id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.440 Rolnummer: A. 235468/XII-9180 Zaak: Arrest 256440 - Overheidsopdrachten - 05/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-15 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:56 Fiche Arrest nr 256.440 van 5 mei 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 256.440 van 5 mei 2023 in de zaak A. 235.468/XII-9180 In zake : de BV CO3-DEVELOPMENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ive Van Giel kantoor houdend te 2000 Antwerpen Cockerillkaai 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL WONEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Fien D’Haenens kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 17 januari 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) van 16 november 2022 “betreffende de rangschikking onder voorbehoud aangepaste maximum grondprijs”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 252.947 van 10 februari 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. XII-9180-1/5 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ opgesteld. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het voornoemde besluit van de Regent heeft de voorzitter van de XIIe kamer bij beschikking van 1 maart 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 25 april
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- Het beroep strekt, meer bepaald, tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen van 16 november 2022, waarbij de offerte van de bv CO3-Development voor de constructie van 19 huurwoningen in Antwerpen, Wittestraat 88-90/Luxemburgstraat, wordt opgenomen in de rangschikking voor toelating tot fase 3 (onderhandelingsfase) in het kader van de overheidsopdracht voor werken met betrekking tot de oproep “Constructieve Benadering Overheidsopdrachten” (CBO) voor de projecten CBO2020, “mits aanpassing van de grondprijs aan de schattingsprijs”. XII-9180-2/5 IV. Afstand
- Met een “memorie” van 30 januari 2023 doet de verzoekende partij afstand van haar beroep. V. Kosten
- De verzoekende partij vraagt om de rechtsplegingsvergoeding om te slaan en iedere partij te veroordelen tot het dragen van haar eigen gemaakte kosten. Subsidiair vraagt zij de rechtsplegingsvergoeding te haren taste te beperken tot 140 euro. De verwerende partij vraagt om de verzoekende partij te veroordelen tot de kosten, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 840 euro.
- In de gegeven omstandigheden worden de kosten ten laste van de verzoekende partij gelegd. De verwerende partij vordert een rechtsplegingsvergoeding ten belope van 840 euro. De verzoekende partij vraagt de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimale bedrag. Bij artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ heeft de Koning de basisbedragen en de minimale en maximale bedragen van de rechtsplegingsvergoeding bepaald. Volgens artikel 30/1, § 2, van de wetten op de Raad van State kan de Raad de vergoeding verlagen of verhogen tot respectievelijk het minimumbedrag en het maximumbedrag, rekening houdend met “1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, om het bedrag van de vergoeding XII-9180-3/5 te verlagen; 2° de complexiteit van de zaak; 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie”. Ten gevolge van het indienen van het beroep heeft de verwerende partij een memorie van antwoord ingediend, die op alle punten van het beroep is ingegaan. Zij kan in beginsel aanspraak maken op het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding. Tot staving van haar verzoek om het bedrag tot het minimumbedrag te beperken voert de verzoekende partij geen omstandigheden aan als bedoeld in artikel 30/1, § 2, van de wetten op de Raad van State. De Raad ziet dan ook geen reden om het door de verwerende partij gevorderde bedrag te beperken. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 44 euro en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 840 euro. XII-9180-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9180-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.440 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.252.947 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.