id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.660 Rolnummer: A. 235997/IX-10081 Zaak: Arrest 256660 - Wapens - 01/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-05 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-10 09:55 Fiche Arrest nr 256.660 van 1 juni 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.660 van 1 juni 2023 in de zaak A. 235.997/IX-10.081 In zake: Adriana LIEBREGTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan De Brabander kantoor houdend te 3440 Zoutleeuw Tiensestraat 49 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 maart 2022, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de minister van Justitie van 31 januari 2022 waarbij het beroep van Adriana Liebregts tegen de beslissing van de provincie- gouverneur van Limburg houdende de intrekking van het recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens ontvankelijk, doch ongegrond wordt verklaard. II. Verloop van de rechtspleging Bij arrest nr. 255.734 van 9 februari 2023 is het debat heropend en wordt de zaak opnieuw opgeroepen op de openbare terechtzitting van 20 maart 2023, om 11.30 uur. IX-10.081-1/4 Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Surmont, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Stephanie Thys, die loco advocaat Bernard Derveaux verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent. 4.
- Op de terechtzitting heeft de toenmalige raadsman van verzoeker verklaard dat er geen aangetekende brief met een kopie van de memorie van antwoord is aangeboden op zijn kantoor en dat hij in dit verband klacht heeft IX-10.081-2/4 ingediend bij de post. Uit een onderzoek zou blijken – aldus de toenmalige raadsman van verzoeker – dat de betrokken postbode geregeld stukken zou hebben achtergehouden en inmiddels zou zijn ontslagen. 4.
- Uit de stukken van het dossier blijkt echter dat de aangetekende brief met een kopie van de memorie van antwoord door de post op 27 juni 2022 is aangeboden op het kantoor van de toenmalige raadsman van verzoeker. Uit het bericht van ontvangst blijkt dat de aangetekende brief in ontvangst is genomen en dat het bewijs van ontvangst is afgetekend. Een kopie van dit bericht van ontvangst is op vraag van de toenmalige raadsman van verzoeker aan hem bezorgd met een e-mail van de griffie van de Raad van State van 30 augustus
- De toenmalige raadsman van verzoeker beticht het bericht van ontvangst niet van valsheid. Hij legt evenmin een schriftelijk bewijs voor dat hij een klacht heeft neergelegd bij de post en dat uit het onderzoek van de post is gebleken dat de betrokken postbode geregeld stukken heeft achtergehouden en inmiddels is ontslagen. 4.
- Uit wat voorafgaat volgt dat niets de toepassing van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de weg staat.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-10.081-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-10.081-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.660 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.734 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div