id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.373 Rolnummer: A. 235701/VII-41308 Zaak: Arrest 256373 - Energie - 27/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-11 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-10 08:53 Fiche Arrest nr 256.373 van 27 april 2023 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.373 van 27 april 2023 in de zaak A. 235.701/VII-41.308 In zake : Josse MICHIELS woonplaats kiezend te 3040 Ottenburg Borrestraat 4 tegen : de VLAAMSE REGULATOR VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT (VREG) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cedric Degreef kantoor houdend te 1050 Brussel Marsveldplein 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 februari 2022, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing genomen door de VREG op 14 jan[uari] 2022 onder kenmerk GSCH-2021-06” omtrent een “geschil tegen de distributienetbeheerder Fluvius conform artikel 3.1.4/3 van het Energiedecreet”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft op 3 februari 2023 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit VII-41.308-1/4 van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Karen Calvo Vleugels, die loco advocaat Cedric Degreef verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is verwikkeld in een geschil met zijn distributienetbeheerder over de registratie van het elektriciteitsverbruik op zijn woonplaats. 3.
- Aangezien een bemiddeling door de Ombudsdienst voor Energie niet tot een bevredigend resultaat leidt, dient hij bij de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (hierna: VREG) een klacht in. 3.
- Op 14 januari 2022 neemt de VREG de thans bestreden beslissing waarbij de klacht van verzoeker ontvankelijk, maar ongegrond wordt verklaard. Aan verzoeker wordt meegedeeld dat de meterstanden niet kunnen VII-41.308-2/4 worden “aangepast of rechtgezet” en dat hij “de bedragen, volgend uit elektriciteitsfacturen die door de energieleverancier Ecopower werden opgemaakt op basis van de meetgegevens geregistreerd door Fluvius” verschuldigd is. IV. Rechtsmacht van de Raad van State
- De bestreden beslissing vindt rechtsgrond in artikel 3.1.4/3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 op grond waarvan de VREG met een gemotiveerde, bindende beslissing klachten kan beslechten “met betrekking tot de verplichtingen van een netbeheerder, warmte- of koudenetbeheerder of beheerder van een gesloten distributienet uit hoofde van de titels IV, IV/1, V, VI en de hoofdstukken I tot en met IV van titel VII van dit decreet of haar uitvoeringsbepalingen”. Het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het geschil betreft de uitvoering van een overeenkomst voor het leveren van energie. De rechtsmacht om kennis te nemen van een dergelijk geschil komt toe aan de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde. Ambtshalve wordt vastgesteld dat de Raad van State niet over de vereiste rechtsmacht beschikt.
- De omstandigheid dat de VREG in fine van de bestreden beslissing heeft vermeld dat ertegen beroep kon worden ingediend bij de Raad van State, is zonder invloed op de beoordeling van de bevoegdheid van de Raad van State. De regels die de respectieve bevoegdheden van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde en van de Raad van State vaststellen vloeien immers voort uit de Grondwet en partijen kunnen daar niet van afwijken. V. Kosten
- Aangezien in de bestreden beslissing de Raad van State als het bevoegde rechtscollege werd aangewezen, past het om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. VII-41.308-3/4
- Een rechtsplegingsvergoeding is, gelet op artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een tegemoetkoming in de kosten van de advocaat van de “in het gelijk gestelde partij”. Verzoeker noch de verwerende partij zijn als een dergelijke “in het gelijk gestelde partij” te beschouwen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.308-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.373 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.