← België

Arrest 256475 - Fiscale gemeenschappelijke en gewestelijke reglementen - 09/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.475 Rolnummer: A. 237822/X-18286 Zaak: Arrest 256475 - Fiscale gemeenschappelijke en gewestelijke reglementen - 09/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-23 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 08:58 Fiche Arrest nr 256.475 van 9 mei 2023 Fiscaliteit - Fiscale gemeenschappelijke en gewestelijke reglementen Beslissing : Beroep als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.475 van 9 mei 2023 in de zaak A. 237.822/X-18.286 In zake : Guido CARDINAELS wonende te 2240 Zandhoven Oelegembaan 5 tegen : de PROVINCIE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A, bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Met een verzoekschrift, ingediend op 15 november 2022, vraagt verzoeker de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 15 september 2022 om zijn bezwaar tegen de aanslag in de provinciebelasting op bedrijven voor het aanslagjaar 2022 te verwerpen. Tevens verzoekt hij om “een passende schadevergoeding”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 27 februari 2023 heeft, in verband met het beroep tot nietigverklaring, de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). X-18.286-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 mei
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Patrick Van der Straten, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Het instellen van een beroep tot nietigverklaring en van een verzoek tot schadevergoeding tot herstel geven elk aanleiding tot de betaling van een rolrecht van 200 euro (artikel 70, § 1, eerste lid, 2°, van het algemeen procedurereglement). Het rolrecht en de bijdrage bedoeld in artikel 66, 6°, van het algemeen procedurereglement moeten worden gekweten door middel van een overschrijving of een storting op de bankrekening vermeld in artikel 71, eerste lid, van het algemeen procedurereglement. Krachtens artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de ingestelde vordering van de rol worden geschrapt. X-18.286-2/4
  6. De hoofdgriffier heeft verzoeker én voor het beroep tot nietigverklaring én voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel een overschrijvingsformulier toegezonden met een gestructureerde mededeling die het mogelijk maakt om de betaling in verband te brengen met de proceshandeling waarop ze betrekking heeft. Verzoeker heeft alleen voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel betaald, niet voor het beroep tot nietigverklaring.
  7. Nadat hem werd meegedeeld dat de kamer het ingestelde beroep als niet verricht zal beschouwen of van de rol schrappen tenzij hij binnen vijftien dagen vraagt te worden gehoord, beperkt hij zich ertoe na éénendertig dagen te vragen hoe hij verder over zijn beroep tot nietigverklaring geïnformeerd wordt. Als er uiteindelijk dan toch een hoorzitting wordt gehouden, is verzoeker daarop aanwezig noch vertegenwoordigd. Hij laat weten 75 jaar en ziek te zijn en het “niet erg zinvol” te vinden een advocaat in te schakelen.
  8. In de gegeven omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om in hoofde van verzoeker overmacht of onoverwinnelijke dwaling aan te nemen, en dient het door hem ingestelde beroep als niet verricht te worden beschouwd.
  9. Aangezien aldus geen onwettigheid in het beroep tot nietigverklaring wordt vastgesteld, moet het verzoek om schadevergoeding tot herstel worden afgewezen (artikel 25/3, § 3, van het algemeen procedurereglement) en dienen het voor dat verzoek betaalde recht en de bijdrage te worden terugbetaald (artikel 70, § 1, laatste lid, van het algemeen procedurereglement). X-18.286-3/4 BESLISSING
  10. Het beroep tot nietigverklaring wordt als niet verricht beschouwd.
  11. Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel wordt afgewezen.
  12. De voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel betaalde rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 24 euro worden aan verzoeker terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-18.286-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.475 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.