← België

Arrest 256503 - Milieu bescherming - Reglementen - 11/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.503 Rolnummer: A. 223164/VII-40089 Zaak: Arrest 256503 - Milieu bescherming - Reglementen - 11/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-25 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.503 van 11 mei 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.503 van 11 mei 2023 in de zaak A. 223.164/VII-40.089 In zake: de VZW BELGISCHE VERENIGING VAN DE INDUSTRIE VAN PLANTENBESCHERMING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Deltour kantoor houdend te 1030 Brussel Auguste Reyerslaan 80 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013 houdende nadere regels inzake duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest voor niet-land- en tuinbouwactiviteiten en de opmaak van het Vlaams Actieplan Duurzaam Pesticidengebruik. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 251.906 van 21 oktober 2021 is het debat heropend, wordt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende vraag gesteld: VII-40.089-1/4 “Moet artikel 5, lid 1, van richtlijn 2015/1535/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 ‘betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij’ aldus worden uitgelegd dat een verbod op het gebruik van pesticiden die glyfosaat bevatten door gebruikers die niet over een fytolicentie beschikken op terreinen in particulier gebruik wordt geacht betrekking te hebben op een technisch voorschrift dat overeenkomstig het bepaalde in dat artikel bij de Europese Commissie moet worden aangemeld?”, en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee belast na ontvangst van het antwoord van het Hof van Justitie een aanvullend verslag op te stellen. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 december
  3. Op 15 februari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. VII-40.089-2/4 Advocaat Bernard Deltour, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  7. In het verzoek om te worden gehoord voert de raadsman van de verzoekende partij aan dat de brief waarmee het aanvullend verslag werd bezorgd, werd geadresseerd aan de verzoekende partij, “die woonplaats kiest bij …”. Gezien de verzoekende partij en haar raadsman beiden in hetzelfde gebouw zijn gevestigd zou de bewuste zending daardoor niet in eerste instantie aan de raadsman zijn bezorgd waardoor een verkeerde datum als uitgangspunt werd genomen. VII-40.089-3/4 Een gebrekkige organisatie van een advocatenkantoor kan evenwel niet als overmacht worden beschouwd.
  8. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Pierre Lefranc VII-40.089-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.503 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.906 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.