id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.450 Rolnummer: A. 233283/X-18288 Zaak: Arrest 256450 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 09/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-23 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-10 08:57 Fiche Arrest nr 256.450 van 9 mei 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 256.450 van 9 mei 2023 in de zaak A. é.283/X-18.288 Herziening van het arrest nr. 249.682 van 2 februari
- In zake : Kristin GOEMAN woonplaats kiezend te 3370 Boutersem Heidestraat 29 tegen : de GEMEENTE BOUTERSEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 maart 2021, strekt tot de herziening van het arrest 249.682 van 2 februari
- wordt verworpen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-18.288-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 mei
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Verzoekster, die in persoon verschijnt, en advocaat Hans- Kristof Carême, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
- Met een op 16 oktober 2018 ingediend verzoekschrift vordert verzoekster voor de Raad van State de nietigverklaring van de volgende beslissingen: “- het besluit van de gemeente Boutersem, vertegenwoordigd door het college van Burgemeester en Schepenen van Boutersem om eigendommen van de gemeente Boutersem gedeeltelijk te verkopen - het besluit van de gemeente Boutersem, vertegenwoordigd door de Gemeenteraad van Boutersem om de goedkeuring door de gemeenteraad van de begroting de dato 9 januari 2014 te aanzien als een beslissing tot verkoop van specifieke gronden. [...] - het besluit van notaris [F. D.] om gronden van de gemeente Boutersem, die deel uitmaken van het perceel, kadastraal gekend onder Boutersem,: 1e afd., sectie A, nummer 136H, openbaar te koop aan te bieden.” 3.
- De zaak is behandeld op de zitting van 13 november
- Diezelfde dag, na het sluiten van het debat, zendt verzoekster een aangetekend schrijven aan de voorzitter van de Xe Kamer, waarin wordt gesteld dat zij het X-18.288-2/5 administratief dossier van valsheid beticht, maar dat het niet aan haar is om een klacht met burgerlijke partijstelling omtrent valsheid in geschriften neer te leggen bij de onderzoeksrechter. 3.
- Bij arrest nr. 249.682 van 2 februari 2021 (hierna: het te herziene arrest) verwerpt de Raad van State verzoeksters beroep tot nietigverklaring. Geoordeeld wordt onder meer: “Artikel 51 van het algemeen procedurereglement regelt de procedure wanneer een partij een overgelegd stuk van valsheid beticht. Er is evenwel geen reden om van het artikel toepassing te maken als niet blijkt, zoals te dezen het geval is, dat de partij die een stuk van valsheid beticht, een klacht met burgerlijkepartijstelling bij de onderzoeksrechter of een klacht bij de procureur des Konings heeft ingediend.” 3.
- Op 18 februari 2021 legt verzoekster een klacht met burgerlijke partijstelling neer tegen de voorzitter van de Xe Kamer van de Raad van State als dader of mededader in de zin van artikel 66 van het strafwetboek door in het te herziene arrest gebruik te hebben gemaakt van valse stukken, te weten beslissingen van de gemeenteraad van Boutersem en van het college van burgemeester en schepenen van
- 3.
- Bij beschikking van 14 januari 2022 verklaart de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven verzoeksters voormelde klacht onontvankelijk. Volgens onderzoek van het auditoraat is verder bij voornoemde rechtbank geen klacht wegens valsheid in geschriften met betrekking tot de stukken van het administratief dossier gekend. IV. Onderzoek 4.
- Krachtens artikel 31, eerste lid, RvS-wet is het beroep tot herziening slechts ontvankelijk indien sinds de uitspraak van het arrest doorslaggevende stukken zijn teruggevonden die door het toedoen van de tegenpartij waren achtergehouden of indien het arrest werd gewezen op als vals erkende of vals verklaarde stukken. X-18.288-3/5 4.
- Het beroep tot herziening is gestoeld op de door verzoekster – volgens de bewoordingen van het verzoekschrift – van valsheid “betichte” “besluiten van 2018 van de gemeente [...], genomen vóór de kennisgeving [...] op 8 oktober 2018 door de burgemeester”. In haar laatste memorie stelt verzoekster dat zij “nog steeds het besluit van de gemeente Boutersem de dato 7 maart 2018, en daaruit voortvloeiend de rest van het verkoopdossier van de gemeente, van valsheid [beticht]”. 4.
- Verzoekster mag de stukken van het administratief dossier dan wel van valsheid “betichten”, het blijkt niet (zie randnummer 3.5), en verzoekster beweert overigens ook niet, dat het te herziene arrest werd gewezen op als vals “erkende” of vals “verklaarde” stukken. Het onderzoek dat verzoekster in haar memorie van wederantwoord en in haar laatste memorie – “puur uit nieuwsgierigheid” – naar de door de verwerende partij bijgebrachte stukken voert, volstaat evident niet om een stuk als vals “erkend” of vals “verklaard” in de zin van artikel 31 RvS-wet te beschouwen. Anders dan verzoekster dit blijkbaar ziet, staat het verder niet aan de Raad van State om de bevoegde strafrechtelijke instantie “te bevragen” met betrekking tot stukken die deze partij van valsheid beticht. 4.
- Er is niet voldaan aan de door artikel 31, eerste lid, RvS-wet gestelde ontvankelijkheidsvoorwaarden. Bijgevolg dient het beroep tot herziening te worden verworpen. V. Kosten
- Verzoekster vraagt ter terechtzitting om het arrest nr. 249.682 van 2 februari 2021 slechts “gedeeltelijk te herzien”, meer bepaald niet voor wat betreft de in dat arrest ten laste van de verwerende partij gelegde kosten. Evenwel kan van de door de wet voorziene kostenregeling voor huidig beroep niet afgeweken worden. Het beroep tot herziening is afgewezen en verzoekster, als in het ongelijk gestelde partij, dient er de kosten van te dragen. Daartoe behoort de X-18.288-4/5 door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding, die deze haar als de “in het gelijk gestelde partij” overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, RvS- wet, toekomt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot herziening.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot herziening, begroot op een rolrecht van 200 euro, op een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.288-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.450 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div