” en zonder ook maar enig licht te doen schijnen op de onherroepelijke schadelijke XIV-39.081-4/6 gevolgen hiervan die zouden maken dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht en derhalve de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing thans dient te worden geschorst.
  13. Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoeker niet aantoont dat er sprake is van spoedeisendheid. Conclusie
  14. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt de vordering.
  16. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker weggelaten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter XIV-39.081-5/6 Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.081-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.345 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.762 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.