← België

Arrest 256620 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/05/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.620 Rolnummer: A. 239175/X-18401 Zaak: Arrest 256620 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 26/05/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-05-30 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-10 09:38 Fiche Arrest nr 256.620 van 26 mei 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.620 van 26 mei 2023 in de zaak A. 239.175/X-18.401 In zake:

  1. de VZW VRIJHEIDSFONDS
  2. Hans VERREYT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joost Bosquet en Gert Op de Beeck kantoor houdend te 2650 Edegem (Antwerpen) Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 25 mei 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de burgemeester van de Stad Brussel van 24 mei 2023 waarbij de toelating tot het houden van een statische betoging op het Albertinaplein zoals aangevraagd door Hans Verreyt namens de politieke partij Vlaams Belang en de vzw Vrijheidsfonds op 17 maart 2023 werd geweigerd en verbod werd opgelegd deze betoging te laten doorgaan zoals voorzien op 29 mei 2023 vanaf 14u, en waarbij alle samenscholingen in het kader van deze betoging werden verboden”. X-18.401-1/22 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 mei 2023, om 11.30 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gert Op de Beeck, die in eigen naam en loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur-generaal Luc Vermeire heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Namens “Vlaams Belang” (Vrijheidsfonds vzw) dient tweede verzoeker op 17 maart 2023 bij de stad Brussel een aanvraag tot toelating voor een betoging in (hierna: de aanvraag). Er wordt onder meer vermeld dat het gaat om een “statische betoging” met 14u als uur van vertrek, 16u als uur van einde betoging en met het Albertinaplein/de Kunstberg als locatie. Er is een meeting voorzien en het aantal deelnemers wordt op 2000 geschat. De motivering van de campagne luidt: “Doe ze luisteren”: “Een jaar voor de komende federale en Vlaamse verkiezingen roepen we op om de politiek eindelijk te doen luisteren naar de gewone man/vrouw”. De aanvraag bevat ook nog de volgende bijkomende informatie: X-18.401-2/22 “Podium, versterkte muziek en toespraken, ledwall, achterwand, drank-, eet en publiciteitskramen, We organiseren busvervoer naar deze meeting/betoging en roepen op om te komen met de trein. Steeds bereid tot constructief overleg voor de verdere afhandeling van deze organisatie”. In het kader van de campagne “Doe ze luisteren” worden in verschillende gemeenten en steden in Vlaanderen een aantal politieke meetings georganiseerd, startend in de kustgemeenten en met een slotmeeting te Brussel op 29 mei
  7. Het opzet van de campagne bestaat erin de bezorgdheden van de diverse provincies mee te nemen naar het centrum van de politiek te Brussel. 3.
  8. Een ontvangstbewijs van de aanvraag wordt verleend op 17 maart
  9. 3.
  10. De verzoekende partijen maken er melding van dat de aanvraag wordt gevolgd door een plaatsbezoek met P. van de politiezone (PZ) Brussel Hoofdstad Elsene op 28 maart 2023, en een overleg met V. en P. en hoofdcommissaris M. op het commissariaat van de PZ op 2 mei
  11. 3.
  12. Met een e-mailbericht van 26 april 2023 aan de PZ Brussel Hoofdstad Elsene deelt tweede verzoeker mee dat, “zoals eerder aangegeven bij het plaatsbezoek aan het Albertinaplein”, deze periode gestart wordt met de communicatie en dat vrijdag (28 april) de eerste e-mailing vertrekt naar “onze leden”. 3.
  13. In een e-mailbericht van 12 mei 2023 deelt V. van de algemene directie operatie van de PZ mee dat de aanvraag in samenspraak met de burgemeester grondig werd bestudeerd, en dat tot de conclusie wordt gekomen dat “de betoging die U voorziet een te groot risico inhoudt inzake openbare orde, met name door het risico op vijandige, zelfs gewelddadige reacties vanuit verschillende oorsprong” en dat daarom verder wordt aangedrongen “op het alternatief dat we X-18.401-3/22 hadden besproken, namelijk de meeting te organiseren op parking C, waar u al meetings hebt gehouden zonder noemenswaardig probleem”. 3.
  14. Tweede verzoeker antwoordt in een e-mailbericht van 14 mei 2023 dat “het echt de bedoeling [is] om op 29 mei naar Brussel te komen, naar het hart van onze democratie” en dat “[e]en verlaten parking ergens in Grimbergen […] geen volwaardig alternatief [is]”. Het zou tevens de mobiliteit naar de manifestatie in de problemen brengen, aangezien ook wordt opgeroepen om met de trein te komen. Er wordt verder gewezen op het gegeven dat anderen in het verleden reeds toelating kregen om op die locatie een manifestatie te houden, zoals de betoging “Grote Colère” van de PVDA op 1 maart
  15. Vervolgens suggereert tweede verzoeker het Spanjeplein op het grondgebied van de stad Brussel als alternatief. 3.
  16. Op 22 mei 2022 brengt M., Eerste Commissaris van de PZ Brussel Hoofdstad Elsene volgend negatief advies uit: “Hieronder het advies van de politie voor de aangevraagde betoging ‘Doe ze luisteren’ georganiseerd door Vlaams belang: Situatie: Vlaams Belang diende een aanvraag in om te betogen in Brussel op het Albertinaplein op 29 mei 2023 tussen 1300 en 1600 hr. (Thema ‘Doe ze luisteren’). We verwachten in de huidige stand van de aanvraag 2500 betogers. Daarvan zouden er 850 zich reeds ingeschreven hebben om met de gratis ingelegde bussen te komen. De organisatoren stimuleren eveneens het gebruik van treinen. We hebben die aanvraag grondig geanalyseerd en detecteerden een aantal ernstige riscofactoren, met betrekking tot de openbare orde en rust: l. Antecedenten. Op 16 dec 2018 organiseerde Vlaams Belang, een ‘Mars tegen het Marrakech-pact’ met 5500 betogers. Deze eindigde in de Europese wijk met grote rellen, beschadigingen en gekwetsten. De rellen werden nochtans niet beïnvloed door externe factoren zoals een tegenbetoging
  17. Reacties van de inwoners van de Brusselse wijken De boodschap gedragen door VB wordt absoluut niet gedeeld door een groot deel van de Brusselse bevolking, met name uit de volkse wijken. De X-18.401-4/22 betoging, of al de boodschap alleen zou kunnen leiden tot vijandige of zelfs gewelddadige reacties van die inwoners. Dit zou zonder twijfel leiden tot stevige rellen in maar ook buiten de wijken onder andere in de buurt van de betoging, met ernstige verstoring van de openbare orde.
  18. Tegenbetogingen De actie van VB zal zonder twijfel aanleiding geven tot tegenbetogingen van progressieve organisaties, maar ook van extreem, en vooral Ultra-Links. Deze tegenbetogingen zouden kunnen leiden tot confrontaties, die kunnen uitmonden in rellen, die zich eveneens geografisch kunnen uitbreiden, met zware gevolgen voor de openbare orde. Een eerste tegenbetoging (‘Fascists not welcome’) werd ondertussen aangekondigd op dezelfde dag tussen 1200 en 1800 hr. De tegenbetogers zouden zich willen verzamelen ter hoogte van het Poelaertplein. Deze zouden erna een stoet willen organiseren naar [de] Kappellemarkt. Het aantal aangekondigde betogers bedraagt
  19. Gezien wat voorafgaat zal een heel belangrijke politie inzet vereist zijn om de situatie te beheren. Echter dit weekend wordt de Brusselse Politie al belast met het ‘CORE Festival’ (muziekfestival bij het Atomium, over twee dagen en nachten), het ‘Brussels Jazz Festival’ (het hele weekend in stadscentrum) en de 20 KM van Brussel (op zondag, met impact in het hele gewest) Dit hypothekeert de inzetbare politiemachten naar de voorziene betoging toe, wat een negatieve invloed zal hebben op het goede beheer van de betoging en haar gevolgen.
  20. Aangevraagde verzamelplaats Het Vlaams Belang wenst zich te verzamelen op het Albertinaplein. Echter deze plaats is niet geschikt voor grote betogingen gezien de beperkte ruimte en de nabijheid van het toeristische centrum (Pinkstermaandag als vrije dag trekt reeds veel volk naar het centrum). Tijdens de twee laatste betogingen verzamelde Vlaams Belang op 16/03/2018 5500 betogers en op 27/09/2020 10000 betogers. Andere voorstellen zoals parking C of ter hoogte van Bolivar aan het Noordstation werden afgewezen door Vlaams Belang. Dientengevolge vaardigen we een negatief advies uit aangaande de organisatie van de betoging in het stadscentrum, en stellen we voor die, in het gegeven scenario, te verbieden.” 3.
  21. In een e-mailbericht van evenzeer 22 mei 2023 aan de vertegenwoordigers van de PZ en aan de burgemeester wijst de eerste verzoekende partij erop dat de oorspronkelijke aanvraag nog steeds in behandeling is en vraagt zij om uiterlijk op 23 mei 2023 om 15 u afschrift van de definitieve beslissing van de burgemeester mee te delen. Anders zal in rechte gevraagd worden om de X-18.401-5/22 behandeling van de aanvraag te bevelen. Er wordt vermeld dat de stad Brussel het alternatief van het Spanjeplein mede in acht mag nemen als deel van de aanvraag. 3.
  22. Op 23 mei 2023 antwoordt de PZ de verzoekende partijen dat de aanvraag “nog ter studie is”. 3.
  23. Op eenzijdig verzoekschrift, ingediend namens de eerste verzoekende partij, beveelt de kortgedingrechter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 24 mei 2023 de stad Brussel om tegen uiterlijk 25 mei 2023 om 16u een beslissing te nemen over de aanvraag en om deze beslissing uiterlijk op 25 mei 2023 om 17u te betekenen aan de raadsman van de eerste verzoekende partij. 3.
  24. Op 24 mei om 21.03u ontvangt de raadsman van de eerste verzoekende partij het besluit van dezelfde datum van de burgemeester van de stad Brussel, waarbij de betoging “Doe ze Luisteren”, gepland op 29 mei 2023 en georganiseerd door de vzw Vrijheidsfonds, verboden wordt en waarbij “[a]lle samenscholingen in het kader van deze betoging, zowel van deelnemers, organisatoren, sympathisanten als tegenstanders van deze betoging verboden zijn”. Dit is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van de vordering De aangevoerde excepties
  25. De verwerende partij voert in haar nota aan dat het organiseren van een betoging met als voorwerp “Doe ze luisteren”, eerder een politieke actie betreft die “niet tot het maatschappelijk doel van de feitelijke vereniging Vlaams Belang zelf behoort”. Minstens werd de aanvraag gedaan door een daartoe niet gemandateerd persoon, nu tweede verzoeker geen enkele vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft. Hij is op basis van de statuten van de X-18.401-6/22 eerste verzoekende partij niet bevoegd om een aanvraag tot betogen namens haar in te dienen. De eerste verzoekende partij heeft geen belang bij het aanvechten in rechte van de bestreden beslissing, die niet door een daartoe bevoegd persoon werd ingediend. Tweede verzoeker is geen aanvrager van de betoging en zodus niet formeel betrokken bij de aanvraagprocedure tot het bekomen van een toelating. Tweede verzoeker fungeerde uitsluitend als contactpersoon en heeft dan ook geen enkel belang bij het aanvechten in rechte van de bestreden beslissing. Beoordeling 5.
  26. De Raad van State kan in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts een beperkt onderzoek wijden aan ontvankelijkheidsexcepties. Een verzoekende partij kan er zich minder behoorlijk tegen verweren dan in een procedure ten gronde. Daarom past het in een kort geding, en al zeker in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, dat de Raad van State deze excepties eerder zou verwerpen dan aannemen tenzij indien zijn beperkt onderzoek uitwijst dat een dergelijke exceptie een hoge graad van ernst vertoont. 5.
  27. Dit laatste blijkt te dezen prima facie niet het geval te zijn. Blijkens de aanvraag tot betoging van 17 maart 2023 gaat de aanvraag uit van de politieke partij “Vlaams Belang (Vrijheidsfonds vzw)”. De eerste verzoekende partij heeft tot doel die politieke partij financieel en materieel te ondersteunen, en zal dit doel luidens artikel 4, § 3 van haar statuten concreet verder verwezenlijken door onder meer – de opsomming is “exemplatief en niet beperkend” – “[h]et […] verspreiden van […] meningen op multimediale wijze”. Prima facie wordt niet aangenomen dat de aanvraag tot of de organisatie van de kwestieuze betoging niet tot het doel van de eerste verzoekende partij zou behoren. Voorts blijkt op het eerste gezicht niet dat tweede verzoeker, volksvertegenwoordiger van de partij Vlaams Belang, niet het vereiste belang zou hebben om het verbod op een manifestatie van zijn partij aan te vechten. X-18.401-7/22 5.
  28. De excepties worden verworpen. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  29. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Ernst van het enige middel Standpunt van de partijen 7.
  30. De verzoekende partijen voeren in hun enige middel de schending aan van “[a]rt. 19 en 26 Gw. op zichzelf genomen en in samenhang met art. 10 en 11 [van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)]; [a]rt. 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen; [d]e materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur; [en de] hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur”. Tevens voeren zij de “ontstentenis van de rechtens vereiste feitelijke en juridische grondslag” en “machtsoverschrijding” aan. Zij betogen dat artikel 11 EVRM en artikel 26 van de Grondwet de vrijheid waarborgen om een zienswijze te openbaren door middel van een betoging, ook als deze zienswijze ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft. Beperkingen van die vrijheid moeten steunen op draagkrachtige motieven. De verzoekende partijen menen dat de bestreden beslissing de betoging weigert onder verwijzing naar niet vergelijkbare manifestaties, foutieve X-18.401-8/22 veronderstellingen aangaande de opkomst en aankondigingen van gewelddadige en vijandige reacties en/of tegenbetoging, zonder de draagkrachtige afweging te hebben gemaakt waarom deze omstandigheden, ter vrijwaring van grondrechten en met de gepaste inzet van de openbare macht, niet tot een aanvaardbaar risico kunnen worden ingeperkt. De verwijzing in de bestreden beslissing naar een eerdere manifestatie van het Vlaams Belang op de Heizel op 27 september 2020 is niet representatief voor de gevraagde statische betoging, want heeft betrekking op een auto-caravaan in tijden van Covid-19, een tijd waarin consternatie bestond over de gezondheidscrisis en de daarbij horende beperkende maatregelen. De bestreden beslissing gaat verder voorbij aan het aantal registraties voor het bewuste evenement, en stoelt zich ten onrechte op het aantal leden op de Facebookpagina van het Vlaams Belang. De door de organisatoren geschatte opkomst van 2.000 personen is realistisch en gaat terug op gelijkaardige manifestaties uit het verleden, “wat ook blijkt uit de businschrijvingen in een verhouding 1 op 2”. Dit aantal is steeds gecommuniceerd aan de verwerende partij. Rekening houdend met het feit dat 29 mei 2023 een feestdag is waarop veel mensen communie- en lentefeesten vieren, en de studenten dan in een blokperiode zitten, is er geen reden om aan te nemen dat het doorgegeven aantal deelnemers een onderschatting zou zijn. De te verwachten capaciteit werd voorheen niet als bezwaar aangehaald. Enkel zogenaamde oproepen van tegenstanders met vijandig en gewelddadig karakter werden “als pasmunt gebruikt”, zonder enig concreet voorbeeld. Het vermeende alternatief voor parking C aan de Heizel zou een nieuwe aanvraag hebben verondersteld bij de gemeente Grimbergen, op wiens grondgebied de bewuste parking is gelegen, en zou een slotmeeting in een uithoek hebben opgedrongen die elke betekenis aan een eindmeeting in de politieke hoofdstad zou teniet doen. Het staat overigens niet aan de stad Brussel om onwerkbare alternatieven buiten haar grondgebied naar voor te schuiven, goed wetende dat deze onmogelijk kunnen worden aanvaard. X-18.401-9/22 In de bestreden beslissing wordt voorts het “klassieke argument” gehanteerd van de rellen die zich in de marge van de “Mars tegen het Marrakech-pact” van 16 december 2018 hebben voorgedaan. De bewuste rellen vonden echter plaats nadat de betoging was ontbonden en was te wijten aan hooligans die geen uitstaans hebben met de verzoekende partijen. Deze manifestatie was ook gericht tegen een specifieke politieke beslissing en betrof geen partij-evenement van Vlaams Belang. Er kan ook niet worden ingezien hoe een muziekfestival en het loopevenement “20km van Brussel”, die plaatsvinden het weekend voorafgaand aan 29 mei 2023, de ordehandhaving op een statische betoging kunnen beïnvloeden. Het gaat om evenementen op een andere datum dan de gevraagde manifestatie. De verwijzing naar een politierapport waarbij wordt geargumenteerd dat de locatie Albertinaplein/de Kunstberg niet geschikt is voor grotere manifestaties, gaat opnieuw uit van de ongefundeerde these dat er sprake zou zijn van een grote manifestatie. De verzoekende partijen wijzen erop dat reeds meerdere evenementen hebben plaatsgevonden op die locatie. Zij vinden het verder “al te kras” dat de bestreden beslissing zich beroept op het niet naleven van het hoorrecht om reden van de hoogdringendheid waarmee de bestreden beslissing diende genomen te worden, nu hun aanvraag reeds op 17 maart 2023 werd ingediend. De “doorzichtige poging” ten slotte om de vertegenwoordiging van tweede verzoeker in twijfel te trekken, is evenmin “dienstig”. Tweede verzoeker “heeft telkenmale gecommuniceerd en [heeft] de aanvraag ook ingediend namens ‘Vlaams Belang (vzw Vrijheidsfonds)’ en als volksvertegenwoordiger van het Vlaams Belang”. De verwerende partij heeft zijn hoedanigheid om een aanvraag namens Vlaams Belang, partij waarvan hij volksvertegenwoordiger is, in te dienen, nooit als een grond van onontvankelijkheid beschouwd. 7.
  31. De verwerende partij stelt in haar nota dat “[i]n onderhavige concrete context […] er wel degelijk bijkomende omstandigheden [zijn] die in combinatie met de zeer reële vrees voor ernstige verstoringen, maken dat de X-18.401-10/22 bestreden beslissing gesteund is op afdoende gronden om haar in rechte te verantwoorden”. De in het bestreden besluit opgesomde “bijkomende, uitzonderlijke en elkaar versterkende omstandigheden maken dat er meer dan afdoende juridische gronden zijn om de aanvraag van verzoekende partij[en] op rechtsgeldige wijze te weigeren”. De verzoekende partijen doen in hun verzoekschrift nog een niet-overtuigende poging om de draagkrachtige motieven in feite te weerleggen. De verzoekende partijen blijven tot op heden uitermate onduidelijk over het aantal aanwezigen. Zij laten bewust na om concrete gegevens aan de verwerende partij en aan de Raad van State mee te delen. Alle in het bestreden besluit vermelde activiteiten gaan door in het weekend en op feestdagen zodat de beschikbaarheid van ordediensten zeer beperkt is. Dit is des te meer het geval wanneer het opeenvolgende weekend- en feestdagen betreft. Ook een beroep op de “federale reserve” is niet toereikend. Deze wordt per gerechtelijk arrondissement ingericht en is voor wat betreft Brussel onderbemand en quasi niet inzetbaar, zeker wanneer de verzoekende partijen nalaten in concreto aan te geven hoeveel betogers met zekerheid zullen aanwezig zijn. De verwijzing naar soortgelijke manifestaties op dezelfde locatie is niet correct: alle aangehaalde manifestaties betroffen niet statische betogingen die niet langdurig op deze locatie aanwezig waren. Beoordeling 8.
  32. Artikel 11 EVRM en artikel 26 van de Grondwet waarborgen de vrijheid om een zienswijze te openbaren door middel van een betoging, ook als deze zienswijze ongemakkelijk is voor bepaalde mensen of zelfs aanstoot geeft. Die vrijheid is weliswaar niet absoluut en kan aan beperkingen onderworpen worden, zoals op grond van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, ter handhaving van de openbare rust en veiligheid. Deze beperkingen moeten echter steunen op draagkrachtige motieven. X-18.401-11/22 8.
  33. De argumenten die de verwerende partij voor haar weigering aanvoert zijn de volgende: - De door de organisator verwachte opkomst van 2.000 personen lijkt niet met de realiteit overeen te stemmen: een vorige manifestatie van Vlaams Belang op 27 september 2020 bracht 4.500 wagens en 10.000 tot 15.000 manifestanten naar de Heizel; de Facebookpagina van Vlaams Belang waarop promotie wordt gemaakt voor de betoging telt 611.000 volgers; de aanvraag is onjuist en niet transparant zodat de impact ervan en de te nemen “adequate maatregelen inzake de openbare orde en veiligheid”, niet juist kunnen worden ingeschat; de aanvrager heeft geen update van het te verwachten aantal deelnemers ter kennis gebracht. - Gevreesd wordt “wederom” voor “grote rellen met beschadigingen en gewonden tot gevolg” en dit “op basis van concrete elementen (onder meer historiek van geweld, vernielingen, gewonden en de nabijheid van aangekondigde tegenbetogingen)”; de betoging dreigt te leiden tot vijandige of gewelddadige reacties van burgers; verwezen wordt naar de “Mars tegen het Marakech-pact” van 16 december 2018, “die eindigde met grote rellen, beschadigingen en gewonden”. - Er is een “uitzonderlijke opeenvolging van massaevenementen te Brussel”, wat “het beheersen door de politiediensten van een bijkomende zeer grootschalige betoging, met een verhoogd risico, uitermate moeilijk [maakt]”; verwezen wordt naar de volgende “zeer omvangrijke en ruim voordien vergunde evenementen”: “CORE festival”, “het Brussels Jazz Festival” en de “20km van Brussel”. - Het Albertinaplein/de Kunstberg is niet geschikt voor grote betogingen, “gezien de beperkte ruimte op [de] desbetreffende locatie en de onmiddellijke nabijheid van het toeristische centrum”. - 29 mei 2023 is een nationale feestdag, waarop “een groot aantal personen en toeristen naar het toeristische centrum van Brussel komt, hetgeen een bijkomend verhoogd risico voor de openbare veiligheid inhoudt”. - de organisator van de betoging heeft de “door politie voorgestelde alternatieven voor een verzamelplaats die inzake veiligheid en beheersing van de openbare orde beter geschikt zijn”, afgewezen. X-18.401-12/22 Bijkomend wordt in het bestreden besluit nog overwogen dat tweede verzoeker geen deel uitmaakt van de raad van bestuur van de eerste verzoekende partij, dat die raad van bestuur “de meest uitgebreide bevoegdheid aangaande het vertegenwoordigen van deze vereniging met betrekking tot haar beslissingsbevoegdheid [heeft]”, en dat de aanvraag aldus niet uitgaat van een daartoe bevoegd orgaan. 8.3.
  34. De bestreden beslissing kan er vooreerst niet van overtuigen dat de door de organisatoren aangekondigde opkomst van ongeveer 2.000 betogers niet realistisch zou zijn. Voorshands wordt met de verzoekende partijen aangenomen dat de verwijzing in de bestreden beslissing naar de manifestatie van het Vlaams Belang op de Heizel op 27 september 2020 – bestaande uit 4.500 wagens en 10.000 tot 15.000 manifestanten – niet representatief is voor de kwestieuze statische betoging, nu met deze partijen lijkt te moeten worden vastgesteld dat eerstgenoemde manifestatie plaats vond in de periode waarin consternatie heerste omtrent de Covid 19-gezondheidscrisis en de daarbij horende beperkende maatregelen, waartegen middels een auto-caravaan werd geageerd. Dat de Facebookpagina van Vlaams Belang, waarop promotie voor de betoging wordt gemaakt, 611.000 volgers telt, kan op het eerste gezicht evenmin volstaan om de door de organisatoren verwachte opkomst van 2.000 betogers ernstig te betwisten. Het aantal registraties voor het bewuste evenement en de specifieke Facebookpagina betreffende het evenement lijken daarbij relevanter. Daaruit blijkt prima facie dat slechts 141 personen melden aanwezig te zullen zijn en dat 140 personen interesse betonen. In dat licht en ook rekening houdend met het aantal bus-inschrijven, blijkt in de huidige stand van het geding niet dat de geschatte opkomst van 2.000 personen niet met de realiteit zou overeenkomen. Minstens wordt in de huidige stand van het geding niet concreet onderbouwd het tegendeel aangetoond. In het advies van de politie van 22 mei 2023 wordt gemeld dat “in de huidige stand van de aanvraag [we] 2500 betogers verwachten”, een aantal dat niet op decisieve wijze lijkt te verschillen van het door de verzoekende partijen geschatte aantal van 2.000 betogers. Evenmin wordt in de bestreden X-18.401-13/22 beslissing concreet onderbouwd waarom een hoger aantal deelnemers het nemen van adequate maatregelen zou uitsluiten. Dat de verzoekende partijen geen update zouden hebben gegeven van het te verwachten aantal deelnemers, en ter zake niet de vereiste transparantie zouden hebben geboden, lijkt door hen voorts op goede gronden te worden betwist. Zo wijzen de verzoekende partijen erop dat zij op 18 mei 2023 nog een update van het aantal aanwezigen hebben verschaft, door de telefonische bevestiging aan de PZ dat er op dat ogenblik 700 inschrijvingen waren voor de bussen die worden ingelegd en dat de geschatte opkomst van 2.000 personen dan ook nog steeds correct was. 8.3.
  35. De loutere omstandigheid of vrees dat een ernstige verstoring dreigt door tegenbetogingen naar aanleiding van een geplande betoging, verantwoordt niet het verbieden van die betoging. Voor de overheid geldt op het eerste gezicht minstens een inspanningsverbintenis om demonstranten in de uitoefening van hun demonstratievrijheid te beschermen. Een beperking van die vrijheid kan prima facie gerechtvaardigd zijn wanneer uit een gedegen risicoanalyse een concrete dreiging blijkt en aannemelijk wordt gemaakt dat die niet door extra politie-inzet kan worden afgewend. In de huidige stand van het geding wordt in de bestreden beslissing niet genoegzaam aangetoond dat dit te dezen het geval zou zijn. Dat de kwestieuze betoging “dreigt te leiden tot vijandige of gewelddadige reacties van burgers” en de verwijzing in het bestreden besluit naar “de publieke oproep via het internet en sociale netwerken voor een tegendemonstratie ‘Fascist not welcome ! Antifascist action & party’ tevens op 29 mei 2023 op het Poelaertplein” vormt prima facie dan ook geen afdoende argument voor de bestreden weigering. De vrees voor “grote rellen met beschadigingen en gewonden tot gevolg” lijkt voornamelijk te steunen op algemeenheden, veeleer dan op “concrete elementen”, waar in dat verband zeer algemeen wordt gewezen op een “historiek van geweld, vernielingen, gewonden en de nabijheid van aangekondigde X-18.401-14/22 tegenbetogingen”. De bestreden beslissing kan verder prima facie niet gevolgd worden waar zij aanneemt dat de “grote rellen, beschadigingen en gewonden” waarmee de “Mars tegen het Marakech-pact” van 16 december 2018 “eindigde” aan de verzoekende partijen zouden kunnen toegeschreven worden. Op het eerste gezicht blijkt niet dat de voormelde mars door de verzoekende partijen werd georganiseerd. Dat ook leden van het Vlaams Belang aan die mars deelnamen, toont prima facie bezwaarlijk een “historiek van geweld, vernielingen en gewonden” aan waarvoor de verzoekende partijen verantwoordelijk zouden zijn. Integendeel blijkt op het eerste gezicht uit de voorgelegde stukken dat de PZ Brussel Hoofdstad Elsene zelf heeft bevestigd dat de manifestatie op de Heizel, die wel een partij-evenement betrof en recenter plaatsvond, zonder noemenswaardige incidenten is verlopen. 8.3.
  36. Het motief dat er een uitzonderlijke opeenvolging van massa-evenementen voorafgaand aan de kwestieuze betoging te Brussel is, wat het beheersen door de politiediensten van een bijkomende “zeer grootschalige” betoging uitermate moeilijk maakt, lijkt uit te gaan van de prima facie ongefundeerde stelling dat de door de organisatoren aangekondigde opkomst van ongeveer 2.000 betogers niet realistisch is. Het “CORE festival”, “het Brussels Jazz Festival” en de “20km van Brussel” betreffen verder evenementen die op andere data dan op de dag van de geplande manifestatie plaatsvinden. Dat er niet voldoende middelen zouden zijn om de betoging te beheersen, wordt voorshands niet aangenomen, gelet op het voorgaande, de grootte van het lokale politiekorps en op de mogelijkheid om een beroep te doen op de federale politie. Het standpunt van de verwerende partij dat de lokale politie niet over voldoende manschappen zou beschikken om de kwestieuze betoging in goede banen te leiden en dat het moeilijk zou zijn om desgevallend voldoende manschappen van de federale politie tijdig in Brussel te krijgen, wordt niet met concrete elementen gestaafd. Ten andere zij opgemerkt dat de verzoekende partijen in hun contacten met de PZ doorheen de aanvraagprocedure nooit lijkt te zijn tegengeworpen dat de door hen vooropgestelde datum van 29 mei 2023 een probleem vormt. X-18.401-15/22 8.3.
  37. Met de verzoekende partijen moet voorts op het eerste gezicht worden aangenomen dat het argument dat de locatie Albertinaplein/de Kunstberg niet geschikt is voor grotere manifestaties, opnieuw lijkt uit te gaan van het prima facie ongefundeerde standpunt dat de aangekondigde opkomst van ongeveer 2.000 betogers niet realistisch is. Bijkomend wijzen de verzoekende partijen er prima facie terecht op dat er voorheen meerdere grote evenementen konden plaatsvinden op de locatie Albertinaplein/de Kunstberg. Dat 29 mei 2023 een nationale feestdag is, waarop “een groot aantal personen en toeristen naar het toeristische centrum van Brussel komt, hetgeen een bijkomend verhoogd risico voor de openbare veiligheid inhoudt”, kan in de huidige stand van de rechtspleging evenmin overtuigen als een afdoende argument om de gevraagde betoging te verbieden. Zullen er op die nationale feestdag meer toeristen in Brussel aanwezig zijn, er zullen tevens veel minder ambtenaren en pendelaars aanwezig zijn. Herhaald zij in dit verband ook dat de verzoekende partijen in hun contacten met de PZ nooit lijkt te zijn tegengeworpen dat de datum van 29 mei 2023 een probleem vormt. 8.3.
  38. Waar het bestreden besluit overweegt dat de organisator van de betoging de “door politie voorgestelde alternatieven voor een verzamelplaats die inzake veiligheid en beheersing van de openbare orde beter geschikt zijn”, heeft afgewezen, moet met de verzoekende partijen prima facie worden vastgesteld dat het alternatief voor parking C een nieuwe aanvraag zou hebben vereist bij de gemeente Grimbergen, en dat dit het vooropgestelde idee van een eindmeeting in de politieke hoofdstad teniet zou hebben gedaan. Daarnaast zij opgemerkt dat de verzoekende partijen blijkens een mailbericht het Spanjeplein als alternatieve locatie hebben voorgesteld. De verwerende partij lijkt daar zelfs nooit te zijn op ingegaan. 8.
  39. Gelet op wat voorafgaat, wordt in de huidige stand van het geding aangenomen dat geen afdoende draagkrachtige motieven voorhanden zijn om de gevraagde betoging te verbieden. X-18.401-16/22 8.
  40. De overweging in het bestreden besluit dat tweede verzoeker geen deel uitmaakt van de raad van bestuur van de eerste verzoekende partij en dat de aanvraag aldus niet uitgaat van een daartoe bevoegd orgaan, vermag aan het voormelde prima facie geen afbreuk te doen, nu de aanvraag op deze grond niet onontvankelijk lijkt te zijn bevonden. De ontvankelijkheid van de aanvraag noch de hoedanigheid van tweede verzoeker lijkt bij het indienen van de aanvraag op 17 maart 2023 in vraag te zijn gesteld. Van een zorgvuldig bestuur kon op het eerste gezicht worden verwacht dat dit in voorkomend geval onmiddellijk, of althans binnen een redelijke termijn, was gebeurd, zodat nog nuttig een nieuwe aanvraag kon worden ingediend. 8.
  41. Het middel is in de besproken mate ernstig. VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 9.
  42. De verzoekende partijen betogen dat de datum van de betoging maandag 29 mei 2023 om 14u is. De gewone schorsingsprocedure biedt geen garantie dat het bestreden besluit tijdig wordt geschorst opdat de betoging op 29 mei 2023 zou kunnen doorgaan. Ten behoeve van de manifestatie werd gemobiliseerd, werd interne ordehandhaving geregeld, werd materiaal voor toespraken en video voorzien, en werden een aantal promotiekramen gemobiliseerd. Ook werd een hele mediacampagne opgezet waarbij de voorzitter van Vlaams Belang van West Vlaanderen het Vlaams Gewest doorkruist om finaal een afsluitende toespraak te houden in de stad die het centrum van de politieke instellingen vormt. De datum van de betoging is van essentieel belang, gelet op de actualiteit van de aanloop naar de verkiezingscampagne van mei 2024, en de actie waarbij de Vlaamse provincies X-18.401-17/22 worden doorkruist om een slotmeeting te houden te Brussel. Op een later tijdstip zou de statische betoging geen enkele betekenis meer hebben. Ook de geloofwaardigheid van de verzoekende partijen komt door de weigering in het gedrang: “er zijn vele sympathisanten die zich reeds engageerden om aan de betoging deel te nemen, bussen die werden ingelegd voor transport, en vrijwilligers die tijd hebben gemaakt of vakantie hebben aangevraagd. Verzoekende partijen hebben tijd, energie en financiële middelen geïnvesteerd in de betoging die op 29.05.2023 zou moeten doorgaan. Indien deze betoging op die datum niet kan doorgaan, zal het voor verzoekende partijen evident heel wat energie kosten om andermaal mensen te motiveren aanwezig te zijn op een andere datum. Het zal geenszins evident zijn de mensen daarvoor na een eerdere afgelasting in extremis nog te kunnen mobiliseren.” 9.
  43. De verwerende partij doet in haar nota gelden dat het niet duidelijk is “of het organiseren van politieke betogingen tot het maatschappelijk doel van verzoekende partij behoort”. Bovenal blijkt uit het voorwerp van de betoging dat er geen enkele spoedeisendheid voorhanden is, nu de betoging de federale verkiezingen van volgend jaar viseert. In aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar zijn er nog meer dan 360 dagen waarop de verzoekende partijen de betoging kunnen houden. Het is volstrekt onduidelijk welke schadelijke gevolgen het niet doorgaan van de manifestatie met zich mee zal brengen. Het feit dat er gemobiliseerd werd, interne ordehandhaving werd geregeld, materiaal voor toespraken en video wordt voorzien, evenals een aantal promotiekramen werden gemobiliseerd, “kan geenszins overtuigen en kan gerust nog herbruikt worden”. Daarenboven werd aan de verzoekende partijen, indien zij dan toch absoluut op 29 mei 2023 hun betoging wensen te houden, voorgesteld om dit op een locatie te laten doorgaan waar de openbare veiligheid wel gegarandeerd kon worden. De verzoekende partijen hebben echter geweigerd om hierop in te gaan “en [liggen] aldus zelfs aan de grondslag van de bestreden beslissing”. De verzoekende partijen brengen geen enkel stuk bij waaruit concreet blijkt waarom X-18.401-18/22 een behandeling van het beroep in de procedure tot nietigverklaring te laat zou komen. De verwerende partij stelt dat zij getracht heeft om alternatieven met de verzoekende partijen te vinden, hetgeen zij manifest en geregeld van tafel hebben geveegd. De verzoekende partijen lagen dan ook mee aan de basis van het feit dat de aanvraag werd geweigerd. Als de verzoekende partijen al geloofwaardigheid verliezen, zullen zij dat volledig aan zichzelf te wijten hebben. Zij wisten dat de mogelijkheid bestond dat de manifestatie niet kon doorgaan. Indien zij op een erg voorbarige manier reeds kosten hebben gemaakt, mensen hebben gemobiliseerd, transport hebben ingelegd, hebben zij klaarblijkelijk dat risico willen nemen. Beoordeling 10.
  44. Evident traden de verzoekende partijen voldoende diligent op door op 25 mei 2023 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen tegen de bestreden beslissing die ze pas de avond voordien ontvingen. Het betoog van de verwerende partij dat de verzoekende partijen mee aan de basis zouden liggen van het feit dat de aanvraag werd geweigerd, kan prima facie geen bijval vinden. Uit de gegevens van het dossier blijkt een voldoende medewerking van de verzoekende partijen, waarbij zijzelf een alternatieve locatie op het Spanjeplein hebben voorgesteld, waarop de verwerende partij, zoals gezien, zelfs nooit heeft gereageerd. Tegelijk werd eerder reeds gezien dat de alternatieve locatie van parking C op goede gronden door de verzoekende partijen lijkt te zijn geweigerd (zie randnummer 8.3.5). 10.
  45. Zonder schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid mag het uitgesloten worden geacht dat de verzoekende partijen tijdig een uitspraak van de Raad van State verkrijgen die ertoe leidt dat zij alsnog de aangevraagde betoging op 29 maart 2023 mogen houden. Dat die datum voor hen bijzonder belangrijk is, X-18.401-19/22 als eindpunt van een uitgebreide campagne, wordt aannemelijk gemaakt. Dat de federale verkiezingen nog een jaar van heden verwijderd zijn, vermag daar prima facie geen afbreuk aan te doen. Het betoog van de verzoekende partijen onder randnummer 9.1 kan overtuigen. 10.
  46. Waar de verwerende partij nog doet gelden dat het niet duidelijk is “of het organiseren van politieke betogingen tot het maatschappelijk doel van verzoekende partij behoort”, volstaat het te verwijzen naar het gesteld onder randnummer 5.1 en volgende. 10.
  47. Verzoekers’ beroep op de uiterst dringende noodzakelijkheid komt de Raad van State terecht voor. VIII. Conclusie
  48. Er is voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid toe te wijzen. IX. Belangenafweging Standpunt van de verwerende partij
  49. De verwerende partij vraagt in haar nota om, met toepassing van artikel 17, § 2, tweede lid, RvS-wet, “met de gevreesde gevolgen van een schorsing rekening te houden”. Indien middels een schorsingsarrest toelating zou worden gegeven aan de verzoekende partijen om op 29 mei 2023 “in dermate grote getalen, die de ordediensten onmogelijk in goede banen kunnen leiden, te betogen op het Albertinaplein-Kunstberg, is de kans op gewelddadige confrontaties zeer aanzienlijk”. De openbare veiligheid “en in het bijzonder de bescherming van de fysieke integriteit van burgers, evenals de hulp- en ordediensten, dient in deze te primeren”. Er zijn voldoende andere locaties en momenten waar en waarop de X-18.401-20/22 verzoekende partijen hun fundamentele rechten kunnen uitoefenen. Dit is in casu des te meer het geval, nu het voorwerp van de betoging betrekking heeft op verkiezingen die slechts binnen meer dan een jaar zullen plaatsvinden. Beoordeling 13.
  50. Artikel 17, § 2, tweede lid, van de Raad van State-wet schrijft voor: “Op verzoek van de verwerende of de tussenkomende partij houdt de afdeling bestuursrechtspraak rekening met de vermoedelijke gevolgen van de schorsing van de tenuitvoerlegging of van de voorlopige maatregelen voor alle belangen die kunnen worden geschonden, alsook met het openbaar belang, en kan ze besluiten de schorsing of voorlopige maatregelen niet te bevelen indien de nadelige gevolgen ervan op een kennelijk onevenredige wijze zwaarder wegen dan de voordelen.” Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de Raad van State op grond van een belangenafweging alleen van de schorsing kan afzien als de negatieve gevolgen van de schorsing voor de Raad kennelijk onredelijk blijken in het licht van de voordelen ervan (Parl. St. Senaat 2012-2013, nr. 5-2277/1,16). 13.
  51. De verwerende partij overtuigt niet van dit laatste. Dat de openbare veiligheid “en in het bijzonder de bescherming van de fysieke integriteit van burgers, evenals de hulp- en ordediensten” bij een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in het gedrang zou komen, wordt door haar niet aannemelijk gemaakt, evenmin als dat er “voldoende andere locaties en momenten [zijn] waar [en waarop] de verzoekende partijen hun fundamentele rechten kunnen uitoefenen”. Het niet bevelen van de schorsing zou de geplande betoging, als eindpunt van verzoeksters’ uitgebreide campagne, dan weer onmogelijk maken, hetgeen raakt aan de fundamentele, door artikel 11 EVRM en artikel 26 van de Grondwet gewaarborgde, vrijheid om een zienswijze te openbaren door middel van een betoging. X-18.401-21/22 13.
  52. Het verzoek wordt verworpen. BESLISSING De Raad van State schorst de tenuitvoerlegging van het besluit van de burgemeester van de stad Brussel van 24 mei 2023 waarbij de betoging “Doe ze luisteren” gepland op 29 mei 2023 en georganiseerd door de vzw Vrijheidsfonds (Vlaams Belang) wordt verboden en waarbij alle samenscholingen in het kader van deze betoging worden verboden. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig mei tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Stephan De Taeye X-18.401-22/22 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.620 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.712 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.