← België

Arrest 256504 - Dierenwelzijn - 11/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.504 Rolnummer: A. 238358/VII-41907 Zaak: Arrest 256504 - Dierenwelzijn - 11/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-25 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.504 van 11 mei 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.504 van 11 mei 2023 in de zaak A. 238.358/VII-41.907 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van het “besluit d.d. 8 december 2022 tot bestemming van de honden, met respectievelijke chipnummers 90011300088414[3] en 981100004842312, in toepassing van artikel 42, §2 van de wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, in volle eigendom gegeven aan het erkend opvangcentrum waar ze momenteel verblijven”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.907-1/6 Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Brecht Geebelen, die loco advocaat Thomas Ryckalts verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Maxime Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. De lokale politie gaat op 8 oktober 2022 over tot een administratieve inbeslagname van de twee honden van de verzoekende partijen.
  6. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 8 december 2022 om de dieren, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: VII-41.907-2/6 dierenwelzijnswet), definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid – Toepassing van de kortedebattenprocedure Standpunt van de partijen
  7. De verwerende partij meldt dat, wat betreft de honden die het voorwerp uitmaken van de onderhavige procedure, één ondertussen werd geëuthanaseerd wegens bijtincidenten en de andere werd geadopteerd door een derde.
  8. De verzoekende partijen omschrijven zelf hun belang in het inleidend verzoekschrift: “Het belang van verzoekende partijen bij de schorsing en nietigverklaring van de onderhavige beslissing is evenwel evident. Het staat dat verzoekende partijen een actueel en wettig nadeel lijden door de bestreden administratieve rechtshandeling. De bestreden beslissing is persoonlijk griefhoudend voor de verzoekende partijen aangezien zij door de bestemmingsbeslissing de eigendom over de honden verliezen. Immers, de honden zijn in volle eigendom gegeven aan een erkend opvangcentrum, waardoor verzoekende partijen het eigendomsrecht erover hebben verloren. De nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing strekt tot voordeel van de verzoekers. Het is de betrachting van dit beroep bij de Raad van State om de honden terug te krijgen die een grote affectieve waarde hebben voor verzoekende partijen. Omtrent het belang kan dan ook geen discussie mogelijk zijn”.
  9. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een VII-41.907-3/6 belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
  10. De betrachting van de verzoekende partijen met hun beroep bij de Raad van State, zo blijkt uit het verzoekschrift, bestaat erin om de honden terug te krijgen. Met deze omschrijving hebben de verzoekende partijen zelf de grenzen van de rechtsstrijd, en dus van hun belang, getrokken.
  11. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de plaatsing door het asiel van de ene hond in een adoptiefamilie en het euthanaseren van de andere hond, om die dieren terug te geven aan de verzoekende partijen. Uit het verzoekschrift blijkt dat dit nochtans is wat de verzoekende partijen nastreven. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan de verzoekende partijen bijgevolg het door hun nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Het recht van toegang van de verzoekende partijen tot de rechter wordt niet in het gedrang gebracht. Er staan voor hen immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen. VII-41.907-4/6
  12. Het beroep is onontvankelijk.
  13. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van het beroep. III. Rechtsplegingsvergoeding
  14. Vermits het beroep wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van respectievelijk de plaatsing in een adoptiefamilie en de euthanasie, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 24 euro.
  17. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. VII-41.907-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Pierre Lefranc VII-41.907-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.504 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.