id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.367 Rolnummer: A. 232231/VII-40955 Zaak: Arrest 256367 - Dierenwelzijn - 27/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-11 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 08:53 Fiche Arrest nr 256.367 van 27 april 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.367 van 27 april 2023 in de zaak A. 232.231/VII-40.955 In zake: de BV MEERLE DOGS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan De Monie en Lotte Arkens kantoor houdend te 2390 Malle Blommerschot 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand van 15 september 2020 betreffende de intrekking van de erkenningen als kwekerij van en handelskwekerij in honden met nummers HK13105084 en HK
- Tevens wordt een schadevergoeding tot herstel gevorderd op basis van het inkomstenverlies. VII-40.955-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 250.858 van 10 juni 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 26 januari 2023 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 1 februari
- Op 16 maart 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.955-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Schadevergoeding tot herstel
- Een verzoek tot het verkrijgen van een schadevergoeding tot herstel valt slechts onder de rechtsmacht van de Raad van State en kan door dit rechtscollege enkel worden aangenomen indien een arrest voorligt waarbij de onwettigheid van de bestreden beslissing wordt vastgesteld. Dit is te dezen niet het geval.
- Gelet op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot schadevergoeding tot herstel aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. VII-40.955-3/4 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- De onverschuldigde rolrechten met bijdrage in verband met de vordering tot schadevergoeding tot herstel ten bedrage van 220 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.955-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.367 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.858 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.