← België

Arrest 256374 - Kansspelen - 27/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.374 Rolnummer: A. 237764/VII-41902 Zaak: Arrest 256374 - Kansspelen - 27/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-11 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 08:53 Fiche Arrest nr 256.374 van 27 april 2023 Justitie - Kansspelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.374 van 27 april 2023 in de zaak A. 237.764/VII-41.902 In zake: de CVBA PALA IMPORT EXPORT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE SINT-JOOST-TEN-NODE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean Laurent en Charline Servais kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 250 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 18 november 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node van 14 september 2022 om geen convenant af te sluiten voor “de exploitatie van het wedkantoor Betcenter gelegen Verbiststraat 14 te 1210 Brussel”. De verzoekende partij vraagt in fine van haar verzoekschrift als voorlopige maatregel de verwerende partij “te bevelen om een nieuwe beslissing aangaande de aanvraag van het convenant te nemen [...] uiterlijk binnen 1 maand na het tussenkomen van het arrest [...] en dit op straffe van een dwangsom van 2.500,00 EUR per dag vertraging” en tevens haar toelating te verlenen “om het wedkantoor tijdelijk verder uit te baten in afwachting van een nieuwe beslissing van de verwerende partij volgend op de schorsing van de bestreden beslissing, en in voorkomend geval eveneens in afwachting van het tussenkomen van de VII-41.902-1/7 beslissing van de Kansspelcommissie over de aanvraag tot hernieuwing van de vergunning, of, bij gebreke van een nieuwe beslissing van de verwerende partij, tot aan de uitspraak [...] in het kader van de [...] in te stellen vordering tot vernietiging van de bestreden beslissing”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft op 23 januari 2023 een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laurent Generet, die loco advocaten Luc Wynant en Alexei Loubkine verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Valérie Beckers, die loco advocaten Jean Laurent en Charline Servais verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij exploiteert een kansspelinrichting klasse IV onder de benaming “Betcenter”, gelegen aan de Verbiststraat 14 te VII-41.902-2/7 Sint-Joost-Ten-Node. Zij beschikt over een kansspelvergunning F2 die geldig is tot 3 april
  6. 3.
  7. In het kader van de hernieuwing van de voornoemde kansspelvergunning richt de nv Betcenter Group, namens de verzoekende partij, op 7 september 2021 een verzoek tot de gemeente Sint-Joost-Ten-Node om een convenant af te sluiten in de zin van artikel 43/4, § 1, vierde lid, van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet). 3.
  8. Met het thans bestreden besluit van 14 september 2022 weigert de gemeenteraad van de gemeente Sint-Joost-Ten-Node om het voor de exploitatie van de inrichting vereiste convenant af te sluiten. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  9. De verwerende partij betwist dat de verzoekende partij belang heeft bij de ingestelde vordering. Bovendien zou de verzoekende partij ook niet over de vereiste hoedanigheid beschikken.
  10. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor een schorsing vervuld zijn, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Onderzoek van de vordering
  11. Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-41.902-3/7 Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
  12. Wat het spoedeisend karakter van de vordering betreft, wijst de verzoekende partij erop dat het sluiten van een convenant een noodzakelijke voorwaarde vormt voor het hernieuwen van de kansspelvergunning en dat de geldigheidsduur van de te hernieuwen vergunning inmiddels verstreken is, zodat het wedkantoor gesloten moest worden. De sluiting brengt mee dat zij alle inkomsten uit het wedkantoor heeft verloren. Daarnaast dient zij aanzienlijke vaste kosten, die geraamd worden op “minstens 13.110,54 EUR per maand”, te blijven dragen tijdens de sluiting, terwijl het wedkantoor geen inkomsten meer genereert. De verzoekende partij geeft aan niet over voldoende financiële reserves te beschikken om het verlies aan inkomsten en de lopende vaste kosten te ondervangen tijdens de behandelingsduur van een vernietigingsprocedure. Zij wijst ten slotte nog op het risico dat zij haar vast cliënteel definitief zal verliezen aan een concurrent die in de onmiddellijke omgeving actief is en op de imagoschade die zij oploopt door de verplichte sluiting van het wedkantoor. Beoordeling
  13. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. VII-41.902-4/7 Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
  14. Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de behandeling van een zaak bij spoedeisendheid te verantwoorden. Dit is uitzonderlijk anders indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteit moet worden stopgezet, waardoor zij op een faillissement afstevent, of dat het voortbestaan zelf of het financieel evenwicht van het bedrijf door de bestreden beslissing ernstig in gevaar wordt gebracht.
  15. In zoverre de verzoekende partij aangeeft niet over voldoende financiële reserves te beschikken om het verlies van inkomsten en de vaste kosten te ondervangen in de tijdspanne die nodig is voor de behandeling van de vernietigingsprocedure, wordt vastgesteld dat

(1)de bestreden beslissing meebrengt dat slechts één van de vijf vestigingseenheden waarvan zij exploitant is moest worden gesloten, zodat er in werkelijkheid geen sprake is van een totaal verlies aan inkomsten,
(2)haar vaste maandelijkse exploitatiekosten voor het betrokken wedkantoor ongetwijfeld zullen dalen omdat bepaalde kosten niet meer moeten worden gemaakt in geval van een (tijdelijke) sluiting en
(3)niet wordt betwist dat zij, naast de uitbating van wedkantoren, nog andere commerciële activiteiten uitoefent (zoals bijvoorbeeld in de textielhandel). Met de in het verzoekschrift bijgebrachte gegevens toont de verzoekende partij bijgevolg niet aan dat haar financiële toestand in die mate door de bestreden beslissing aan het wankelen wordt gebracht dat een faillissement op korte termijn onafwendbaar is. VII-41.902-5/7
  1. Wat betreft het beweerde verlies aan cliënteel, overtuigt de verzoekende partij niet dat er sprake zou zijn van een “onomkeerbaar” effect, zelfs al zou er in dit geval sprake zijn van een directe concurrent in de buurt van haar wedkantoor die haar cliënteel actueel wegkaapt. Uit die omstandigheid volgt immers niet dat de verzoekende partij in de definitieve onmogelijkheid wordt gesteld om later nog cliënteel aan te trekken. De verzoekende partij maakt voorts niet aannemelijk dat de beweerde imagoschade, voortkomend uit de tijdelijke sluiting van het wedkantoor, van die aard is dat de bestreden beslissing, in afwachting van een uitspraak over het annulatieberoep, haar in een schadelijke toestand brengt die onmogelijk te verdragen valt. Bovendien kan de reputatie van de verzoekende partij steeds gezuiverd worden door een gebeurlijk annulatiearrest. De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
  2. Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VI. Voorlopige maatregelen en dwangsom
  3. De verwerping van de hoofdvordering brengt de verwerping mee van alle bijkomstige vorderingen tot het opleggen van voorlopige maatregelen, al dan niet met dwangsom. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.902-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.902-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.374 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.389 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.