id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.553 Rolnummer: A. 228876/IX-9595 Zaak: Arrest 256553 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 17/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 09:13 Fiche Arrest nr 256.553 van 17 mei 2023 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.553 van 17 mei 2023 in de zaak A. 228.876/IX-9595 In zake: Jimmy VAN DE PUTTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510 bus 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 20 augustus 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[de] nota nr. 19-50147420 van de CHOD van onbekende datum, die beslist om over te gaan tot benoeming in de graad van Adjudant-Chef van de volgende [zestien] onderofficieren, gepubliceerd op 21 juni 2019”. Met een op 18 juni 2021 ingediend verzoekschrift vordert de verzoekende partij een schadevergoeding tot herstel voor geleden materiële en morele schade. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 253.390 van 29 maart 2022 is het debat heropend. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een aanvullende memorie ingediend. IX-9595-1/5 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een aanvullend verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 14 maart 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 8 mei
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feitelijke toedracht van de zaak is uiteengezet in arrest nr. 253.390 van 29 maart
- Er wordt naar verwezen. IX-9595-2/5 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- In het inleidend verzoekschrift heeft verzoeker drie middelen aangevoerd, die gericht zijn tegen de gevolgde procedure voor de bevordering in de hogere graad van adjudant-chef in het algemeen en tegen de aan hem in die procedure toegekende scores.
- In het voormelde tussenarrest stelt de Raad van State vast dat verzoeker ingevolge zijn oppensioenstelling geen actueel belang meer heeft bij het beroep. Anders zou het zijn, zo overweegt nog de Raad, “indien de verwerende partij zich ingevolge de nietigverklaring voor de verplichting gesteld ziet worden om verzoeker als rechtsherstel de bevordering te verlenen met terugwerkende kracht”. Vastgesteld wordt evenwel, dat verzoeker in geen van de drie aangevoerde middelen een dergelijke verplichting doet gelden. Vervolgens overweegt de Raad: “
- Wat voorafgaat noopt tot het besluit dat verzoeker, zoals de zaak thans voorligt, niet langer doet blijken van het rechtens vereiste belang bij het beroep.
- Een beoordeling van de middelen is evenwel nog steeds vereist, met het oog op het onderzoek van verzoekers vordering tot betaling van een schadevergoeding tot herstel.
- Hierna zal worden vastgesteld dat verzoeker de kans moet krijgen om op grond van een aanvullend administratief dossier eventueel nieuwe middelen aan te voeren. De Raad van State kan hierop niet vooruitlopen en mag dus voorshands niet uitsluiten dat een nieuw middel wordt aangevoerd dat, indien gegrond, de rechtsplicht omvat om verzoeker met terugwerkende kracht te benoemen. Onder dat voorbehoud is het beroep niet ontvankelijk.”
- Verzoeker heeft na de heropening van het debat en de inzage van het aanvullend dossier een aanvullende memorie ingediend, waarin hij het derde middel nader uitwerkt maar waarin hij geen nieuwe middelen aanvoert, laat staan een middel “dat, indien gegrond, de rechtsplicht omvat om verzoeker met terugwerkende kracht te benoemen”. IX-9595-3/5 Verzoeker erkent overigens in zijn laatste memorie uitdrukkelijk dat hij “inderdaad geen bijkomende argumenten aangaande enige rechtsplicht tot retroactieve benoeming [heeft] uitgewerkt” en hij vraagt de Raad van State enkel nog om te “zeggen voor recht dat de middelen gegrond zijn met het oog op het onderzoek van [zijn] vordering tot betaling van een schadevergoeding tot herstel”.
- Het gemaakte voorbehoud is dan ook niet ingelost en het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk.
- Een beoordeling van de middelen is evenwel nog steeds vereist, met het oog op het onderzoek van verzoekers vordering tot betaling van een schadevergoeding tot herstel. De rechtspleging wordt binnen die grenzen voortgezet. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De Raad van State heropent het debat over het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. IX-9595-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9595-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.553 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.390 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div