← België

Arrest 256733 - Energie - 08/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.733 Rolnummer: A. 229199/VII-40644 Zaak: Arrest 256733 - Energie - 08/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-20 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-10 10:30 Fiche Arrest nr 256.733 van 8 juni 2023 Economische zaken - Energie Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.733 van 8 juni 2023 in de zaak A. 229.199/VII-40.644 In zake: de BV STORG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean De Brabander kantoor houdend te 3440 Zoutleeuw Tiensestraat 49 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Damien Verhoeven, Bert Van Herreweghe en Jonas Van Orshoven kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van het Vlaams Energieagentschap dd. 16 juli 2019 waarbij beslist werd aan de verzoekende partij een verlenging van de steunperiode op basis van vollasturen toe te staan voor een resterend aantal certificaten, voor een groenestroomproductie van 58.576 MWh, overeenstemmend met de door het VEA aangepaste berekening van GSCrest., in de mate waarin bij de berekening van de verlenging van de vollasturen enkel rekening werd gehouden met een vermogen van de twee Mwe”. VII-40.644-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Thomas Maes heeft op 24 oktober 2022 een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 december
  3. Op 13 februari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juni
  4. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. VII-40.644-2/5 VII-40.644-3/5 III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  7. Met een brief van 1 mei 2023 doet de verzoekende partij afstand van haar beroep. BESLISSING
  8. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  9. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.644-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.644-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.733 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.