id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.726 Rolnummer: A. 237975/VII-41820 Zaak: Arrest 256726 - Niet begeleide minderjarigen - 08/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-21 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-10 10:28 Fiche Arrest nr 256.726 van 8 juni 2023 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.726 van 8 juni 2023 in de zaak A. 237.975/VII-41.820 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Telly Moskofidis kantoor houdend te 3600 Genk Eindgracht 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 december 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 22 september 2022 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.820-1/4 Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 31 maart 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 31 mei
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker wordt op 6 september 2022 door de dienst Vreemdelingenzaken als niet-begeleide minderjarige vreemdeling aangemeld bij de dienst Voogdij. Hij verklaart alsdan van Soedanese nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 15 augustus
- De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. 3.
- In het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen ondergaat verzoeker op 13 september 2022 een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker “op datum van 13.09.2022 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar, waarbij 20.8 jaar met een standaarddeviatie een goede schatting is”. VII-41.820-2/4 3.
- Op 22 september 2022 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker ouder is dan 18 jaar. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep – ambtshalve exceptie van laattijdigheid van het beroep
- Overeenkomstig artikel 4, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ verjaren de beroepen tot nietigverklaring zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend, en indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, gaat de termijn in met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad.
- Omtrent de ontvankelijkheid van het beroep stelt verzoeker in zijn verzoekschrift dat de bestreden beslissing van 22 september 2022 hem op 29 september 2022 werd betekend. Aangezien hij “over een beroepstermijn van 60 dagen beschikt, kan er geen twijfel over bestaan dat huidig verzoekschrift tijdig ingediend werd”.
- Uit stuk 4 van het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing op 26 september 2022 per e-mail werd verzonden. Vermits verzoeker in zijn verzoekschrift uitdrukkelijk stelt dat hij de bestreden beslissing op 29 september 2022 heeft ontvangen, begon de beroepstermijn derhalve te lopen op 30 september
- Het onderhavig beroep dat op 19 december 2022 werd ingesteld, is bijgevolg ruimschoots laattijdig. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens laattijdigheid. VII-41.820-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Chantal Bamps VII-41.820-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.726 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div