← België

Arrest 256707 - Varia (justitie) - 07/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.707 Rolnummer: A. 237484/IX-10142 Zaak: Arrest 256707 - Varia (justitie) - 07/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-15 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-10 10:21 Fiche Arrest nr 256.707 van 7 juni 2023 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.707 van 7 juni 2023 in de zaak A. 237.484/IX-10.142 In zake : XXXX tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 29 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van het arrest van het Hof van Cassatie van 30 maart 2021 (nr. P.20.1253.N) en het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, strafzaken, van 12 maart 2019 (nr. 2019/775). II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 februari
  3. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. IX-10.142-1/4 De verzoekende partij en attaché Brecht Vandenberghe, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Rechtsmacht van de Raad van State
  5. Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt als volgt: “Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen: 1° van de onderscheiden administratieve overheden; 2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen. De in het eerste lid bedoelde onregelmatigheden geven slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden. Artikel 159 van de Grondwet is eveneens van toepassing op de in het eerste lid, 2°, bedoelde akten en reglementen.” Overeenkomstig deze bepaling is de afdeling Bestuurs- rechtspraak van de Raad van State slechts bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, IX-10.142-2/4 hetzij als een handeling van een administratieve overheid, in de zin van voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de aanwerving, de aanwijzing of de benoeming in een openbaar ambt of maatregelen die een tuchtkarakter vertonen. Noch voornoemd artikel 14, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling verleent de Raad van State de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot nietigverklaring gericht tegen vonnissen of arresten van de rechterlijke macht. Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Raad van State niet bevoegd is om van het voorliggende beroep tot nietigverklaring kennis te nemen. BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 22 euro.
  8. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.142-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bruno Seutin IX-10.142-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.707 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.