← België

Arrest 256486 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.486 Rolnummer: A. 235039/XIV-38874 Zaak: Arrest 256486 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 11/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-18 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.486 van 11 mei 2023 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 256.486 van 11 mei 2023 in de zaak A. 235.039/XIV-38.874 In zake: Jan-Pieter SINJAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rob Trips kantoor houdend te 9990 Maldegem Mottedreef 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken woonplaats kiezend bij de Federale Politie DGR/JUR Kroonlaan 145 A 1050 Brussel -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de deliberatiecommissie, zoals aan verzoeker ter kennis gebracht op middels schrijven dd. 20/09/2021 door de Directie van het Personeel, dienst selectie en rekrutering van de Federale Politie waarbij verzoeker ongeschikt werd verklaard voor de vergelijkende selectie voor bevordering naar een hoger kader, sessie 2021-2022 (hoofdinspecteur van politie). II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-38.874-1/4 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 21 december
  3. Op 3 maart 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  6. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring voorgesteld op grond van het eerste middel. XIV-38.874-2/4
  7. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
  8. Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het tweede onderdeel van het eerste middel is gegrond wat de door het auditoraat in het verslag gegrond bevonden schending van het zorgvuldigheidsbeginsel betreft. BESLISSING
  9. De Raad van State vernietigt de beslissing van de deliberatiecommissie, zoals aan verzoeker ter kennis gebracht op middels schrijven dd. 20/09/2021 door de Directie van het Personeel, dienst selectie en rekrutering van de Federale Politie waarbij verzoeker ongeschikt werd verklaard voor de vergelijkende selectie voor bevordering naar een hoger kader, sessie 2021-2022 (hoofdinspecteur van politie).
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. XIV-38.874-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.874-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.