← België

Arrest 256430 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 04/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.430 Rolnummer: A. 230103/VII-40752 Zaak: Arrest 256430 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 04/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-11 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-10 08:56 Fiche Arrest nr 256.430 van 4 mei 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 256.430 van 4 mei 2023 in de zaak A. 230.103/VII-40.752 In zake : de VLAAMSE BEROEPSVERENIGING TANDARTSEN (VBT) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Callens kantoor houdend te 1040 Brussel Tervurenlaan 40 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pierre Slegers kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:

  1. de BELGIAN UNION OF ORTHODONTIC SPECIALISTS (BUOS)
  2. Jean-Louis HANSSENS
  3. Katleen MICHIELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lemmens en Eline Vanluchene kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 30 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 24 november 2019 waarmee worden benoemd de leden bij de Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en VII-40.752-1/9 invaliditeitsverzekering (hierna: RIZIV), als vertegenwoordigers van representatieve beroepsorganisaties van de tandheelkundigen. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De Belgian Union of Orthodontic Specialists, Jean-Louis Hanssens en Katleen Michiels hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 juli
  6. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 november
  7. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stefaan Callens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Pierre Slegers, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marie Porreye, die loco advocaten Christophe Lemmens en Eline Vanluchene verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.752-2/9 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Regelgevend kader en feiten 3.
  9. De artikelen 211 en 212 van de wet van 14 juli 1994 ‘betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen’ (hierna: wet van 14 juli 1994) luiden: “Art.
  10. §
  11. Overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modaliteiten organiseert het Instituut om de vier jaar verkiezingen op basis van welke de vertegenwoordiging van de representatieve beroepsorganisaties van de artsen wordt geregeld in de door de Koning aangeduide organen van het Instituut. De verkiezingen zijn geheim en geschieden volgens het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van de artsen moeten voldoen om als representatief erkend te worden. Daarenboven bepaalt Hij voor elk orgaan de verhouding van de algemeen geneeskundigen en de geneesherenspecialisten, inzonderheid rekening houdende met de opdracht van dat orgaan. §
  12. De Koning bepaalt de data waarop uiterlijk een kiessysteem zoals dat waarin is voorzien voor de beroepsorganisaties van de artsen en waarvan Hij de modaliteiten vaststelt, wordt verruimd tot de beroepsorganisaties van tandartsen alsook de in artikel 26 bedoelde organisaties van beroepen of inrichtingen, diensten of instellingen. Art.
  13. De Koning kan bepalen aan welke voorwaarden de beroepsorganisaties van de tandheelkundigen alsook de in artikel 26 bedoelde organisaties van beroepen of inrichtingen, diensten of instellingen moeten voldoen om als representatief te worden beschouwd. De Koning bezit dezelfde macht ten aanzien van de organisaties van beroepen of inrichtingen, diensten of instellingen vertegenwoordigd in de krachtens artikel 29 opgerichte technische raden.” 3.
  14. In uitvoering van deze bepalingen werd het koninklijk besluit van 25 februari 2015 ‘tot vaststelling van de voorwaarden waaraan de beroepsorganisaties van tandartsen moeten voldoen om als representatief te worden erkend evenals van de nadere regelen betreffende de verkiezingen van vertegenwoordigers van de tandartsen in sommige beheersorganen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering’ (hierna: koninklijk besluit van 25 februari 2015) genomen. VII-40.752-3/9 Artikel 1, § 1, van dit besluit bepaalt: “§
  15. Om als representatief te worden erkend zoals bedoeld in artikelen 211, § 2, en 212 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, moeten de beroepsorganisaties van de tandartsen voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° statutair de verdediging van de beroepsbelangen van alle tandartsen tot hoofddoel hebben; 2° zich statutair richten tot de tandartsen van ten minste twee gewesten, bedoeld in artikel 3 van de Belgische Grondwet; 3° statutair van de aangesloten tandartsen jaarbijdragen innen gelijk aan minimaal het bedrag van wat wordt toegekend aan de ambtenaren van de federale overheid ingevolge de wet van 1 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector onverminderd de statutaire bepalingen die gelden voor tandartsen die minder dan vijf jaar gerepertorieerd zijn bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, hieronder ‘RIZIV’ genoemd; 4° aantonen dat wordt beantwoord aan de vorengenoemde bepalingen, minstens voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de datum waarop de kiezerslijst wordt opgesteld; 5° voor het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar met de in 4° voorziene datum minstens 400 individueel aangesloten leden-tandartsen, gerepertorieerd bij het RIZIV, tellen die in orde zijn met de betaling van de in 3° bepaalde bijdrage.” 3.
  16. Het ministerieel besluit van 26 februari 2015 ‘tot vaststelling van de praktische organisatie van de verkiezingen van de vertegenwoordigers van de tandartsen zoals bedoeld in artikel 211, § 2, en 212 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd 14 juli 1994’, regelt het concrete verloop van de sociale verkiezingen. Hoofdstuk II heeft betrekking op de erkenning van representatieve beroepsorganisaties van tandartsen. 3.
  17. Op 7 maart 2019 dient de eerste tussenkomende partij een aanvraag in bij de leidend ambtenaar van het RIZIV om erkend te worden als representatieve beroepsvereniging in de zin van artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 februari
  18. VII-40.752-4/9 Met een beslissing van 9 april 2019 erkent de leidend ambtenaar van het RIZIV de eerste tussenkomende partij als representatieve beroepsorganisatie. Met arrest nr. 253.145 van 3 maart 2022 verklaart de Raad van State zich zonder rechtsmacht om kennis te nemen van het tegen de beslissing van 9 april 2019 door de huidige verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring, dat op die grond wordt verworpen. 3.
  19. Op 9 april 2019 stuurt het RIZIV een e-mail met kiesinstructies naar onder meer de verzoekende partij en de eerste tussenkomende partij. Hierin wordt een lijst van de erkende beroepsverenigingen meegedeeld: - VBT (verzoekende partij); - Société de Médecine Dentaire asbl (SMD); - BUOS (eerste tussenkomende partij); - Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT); - Chambre Syndicale Dentaire (CSD). 3.
  20. De stemming in het kader van de sociale verkiezingen van tandartsen 2019 vindt plaats in de periode van 29 mei tot en met 17 juni 2019 via een elektronische toepassing. De stemuitslag wordt op 24 juni 2019 gepubliceerd op de website van het RIZIV. Hieruit blijkt dat de eerste tussenkomende partij 11,39 % van de stemmen en de verzoekende partij 13,23 % van de stemmen behaalde. In totaal worden 3 mandaten voor leden en 7 mandaten voor plaatsvervangers toegekend aan de eerste tussenkomende partij en 4 mandaten voor leden en 8 mandaten voor plaatsvervangers aan de verzoekende partij. 3.
  21. Met een koninklijk besluit van 24 november 2019 worden benoemd de leden bij de Stuurgroep kwaliteitspromotie tandheelkunde, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, als vertegenwoordigers van representatieve beroepsorganisaties van de tandheelkundigen. Dit is het bestreden besluit. VII-40.752-5/9 IV. Rechtspleging - samenhang
  22. In hun laatste memorie verzoeken de tussenkomende partijen om de voorliggende zaak samen te voegen met de zaken gekend onder de nummers A. 230.100/VII-40.751 en A. 228.462/VII-40.577, die volgens haar in essentie hetzelfde doel nastreven, namelijk het weren van de tussenkomende partijen uit de beheersorganen van het RIZIV.
  23. Met ’s Raads arrest nr. 253.145 van 3 maart 2022 werd uitspraak gedaan in de zaak 228.462/VII-40.577 en werd het beroep tot nietigverklaring verworpen. Verder maken de tussenkomende partijen niet aannemelijk dat het in het licht van een goede rechtsbedeling is vereist dat de voorliggende zaak en de zaak A. 230.100/VII-40.751 worden samengevoegd of dat ze onderling zo nauw verknocht zijn dat ze niet afzonderlijk kunnen worden beoordeeld. Ze werden overigens op dezelfde zitting behandeld en er wordt uitspraak over gedaan op dezelfde datum. Het verzoek tot samenvoeging wordt afgewezen. V. Rechtsmacht van de Raad van State Standpunt van de verwerende partij
  24. De verwerende partij werpt in een exceptie van niet- ontvankelijkheid de onbevoegdheid van de Raad van State op. Het recht op deelname aan de sociale verkiezingen van vertegenwoordigers van tandartsen als subjectief recht vloeit volgens de verwerende partij voort uit artikel 211, § 2 en 212 van de wet van 14 juli 1994, en veronderstelt dat de beroepsorganisatie die zich op dat recht beroept voldoet aan de voorwaarde erkend te zijn als een representatieve beroepsorganisatie VII-40.752-6/9 overeenkomstig de in het koninklijk besluit van 25 februari 2015 bepaalde voorwaarden. Het voorwerp van het voorliggende beroep tot nietigverklaring betreft volgens de verwerende partij niet de betwisting over de kwalificatie “representatieve beroepsorganisatie”, maar wel een geschil betreffende het subjectief recht, waarvoor de Raad van State op grond van artikel 144 van de Grondwet, dat bepaalt dat geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken behoren, niet bevoegd is. Conform artikel 167 van de wet van 14 juli 1994, dat onder meer bepaalt dat zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 52, § 3, van die wet, de betwistingen in verband met de rechten en plichten voortvloeiend uit de wetgeving en reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank behoren, is de arbeidsrechtbank bevoegd om kennis te nemen van het huidige geschil. Beoordeling
  25. Uit de lezing van de artikelen 211 en 212 van de wet van 14 juli 1994, samen met artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 25 februari 2015, volgt duidelijk dat de erkenning van de representativiteit van een beroepsorganisatie van (tand)artsen een constitutief bestanddeel is om deel te nemen aan de verkiezingen met het oog op vertegenwoordiging in de wettelijke organen. Slechts wanneer een beroepsvereniging als representatief is erkend kan zij deelnemen aan die verkiezingen. Ook de verdeling van de mandaten voor de vertegenwoordigers van de tandartsen in sommige beheersorganen van het RIZIV vloeit voort uit de regelgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  26. Artikel 167, eerste lid, van de wet van 14 juli 1994 luidt: VII-40.752-7/9 “Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 52, § 3, behoren de betwistingen in verband met de rechten en plichten voortvloeiend uit de wetgeving en reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.” Artikel 14, § 1, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt: “Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege werd toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring […].”
  27. De wetgever heeft de geschillenbeslechting met betrekking tot de voormelde materie toevertrouwd aan de arbeidsrechtbanken. Het is daarbij zonder belang of het al dan niet gaat over een subjectief recht en of de beslissende overheid al dan niet beschikt over een gebonden of discretionaire bevoegdheid. De Raad van State heeft bijgevolg geen rechtsmacht om kennis te nemen van het voorliggende geschil. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  28. De Raad van State verwerpt het beroep.
  29. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 450 euro, elk voor een derde. VII-40.752-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Carlo Adams VII-40.752-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.430 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.