id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.502 Rolnummer: A. 238143/VII-41851 Zaak: Arrest 256502 - Dierenwelzijn - 11/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-05 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.502 van 11 mei 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.502 van 11 mei 2023 in de zaak A. 238.143/VII-41.851 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anouk Vermoortele kantoor houdend te 1540 Herne Ekkelenbergstraat 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 30 december 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing [van 31 oktober 2022 van het] Departement Omgeving [waarbij een bestemmingsbeslissing wordt genomen in het dossier G-22-2954]”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
- VII-41.851-1/14 Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anouk Vermoortele, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Joy Moens die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 8 juni 2021 en 13 september 2021 worden, naar aanleiding van klachten over de toestand van de paarden van verzoeker, controles door de inspectie Dierenwelzijn gehouden. Naar aanleiding van een controle op 20 december 2021 door de inspectie Dierenwelzijn, wordt een proces-verbaal van waarschuwing opgesteld waarin melding wordt gemaakt van overtredingen op het dierenwelzijn en maatregelen worden opgelegd die betrekking hebben op de paarden van de verzoekende partij.
- Een nieuwe controle wordt verricht op 2 augustus 2022, waarbij wederom overtredingen worden vastgesteld en maatregelen opgelegd.
- Op grond van een visitatiemachtiging uitgereikt door de politierechtbank, begeeft de inspectie Dierenwelzijn, bijgestaan door de lokale politie, zich op 5 september 2022 naar de weides waar de paarden van verzoeker zich bevinden en naar zijn woonst. Er worden opnieuw overtredingen op het dierenwelzijn vastgesteld. VII-41.851-2/14 Vijf paarden worden in beslag genomen. Deze beslissing wordt met een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing bestreden. De Raad van State verwerpt bij arrest nr. 255.593 van 26 januari 2023 het beroep en de vordering.
- De verzoekende partij wordt op 12 september 2022 verhoord.
- Het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving beslist op 31 oktober 2022 om de paarden, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna dierenwelzijnswet), in volle eigendom te geven aan een dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die wordt gemotiveerd: De vaststellingen en foto’s d.d. 5/9/2022 geakteerd in PV nummer G-22-2954bis/GRS/5-09-2022: - De schimmelhengst 981100002082014 Canon Z is nog steeds te mager, er werd geen verder onderzoek gedaan om onderliggende oorzaken te achterhalen. - De schimmelhengst heeft onverzorgde huid- en schuurletsels, er zijn geen tekenen van aangebrachte verzorgingsmiddelen te zien. - De hoeven van de schimmel zijn onverzorgd, en meer gescheurd dan bij de vorige controle. In een hoef zit er een ‘kap’ in, er is een wigvormig stuk uit. - Op het terrein van de schimmel ligt een niet afgeschermde mesthoop, waarbij het dier in de mest trapt. - Een donkere merrie (ID 981100002229112 – Jalisca), heeft een ellipsvorming huidgezwel van een zestal centimeters lang, vermoedelijk abces op het voorhoofd, nabij littekens van eerdere huidwonden. Er zijn geen tekenen van verzorging van dit gezwel of de letsels/littekens. De voedingstoestand van de merrie is matig. - De weide met de vosse 250259806065417 en bruine merrie 250258500131611 is kaal, op onkruid na is geen vegetatie die de paarden in hun ruwvoederbehoefte kan voldoen. Er is geen bijvoedering aanwezig. - De donkere merrie heeft vooraan hoefijzers, waarvan het rechterijzer afgevallen is. De hoefnagels zijn nog aanwezig. de hoef staat onverzorgd. De niet verwijderde hoefnagels kunnen hoefkwetsuren veroorzaken. Het aanwezige hoefijzer links vooraan is sterk afgesleten, hetgeen aangeeft dat de ijzers al lange tijd niet vervangen werden. - Bij meerdere paarden is de drinkwaterton leeg, bijna leeg of onvoldoende om in de drinkwaterbehoefte van die dag te voorzien. VII-41.851-3/14 Wat erop wijst dat de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. - Gebrek aan algemene en diergeneeskundige begeleiding, toezicht en verzorging - Gebrek aan geschikte huisvesting. - Afwezigheid van drinkwater, een primaire levensbehoefte; afwezigheid van voldoende voeder. De historiek: - Brief G-21-2619, controle op 8/6/2021 naar aanleiding van een klacht over magere en slecht verzorgde paarden. De paarden hebben onverzorgde hoeven, onvoldoende water en voeder ter beschikking. Materialen waaraan de paarden zich kunnen kwetsen moeten verwijderd of hersteld worden. - Controle op 13/9/2021, naar aanleiding van een klacht over de paarden op een weide zonder beschutting te Berendries. 20 paarden werden gecontroleerd (een weide werd niet bezocht). De voedingstoestand van de meeste paarden is verbeterd, een aantal dieren is nog te mager. De hoefverzorging moet nog verbeteren. De paarden moeten altijd kunnen beschikken over voldoende voeder en beschutting. - Controle op 20/12/
- De paarden zijn beter doorvoed dan bij de vorige bezoeken, er werden 22 paarden gecontroleerd. PV van waarschuwing G-21-4200/GrS/23-12-2021 wordt opgesteld, waarin volgende maatregelen worden opgelegd: - Elk paard moet toegang hebben tot beschutting conform Art 4 §2/1 van de Wet Dierenwelzijn. - De paarden moeten zich comfortabel kunnen voortbewegen op de buitenterreinen, en mogen hierbij niet gehinderd worden door zware moddervorming. - Zware moddervorming moet verhinderd worden (bv. via aanhogen), volgens geoorloofde methodes. Informeer u hierover bij de bevoegde gemeentelijke ambtenaar. - Bevuiling van het voeder en de dieren door modder moet steeds vermeden worden. - De paarden moeten altijd beschikken over vers drinkwater in voldoende grote hoeveelheid en, bij een grotere groep paarden, verdeeld over meerdere waterbakken. - De afsluiting wordt onmiddellijk veilig gemaakt en wordt waar nodig hersteld. - De paarden moeten over voldoende daglicht beschikken in de stallen, zoniet brandt er overdag kunstlicht (voldoende in aantal en intensiteit) gedurende minstens 8 opeenvolgende uren. Bovendien (zie ook Brief G-21-2619): - Hoefverzorging wordt steeds uitgevoerd. - Het gebruik van een luchtzuigband is een verouderde mechanische methode. De focus moet liggen op de preventie van het gedrag. - De paarden moeten altijd over voldoende en geschikt voeder beschikken, in elk geval ruwvoeder. VII-41.851-4/14 Het voeder moet minstens voor een week in voorraad staan. De voedingstoestand van de paarden moet goed zijn. - Het aantal paarden dat u houdt moet aangepast zijn aan uw verzorgingsmogelijkheden en huisvesting. U moet in staat zijn om elk paard op elk moment de gepaste verzorging te bieden. Zoniet dient u hulp in te schakelen of het aantal paarden te verminderen. - Op verzoek van mijn dienst of politie kan u voortaan de bewijzen van regelmatige hoefverzorging, ontworming en dierenartscontrole voorleggen (attesten of facturen). - De paardenweide moet goed onderhouden worden, onkruid wordt beheerd. Bij controle op 2/8/2022 worden 25 paarden aangetroffen, betrokkene zegt in totaa1 27 paarden te hebben. De paarden zijn mager tot sommige zeer mager, en krijgen onvoldoende geschikt voeder of aangepaste verzorging. De hoeven van de paarden zijn onverzorgd. Beschadigde omheining wordt niet hersteld. Een luchtzuigband om stereotiep gedrag tegen te gaan wordt blijvend gebruikt. In PV G-22-2954/GRS/2-08-2022 worden volgende maatregelen opgelegd:
- De paarden beschikken altijd over drinkwater.
- De paarden beschikken altijd over ruwvoeder, van degelijke kwaliteit
- Tegen 25/8/2022 (wegens niet bezorgd tegen 10/8/2022) verslag te bezorgen van a. dierenarts: nazicht van alle paarden, met opstellen van voederschema en vermelding van individuele paarden die bijzondere rantsoen of verzorging behoeven (in elk geval 967000001418973 Calgary oog en 981100002082014 Canon Z, andere magere paarden) b. hoefsmid: hoefverzorging door een professionele hoefsmid
- Dieren die ziek of gewond lijken, moeten onmiddellijk op passende wijze worden verzorgd, en zonodig wordt een dierenarts geraadpleegd. Bewijzen hiervan kunnen voorgelegd worden aan inspectie dierenwelzijn of politie.
- De eerder opgelegde maatregelen van PV van waarschuwing G-21-4200/GrS/23-12-2021 en Brief G-21-2619 (zie rubriek historiek van dit PV) blijven van toepassing Uit de historiek blijkt dat de feiten zich herhalen en dat betrokkene reeds meerdere waarschuwingen gekregen heeft waaraan hij onvoldoende gevolg gegeven hebben, waardoor het opleggen van bijkomende maatregelen geen zin heeft; Het verhoor van betrokkene op 12/9/2022 waarin hij onderstaande verklaart: - Hij zegt eigenaar te zijn van 4 van de 5 inbeslaggenomen paarden. Hij noemt zichzelf geen eigenaar van het paard Calgary Z, dat al 10-12j bij hem staat. De beslagen hengst Baileys en de zwarte poni Sasha te St Goriksstraat zijn ook zijn paarden. - Hij is enige verzorger van de paarden, hij werkt met niemand samen. Baileys en pony Sasha krijgen water van zijn halfbroer, de andere paarden gaf hij zelf water of hadden natuurlijk stromend water. - Hij doet lichte training met de paarden, bij hem thuis op de piste en op de weide. Het is al 2 jaar geleden dat er paarden meededen aan een wedstrijd. VII-41.851-5/14 In de loop van het verhoor wijzigt hij de locaties en wedstrijden waaraan hij zegt deelgenomen te hebben. - De woning en de stalling is nog in onverdeeldheid, sinds het overlijden van zijn vader. Zolang de verdeling onduidelijk is, doet hij alleen de hoogstnodige aanpassingen aan de stalling van de paarden. - Hij zou in de toekomst verder willen gaan in de fokkerij en de training - Hij had dit jaar 1 veulen, maar het is 5 dagen na geboorte overleden. Hij had er geen dierenarts bijgevraagd, het veulen was sneller verzwakt dan hij verwacht had. - Hij is van mening dat hij de financiële mogelijkheden heeft om zijn paarden thuis te houden, maar niet om personeel bij te nemen. Hij zou max 20-25 paarden houden, zoals nu. - Hij had geen dierenarts en geen hoefsmid gevraagd. De hoeven van de paarden doet hij zelf, hij vond het niet nodig om de paarden dringend te bekappen. Hij weet niet meer of hij de hoefscheur bij het paard Calgary behandeld had. Het hoefijzer bij Emeraude Philo was nog maar enkele dagen afgevallen, hij zou dit in de komende 2 weken herdoen. De kap in de hoef bij Canon Z is een toevallige toestand. - De schuurletsels bij Canon Z had hij nog niet behandeld, behalve af en toe een beetje isobetadine. - Hij wou een paardentandarts vragen voor Canon Z, maar had dit nog niet gedaan. - Hij weet geen andere plaats om Canon Z te steken. De mesthoop op de weide is van zijn broer. - Hij heeft geen vaste dierenarts. - Sinds de vorige controle door dierenwelzijn is hij meer beginnen voederen. Hij heeft geen voederschema of advies laten opmaken. Hij vindt dat hij zelf heel goed weet hoe hij een paard moet voeden. De magere toestand van bepaalde dieren verklaart hij door onderlinge concurrentie in de groep, hij haalt die er dan uit. - Hij vond het niet nodig om voor de merrie met de wonde op het hoofd een dierenarts te vragen, volgens hem kan deze er toch niets aan doen. - Hij kan niet verklaren waarom de schimmelhengst te mager stond. Hij vermoed dat criminelen het paard in het verleden iets verkeerds gegeven heeft, maar hij heeft hiervoor geen bewijs, noch werd het paard medisch onderzocht. - Hij vindt dat hij te weinig tijd kreeg om alles in orde te brengen. Betrokkene wordt er op gewezen dat er hem al sinds 2021 maatregelen ter verbetering opgelegd worden. - Als verklaring voor de vaststelling van weinig of geen water bij de paarden, van geen voeder in zijstraat Boterhoek, zegt hij dat er op het verkeerde moment inspectie uitgevoerd wordt. Hij wil niet te veel water ineens geven om groenaanslag en koliek te vermijden. De paarden hadden geen voeder omdat hij zijn toer nog niet gedaan had. Hij weet heel goed hoeveel een paard kan drinken. - De afsluiting had hij nog maar gedeeltelijk kunnen herstellen, hij had er geen tijd voor. - De luchtzuigband blijf[t] hij gebruiken omdat hij paard de drinkbakken anders omver gooit. Hij gaat niet in op de optie om een andere VII-41.851-6/14 drinkwatervoorziening te nemen. Hij vindt de huidige drinkwaterverschaffing in waterbakken de beste manier. - Hij vindt het voldoende dat de paarden in de 3 donkere stallen hun hoofd kunnen buitensteken. Hij ziet niet in waarom hij dit zou moeten aanpassen. - Aan de modder die in de winter op de weide komt kan hij weinig doen. - Hij begrijpt niet waarom de paarden moesten meegenomen worden. De paarden stonden goed, alleen de schimmel stond wat de mager, de andere hengst was in opbouw, zijn vacht stond blinkend. Het was volgens hem niet zo dat de paarden geen drinkwater hadden. - Hij zal de paarden meer eten geven als de inspectiediensten willen dat ze meer eten krijgen. - Hij zou enkele paarden wegdoen, zoals Beric en Diego (de luchtzuiger), maar alleen als hij een goede overnemer vindt. Hij kan hiervoor geen concrete termijn zeggen. - Hij doet geen vrijwillige afstand van de paarden. - Hij vermoedt een complot tegen hem, omdat mensen eigendommen van hem willen verkrijgen. Hij noemt enkele namen van een politicus en een dierenarts, maar hij wil niet dat ze in het verhoor genoteerd staan. - Hij had te weinig tijd om zich in orde te stellen bij de opgelegde maatregelen. Hij heeft gedaan wat hij nodig vond, paarden verplaatsen naar andere weide. - Hij voegt bij dat het volgens hem blijkbaar mensen stoort dat hij op gebied van wondverzorging en hoefsmederij veel zelf kan, waardoor hij minder een dierenarts en een hoefsmid nodig heeft. Hij is er niet te lui voor om dat zelf te doen. Uit het verhoor van betrokkene blijkt dat: - Hij geen inzicht heeft in de algemene en medische noden van de paarden en er als gevolg niet naar handelt. - Hij geen schuldinzicht heeft en drogredenen en complottheorieën gebruikt als verklaring voor het gebrek aan verzorging van de paarden. - Hij blijk geeft van onwil en een gebrek aan daadkracht en problemen laat aanslepen. - Hij geen concrete voorstellen doet om de leefomstandigheden en verzorging van de dieren te verbeteren De oorspronkelijk eigenaar van het paard Calgary heeft nooit contact opgenomen met de dienst betreffende de eigendomstitel van het paard, bovendien wordt het dier al meer dan 10 jaar gehouden en verzorgd door betrokkene, waardoor ook dit paard als volledig onder verantwoordelijkheid van betrokkene beschouwd wordt. Het dierenartsverslag van het asiel werd ontvangen betreffende 3 paarden: - Merrie 981100002229112, niet geregistreerd, onvoldoende voedingstoestand (BCS 2,5/S). Heeft grote littekens en een bol vel, als gevolg van littekenweefsel na ernstige kwetsuur met opkrullende huid die niet genaaid werd. Tandverzorging is nodig. - Hengst
- Mager (BCS 2/5). Heeft plekken van zomerdermatitis die moeten verzorgd worden. Tandverzorging is dringend want het dier kan geen voedsel meer behoorlijk vermalen in de mond. VII-41.851-7/14 - Hengst 967000001418973, niet geregistreerd. geschat op 20j. Mager (BCS 2/5). De hoeven zijn te lang ‘pantoffelhoeven’ hetgeen wijst op lange tijd van onvoldoende hoefzorg. Tandverzorging nodig. Het dier is apathisch. De paarden moeten gradueel ontwormd worden, eerst met een ‘zacht’ ontwormmiddel om de parasieten uit de darmen te verwijderen zonder een shock te veroorzaken bij de verzwakte dieren. Wanneer de dieren in gewicht bijgekomen zijn, zal een veralgemeend ontwormmiddel gebruikt worden dat ook worden en cysten bestrijdt. Waaruit blijkt dat de ondersteunende verzorging voor een goede gezondheid van de paarden, zoals tandonderzoek en ontworming, niet uitgevoerd wordt. Wat er op wijst dat betrokkene heeft nagelaten zijn dieren de nodige (en urgente) medische zorgen te bieden waardoor de paarden gedurende een ruime periode fysiek geleden hebben. In de loop van september en oktober neemt betrokkene meermaals via telefoon en mail contact op met inspectie dierenwelzijn. Hij vraagt om de paarden te kunnen bezoeken in het asiel om hen dekens op te leggen. Op 16/9/2022 mailt hij foto’s van de 2 merries op de weide te zijstraat Boterhoek, waarbij volgens de bestandgegevens de foto genomen is op 28/8/
- De bruine merrie was toen al haar hoefijzer kwijt, al minstens een week dus bij de controle en inbeslagname op 5/9/
- Op 16/10/2022 mailt hij foto’s van een deel herstelde omheining aan de paddock en aangekochte weidepalen, huidige grasgroei in de lege weide, handmatig verwijderen van St Jacobskruid (giftig onkruid), ruwvoederverschaffing van de paarden op de weide. Via buurtinformatie wordt onze dienst gemeld dat betrokkene half september per fiets met de paarden (1 per 1) de straat afrijdt om ze te laten grazen aan de berm, bij gebrek aan voer en dit op brute wijze. De paarden werden opgejaagd met een lange stok. Verder wordt onze dienst gemeld dat de paarden soms ook vastgemaakt werden aan de voetwegels om ze te laten grazen. Soms gebeurde het verplaatsen van de paarden ’s avonds laat, per fiets. Op 23/9/2022 wordt betrokkene door gemeente Brakel per brief (kenmerk BM2022-019) in kennis gebracht dat hij niet voldoet aan stedenbouwkundige voorschriften voor de constructie van schuilhokken en stalling het houden of de fokkerij van meer dan 20 paarden, de mestopslag. Om zich in regel te stellen wordt hem voorgesteld om het aantal paarden te beperken tot maximum 4 (waarvoor voldoende vergunde stallen zijn). Volgens de huidige omstandigheden kan betrokkene hierdoor niet op reguliere manier voldoen aan het verschaffen van beschutting voor elk van zijn paarden conform Art 4 §2/1 van de Wet Dierenwelzijn. Op 22/10/2022 wordt een opvolgcontrole uitgevoerd door de lokale politie. De toestand is er nog niet veel gewijzigd. Het terrein is modderig. Er ligt een paal (bilde) die nog in de grond moet maar in het half gestoken putje staat momenteel water. Veel verandering is er niet. Er is ook water op de piste (zonder paarden). Op 01/11/22 zou er mest opgehaald worden. [...] zegt dat zijn paarden die inbeslaggenomen zijn dienden te koersen en niet hebben kunnen deelnemen en dat hij hiervoor verhaal zou halen. Wat betreft een dierenarts komt die langs eerstdaags. De politie drukte hem op het hart dat dit taken zijn die reeds lang moesten uitgevoerd zijn. Ook VII-41.851-8/14 werd aan betrokkene meermaals gezegd dat het zal moeten veranderen, dat er geen schot komt in de situatie. [...] zegt dat hij altijd voortdoet en maar 2 handen heeft. [...] blijft bij het standpunt dat de paarden onrechtmatig werden meegenomen, dat deze gezond waren. De politie stelt vast dat [...] blijft leven in zijn eigen leefwereld en hiernaar handelen, hij blijft zeker van zijn eigen gelijk. Gelet op bovenstaande, waarbij geen concrete bewijzen geleverd worden dat de 5 paarden bij eventuele teruggave behoorlijk zullen gehuisvest en verzorgd worden, maar dat [...] integendeel blijft volharden in de eigen werkwijze en overtuiging. Gelet op het gebrek aan inzicht en/of onwil is een eventuele teruggave onder voorwaarden weinig betrouwbaar voor het verdere welzijn van de paarden. [...] dient zich te focussen op de overblijvende paarden en hun welzijn te verbeteren, hierbij voldoend aan alle geldende wetgeving. Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, noch dat ze in de toekomst over de gepaste huisvesting zullen beschikken en de nodige behandeling, verzorging en aandacht zullen krijgen. Waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn; De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; De paarden hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig hun ethologische en fysiologische behoeften.” IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. V. Onderzoek van de ernst van het enige middel Standpunten van de partijen
- Verzoeker voert de schending aan “van artikel 105 van de Grondwet, artikel 4, § 1, van de Dierenwelzijnswet, het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur”. VII-41.851-9/14 Verzoeker betoogt in essentie dat zijn paarden altijd gezond zijn geweest, wat blijkt uit de foto’s die hij toevoegt en een attest van een dierenarts. Er werd voorafgaand aan de bestreden beslissing op geen enkel moment stilgestaan bij de gezondheid van de paarden. De bestreden beslissing is enkel genomen op grond van het ontbreken van een tussenkomst van een dierenarts en een hoefsmid. Indien de dieren niet gezond waren, dan zouden ze er ook niet gezond hebben uitgezien. De paarden werden dagelijks gevoederd en kregen drinkwater. Dat er eenmaal geen water was, was enkel een momentopname. De bestreden beslissing is eerder gericht op bestraffing, wat haaks staat op de doelstelling van de wetgeving inzake het dierenwelzijn.
- De verwerende partij antwoordt: “Het wekt verbazing dat verzoekende partij stelt dat verwerende partij op geen enkel moment zou hebben stilgestaan bij de gezondheid van de paarden. Het tegendeel blijkt inderdaad uit de stukken van het administratief dossier. Het administratief dossier toont vooreerst de lange historiek aan die het dossier van verzoekende partij kent. Aldus worden bij verzoekende partij overtredingen op de Dierenwelzijnswet vastgesteld sinds juni
- Telkenmale wordt vastgesteld dat de paarden mager en slecht verzorgd zijn en dat zij niet gehouden werden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften. Ondanks de maatregelen die worden opgelegd, bleek de situatie van bepaalde paarden in september 2022 (meer dan een jaar na de eerste vaststellingen) nog niet voldoende verbeterd was. De bestreden beslissing wordt op dit punt herhaald: […] De beweringen van verzoekende partij dat er op geen enkel moment werd stilgestaan bij de gezondheid van de paarden, dat de bestreden beslissing enkel gebaseerd zou zijn op het ontbreken van een tussenkomst van een dierenarts en een hoefsmid en dat zijn paarden dagelijks van drinkwater en voeding voorzien werden, worden dus tegengesproken door het dossier. In dit opzicht kan nog in het bijzonder verwezen worden naar het verslag van dierenarts Van Boxstael […], waaruit blijkt dat de door hem onderzochte paarden niet in een goede gezondheid verkeerden. De stukken die verzoekende partij bijbrengt, veranderen hier niets aan. De foto die wordt bijgebracht is niet gedateerd en geeft niet eens aan om welke paarden het zou gaan. Het dierenartsenverslag heeft geen betrekking op de paarden die het voorwerp uitmaken van de bestemmingsbeslissing en is dus evenmin pertinent. VII-41.851-10/14 In zijn verzoekschrift (titel 3 ‘Belang van de paarden’) geeft verzoekende partij nog aan dat hij inmiddels bepaalde maatregelen getroffen heeft, zoals de tussenkomst van een hoefsmid, het verlichten en verluchten van de stal, het afsluiten van de mesthoop enz… Hij levert hiervan evenwel het bewijs niet. Bovendien toont hij niet aan dat hij deze maatregelen getroffen had vóór de bestreden beslissing en zelfs indien dit het geval zou zijn geweest, dan nog had hij verwerende partij hier niet over ingelicht, zodat verwerende partij hier hoe dan ook geen rekening mee kon houden. Verzoekende partij haalt in zijn enig middel eveneens de hoorplicht aan, maar lijkt hier geen schending van aan te voeren. Voor zover als nodig preciseert verwerende partij dat de hoorplicht inderdaad werd nageleefd, gelet op het verhoor van verzoekende partij d.d. 12 september
- Gelet op al het voorgaande dient besloten te worden dat de bestreden beslissing wel degelijk werd ingegeven door het welzijn van de betrokken dieren, dat dit duidelijk uit de bestreden beslissing blijkt en dat verwerende partij zorgvuldig te werk is gegaan alvorens de bestreden beslissing te nemen. Bovendien kan niet ernstig gesteld worden dat de bestreden beslissing manifest onevenredig zou zijn, wanneer men o.a. kijkt naar de vele kansen die men aan verzoekende partij heeft gelaten en het gebrek aan het opvolgen van de opgelegde maatregelen door verzoekende partij”. Beoordeling
- Artikel 4, § 1, van de dierenwelzijnswet van 14 augustus 1986 luidt: “Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen”.
- Verzoeker is van oordeel, in weerwil van wat is opgenomen in de bestreden beslissing, dat zijn paarden steeds gezond waren. Hiermee wil hij zijn eigen interpretatie in de plaats stellen van die van de verwerende partij. Echter, aan de bestreden beslissing kleeft het vermoeden van wettigheid. Om de onwettigheid van de motieven van die beslissing aan te tonen, mag een verzoeker niet volstaan met het louter ontkennen of in vraag stellen van de beoordeling waartoe de overheid is overgegaan, waaronder de feitelijke elementen VII-41.851-11/14 waarop die berust. Het is zaak van een verzoeker om aanwijzingen te verschaffen die het vermoeden wettigen of aantonen dat de door de overheid in aanmerking genomen gegevens niet juist zijn.
- Verzoeker legt een foto voor, zonder bijkomende gegevens waaronder de datum waarop die is genomen, die zou moeten aantonen dat de paarden die het voorwerp uitmaken van de bestreden beslissing wel gezond waren. Die ene foto laat evenwel niet toe om het onderzoek van de verwerende partij tegen te spreken, onder meer omdat niet wordt verduidelijkt welke paarden erop worden afgebeeld en wanneer de foto is genomen. Evenmin kan de beoordeling van de voedingstoestand van de paarden door een dierenarts afbreuk doen aan de vaststellingen die werden gemaakt door de inspectie Dierenwelzijn en die ruimer zijn dan enkel betrekking hebbende op de voedingstoestand, zoals de leefomstandigheden en de gezondheid van de dieren. Een dierenarts attesteert op 6 september 2022 dat drie paarden diergeneeskundige verzorging nodig hebben waaronder een dringende ontworming. Naar de gezondheidstoestand van de paarden wordt uitdrukkelijk verwezen in de bestreden beslissing, waardoor de bewering van de verzoekende partij dat “voorafgaand aan de bestreden beslissing op geen enkel moment werd stilgestaan bij de gezondheid van de paarden” en dat de beslissing “zich enkel op het ontbreken van een tussenkomst van een dierenarts en een hoefsmid” baseert, “zonder dat ook maar wordt gekeken naar de gezondheid van de dieren”, feitelijke grondslag mist. Ook het argument dat het gebrek aan water voor de paarden enkel een momentopname was, is niet van die aard dat het vermoeden van wettigheid van de bestreden beslissing aan het wankelen wordt gebracht.
- Ten slotte beweert verzoeker dat de bestreden beslissing een louter bestraffend karakter heeft. VII-41.851-12/14 Eenmaal een dier in beslag is genomen, dient het volgens artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet een bestemming te bekomen, wat net in het belang van het dier is. De bestreden beslissing kan dan ook niet als louter bestraffend worden beschouwd. Een bestemmingsbeslissing is een bestuurlijke maatregel in het kader van de volksgezondheid en de diergeneeskundige politie.
- Gelet op de historiek en de vaststellingen waarop de bestreden beslissing is gesteund, kan niet worden aangenomen dat de verwerende partij de perken van de redelijkheid is te buiten gegaan door de beslissing van het geven van de paarden in volle eigendom aan een dierenasiel te nemen, die één van de mogelijkheden is die haar door de wetgever zijn toegekend. Daarenboven moet worden geconstateerd dat verzoeker meermaals de kans heeft gekregen om alle op hem rustende verplichtingen die volgen uit de beslissing om dieren te houden, na te komen. Het is pas wanneer bleek dat verzoeker in gebreke bleef om de paarden de nodige verzorging te bieden, dat van overheidswege werd opgetreden, onder meer met de bestreden beslissing.
- Enige schending van de in het middel ingeroepen bepaling en beginselen wordt dan ook niet aannemelijk gemaakt. Voor zover het middel eveneens de schending van de hoorplicht aanvoert, volstaat het erop te wijzen dat verzoeker werd gehoord vóór het nemen van de bestreden beslissing waardoor van een schending van dat beginsel op het eerste gezicht geen sprake kan zijn.
- Het enige middel is niet ernstig. VI. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die VII-41.851-13/14 cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Pierre Lefranc VII-41.851-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.502 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.359 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.