← België

Arrest 256534 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.534 Rolnummer: A. 237380/VII-41684 Zaak: Arrest 256534 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-10 09:08 Fiche Arrest nr 256.534 van 16 mei 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.534 van 16 mei 2023 in de zaak A. 237.380/VII-41.684 In zake : de BV VANESTATE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sylvia Lagrou kantoor houdend te 2000 Antwerpen Frankrijklei 115, bus 002 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE STAD OOSTENDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dimitri Dedecker kantoor houdend te 8000 Brugge Maria Van Bourgondiëlaan 33a bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 29 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2122-1091 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 25 augustus 2022 in de zaak 2122-RvVb-0576-A. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 17 november 2022 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. VII-41.684-1/3 Er is toepassing gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De memorie van antwoord werd op 4 januari 2023 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. De mogelijkheid om te worden gehoord werd, op verzoek van de auditeur, op 13 en 15 maart 2023 aan de partijen ter kennis gebracht. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De hoofdgriffier heeft melding gemaakt van bovengenoemd artikel 21, tweede lid, bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord, alsook van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Krachtens voormeld artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt. VII-41.684-2/3 BESLISSING
  4. De Raad van State verwerpt het beroep.
  5. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.684-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.534 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.