← België

Arrest 256499 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 11/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.499 Rolnummer: A. 238266/X-18324 Zaak: Arrest 256499 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 11/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-12 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.499 van 11 mei 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.499 van 11 mei 2023 in de zaak A. 238.266/X-18.324 In zake: Christopher GOOSSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Merlijn De Rechter en Alice Rouckhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A/10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 4 mei 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 25 november 2022 om Christoph Goossens te ontheffen uit zijn eigendomsrecht over de hond Justice. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 mei 2023, om 11.00 uur. X-18.324-1/11 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alice Rouckhout, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is eigenaar van Justice, een hond van het ras Irish Blue Pitbull Terriër, sterk gelijkend op een Stafford. In november 2017, oktober 2018 en mei 2019 doet zich een bijtincident met een andere hond voor. Naar aanleiding van het tweede incident legt de burgemeester van de stad Antwerpen op 21 december 2018 het verbod op om de hond in de openbare ruimte te laten lopen zonder dat hij is aangelijnd of een vaste muilkorf draagt. De beslissing kan niet aan verzoeker betekend worden. Als gevolg van het derde bijtincident beslist de burgemeester op 3 september 2019 opnieuw dat het verboden is om de hond in de openbare ruimte te laten lopen zonder dat hij is aangelijnd of een vaste muilkorf draagt. De beslissing wordt op 8 september 2019 betekend aan verzoeker, die verklaart “niet akkoord” te gaan. 3.
  5. Op 27 oktober 2022 blijkt verzoeker in staat van openbare dronkenschap te verkeren en wordt de politie op hem afgestuurd. Verzoeker, in het bezit van zijn hond, gedraagt zich “weerspannig en agressief”. Op zeker moment zegt hij tegen de hond: “Justice, we gaan ze pakken. We zullen eens laten zien hoe agressief wij kunnen zijn. Wij gaan niet mee”. Hij gaat in de richting van de politie X-18.324-2/11 en laat de leiband van de hond op de grond vallen. De hond doet niets. Verzoeker neemt de leiband weer op en wandelt weg, om zich daarna om te draaien, “Pakt ze! Pakt ze” te roepen, en in de richting van de politie te lopen. Opnieuw doet de hond niets. Hierna neemt de politie de hond bestuurlijk in beslag en wordt hij overgebracht naar het dierenasiel te Wommelgem. 3.
  6. Op 25 november 2022 beslist de burgemeester van de stad Antwerpen, met toepassing van artikel 133 juncto artikel 135, § 2, 6°, van de nieuwe gemeentewet, dat verzoeker wordt ontheven uit zijn eigendomsrecht over de hond Justice. Aan het dierenasiel te Wommelgem wordt opgedragen een inschatting te maken of een herplaatsing van de hond mogelijk en verantwoord is. Wat de “concrete gegevens en bewijs van verstoring van openbare orde” betreft, wordt in de beslissing onder meer gemotiveerd: “Het gedrag van de betrokkene, die trachtte zijn hond in te zetten als (intimidatie)wapen, in combinatie met het gewelddadige verleden van de hond zelf, is van die aard dat de openbare veiligheid in het gedrang komt.” Met betrekking tot de “afweging van de belangen” wordt onder andere overwogen: “Uit het administratief dossier blijkt dat de openbare orde (specifiek de openbare veiligheid) ernstig verstoord werd door het gedrag van de hond van de heer Christoph Goossens. De hond is duidelijk een bron van verstoringen van de openbare veiligheid. De openbare veiligheid en orde dient gevrijwaard te worden.” De “verantwoording van de maatregel” luidt onder meer: “De betrokkene is duidelijk niet ertoe in staat om op een verantwoorde wijze het eigenaarschap van zijn hond in te vullen. In plaats van extra aandachtig te zijn ten aanzien van zijn hond, die al betrokken was bij drie eerdere bijtincidenten, blijkt in de praktijk dat de opgelegde en nog van kracht zijnde veiligheidsmaatregelen niet worden nageleefd en dat X-18.324-3/11 betrokkene er daarenboven niet voor terugschrikt om zijn hond het bevel te geven politieagenten aan te vallen, minstens de schijn te wekken dit te willen doen om op die manier angst aan te jagen en te intimideren. In deze omstandigheden kan een teruggave van de hond aan de betrokkene niet verantwoord worden. De combinatie van een gebrek aan schuldbesef en verantwoordelijkheidszin zou nefast zijn voor de veiligheid van derden, nu er geen garanties zijn dat de heer Goossens naar de toekomst toe wel verplicht zijn opgelegde veiligheidsmaatregelen zou naleven.” 3.
  7. Tegen deze beslissing, die op 28 november 2022 aan verzoeker betekend wordt, dient hij op 27 januari 2023 een verzoekschrift tot nietigverklaring in bij de Raad van State. De verwerende partij heeft erop gerepliceerd in een memorie van antwoord. Op 4 mei 2023 stelt verzoeker tegen de beslissing van de burgemeester de voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. IV. Schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-18.324-4/11 V. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen
  9. In het verzoekschrift tot nietigverklaring, waarvan de voorliggende vordering het accessorium vormt, leidt verzoeker een tweede middel af uit de schending van onder andere het redelijkheids- of evenredigheidsbeginsel. Verzoeker licht toe dat de beslissing “manifest disproportioneel [is] ten opzichte van de feiten die aan het dossier ten grondslag liggen”: de hond heeft geen enkele gedraging gesteld die ertoe zou leiden dat hij bij verzoeker moet worden weggenomen; de beslissing is volledig geënt op feiten van meer dan drie tot vijf jaar geleden; sindsdien heeft de hond geen ‘bekritiseerbare’ gedraging meer gesteld; het loutere feit dat de hond geen muilkorf droeg, kan niet “deze zwaarste maatregel” verantwoorden; er is wel degelijk schuldinzicht bij verzoeker en hij is duidelijk bereid zijn gedrag aan te passen. Hiermee rekening houdend, moet volgens verzoeker “besloten worden dat verwerende partij is overgegaan tot het nemen van een disproportionele maatregel. Dit klemt vooral des te meer door het feit dat er zich op het ogenblik van de feiten geen enkele kwalijke gedraging in hoofde van de hond heeft voorgedaan of dreigde voor te doen. De bestreden beslissing is op dat punt zuiver gemotiveerd op grond van ‘hypothetische veronderstellingen’ die op geen enkele wijze grondslag vinden in het dossier.”
  10. Volgens de verwerende partij, in de memorie van antwoord, kan het middel niet overtuigen. De verschillende bijtincidenten zijn gedocumenteerd “zodat verstoringen van de openbare orde en veiligheid wel degelijk zijn aangetoond”. Is Justice “op zich beschouwd” wellicht niet onherroepelijk als gevaarlijk te beschouwen, verzoeker heeft er blijk van gegeven geen geschikte eigenaar te zijn voor de hond. Overigens heeft de burgemeester niet bevolen dat de hond geëuthanaseerd moest worden, noch is beslist dat verzoeker geen enkele X-18.324-5/11 andere hond meer mag houden. Ook gaat verzoeker er naar de mening van de verwerende partij aan voorbij dat er op 12 augustus 2022 opnieuw een bijtincident plaatsvond, en wordt niet bijgevallen dat er sprake is van schuldinzicht bij verzoeker en dat hij zijn gedrag niet meer zal herhalen. Beoordeling
  11. Een beslissing als het aangevochten beluit, gegrond op artikel 133 juncto artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, is een preventieve maatregel, of behoort dat alleszins te zijn, om de openbare-ordeverstoring te doen ophouden en te voorkomen dat ze zich opnieuw voordoet.
  12. De concrete ordeverstoring die de aanleiding vormt voor de bestreden beslissing, bestaat erin dat verzoeker, in dronken toestand, zijn hond tegen de politie ophitste, zonder resultaat aangezien de hond niet reageerde. Met andere woorden lijkt de openbare-ordeverstoring niet terug te gaan op een gedraging van de hond.
  13. Als niettemin, zoals in de bestreden beslissing wordt beweerd, uit het dossier blijkt dat de hond de openbare veiligheid in het gedrang brengt, dan lijkt dat op het eerste gezicht louter en alleen betrokken te kunnen worden op de drie bijtincidenten uit de periode 2017-
  14. Van een vierde incident, op 12 augustus 2022, wordt in de beslissing niet gewaagd. Deze drie bijtincidenten leidden, finaal, tot het verbod van de burgemeester van 3 september 2019 om de hond in de openbare ruimte te laten lopen zonder aangelijnd te zijn en zonder vaste muilkorf, op straffe van een administratieve geldboete van maximum 350 euro. Dat verzoeker zich daar niet aan hield, door op 27 oktober 2022 de leiband van de hond, die niet gemuilkorfd was, los te laten, kan gebeurlijk de X-18.324-6/11 oplegging van een administratieve geldboete verantwoorden, maar volstaat niet om de hond als een actueel gevaar voor de openbare veiligheid te beschouwen. Zijn gedrag, meer bepaald zijn gebrek aan reactie, lijkt eerder uit te wijzen dat hij dat juist niet (meer) is.
  15. Gelet op het voorgaande, lijkt de openbare-ordeverstoring waarop de burgemeester zich voor de bestreden beslissing beroept, wezenlijk te zijn veroorzaakt door de houding van verzoeker, in combinatie met de op het eerste gezicht gedateerde reputatie van zijn hond. In tegenstelling tot wat de bijtincidenten uit het verleden eventueel laten vermoeden, liet de hond zich op 27 oktober 2022 niet opjutten en bleef hij totaal passief. In dit licht lijkt de beslissing van de burgemeester om naar aanleiding van het voorval van 27 oktober 2022 de hond voorgoed aan verzoeker te onttrekken, verder te gaan dan redelijkerwijze nodig ter vrijwaring van de openbare veiligheid. Op het eerste gezicht ontbreekt een redelijk verband van evenredigheid tussen de concrete ordehandhavingsbehoefte en de bestreden beslissing.
  16. Het tweede middel is ernstig. VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  17. Volgens verzoeker bestaat er een groot risico dat de hond, gelet op zijn slechte gezondheidstoestand, de duurtijd van de procedure niet zal overleven. Dat wordt afgeleid uit “het alarmsignaal” dat hij op 3 mei 2023 ontving, in de vorm van een e-mail van het dierenasiel waar de hond verblijft. De e-mail luidt voluit: X-18.324-7/11 “Ik stuur u allen met betrekking tot de hond Justice in ons asiel. De eigenaar van Justice is Christoph Goossens. Deze hond werd op 28/10/2022 in beslag genomen door de politie van Antwerpen, in het kader van de openbare veiligheid. […] Op 25/11/2022 kregen wij bericht dat er een beslissing was genomen in dit dossier. Die beslissing was om Justice toe te wijzen aan het asiel. Er werd ons wel gemeld dat de eigenaar 2 maanden de tijd had om in beroep te gaan. Wij bevestigden om Justice dan nog 2 maanden langer in het asiel te houden. Op 30/01/2023 ontvingen we opnieuw een mail als bevestiging dat mr Goossens effectief beroep had aangetekend, en dat de herplaatsing van Justice verder on hold moest gezet worden. Op 18 april hebben we opnieuw een mail ontvangen, dit keer ivm het verzoek tot vernietiging van inbeslagname van de hond Justice. Justice, een dier van meer dan 10 jaar oud, verblijft nu al meer dan een half jaar in ons asiel. We merken dat dit zeer langdurige verblijf zijn tol eist op de gezondheid van Justice. Hij heeft de laatste weken al meermaals de dierenarts moeten bezoeken met verschillende kwalen. We begrijpen dat rechtsprocedures hun tijd vragen, maar wij moeten als asiel toch even aan de alarmbel trekken over de impact die deze lange periode heeft op het dierenwelzijn. We spreken hier over een bejaard dier, dat mogelijks geen jaren meer te leven heeft. Daarom zouden we met aandrang willen vragen of het dossier van Justice met spoed zou kunnen behandeld worden?” Uit het bericht blijkt, aldus verzoeker, dat de hond er door zijn lange verblijf in het asiel medisch zeer slecht aan toe is. Staffordshire bull terriërs worden gemiddeld elf tot twaalf jaar oud; ze hebben nood aan veel sociaal contact. Initieel werd geen vordering tot schorsing ingediend “omdat er (i) niet onmiddellijk een signaal was dat de hond zou worden afgestaan lopende de procedure en (ii) de hond op dat ogenblik in een goede gezondheid verkeerde”. Gezien de precaire medische situatie van het dier, zal verzoeker zijn hond enkel nog kunnen terugzien door een snelle uitspraak van de Raad van State.
  18. In de nota wijst de verwerende partij erop dat verzoeker “geen enkele beschouwing wijdt aan de reden waarom de vordering dermate spoedeisend X-18.324-8/11 is dat zij niet middels een gewone schorsingsprocedure zou kunnen worden beslecht”. Uit de e-mail van het asiel van 3 mei 2023 kan niet worden afgeleid dat verwacht moet worden dat het dier zal overlijden binnen de tijdspanne die nodig is voor de afwikkeling van een gewone schorsingsprocedure. Dat de hond tien jaar of ouder is en een gemiddelde levensverwachting van elf of twaalf jaar heeft, is niet nieuw en wist verzoeker al bij de kennisname van de bestreden beslissing. Toch heeft hij nog de volledige beroepstermijn laten verlopen om pas op 27 januari 2023 een beroep tot nietigverklaring in te stellen. Dit talmen gedurende twee maanden staat op gespannen voet met de thans ingeroepen spoedeisendheid wegens het naderen van de gemiddelde leeftijd. Bovendien krijgt het dier in het asiel de nodige medische verzorging. Beoordeling
  19. Verzoekers hond is op 27 oktober 2022 in beslag genomen. Uit verzoekers stuk 4 blijkt dat hij herhaaldelijk bij de verwerende partij op een snelle beslissing aandrong, onder meer in het belang van de hond. Als hij evenwel op 28 november 2022 van de bestreden beslissing kennis krijgt, duurt het tot de zestigste dag nadien vooraleer hij er een beroep tegen instelt en ziet hij er geen reden toe een vordering tot schorsing in te stellen. Kennelijk deed de situatie zich voor hem op dat moment niet als spoedeisend voor. Thans zou de situatie een uiterst dringende noodzakelijkheid verantwoorden. Dat zou dan bewezen moeten worden door een e-mail van het dierenasiel van 3 mei
  20. X-18.324-9/11
  21. Blijkens de e-mail wil het dierenasiel graag spoedig weten waar het in verband met de herplaatsing van het dier aan toe is. De hond verblijft immers al meer dan een half jaar in het asiel en heeft geen jaren meer te leven: hij is bejaard en moest recentelijk meermaals naar de dierenarts. Er wordt in de e-mail niet te verstaan gegeven dat de gezondheidsproblemen waarvoor de dierenarts werd bezocht, levensbedreigend zouden zijn.
  22. De e-mail is geen nieuw gegeven dat ervan doet blijken dat het nadeel voor verzoeker ten gevolge van de bestreden beslissing zodanig acuut is geworden, en daarmee de behandeling van zijn zaak zodanig urgent, dat hij geacht moet worden niet de uitkomst van zijn beroep tot nietigverklaring te kunnen afwachten en zelfs niet die van een gewone vordering tot schorsing, en dat nog slechts een schorsing die wordt uitgesproken volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid voldoende tijdig voor het nodige soelaas kan zorgen.
  23. De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. VII. Conclusie
  24. Er is niet voldaan aan één van de cumulatieve voorwaarden voor een schorsing. Hieruit volgt dat de vordering moet worden verworpen . BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. X-18.324-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.324-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.499 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.