id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.428 Rolnummer: A. 238063/XIV-39105 Zaak: Arrest 256428 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 03/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-05 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 08:56 Fiche Arrest nr 256.428 van 3 mei 2023 Economische zaken - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 256.428 van 3 mei 2023 in de zaak A. 238.063/XIV-39.105 In zake: de bv ANGI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Maarten Simon en Jasmein Van Der Sype kantoor houdend te 9000 Gent Brandweerstraat 19B/002 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Devloo kantoor houdend te 8500 Kortrijk Koning Albertstraat 24/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de secretaris-generaal van het departement Werk en Sociale Economie van 12 december 2022 waarbij de erkenning van de verzoekende partij onder het erkenningsnummer V06065 wordt ingetrokken met ingang van 19 december
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 255.434 van 6 januari 2023 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XIV-39.105-1/4 Het genoemde arrest is op 12 januari 2023 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 9 maart 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XIV-39.105-2/4 IV. Rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij vordert in haar nota met opmerkingen een rechtsplegingsvergoeding “actueel begroot conform art. 67 §1 en 2 § van het procedurereglement op 924,00 euro (art. 66 §1 en 2 Regentsbesluit 23 augustus 1948).”
- Te dezen is evenwel toepassing gemaakt van artikel 11/3 van het van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. In overeenstemming met artikel 67, § 2, derde lid, van datzelfde besluit is derhalve geen verhoging van het basisbedrag verschuldigd. De gevorderde rechtsplegingsvergoeding wordt daarom herleid tot het geïndexeerde basisbedrag van 770 euro. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XIV-39.105-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.105-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.428 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.434 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.