← België

Arrest 256526 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 12/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.526 Rolnummer: A. 235174/X-18043 Zaak: Arrest 256526 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 12/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-26 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-10 08:59 Fiche Arrest nr 256.526 van 12 mei 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Afstand Schadevergoeding tot herstel als niet verricht beschouwd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.526 van 12 mei 2023 in de zaak A. 235.174/X-18.043 In zake: Franciscus SNELDERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liselotte Rector kantoor houdend te 3000 Leuven Redingenstraat 29 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD MECHELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Wouter Rubens kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 22 november 2021, strekt tot de nietigverklaring van het bevel van de burgemeester van de stad Mechelen van 20 september 2021 tot gedwongen ontruiming op 22 september 2021 van het vaartuig ‘El Solitario’, Keerdok, Winketkaai te 2800 Mechelen, van diens verbod om het verder te bewonen en van zijn beslissing om het te verwijderen van zijn huidige ligplaats. Tevens vordert verzoeker een schadevergoeding tot herstel van 25 euro per dag “dat de boot ten onrechte van hem werd ontnomen”. X-18.043-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 253.856 van 24 mei 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 2 december
  3. Op 27 januari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna : de RvS-wet). III. Beoordeling
  4. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. X-18.043-2/4 Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de RvS-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.
  5. Aangezien geen onwettigheid in het beroep tot nietigverklaring wordt vastgesteld, wordt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel afgewezen en is er geen rolrecht voor verschuldigd. BESLISSING
  6. De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.
  7. De Raad van State verwerpt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
  8. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en, gelet op artikel 30/1, § 2, tweede lid, RvS-wet, op een rechtsplegings- vergoeding van 184,80 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-18.043-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-18.043-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.526 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.856 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.