← België

Arrest 256573 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.573 Rolnummer: A. 239083/X-18395 Zaak: Arrest 256573 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-25 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 09:21 Fiche Arrest nr 256.573 van 23 mei 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.573 van 23 mei 2023 in de zaak A. 239.083/X-18.395 In zake: Lise RUYFFELAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Brecht Heirman kantoor houdend te 9041 Oostakker Orchideestraat 61 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Eyskens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 mei 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Gent van 17 november 2022, houdende ‘het aanleggen van bushaltes ‘Puinstraat en Kasteellaan’, op de Ferdinand Lousbergkaai – ontwerpplannen – goedkeuring’.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 mei 2023, om 10.00 uur. X-18.395-1/6 Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lauren De Maertelaere, die loco advocaat Brecht Heirman verschijnt voor verzoekster en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoekster woont aan de Ferdinand Lousbergkaai te Gent. Voor haar woning bevindt zich een met klinkers verharde parkeerstrook (hierna: de bestaande parkeerstrook). Aan de overzijde van de straat is op de geasfalteerde rijbaan met wegmarkeringen een bushalte aangeduid (hierna: de bestaande gemarkeerde bushalte). 4.
  5. Op 17 november 2022 neemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent het bestreden besluit waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Motivering In het kader van het proces ‘Heraanleg wegen’ is voorzien dat, na het voeren van overleg met de diverse diensten, aan de hand waarvan het voorontwerp en ontwerp worden opgemaakt, de plannen voor goedkeuring voorgelegd worden aan het bestuur. […] Oorsprong van het dossier: De haltes op Ferdinand Lousbergkaai zijn niet volgens de laatste normen aangelegd. We wensen deze integraal toegankelijk te maken. […] X-18.395-2/6 De haltes Puinstraat en Kasteellaan op de Ferdinand Lousbergkaai worden aangelegd zodat ze toegankelijk zijn voor iedereen. Er wordt een uitgestulpte halte met Kasselse boordsteen en blindengeleiding voorzien en een oversteekplaats met zebrapad. De nieuw uitgestulpte haltes langs de kant van het water worden begrensd door groen. Zo zijn ze extra zichtbaar in de straat. […] De rijweg wordt in asfalt voorzien, de voetpaden en haltes in betonklinkers 22/
  6. […] Verhardingsbalans Bestaande toestand Ontworpen toestand Verschil Verharding 827 m² 100 % 806 m² 97 % -3 % […] Groen 0 m² 0% 21 m² 3% +3% […] Er zijn geen verwervingen nodig. Deze werken zijn volgens het vrijstellingsbesluit vrijgesteld van vergunning. Er zal dan ook geen omgevingsvergunning aangevraagd worden voor deze werken.” 4.
  7. Bij het bestreden besluit hoort een grafisch plan. Uit dit plan blijkt dat ter hoogte van de bestaande gemarkeerde bushalte het asfalt vervangen zal worden door een nieuwe verharding en twee driehoekige groenzones, zodat een “uitgestulpte” bushalte wordt gecreëerd. De bestaande parkeerstrook zal – zoals de rest van de rijbaan – worden geasfalteerd. IV. Grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
  8. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts bij uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. X-18.395-3/6 V. Voorwaarde van een ernstig middel Het aangevoerde enige middel 6.
  9. Het enige middel is genomen uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de formelemotiveringswet), artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 ‘tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is’ (hierna: het vrijstellingsbesluit) en artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. 6.
  10. Verzoekster wijst er op dat in het bestreden besluit wordt gemotiveerd dat de werken volgens het vrijstellingsbesluit vrijgesteld zijn van een omgevingsvergunning. Deze motivering is volstrekt niet toereikend “nu de verwerende partij op geen enkele wijze motiveert om welke redenen de voorziene werkzaamheden zouden zijn vrijgesteld”. Er wordt in de bestreden beslissing niet eens verwezen naar het concrete artikel van het vrijstellingsbesluit waarop de verwerende partij zich meent te kunnen steunen. Gelet op het feit dat de bestreden beslissing werkzaamheden op het openbaar domein voorziet, vermoedt verzoekster dat de verwerende partij toepassing beoogt te maken van artikel 10 van het vrijstellingsbesluit dat onder meer een vrijstelling voorziet voor “het geheel of gedeeltelijk wijzigen van een bestaande verharding”. Verzoekster meent dat in casu niet zonder meer sprake is van het wijzigen van een bestaande verharding, nu het tracé van de rijweg wordt verplaatst en de bestaande parkeerstrook verdwijnt. Er is naar het oordeel van verzoekster “aldus sprake van een vergunningsplichtige wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg, vermits een deel van de huidige bestaande gemeenteweg wordt afgeschaft ten voordele van een uitgestulpte bushalte”. Er kan geen redelijke betwisting bestaan nopens het feit dat zowel de aanleg en de wijziging van een gemeenteweg, als de aanleg van een bushalte moeten worden beschouwd als constructies, die principieel vergunningsplichtig zijn. X-18.395-4/6 Beoordeling
  11. Zoals verzoekster in haar verzoekschrift schrijft, betreft het bestreden besluit “de heraanleg van het openbaar domein”. Geen der partijen houdt voor dat er enige wijziging zou gebeuren aan de rooilijnen van de Ferdinand Lousbergkaai.
  12. In het bestreden besluit wordt uitdrukkelijk gemotiveerd dat het openbaar domein waarop het bestreden besluit betrekking heeft in de bestaande toestand voor 100 % verhard is. Door de voorziene werken zal deze verharding gewijzigd worden in, enerzijds, 97 % verharding, die – nog steeds met de woorden van het bestreden besluit zelf – zal bestaan uit asfalt, betonklinkers en Kasselse boordsteen en, anderzijds, 3 % groen. Prima facie is aldus afdoende gemotiveerd dat de uit te voeren werken te aanzien zijn als “het […] wijzigen van een bestaande verharding” in de zin van artikel 10, 2°, van het vrijstellingsbesluit. Dat in het bestreden besluit enkel sprake is van “het vrijstellingsbesluit” en niet naar een precies artikel van dit besluit wordt verwezen betekent op het eerste gezicht niet dat de formelemotiveringswet geschonden zou zijn.
  13. Voorts lijkt verzoekster er ten onrechte aan voorbij te gaan dat ook (uitgestulpte) bushaltes en publieke parkeerstroken integraal deel uitmaken van een gemeenteweg. Voorshands wordt aangenomen dat het bestreden besluit niet meer dan een andere inrichting van de Ferdinand Lousbergkaai betreft en geen verplaatsing of gedeeltelijke afschaffing van deze gemeenteweg.
  14. De conclusie is dat verzoekster prima facie geen schending van de aangevoerde rechtsregels aannemelijk maakt.
  15. Het enige middel is niet ernstig. X-18.395-5/6 VI. Conclusie
  16. Ten minste één van de voorwaarden waaraan cumulatief moet zijn voldaan opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden toegewezen, is niet vervuld. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt de vordering.
  18. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jan Clement X-18.395-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.573 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.