id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.364 Rolnummer: A. 237394/VII-41688 Zaak: Arrest 256364 - Dierenwelzijn - 27/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-04-27 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-10 08:53 Fiche Arrest nr 256.364 van 27 april 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.364 van 27 april 2023 in de zaak A. 237.394/VII-41.688 In zake:
- de BV HAARSTUDIO BEAUTY LOUNGE BRASSCHAAT
- Peter DE NOLLIN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rudi Van Gompel kantoor houdend te 2360 Oud-Turnhout Dorp 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 oktober 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse rand van 19 september 2022 waarbij - met toepassing van artikel 2, § 8, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 ‘houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren’, de erkenning met nummer HK14107213 voor het uitbaten van een handelskwekerij voor honden op het adres Voort 40 te 2328 Meerle, met ingang van 15 november 2022, wordt ingetrokken; - met toepassing van artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, een verbod wordt opgelegd om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 15 november 2024 zodat VII-41.688-1/4 tussen 15 november 2022 en 15 november 2024 geen overeenkomstig artikel 5, § 1, van voornoemde wet erkenningsplichtige inrichting mag beheerd worden noch er een direct toezicht mag uitgeoefend worden op de dieren. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 254.840 van 21 oktober 2022 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 25 oktober 2022 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 6 januari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de VII-41.688-2/4 rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- De onterecht betaalde rolrechten met bijdrage ten bedrage van 422 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. VII-41.688-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.688-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.364 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.840 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.