← België

Arrest 256531 - Overheidsopdrachten - 15/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.531 Rolnummer: A. 236839/XII-9239 Zaak: Arrest 256531 - Overheidsopdrachten - 15/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-10 09:02 Fiche Arrest nr 256.531 van 15 mei 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 256.531 van 15 mei 2023 in de zaak A. 236.839/XII-9239 In zake: de BV SD SERVICE4YOU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luc Beerden en Frederik Niesten kantoor houdend te 3500 Hasselt Bampslaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLITIEZONE LIMBURG REGIO HOOFDSTAD bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Stefano Geebelen kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV DELVEAU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Coppenolle kantoor houdend te 3500 Hasselt Genkersteenweg 302 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het politiecollege van de Politiezone Limburg Regio Hoofdstad, van 4 juli 2022, waarbij de overheidsopdracht voor het takelen van voertuigen wordt gegund aan de bv Delveau. XII-9239-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 254.325 van 16 augustus 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 22 augustus 2022 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 28 november 2022 en 24 november 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
  3. Kamervoorzitter Paul Lemmens heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. XII-9239-2/4 III. Beoordeling
  5. Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het voornoemde besluit van de Regent kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt. Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij, heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het schorsingsarrest.
  6. Na de kennisgeving van dat arrest heeft het politiecollege, bij beslissing van 31 augustus 2022, de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden is het beroep zonder voorwerp geworden, en dient het te worden verworpen. IV. Kosten
  7. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Het rolrecht van 200 euro, en de bijdrage van 22 euro, werd tweemaal overgeschreven. Het past om de verzoekende partij het teveel betaalde bedrag van 222 euro terug te betalen. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep. XII-9239-3/4
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Het door de verzoekende partij ten onrechte betaalde rolrecht van 222 euro dient haar te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Paul Lemmens, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Paul Lemmens XII-9239-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.531 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.325 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.