← België

Arrest 256583 - Overheidsopdrachten - 24/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.583 Rolnummer: A. 238922/XII-9365 Zaak: Arrest 256583 - Overheidsopdrachten - 24/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-25 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-10 09:26 Fiche Arrest nr 256.583 van 24 mei 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 256.583 van 24 mei 2023 in de zaak A. 238.922/XII-9365 In zake: de NV BNP PARIBAS FORTIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Linde Bevernaege en Devin Kumpen kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lore Derdeyn en Matthias Castelein kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c 113b bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 20 april 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de op 31 maart 2023 door [de minister van Financiën] genomen gemotiveerde beslissing tot niet-selectie van BNP Paribas Fortis in het kader van de mededingingsprocedure met onderhandeling over de terbeschikkingstelling en het beheer van een systeem van betaalrekeningen voor de behoeften van de federale overheid en de uitvoering van betalingsdiensten vanaf deze betaalrekeningen”. De vordering strekt tevens tot het opleggen, bij wijze van voorlopige maatregel, van het verbod om de offertes van de andere inschrijvers te openen vooraleer de nv BNP Paribas Fortis de mogelijkheid heeft gehad om onder gelijke voorwaarden een offerte in te dienen. XII-9365-1/23 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 mei
  3. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaten Linde Bevernaege, Devin Kumpen en Carolien Michielsen, loco advocaat David D’Hooghe, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Castelein, die loco advocaat Lore Derdeyn verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor diensten met als voorwerp ‘De terbeschikkingstelling en het beheer van een systeem van betaalrekeningen voor de behoeften van de federale overheid en de uitvoering van betalingsdiensten vanaf deze betaalrekeningen’. 3.
  6. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. Er wordt gekozen voor een mededingingsprocedure met onderhandeling. 3.
  7. De volgende bepalingen uit ‘bestek nr. S&L/DA/2016/036-1’ (hierna: selectieleidraad) zijn in deze zaak relevant: XII-9365-2/23 “D.1.
  8. Eén aanvraag tot deelneming per kandidaat […] Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten moeten de elektronische verzending en ontvangst van de aanvragen tot deelneming en de offertes gebeuren via elektronische communicatie. D.1.
  9. Elektronische indiening van aanvragen tot deelneming De aanbestedende overheid schrijft het gebruik van elektronische middelen voor met betrekking tot de indiening van aanvragen tot deelneming. De elektronische aanvragen tot deelneming moeten worden verzonden via de website e-tendering https://eten.publicprocurement.be, die de naleving van de voorwaarden van artikel 14, §§ 6 en 7, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten waarborgt. Het rapport over de indiening van de aanvraag tot deelneming, de bijlagen en het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) [moeten] voorzien zijn van een gekwalificeerde elektronische handtekening van de kandidaat of zijn gemachtigde (artikel 43 van het Koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren). De aanvraag wordt dus elektronisch op een globale manier ondertekend door ondertekening van het desbetreffende indieningsrapport. De aandacht van de kandidaten wordt gevestigd op het feit dat de gekwalificeerde elektronische handtekening wordt gezet met de elektronische identiteitskaart van de persoon die de kandidaat rechtsgeldig kan binden. Deze gekwalificeerde elektronische handtekening moet die zijn van de persoon of personen die bevoegd is/zijn om de kandidaat te binden (of van elk lid van de groepering wanneer de kandidaat een groepering is). Aangezien het versturen van een offerte per e-mail niet voldoet aan de vereisten van artikel 14, § 7 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, is het niet toegestaan om op deze manier een aanvraag tot deelneming in te dienen. Door het enkele feit dat hij zijn aanvraag tot deelneming langs elektronische weg verzendt, aanvaardt de kandidaat dat de gegevens van zijn offerte door het ontvangstapparaat worden geregistreerd. Meer informatie is te vinden op: http://www.publicprocurement.be of via het telefoonnummer van de helpdesk e-procurement: +32

(0)2 740 80 00. BELANGRIJK De verantwoordelijkheid voor de tijdige indiening van de aanvraag tot deelneming ligt uitsluitend bij de kandidaat. Te laat ingediende aanvragen tot deelneming worden automatisch afgewezen. Kandidaten wordt aangeraden zich uiterlijk de dag vóór de opening van de aanvragen tot deelneming te registreren, zodat zij contact kunnen opnemen met de helpdesk e-procurement om eventuele problemen met de toegang tot https://eten.publicprocurement.be/ op te lossen. De kandidaat dient er rekening mee te houden dat de omvang van een afzonderlijk elektronisch ingediend bestand niet groter mag zijn dan XII-9365-3/23 80 MB en dat het totaal van alle bestanden niet groter mag zijn dan 350 MB. Door het indienen van een aanvraag tot deelneming aanvaardt de kandidaat alle bepalingen van deze selectiegids. In geval van tegenstrijdigheid tussen de aanvraag en deze gids, prevaleert deze laatste. […] D.3. Ondertekening van de aanvragen tot deelneming De gekwalificeerde elektronische handtekening(
  1. en)moet(
  2. en)worden afgegeven door de persoon (personen) die bevoegd of gemachtigd is (zijn) om de kandidaat/kandidaten te binden. In het geval van een groepering van ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid moet, bij ontstentenis van een vertegenwoordiger die bevoegd is de groepering te binden, elke deelnemer aan de groepering het indieningsrapport ondertekenen. Wanneer het indieningsrapport door een gevolmachtigde wordt ondertekend, moet de gevolmachtigde duidelijk zijn of haar volmachtgever(
  3. s)vermelden. De gevolmachtigde voegt de elektronische authentieke of onderhandse akte waarbij hem zijn bevoegdheden zijn verleend of een gescande kopie van de volmacht bij. De gevolmachtigde vermeldt, in voorkomend geval, het nummer van de bijlage bij het Belgisch Staatsblad waarin het uittreksel van de betrokken handeling is bekendgemaakt, met opgave van de bladzijde(
  4. n)en/of de passage(
  5. n)in kwestie. De aanvraag tot deelneming moet worden ondertekend door een bevoegd persoon die gemachtigd is om de vennootschap te verbinden. Deze persoon mag geen afgevaardigde van het dagelijks bestuur zijn, tenzij hij/zij krachtens de statuten of krachtens een mandaat vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft, rekening houdend met de omvang van de opdracht en het ontbreken van dringende noodzaak (voor het dagelijks bestuur) om de aanvraag tot deelneming te ondertekenen (in het licht van de voorziene termijnen voor de indiening van aanvragen tot deelneming in artikel D.4).” 3.4. Blijkens het proces-verbaal van opening van 16 september 2022 werden drie aanvragen tot deelneming ingediend, waaronder die van de verzoekende partij. 3.5. Het evaluatieverslag dateert van 23 januari 2023. De aanvraag van de verzoekende partij wordt onregelmatig beschouwd, als volgt: “BNP Overwegende dat uit het PV van opening blijkt dat de aanvraag tot deelneming van BNP elektronisch ondertekend werd door [J.V.] op 14.09.2022; XII-9365-4/23 Overwegende dat door BNP bij zijn aanvraag tot deelneming een authentieke volmacht werd gevoegd die werd gepubliceerd in de bijlage bij het Belgisch Staatsblad met nummer 22068672 Overwegende dat uit de bijlage bij het Belgisch Staatsblad met nummer 22068672 blijkt dat de volmacht wordt verleend om BNP te verbinden aan de personen nominatief opgelijst in de volmacht, gezamenlijk met twee tekenend of ieder van hen gezamenlijk met een bestuurder, tevens lid van het directiecomité; Overwegende dat het indieningsrapport op e-tendering bij de opening van de aanvragen tot deelneming slechts één enkele handtekening bevat, namelijk van [J.V.], die nominatief werd opgelijst in voornoemde volmacht, en bijgevolg niet de vereiste dubbele handtekening bevat; Overwegende dat de aanvraag tot deelneming van BNP een door de kandidaat zelf opgeladen indieningsrapport bevat, dat duidelijk vermeldt ‘het indieningsrapport is niet ondertekend’; Overwegende dat er door middel van Adobe Sign een aparte ondertekening van voormeld document bijhorende bij de aanvraag tot deelneming plaatsvond en deze ondertekening geschiedde door [J.V.] en [B.G.]; Overwegende dat de selectieleidraad met referentie S&L/DA/2016/036-1 die van toepassing is op onderhavige overheidsopdracht het volgende stelt: ‘De aanvraag wordt dus elektronisch op een globale manier ondertekend door ondertekening van het desbetreffende indieningsrapport. Deze gekwalificeerde elektronische handtekening moet die zijn van de persoon of personen die bevoegd is/zijn om de kandidaat te binden (of van elk lid van de groepering wanneer de kandidaat een groepering is)’; Overwegende dat de ‘Handleiding e-Tendering voor ondernemingen’ zoals beschikbaar op de e-tendering-website het volgende stelt: ‘OPGELET: De regels voor toekenning van opdrachten in de klassieke en NUTS-sector leggen voortaan aan inschrijvers de verplichting op om het indieningsrapport dat gegenereerd wordt door het platform te ondertekenen. De offertes waarvoor het indieningsrapport niet wordt getekend, zullen door de aanbestedend(
  6. e)overheid worden geweigerd. Dit betekent dat een elektronische handtekening geplaatst op een document dat deel uitmaakt van de indiening (voorbeeld: een getekend PDF-bestand dat de offerte bevat) niet in aanmerking zal worden genomen door de aanbestedende overheid’; Overwegende dat deze bepaling mutatis mutandis van toepassing is op de ondertekening van aanvragen tot deelnemingen in onderhavige overheidsopdracht, aangezien de aanbestedende overheid vrijwillig de regels die gelden inzake de ondertekening van offertes van toepassing heeft verklaard op de ondertekening van de aanvragen tot deelneming; Overwegende dat een apart correct uitgevoerde ondertekening van een document van de aanvraag tot deelneming via een getekend PDF-bestand niet volstaat, en aldus niet mag worden voorbijgegaan aan de vereiste van een geldige ondertekening van het indieningsrapport (Raad van State, 30 december 2019, 246.539, CVBA TOREON); XII-9365-5/23 Overwegende dat enkel de correcte, globale ondertekening van het indieningsrapport de authenticiteit en integriteit van de ingediende documenten waarborgt, en dat het aanvaarden van een ondertekening door de bevoegde personen van een document van de aanvraag tot deelneming, waarvan niet blijkt dat dit op elektronisch gekwalificeerde wijze is gebeurd, terwijl deze correcte ondertekeningen niet aanwezig zijn op het eigenlijke indieningsrapport, fundamenteel indruist tegen de bepalingen van de toepasselijke selectieleidraad, en bijgevolg een substantiële onregelmatigheid inhoudt in de zin van artikel 76, § 1 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.” 3.6. In de selectiebeslissing van 31 maart 2023 wordt de aanvraag van de verzoekende partij onregelmatig beschouwd, als volgt: “IV. Onderzoek van de regelmatigheid van de offertes (evaluatieverslag, 4.2) Overeenkomstig artikel 76 van het Koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, werden de aanvragen van de kandidaten onderzocht vanuit het oogpunt van de regelmatigheid. De aanbestedende overheid is overgegaan tot de controle of de aanvragen tot deelneming van Belfius, BNP en Bpost-Speos ondertekend werden door de personen die bevoegd of gemachtigd zijn om de aanvragen tot deelneming te ondertekenen. Overwegende dat uit dit onderzoek is gebleken dat de aanvragen tot deelneming van Belfius en Bpost-Speos ondertekend werden door de personen die bevoegd of gemachtigd zijn om de aanvragen tot deelneming te ondertekenen; Dat de aanvraag tot deelneming van BNP niet op een elektronisch gekwalificeerde wijze is gebeurd en de correcte handtekeningen niet aanwezig zijn op het indieningsrapport in e-procurement; Dat bijgevolg de aanvraag van BNP is aangetast door een substantiële onregelmatigheid in de zin van artikel 76, § 1 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren. Om deze redenen: - wordt de offerte van Belfius als regelmatig beschouwd. - wordt de offerte van Bpost-Speos als regelmatig beschouwd. - wordt de offerte van BNP als onregelmatig beschouwd.” Dit is de bestreden beslissing. XII-9365-6/23 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging 5.1. De verzoekende partij dient op 5 mei 2023 een “pleitnota” in. Deze strekt er in hoofdzaak toe te reageren op het antwoord van de verwerende partij ten aanzien van het eerste middel, “in het bijzonder het standpunt dat de ondertekening door [B.G.] geen gekwalificeerde elektronische handtekening zou uitmaken”. Dit standpunt is volgens de verzoekende partij geheel nieuw en zat niet vervat in de bestreden beslissing en het dossier. De verwerende partij dient op 10 mei 2023 een “replieknota” in “om aan te tonen dat de bestreden beslissing wel degelijk (volkomen terecht) steunt op het motief dat de aanvraag tot deelneming […] niet is ondertekend middels de vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening”. 5.2. De procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid om een aanvullende nota als een processtuk neer te leggen, noch werd erom gevraagd door de Raad van State of het Auditoraat. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of de beoordeling van de middelen, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de pleitnota een reactie vormt op dergelijke nieuwe feiten, kan ze bij de zaak worden betrokken. In zoverre ze geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van het pleidooi ter zitting van de XII-9365-7/23 verzoekende partij, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. Hetzelfde geldt voor de aanvullende nota van de verwerende partij, voor zover die een repliek bevat op de pleitnota van de verzoekende partij. VI. Onderzoek van het eerste middel en het tweede onderdeel van het tweede middel, samen genomen Standpunt van de partijen 6. De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van het beginsel patere legem quam ipse fecisti en van de artikelen 43, § 1, en 44, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 8 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017). 6.1. Zij licht toe dat de aanvraag tot deelneming die door haar werd ingediend, wel degelijk correct werd ondertekend door de daartoe bevoegde personen, in overeenstemming met de bepalingen D.1.2 en D.3 van de selectieleidraad en eveneens zonder miskenning van de artikelen 43, § 1, en 44, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, bepalingen die gelden voor de ondertekening van offertes en die de verwerende partij vrijwillig van toepassing heeft verklaard op de ondertekening van de aanvragen tot deelneming. Zij heeft aan deze bepalingen en bijhorende vereisten wel degelijk voldaan, als volgt:
(1)De verzoekende partij heeft het indieningsrapport voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening die uitgaat van personen die gemachtigd zijn haar te verbinden. De aanvraag tot deelneming is globaal en rechtsgeldig ondertekend via het bijgevoegde indieningsrapport. Er wordt niet betwist dat het indieningsrapport te dezen werd ondertekend door de daartoe gevolmachtigden J.V. en B.G. Dit indieningsrapport, dat als pdf-document bij haar aanvraag tot deelneming is gevoegd, bevat een gekwalificeerde elektronische handtekening van deze twee personen, waarbij werd XII-9365-8/23 gebruikgemaakt van “Adobe Sign” dat gekoppeld is aan de e-ID van de betrokken ondertekenaar. Noch uit de betrokken bepalingen van de selectieleidraad, noch uit de aangehaalde bepalingen van het koninklijk besluit plaatsing 2017 blijkt “via welk(e) ‘medium’ of ‘tool’” de gekwalificeerde elektronische handtekening op het indieningsrapport moet worden geplaatst. Een van de mogelijkheden daarvoor bestaat erin om die handtekening rechtstreeks via het e-tenderingplatform zelf te plaatsen, doch er zijn andere mogelijkheden. “In dezelfde geest zegt de vermelding dat de gekwalificeerde handtekening niet (voor beide betrokkenen) via het e-tendering platform is geplaatst, niets over de regelmatigheid van de ondertekening van het indieningsrapport”.
(2)De verzoekende partij heeft de aanvraag tot deelneming tijdig via het e-tenderingplatform ingediend. Dit wordt bevestigd in het evaluatieverslag. Zij heeft het regelmatig ondertekend pdf-document van het indieningsrapport als laatste document (document nr. 10 van de aanvraag tot deelneming) opgeladen op 15 september 2019 om 14:17:46 EST, zodat hiermee in een globale ondertekening van alle bij de aanvraag tot deelneming gevoegde documenten wordt voorzien.
(3)Zoals ook in het evaluatieverslag wordt bevestigd, heeft de verzoekende partij bij haar aanvraag tot deelneming een authentieke volmacht gevoegd waaruit blijkt dat de twee betrokken personen gemachtigd zijn om de nv BNP Paribas Fortis gezamenlijk rechtsgeldig te verbinden. De verwijzing in het evaluatieverslag naar het arrest van de Raad van State van 30 december 2019, nr. 246.539, cvba Toreon, is volgens de verzoekende partij onterecht, omdat te dezen wel degelijk een indieningsrapport voorligt dat rechtsgeldig werd ondertekend door degenen die gerechtigd zijn om de verzoekende partij te verbinden. De verwerende partij is “als het ware verblind door de overtuiging dat de gekwalificeerde ondertekening enkel rechtstreeks via het e-tendering platform rechtsgeldig kon gebeuren”. 6.
  1. De verzoekende partij besluit dat door te oordelen dat haar aanvraag tot deelneming substantieel onregelmatig is omdat “de aanvraag tot deelneming van BNP niet op een elektronische gekwalificeerde wijze is gebeurd XII-9365-9/23 en de correcte handtekeningen niet aanwezig zijn op het indieningsrapport in e-procurement” de verwerende partij de in het middel aangehaalde bepalingen heeft miskend.
  2. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 42, § 2, 43, § 1, en 44, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, artikel 38, § 4, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) en van het materiëlemotiveringsbeginsel en het mededingingsbeginsel. 7.
  3. In een eerste onderdeel voert zij aan dat, in zoverre de verwerende partij “vrijwillig” de regels die gelden inzake ondertekening van offertes (zoals de artikelen 42, § 2, 43, § 1, en 44, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017), van toepassing heeft verklaard op de ondertekening van de aanvragen tot deelneming, middels de bepalingen D.1.2 en D.3 van de selectieleidraad, daarvoor geen wettelijke grondslag, minstens geen redelijke verantwoording bestaat. 7.
  4. In een tweede onderdeel houdt zij voor dat minstens de specifieke bepaling volgens dewelke de vereiste gekwalificeerde handtekeningen uitsluitend rechtstreeks via het e-tenderingplatform mogen worden geplaatst, onwettig is. Deze verplichting gaat verder dan hetgeen overeenkomstig de artikelen 42, 43 en 44 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 ten aanzien van de ondertekening van offertes is voorzien. Die artikelen bepalen immers niet “via welk(e) ‘medium’ of ‘tool’” de gekwalificeerde elektronische handtekening op het indieningsrapport moet worden geplaatst. Een dergelijke verstrenging gaat in tegen de basisprincipes vervat in artikel 38 van de wet overheidsopdrachten
  5. Bovendien bestaat er geen enkele redelijke verantwoording voor een dergelijke verplichting. Door haar aanvraag tot deelneming als substantieel onregelmatig af te wijzen wegens niet rechtsgeldige ondertekening, heeft de verwerende partij dan ook toepassing gemaakt van een onwettige bepaling van de selectieleidraad, die overeenkomstig artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden verklaard. XII-9365-10/23
  6. In haar nota met opmerkingen stelt de verwerende partij vast dat de middelen in wezen beogen om de substantiële onregelmatigheid van de aanvraag tot deelneming te ontkrachten, terwijl de verzoekende partij op manifeste wijze niet de vereiste diligentie bij de indiening van haar aanvraag tot deelneming aan de dag heeft gelegd. De verzoekende partij kan haar eigen manifeste onzorgvuldigheid naar aanleiding van de elektronische ondertekening van haar aanvraag tot deelneming niet a posteriori afwentelen op de zorgvuldig omschreven en in elk geval aan eenieder a priori transparant gestelde vereiste van de gekwalificeerde elektronische handtekening in de selectieleidraad. 8.
  7. Wat het eerste middel betreft, werpt de verwerende partij voorafgaand een exceptie van gebrek aan belang op. Zij wijst erop dat de verzoekende partij in de loop van de plaatsingsprocedure geen enkele opmerking heeft geformuleerd bij de voorgeschreven procedure inzake elektronische indiening en ondertekening van de aanvragen tot deelneming, terwijl de selectieleidraad uitdrukkelijk in de mogelijkheid daartoe voorziet. Evenmin heeft de verzoekende partij vóór de indiening van haar aanvraag tot deelneming op de één of andere manier gesignaleerd dat het voor haar niet mogelijk zou zijn om te voldoen aan deze uitdrukkelijk in de selectieleidraad opgenomen selectievereiste van een globale ondertekening van de aanvraag tot deelneming. Overigens slaagden de overige kandidaten hier kennelijk wel in. De verzoekende partij kan niet ernstig beweren dat de verwerende partij de mededinging nodeloos beperkt, nu zij op geen enkele manier aantoont waarom zij (of andere geïnteresseerde marktpartijen) niet aan de in de selectieleidraad gestelde vereiste inzake de gekwalificeerde elektronische handtekening konden voldoen. Te dezen stelt de verwerende partij vast dat zelfs in het verzoekschrift geen enkele (technische) overmachtssituatie wordt ingeroepen die een gebrekkige ondertekening van de aanvraag tot deelneming zou kunnen verschonen. Zodoende bevestigt de verzoekende partij dat haar niet-selectie louter en alleen te wijten is aan haar eigen onzorgvuldigheid en nalatigheid. Ten overvloede kan er nog op worden gewezen dat de verzoekende partij – zoals zij overigens zelf aangeeft in het verzoekschrift – op 15 september 2022, dit is één dag vóór de uiterste indieningsdatum, de volledige aanvraag tot deelneming heeft opgeladen. Hieruit volgt dat – voor zover zij al problemen ondervonden zou hebben bij de ondertekening door B.G. – zij perfect een bijzondere volmacht aan J.V. had kunnen verstrekken overeenkomstig de XII-9365-11/23 statuten, doch dat zij kennelijk heeft nagelaten om in een rechtsgeldige alternatieve oplossing te voorzien. Wegens een manifest gebrek aan zorgvuldigheid bij de elektronische indiening en ondertekening van de aanvraag tot deelneming ligt de oorzaak van de niet-selectie integraal bij de verzoekende partij. Bijgevolg kunnen de aangevoerde middelen niet leiden tot het “regulariseren” van de aanvraag tot deelneming na de indiening ervan. 8.
  8. Ten gronde stelt de verwerende partij, met verwijzing naar de punten D.1.1, D.1.2 en D.3 van de selectieleidraad, dat het indieningsrapport “globaal” elektronisch diende te worden ondertekend door middel van een “gekwalificeerde elektronische handtekening”. Zij stelt dat er twee schendingen zijn gebeurd:
(1)de ondertekening door B.G. is géén gekwalificeerde elektronische handtekening en
(2)de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij is niet “globaal” ondertekend via het indieningsrapport rechtstreeks op het elektronisch platform e-tendering.
(1)Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (hierna: eIDAS-verordening) voorziet in diverse types van elektronische handtekeningen die telkens een verschillend niveau van veiligheid garanderen. Een elektronische handtekening is slechts “gekwalificeerd” te noemen in de zin van de selectieleidraad indien deze elektronische handtekening doet blijken van “gekwalificeerde certificaten” zoals bedoeld in artikel 28 van de eIDAS-verordening en die voldoen aan de eisen vastgesteld in bijlage I van de eIDAS-verordening. Op Belgisch niveau is de definitie van de “gekwalificeerde elektronische handtekening” integraal overgenomen in artikel 2, 9°, van het koninklijk besluit plaatsing
  1. Dergelijke gekwalificeerde elektronische handtekening ontbreekt in de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij: één handtekening beantwoordt wél (die van J.V.) en één handtekening niet (die van B.G.) aan de vereisten van een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3, 12°, van de eIDAS-verordening en artikel 2, 9°, van het koninklijk besluit plaatsing
  2. Overeenkomstig artikel 14, § 7, van de wet XII-9365-12/23 overheidsopdrachten 2016 beschikken de belanghebbenden over de objectieve gegevens, omtrent het gebrek aan een gekwalificeerde elektronische handtekening, die automatisch door het elektronisch platform ter beschikking worden gesteld, zonder dat de verwerende partij deze gegevens in de ene of de andere zin kan “manipuleren”. Anders gezegd, in wezen houdt de verzoekende partij met het eerste middel voor dat het elektronisch platform e-tendering foutief heeft aangeduid op het indieningsrapport dat er géén handtekening was. Integendeel, indien de verzoekende partij daadwerkelijk meent dat de elektronische handtekening van B.G. wel degelijk “gekwalificeerd” is, valt niet in te zien waarom zij niet eenvoudigweg het onderliggende gekwalificeerd certificaat, dat beantwoordt aan de vereisten van bijlage I van de eIDAS-verordening, kan voorleggen als stuk in onderhavige procedure. Onder ‘Signature Properties’ (vrije vertaling: ‘Eigenschappen van de handtekening’) en onder ‘Certificate Viewer’ (vrije vertaling: ‘Controle van het certificaat’) kan het verschil in elektronische handtekening worden vastgesteld: J.V. heeft klaarblijkelijk ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van de eIDAS-verordening terwijl B.G. noch de vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening heeft geplaatst op het indieningsrapport via e-tendering, noch over een gekwalificeerd certificaat beschikt. Zodoende is de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij substantieel onregelmatig aangezien het indieningsrapport slechts met één rechtsgeldige handtekening van de vereiste dubbele handtekening is ondertekend.
(2)Overeenkomstig artikel 14, § 7, van de wet overheidsopdrachten 2016 moeten de belanghebbende partijen kunnen beschikken over “gegevens betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van offertes en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten”. Op die manier wenste de wetgever te garanderen dat partijen de rechtsgeldigheid van ingediende aanvragen tot deelneming, offertes,… objectief kunnen verifiëren (bijvoorbeeld het exacte tijdstip van elektronische indiening). Artikel 42, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 bepaalt dat onder andere in het kader van een mededingingsprocedure met onderhandeling – desgevallend – de aanvragen tot deelneming bij het opladen op het e-tenderingplatform steeds op een globale (lees: niet individuele) manier moeten worden ondertekend op het indieningsrapport (lees: niet op de documenten van de aanvraag tot deelneming zelf). Artikel 43, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 bepaalt dat een globale ondertekening XII-9365-13/23 van het indieningsrapport steeds moet gebeuren via een gekwalificeerde elektronische handtekening. In de bestreden beslissing wordt vastgesteld dat het indieningsrapport niet is ondertekend. Dit blijkt ook ondubbelzinnig uit de door het e-tenderingplatform automatisch gegenereerde status van het door de verzoekende partij opgeladen indieningsrapport. De aanvraag tot deelneming werd niet “rechtstreeks” via het e-tenderingplatform ondertekend maar als een afzonderlijk pdf-document opgeladen. Hierdoor heeft de verzoekende partij in strijd met het essentieel voorschrift van punt D.1.2 van de selectieleidraad gehandeld, dat bepaalt: “De aanvraag wordt dus elektronisch op een globale manier ondertekend door ondertekening van het desbetreffende indieningsrapport.” In de bestreden beslissing wordt omstandig gemotiveerd, met verwijzing naar relevante rechtspraak van de Raad van State, waarom de individuele ondertekening van het indieningsrapport, naast het ontbreken van een gekwalificeerde elektronische handtekening, een bijkomend motief voor de niet-selectie van de verzoekende partij uitmaakt. Eveneens wordt in de bestreden beslissing verwezen naar de publiek beschikbare “Handleiding e-Tendering voor ondernemingen” luidens welke “aan inschrijvers de verplichting [is opgelegd] om het indieningsrapport dat gegen[er]eerd wordt door het platform te ondertekenen”, en “[d]e offertes waarvoor het indieningsrapport niet wordt getekend, […] door de aanbestedend(
  1. e)overheid [zullen] worden geweigerd. Dit betekent dat een elektronische handtekening geplaatst op een document dat deel uitmaakt van de indiening (voorbeeld: een getekend PDF-bestand dat de offerte bevat) niet in aanmerking zal worden genomen door de aanbestedende overheid.” De verzoekende partij heeft een elektronische handtekening geplaatst op een afzonderlijk document (nr. 10) dat deel uitmaakt van de ingediende aanvraag tot deelneming, zodat de verwerende partij niet anders kon dan tot de niet-selectie van de verzoekende partij beslissen. De verwerende partij stelt ten slotte vast dat de verzoekende partij niet op een ernstige manier de in de bestreden beslissing opgenomen verwijzing naar het arrest van de Raad van State van 30 december 2019, nr. 246.539, cvba Toreon, tegenspreekt. De verwerende partij besluit dat in de bestreden beslissing omstandig wordt gemotiveerd waarom het dubbele gebrek aan een gekwalificeerde elektronische handtekening en een globale ondertekening via het indieningsrapport XII-9365-14/23 leiden tot de substantiële onregelmatigheid van de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij. 8.3. Wat het tweede onderdeel van het tweede middel betreft, is de verwerende partij van mening dat het haar niet ten kwade kan worden geduid dat zij in lijn met de vigerende overheidsopdrachtenreglementering het gebruik van het elektronisch platform e-tendering oplegt naar aanleiding van de indiening van de aanvragen tot deelneming. Integendeel, het getuigt op zich zeker niet per definitie van overdreven formalisme indien een aanvraag tot deelneming wordt geweerd indien die niet rechtsgeldig wordt ingediend overeenkomstig de vereisten in de selectieleidraad. In een recent arrest van 9 december 2022, nr. 255.232, bevestigt de Raad van State dat het gebruik van het elektronisch platform veeleer de gelijkheid der inschrijvers bevordert dan die te belemmeren. De handelwijze van de verwerende partij is bijgevolg niet kennelijk onredelijk te noemen. Overigens zal in de toekomst de tendens naar digitalisering van de plaatsingsprocedures en de uitvoering van overheidsopdrachten alleen maar toenemen, mede gelet op de objectieve voordelen ervan die de FOD BOSA eveneens meeneemt bij de vernieuwing van het e-tenderingplatform. Beoordeling Vooraf 9. Artikel 14, § 7, van de wet overheidsopdrachten 2016 luidt: “De gebruikte instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, hierna de ‘elektronische platformen’ genoemd, moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste de waarborg bieden dat: 1° het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van de offertes, van de aanvragen tot deelneming, van de overlegging van de plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld; 2° redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven uiterste data toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige eisen verstrekte informatie; XII-9365-15/23 3° alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen gegevens kunnen vaststellen of wijzigen; 4° tijdens de verschillende fasen van de plaatsing, de uitvoering of van de prijsvraag alleen de gemachtigde personen toegang hebben tot de verstrekte gegevens of tot een gedeelte daarvan; 5° alleen de gemachtigde personen toegang tot de verstrekte gegevens kunnen geven, en dit slechts na de opgegeven datum; 6° de met toepassing van de onderhavige eisen ontvangen en geopende gegevens slechts toegankelijk blijven voor de tot inzage gemachtigde personen; 7° bij een inbreuk op de bepalingen onder 2°, 3°, 4°, 5° of 6° bedoelde toegangsverboden of -voorwaarden, of een poging daartoe, redelijkerwijs kan worden gewaarborgd dat de inbreuk of de poging daartoe zonder problemen kan worden opgespoord. De belanghebbende partijen moeten bovendien kunnen beschikken over gegevens betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van offertes en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten. […].” Artikel 42, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 luidt: “In het kader van een niet-openbare procedure, een mededingingsprocedure met onderhandeling, […] is de individuele handtekening van de kandidaat, wat betreft de aanvraag tot deelneming, niet vereist. Dit is evenmin het geval, wanneer dit voorgelegd moet worden, voor het UEA. Beide voormelde documenten kunnen niettemin, op het ogenblik van het opladen op het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet, op een globale manier getekend worden op het indieningsrapport dat samen gaat met de aanvraag tot deelneming. Als de ondernemer van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, moet het UEA, wanneer dit voorgelegd moet worden, opnieuw worden bijgevoegd en globaal ondertekend naar aanleiding van het in het tweede lid bedoelde indieningsrapport. Wanneer in een volgende fase offertes en hun bijlagen worden ingediend in één van de in het eerste lid bedoelde procedures, wordt evenmin een individuele handtekening vereist op het ogenblik van het opladen op het elektronisch platform bedoeld in artikel 14, § 7, van de wet. Deze documenten worden op een globale manier getekend op het erbij horende indieningsrapport. […].” XII-9365-16/23 Artikel 43, § 1, van hetzelfde besluit luidt: “Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, moet het in artikel 42 bedoelde indieningsrapport ondertekend worden door middel van een gekwalificeerde elektronische handtekening.” Artikel 44, § 2, van hetzelfde besluit luidt: “Als de ondertekening van het indieningsrapport gebeurt door een gemachtigde, vermeldt hij duidelijk zijn volmachtgever of volmachtgevers. De gemachtigde voegt de elektronische authentieke of onderhandse akte toe waaruit zijn bevoegdheid blijkt of een scan van het afschrift van zijn volmacht. […].” Belang bij de middelen 10. De verzoekende partij heeft in haar verzoekschrift inderdaad geen enkele technische overmachtssituatie ingeroepen die een gebrekkige ondertekening van haar aanvraag tot deelneming zou kunnen verschonen. Zij had ook, zoals de verwerende partij stelt, “perfect een bijzondere volmacht aan [J.V.] kunnen verstrekken overeenkomstig de statuten”. Zij heeft evenmin voorafgaand aan de indiening van haar aanvraag tot deelneming enige opmerking aangaande de elektronische ondertekening gemaakt. 11. Deze omstandigheden zijn evenwel op het eerste gezicht niet gelijk te stellen met een “manifest gebrek aan zorgvuldigheid” dat tot gevolg zou hebben dat aan de verzoekende partij het belang bij de middelen dient te worden ontzegd. De verzoekende partij maakt ter zitting aannemelijk dat een rechtstreekse ondertekening van het indieningsrapport op het elektronisch e-tenderingplatform via de werkcomputer van de betrokken gevolmachtigden niet mogelijk bleek als gevolg van “compliance regels”. Voorts, aangezien, zoals hierna zal blijken, een verplichting om het indieningsrapport uitsluitend en rechtstreeks te ondertekenen via het e-tenderingplatform niet voortvloeit uit de selectieleidraad en uit de aangehaalde XII-9365-17/23 bepalingen van het koninklijk besluit plaatsing 2017, kan evenmin om reden dat de verzoekende partij voorafgaand geen opmerkingen heeft gemaakt, haar belang bij het eerste middel worden ontzegd. 12. De exceptie van gebrek aan belang bij de middelen wordt verworpen. Ernst van de middelen 13. Daargelaten de vraag of de verwerende partij de regels die gelden voor de ondertekening van een offerte, middels de bepalingen onder D.1.2 en D.3 van de selectieleidraad, van toepassing kon verklaren op de ondertekening van een aanvraag tot deelneming – vraag die het voorwerp uitmaakt van het eerste onderdeel van het tweede middel – stelt de Raad van State op het eerste gezicht vast dat, noch de voornoemde artikelen 42, § 2, en 43, § 1, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 – zowel wat het rapport ter indiening van een aanvraag tot deelneming betreft, als het rapport ter indiening van een offerte – noch de selectieleidraad, de verplichting stellen om dit indieningsrapport uitsluitend en rechtstreeks te ondertekenen via het e-tenderingplatform. De verzoekende partij maakt aannemelijk dat, – aangezien een rechtstreekse ondertekening van het indieningsrapport op het elektronisch e-tenderingplatform, zoals hiervoor gesteld, niet mogelijk bleek – het indieningsrapport werd gedownload van het platform, elk van de gevolmachtigden J.V. en B.G. het indieningsrapport elektronisch heeft ondertekend, waarna J.V. dit door beiden ondertekend indieningsrapport (via zijn privé-computer) opnieuw heeft opgeladen en zodoende heeft ingediend op het platform. De vermelding “Het indieningsrapport is niet getekend”, dat een automatisch door het elektronisch platform e-tendering gegenereerde vermelding betreft, lijkt op het eerste gezicht het gevolg te zijn van deze gehanteerde werkwijze. De handtekening wordt immers pas na het downloaden van het indieningrapport, via externe software, op dat rapport gezet, waarna dit ondertekend rapport opnieuw wordt opgeladen. XII-9365-18/23 In de ‘e-Tendering Handleiding voor ondernemingen’ (versie 26 november 2021), opgesteld door de FOD Beleid en Ondersteuning, staat deze werkwijze beschreven in punt 4.8.5 ‘Tekenen met eigen software en token (3rd party)’. In het bijzonder wordt gesteld: “Klik onderaan het rapport op de knop […] 3rd Party-methode: ondertekenen met een ander certificaat en externe software. Klik op Indieningsrapport downloaden en sla het bestand op. Je kan nu een handtekening plaatsen. […] Je kan tekenen op verschillende manieren: - Met behulp van de SR-DST software, - Met behulp van je eigen software en token - Met behulp van een programma zoals Acrobat Reader DC. Klik na het ondertekenen op de knop Bladeren (in sommige browsers: Bestand kiezen). Selecteer het ondertekend bestand. Klik op de knop Toevoegen. Een boodschap geeft aan dat het bestand met succes werd opgeladen. Op het tabblad Mijn offerte/aanvraag tot deelneming geeft een boodschap de status van het indieningsrapport weer. De knop Indieningsrapport finaliseren en tekenen is vervangen door de groene knop Indieningsrapport bekijken en tekenen. Wanneer het indieningsrapport getekend is, wordt een mail naar de inschrijver verzonden met het indieningsrapport in formaat PDF en XML als bijlage.” 14. De Raad van State stelt vast dat, als gevolg van het hanteren van deze werkwijze, het indieningsrapport inderdaad niet “rechtstreeks” werd ondertekend op het e-tenderingplatform. Door de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij om die reden te weren, past de verwerende partij een voorschrift toe dat niet terug te vinden is in de selectieleidraad, noch in de voornoemde bepalingen van het koninklijk besluit plaatsing 2017. Integendeel, de ‘e-Tendering Handleiding voor ondernemingen’ beschrijft de werkwijze zoals die door de verzoekende partij is gevolgd, als eveneens geldig. XII-9365-19/23 De verwijzing in het evaluatieverslag naar het arrest van de Raad van State van 30 december 2019, nr. 246.539, cvba Toreon lijkt op het eerste gezicht niet pertinent. In die zaak werden enkel de pdf-bestanden van de offertedocumenten apart (individueel) ondertekend en werd aldus voorbijgegaan aan de vereiste geldige (globale) ondertekening van het indieningsrapport, terwijl de aanvraag tot deelneming te dezen op het eerste gezicht wél “op een globale manier” is ondertekend op het indieningsrapport dat samengaat met de aanvraag tot deelneming, in de zin van artikel 42, § 2, van het koninklijk besluit plaatsing 2017, en zoals verplichtend is gesteld in punt D.1.2 van de selectieleidraad. De omstandigheid dat het ondertekend indieningsrapport “een afzonderlijk document (nr. 10) dat deel uitmaakt van de ingediende aanvraag tot deelneming” betreft, doet niet anders besluiten. De verzoekende partij lijkt in dit verband terecht te stellen dat zij dit pdf-document van het indieningsrapport als laatste document (document nr. 10 van de aanvraag tot deelneming) heeft opgeladen, zodat hiermee in een globale ondertekening van alle bij de aanvraag tot deelneming gevoegde documenten wordt voorzien. De verwerende partij lijkt voorts niet te betwisten dat de verzoekende partij bij haar aanvraag tot deelneming een authentieke akte heeft gevoegd waaruit de bevoegdheid van de betrokken gevolmachtigden blijkt, zoals wordt vereist bij artikel 44, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 “[a]ls de ondertekening van het indieningsrapport gebeurt door een gemachtigde”. 15. De verzoekende partij kan op het eerste gezicht worden bijgevallen dat blijkens het evaluatieverslag en de bestreden beslissing zij lijkt te zijn geweerd omdat “een apart correct uitgevoerde ondertekening […] via een getekend PDF-bestand niet volstaat”. De verwerende partij stelt pas voor het eerst in de nota dat niet alleen geen sprake is van “een globale ondertekening via het indieningsrapport rechtstreeks op het e-tenderingplatform” doch ook dat “de ondertekening door [B.G.] […] géén gekwalificeerde elektronische handtekening [is]”. In ieder geval argumenteert zij pas voor het eerst in die nota waarom volgens haar de handtekening van B.G. op het pdf-document van het indieningsrapport via “Adobe Sign” geen gekwalificeerde elektronische XII-9365-20/23 handtekening in de zin van artikel 3, 12°, van de eIDAS-verordening zou uitmaken. Zij verwijst naar de schermafdrukken van het indieningsrapport, ook weergegeven door de verzoekende partij in haar verzoekschrift, waarbij de vermelding “This is a Qualified Electronic Signature according to EU Regulation 910/2014” niet bij de handtekening van B.G. staat, en op het verschil tussen de vermeldingen “Signature” bij de handtekening van J.V. en “Authentication” bij de handtekening van B.G. Geconfronteerd met dit verweer, verschaft de verzoekende partij in haar pleitnota en ter terechtzitting meer informatie over (de uitgever van) het certificaat ‘Citizen CA’. Zij stelt dat B.G. zijn eID-kaart heeft gebruikt voor de ondertekening van het pdf-document van het indieningsrapport via “Adobe Sign”, en dat dit een gekwalificeerd middel is voor het aanmaken van een elektronische handtekening in de zin van artikel 3, 23°, van de eIDAS-verordening, gesteund op een gekwalificeerd certificaat voor elektronische handtekeningen in de zin van artikel 3, 15°, van de eIDAS-verordening. De verwerende partij verwijst dan weer in haar replieknota naar de officiële software tool “DSS” (Digital Signature Service) van de Europese Unie, aan de hand waarvan de conformiteit van de elektronische handtekeningen op het indieningrapport met de eIDAS-verordening kan worden nagegaan en waaruit zou blijken dat B.G. slechts heeft ondertekend met een “geavanceerde elektronische handtekening”. 16. Het staat niet aan de Raad dit onderzoek ten gronde te voeren. In deze stand van het geding lijkt ermee te kunnen worden volstaan vast te stellen dat de onregelmatigverklaring van de aanvraag tot deelneming van de verzoekende partij, gelet op wat voorafgaat, lijkt te steunen op een onvolkomen onderzoek. VII. Besluit 17. Het eerste middel en het tweede onderdeel van het tweede middel zijn in de besproken mate ernstig. Die conclusie verantwoordt dat de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden gunningsbeslissing wordt bevolen. XII-9365-21/23 VIII. Voorlopige maatregelen 18. De verzoekende partij vraagt dat bij uiterst dringende noodzakelijkheid als voorlopige maatregel het verbod aan de verwerende partij zou worden opgelegd “om de offertes van de andere inschrijvers te openen vooraleer verzoekende partij de mogelijkheid heeft gehad om onder gelijke voorwaarden een offerte in te dienen. Dit om zodoende een gelijke behandeling tussen de inschrijvers te verzekeren en elk nuttig effect van voorliggend schorsingsberoep te waarborgen.” 19. De verwerende partij verklaart ter terechtzitting dat de termijn om offertes in te dienen is verdaagd. In de concrete omstandigheden overtuigt de verzoekende partij niet dat het opleggen van de gevraagde voorlopige maatregel noodzakelijk zou zijn om de gelijke behandeling en de eerlijke mededinging gedurende het verdere verloop van de plaatsingsprocedure te waarborgen. De vordering tot het opleggen van de gevraagde voorlopige maatregel wordt verworpen. IX. Kosten 20. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING 1. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 31 maart 2023 van de minister van Financiën waarbij de aanvraag tot deelneming van de nv BNP Paribas Fortis voor de overheidsopdracht ‘De terbeschikkingstelling en het beheer van een systeem van betaalrekeningen voor de behoeften van de XII-9365-22/23 federale overheid en de uitvoering van betalingsdiensten vanaf deze betaalrekeningen’ als substantieel onregelmatig wordt beschouwd. 2. De Raad van State verwerpt de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Patricia De Somere XII-9365-23/23 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.583 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.