← België

Arrest 256376 - Jacht - Vergunningen - 27/04/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.376 Rolnummer: A. 228828/VII-40610 Zaak: Arrest 256376 - Jacht - Vergunningen - 27/04/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-11 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 08:53 Fiche Arrest nr 256.376 van 27 april 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.376 van 27 april 2023 in de zaak A. 228.828/VII-40.610 In zake : David VERNIERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hendrik Vermeire kantoor houdend te 9000 Gent Kortrijksesteenweg 956 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 13 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos van 14 juni 2019 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris van Oost-Vlaanderen van 22 december 2017 tot intrekking van het jachtverlof voor het jachtseizoen 2017-2018, niet wordt ingewilligd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.610-1/9 Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 16 januari 2023 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dieter Janssen, die loco advocaat Hendrik Vermeire verschijnt voor verzoeker en advocaat Cara Janssens, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker bezit een jachtwapen en beschikt over een jachtverlof. 3.
  6. De gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen beslist op 22 december 2017 dat zijn recht om als jager over een lang wapen met gladde loop van het merk Blaser, kaliber 12, te beschikken wordt ingetrokken. VII-40.610-2/9 3.
  7. Op dezelfde dag neemt de arrondissementscommissaris een beslissing waarbij het jachtverlof van verzoeker voor het jachtseizoen 2017-2018 wordt ingetrokken. 3.
  8. Tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris stelt verzoeker bestuurlijk beroep in bij het Agentschap voor Natuur en Bos. 3.
  9. De procureur des Konings adviseert op 12 september 2018 om de intrekking van het jachtverlof te bevestigen. De arrondissementscommissaris geeft op 14 september 2018 een ongunstig advies over de teruggave van het jachtverlof aan verzoeker. 3.
  10. Op 14 juni 2019 neemt het Agentschap voor Natuur en Bos de thans bestreden beslissing waarbij het beroep van verzoeker wordt verworpen. Deze beslissing steunt op de volgende motieven: “Overeenkomstig artikel 16, §2 van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014 heeft het Agentschap Natuur en Bos op 18 september 2018 een gemotiveerd advies over het beroepschrift ontvangen van de bevoegde arrondissementcommissaris van de provincie Oost-Vlaanderen. De arrondissementscommissaris geeft in zijn advies van 14 september 2018 aan dat hij de intrekking van het jachtverlof van uw cliënt moet bevestigen omwille van het feit dat aan de heer Verniers recht tot voor handen hebben van vuurwapens op 22 december 2017 werd ontzegd, op advies van 6 december 2017 van de Procureur des Konings van Oost-Vlaanderen. De arrondissementscommissaris gaat niet verder in op de gronden die aan de basis lagen van de intrekking van het recht tot voorhanden hebben van vuurwapens. Overeenkomstig artikel 16, §2 van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014 heeft het Agentschap Natuur en Bos op 18 september 2018 eveneens een advies over het beroepschrift ontvangen van de Procureur des Konings van Oost-Vlaanderen. Die geeft aan dat er onvoldoende redenen zijn om het oorspronkelijke negatieve advies te herzien. Hij treedt de beslissing van de arrondissementscommissaris bij en adviseert om de intrekking van het jachtverlof te bevestigen. Het feit dat het recht tot voor handen hebben van vuurwapens werd ontzegd, brengt uw cliënt in een toestand waarvoor artikel 13, 1° van het Jachtadministratiebesluit van 25 april 2014 stelt dat het de reden is waarvoor de arrondissementscommissaris een jachtverlof moet weigeren of intrekken. Het feit dat dit recht werd ingetrokken, stemt overeen met een VII-40.610-3/9 toestand van schorsing, ontzetting of vervallenverklaring van dat recht, waarbij de feitelijkheid is dat uw cliënt niet over het recht beschikt De verplichting in de Vlaamse jachtregelgeving tot weigering of intrekking van een jachtverlof in voorvermelde toestand is gebaseerd op het feit dat er consistentie moet zijn tussen de federale wapenwetgeving en de regionale jachtwetgeving. Het is in het kader van openbare veiligheid immers belangrijk dat deze gerelateerde wetgevingen geen achterpoortjes bieden voor elkaars bepalingen. Om die reden is het dan ook niet opportuun om in een situatie waarin het recht tot voor handen hebben van vuurwapens werd ontzegd, een jachtverlof te doen uitreiken ingevolge een beroepsprocedure. Het feit dat de intrekking van het jachtverlof er pas is gekomen in december 2017 niettegenstaande de feiten die aan de basis liggen van de intrekking tot het voorhanden hebben van vuurwapens reeds langer bestonden, is het loutere gevolg van het feit dat het recht tot voorhanden hebben van vuurwapens pas dan effectief werd ingetrokken”. 3.
  11. Op 19 december 2022 heeft de minister van Justitie een beslissing genomen waarbij aan verzoeker het recht tot het voorhanden hebben van wapens wordt teruggegeven. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  12. Na de kennisgeving van het verslag van de auditeur, opgesteld met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement, heeft de verwerende partij op 30 januari 2023 een “laatste memorie met verzoek tot voortzetting” ingediend.
  13. Indien blijkt dat het beroep tot nietigverklaring doelloos is of dat het slechts korte debatten vereist, brengt het lid van het auditoraat daarvan, luidens artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement, onverwijld verslag uit aan de voorzitter van de kamer belast met de zaak. Behoudens een gemotiveerd verzoekschrift en de schriftelijke opmerkingen overeenkomstig artikel 93, tweede en derde lid, van het algemeen procedurereglement, voorziet deze bepaling er niet in dat de partijen na het verslag van de auditeur nog andere procedurestukken kunnen indienen. De “laatste memorie met verzoek tot voortzetting” van de verwerende partij wordt derhalve uit het debat geweerd. VII-40.610-4/9 VII-40.610-5/9 V. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie nopens de tijdigheid van het beroep
  14. De verwerende partij wijst erop dat het verzoekschrift tot nietigverklaring pas op 19 augustus 2019 door de Raad van State werd ontvangen, zodat het als laattijdig moet worden aangemerkt. Beoordeling
  15. Om de tijdigheid van het instellen van een annulatieberoep te beoordelen moet rekening worden gehouden met de datum waarop het verzoekschrift door de verzoekende partij per aangetekend schrijven werd verzonden en niet met de datum waarop het door de griffie van de Raad van State werd ontvangen. In dit geval wordt niet aangetoond dat het op 13 augustus 2019 aangetekend verzonden vernietigingsberoep tegen een op 14 juni 2019 genomen beslissing van de verwerende partij laattijdig werd ingesteld.
  16. De exceptie wordt verworpen. Exceptie inzake het belang van verzoeker
  17. De verwerende partij werpt tevens op dat verzoeker niet beschikt over het recht om vuurwapens voorhanden te hebben, zodat na een gebeurlijk vernietigingsarrest het jachtverlof opnieuw moet worden geweigerd en hij derhalve geen voordeel kan halen uit de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Beoordeling VII-40.610-6/9
  18. De beoordeling van deze ontvankelijkheidsexceptie valt volledig samen met het onderzoek van de grond van de zaak. VI. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  19. In een eerste middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 13, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 25 april 2014 ‘houdende de administratieve organisatie van de jacht in het Vlaamse Gewest’ (hierna: Jachtadministratiebesluit). Hij stelt dat de bestreden beslissing ten onrechte rechtsgrond zoekt in voornoemde bepaling.
  20. De verwerende partij stelt dat aan verzoeker geen jachtverlof mocht worden uitgereikt op grond van artikel 13, 1°, van het Jachtadministratiebesluit. Beoordeling
  21. Artikel 15, § 1, tweede lid, van het Jachtadministratiebesluit luidt: “Een arrondissementscommissaris moet een afgeleverd jachtverlof of een afgeleverde jachtvergunning intrekken als de titularis van het jachtverlof of de jachtvergunning zich na het afleveren ervan in een toestand bevindt waarvoor de arrondissementscommissaris een jachtverlof of een jachtvergunning moet weigeren als vermeld in artikel 13”. Artikel 13 van hetzelfde besluit bepaalt: “De arrondissementscommissaris weigert aan de volgende personen een jachtverlof of een jachtvergunning af te leveren: 1° de personen die geschorst zijn, ontzet zijn of vervallen verklaard zijn van het recht om wapens voorhanden te hebben of te dragen; […]”. VII-40.610-7/9
  22. De beslissing van de minister van Justitie van 19 december 2022 waarbij aan verzoeker het recht tot het voorhanden hebben van wapens wordt teruggegeven, is volledig in de plaats gekomen van de in eerste aanleg genomen beslissing van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen van 22 december 2017 waarbij dat recht werd ingetrokken. Bijgevolg ontbeert de bestreden intrekking van het jachtverlof de vereiste rechtsgrond.
  23. Verzoeker heeft wel degelijk belang bij de vaststelling dat, ingevolge de beslissing van de minister van Justitie van 19 december 2022, de verwerende partij het jachtverlof niet meer kan weigeren op grond van artikel 13, 1°, van het Jachtadministratiebesluit. Uit de omstandigheid dat de bestreden beslissing betrekking heeft op het jachtverlof voor het jachtseizoen 2017-2018 volgt evenmin dat aan verzoeker het in rechte vereiste belang moet worden ontzegd. Verzoeker heeft minstens een moreel belang bij het verdwijnen uit de rechtsorde van een beslissing die werd genomen op grond van een vervallenverklaring van het recht om vuurwapens voorhanden te hebben.
  24. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  25. De Raad van State vernietigt het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos van 14 juni 2019 waarbij het bestuurlijk beroep tegen de beslissing van de arrondissementscommissaris van Oost-Vlaanderen van 22 december 2017 tot intrekking van het jachtverlof voor het jachtseizoen 2017-2018, niet wordt ingewilligd.
  26. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-40.610-8/9
  27. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.610-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.