id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.731 Rolnummer: A. 238692/VII-41958 Zaak: Arrest 256731 - Jacht - Reglementen - 08/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-20 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-10 10:30 Fiche Arrest nr 256.731 van 8 juni 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.731 van 8 juni 2023 in de zaak A. 238.692/VII-41.958 In zake:
- Paul FOSSELLE
- Dirk FOSSELLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Van Damme kantoor houdend te 9070 Destelbergen Zenderstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 maart 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de adjunct administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos van 3 maart 2023 waarbij de jacht op de kleinwildsoorten fazant, haas en patrijs met uitwerking vanaf 1 maart 2023 tot en met 28 februari 2024 wordt verboden op de jachtterreinen van de wildbeheereenheid De Zavelputten. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 21 april 2023 een verslag opgesteld. VII-41.958-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juni
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joost Van Damme, die verschijnt voor de verzoekers en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 10 februari 2023 doet een natuurinspecteur van het Agentschap voor Natuur en Bos verscheidene vaststellingen op het jachtterrein van eerste verzoeker dat onderdeel is van de wildbeheereenheid De Zavelputten. Er wordt een overtreding vastgesteld op artikel 29, eerste lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991, dat bepaalt dat het te allen tijde en overal verboden is om wild uit te zetten. 3.
- De verzoekers geven toestemming tot een huiszoeking. Vervolgens worden zij gehoord door de natuurinspectie. 3.
- Op 3 maart 2023 neemt de adjunct administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos het thans bestreden besluit waarbij de jacht op de kleinwildsoorten fazant, haas en patrijs met uitwerking vanaf 1 maart 2023 tot en met 28 februari 2024 wordt verboden op de jachtterreinen van de wildbeheereenheid De Zavelputten. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd: VII-41.958-2/6 “De Natuurinspectie van het Agentschap voor Natuur en Bos heeft op 10 februari 2023 op het jachtterrein nr 21000007 van Paul Eli FOSSELLE, gelegen in de WBE De Zavelputten, WBE-nr. 210 volgende vaststellingen gedaan: Zuidelijk staat een grote gesloten (netten bovenaan) volière, ca. 11x11 meter groot, waarvan de deur openstaat. In de volière staan voederblikken, gevuld met granen, en drinkwatervoorzieningen. In de volière lopen nog 6 fazantenhennen van dezelfde leeftijd. Wij vangen 1 fazant af en stellen vast dat de neusvliezen werden doorstoken en bijgevolg ontbreken, wat bewijst dat het gekweekte vogels zijn. Gekweekte fazanten worden op jonge leeftijd veelal voorzien van een plastieken bekje of brilletje op de snavel tegen het pikken naar elkaar. Dit wordt bevestigd/gestoken door de neusvliezen. Tijdens de rondgang in het bos zien wij rond voederconstructies verschillende half-tamme fazanten lopen. Op de grens van de zuidelijke bosrand en aanpalende akkerrand, nabij een oude hoogzit, ligt tussen de bramen een dode zwartkleurige haan, nog in goede staat. Gezien de vondst van de gifproducten met gebruikte spuiten en naalden, nemen wij het kadaver mee voor toxicologisch onderzoek. Wij confronteren de gebroeders FOSSELLE met de openstaande volière waarin gekweekte, niet geringde fazanten (klein wild) lopen. Gezien de gekweekte vogels de vrije natuur in kunnen, besluiten wij dat er fazanten worden uitgezet, wat tevens de aanwezigheid van de half-tamme fazanten rond de voederconstructies in het bos verklaart. Wij maken de afspraak dat de 6 niet geringde fazanten in de volière ter plaatse worden gedood en in het bezit blijven van de verdachten. Wij helpen met het afvangen van de 6 vogels, waarna FOSSELLE D. de fazanten slacht. Alle gedode dieren hebben doorstoken neusvliezen. Artikel 29 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 verbiedt om ten allen tijde en overal wild uit te zetten, tenzij hierop een uitzondering is toegestaan. Er is echter geen uitzondering voorzien voor het uitzetten van fazanten en/of patrijzen. Het Agentschap voor Natuur en Bos kan, op grond van artikel 23, 3° van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend de jacht op een kleinwildsoort sluiten in het volledige werkingsgebied van een bepaalde WBE, in een deel van het werkingsgebied van een bepaalde WBE of in het jachtterrein van een onafhankelijke jachtrechthouder als wordt vastgesteld dat in het afgelopen jaar kleinwildsoorten werden uitgezet in de desbetreffende WBE of in het jachtterrein van de betrokken onafhankelijke jachtrechthouder. Een jachtverbod opgelegd op grond van artikel 23, 3° van voormeld besluit betreft een sanctiemaatregel en doorkruist de doelstellingen van het faunabeheerplan op kleinwild niet. Het verbod van de jacht op patrijs en fazant kan enkel behoorlijk worden gehandhaafd wanneer de jacht op alle kleinwildsoorten wordt verboden. De patrijs, de fazant en de haas worden overeenkomstig artikel 3 van het jachtdecreet van 24 juli 1991gerangschikt bij het klein wild”. IV. Onderzoek van de vordering VII-41.958-3/6
- Krachtens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekers
- De verzoekers staven de spoedeisendheid van hun vordering als volgt: “De bestreden beslissing viseert een jachtverbod op klein wild van 1 maart 2023 t.e.m. 28 februari
- De jacht op het patrijs opent op 15 september 2023 (art. 4 Jachtopeningsbesluit). De jacht op fazant en haas opent op 15 oktober 2023 (art. 4 Jachtopeningsbesluit). Verzoekers vrezen in het kader van de normale doorlooptijd van een annulatieberoep niet tijdig (i.e. voor 15 september respectievelijk 15 oktober 2023) een beslissing ten gronde te bekomen, zodat de zaak spoedeisend is, hetgeen het instellen van een vordering tot schorsing wettigt”. Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in VII-41.958-4/6 artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een - voortdurende - tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt.
- Om de spoedeisendheid aan te tonen, volstaat het niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Meer bepaald kan de spoedeisendheid van de vordering niet enkel gestoeld zijn op de omstandigheid dat de normale doorlooptijd van een annulatieprocedure de verzoekende partij niet toelaat een arrest te verkrijgen voordat de bestreden handeling ten dele of volledig uitwerking heeft gehad. Opdat aan de voorwaarde van de spoedeisendheid zou zijn voldaan, is minstens vereist dat het bestaan van controleerbare feitelijke omstandigheden wordt aangetoond die, teneinde ernstige of onherroepelijke nadelen voor de verzoekende partij af te wenden, een onmiddellijke, doch summiere, wettigheidscontrole van de bestreden beslissing noodzakelijk maakt.
- Met de enkele verwijzing in het verzoekschrift naar de tijdstippen waarop de jacht op de patrijs, fazant en haas in het jachtseizoen 2023-2024 zal worden geopend, waarbij de verzoekers inzonderheid vrezen dat geen beslissing ten gronde van de Raad van State zal worden verkregen vóór de opening van de jacht op die wildsoorten zodat hen het ongemak dreigt te treffen dat VII-41.958-5/6 zij deze wildsoorten niet zullen kunnen bejagen in de betrokken wildbeheereenheid, tonen zij niet aan zich in een toestand met ernstige schadelijke gevolgen te bevinden. De spoedeisendheid van de vordering wordt niet aangetoond.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.958-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.731 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.385 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div