id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.796 Rolnummer: A. 233433/IX-9873 Zaak: Arrest 256796 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-26 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 05:08 Fiche Arrest nr 256.796 van 15 juni 2023 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.796 van 15 juni 2023 in de zaak A. é.433/IX-9873 In zake: XXXX woonplaats kiezend te 9600 Ronse Zonnebloemstraat 33 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy-Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 april 2021, strekt tot de nietigverklaring van: - de beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Financiën van 16 februari 2021 waarbij de aan XXXX toegekende eindvermelding ‘te verbeteren’ voor de periode van 23 november 2019 tot 22 mei 2020, definitief wordt; - het advies van de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie van 2 februari 2021 waarbij de aan XXXX toegekende eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt behouden; - het evaluatieverslag van de leidend ambtenaar van 19 juli 2020 waarbij aan XXXX de eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt toegekend voor de periode van 23 november 2019 tot 22 mei
- IX-9873-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 9 juni
- Op 9 augustus 2022 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 maart
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en adviseur Ann Lauwens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een gedeeltelijk eensluidend advies gegeven. IX-9873-2/7 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing van artikel 30, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14quinquies van het algemeen procedurereglement
- Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. 4.
- In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring van de bestreden beslissingen voorgesteld. 4.
- Wat de ontvankelijkheid van het beroep betreft, wordt overwogen dat zowel de door de hiërarchische meerdere genomen evaluatiebeslissing waarbij aan verzoeker de eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt toegekend (de derde bestreden beslissing) als het advies van de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie om de aan verzoeker toegekende vermelding ‘te verbeteren’ te behouden (de tweede bestreden beslissing) aanvechtbare rechtshandelingen zijn en dat het, ten behoeve van de duidelijkheid in het rechtsverkeer, aangewezen is om het schrijven van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën (de eerste bestreden beslissing) bij wijze van gevolgtrekking eveneens te vernietigen indien de tweede en de derde bestreden beslissing worden vernietigd. IX-9873-3/7 4.
- Inzake de gegrondheid van het beroep wordt vastgesteld dat het planningsgesprek, in strijd met artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit van 24 september 2013 ‘betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt’ (hierna: het koninklijk besluit van 24 september 2013), laattijdig heeft plaatsgevonden en dat, nadat er geen consensus was bereikt tussen de evaluator en verzoeker over de te behalen doelstellingen, geen bemiddeling is georganiseerd en geen gemotiveerde beslissing is genomen. Er wordt ook vastgesteld dat bepaalde door de evaluator in aanmerking genomen elementen buiten de evaluatieperiode van 23 november 2019 tot 22 mei 2020 vallen en dat de beroepscommissie onzorgvuldig heeft gehandeld doordat zij zelfs niet is nagegaan wat de precieze evaluatieperiode is, of deze exact is vastgelegd en welke feiten er al dan niet deel van kunnen uitmaken. Voorts wordt ook vastgesteld dat uit het advies van de beroepscommissie van 2 februari 2021 niet blijkt dat zij de voormelde grieven die verzoeker ook in het beroepschrift heeft aangevoerd, net als alle andere door verzoeker in het beroepschrift aangevoerde argumenten – zoals het bestaan van persoonlijk conflict met zijn evaluator en de mogelijke invloed daarvan op de beoordeling van verzoeker tijdens de evaluatieperiode – daadwerkelijk en zorgvuldig heeft onderzocht en beoordeeld en dat zij deze argumenten ook maar enigszins heeft beantwoord, zelfs niet wat hun essentie betreft. De beroepscommissie heeft aldus nagelaten om op zorgvuldige wijze te handelen, de opgegeven motivering is niet afdoende en het advies is niet met redenen omkleed in de zin van artikel 31, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 september
- Uit de analyse van het advies van de beroepscommissie blijkt ten slotte dat geen van de in de motivering opgenomen overwegingen het behoud van de eindvermelding ‘te verbeteren’ kan verantwoorden. IX-9873-4/7
- De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kan zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag. 6.
- Wat de ontvankelijkheid van het beroep betreft, ziet de Raad van State het anders dan het auditoraat. 6.
- Het schrijven van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën van 16 februari 2021 dat verzoeker tot het eerste voorwerp van zijn beroep maakt, is slechts een loutere mededeling van het voormelde advies van de beroepscommissie en geen rechtshandeling die middels een beroep bij de Raad van State kan worden aangevochten. 6.3.
- Het met redenen omkleed advies van de beroepscommissie, waarin wordt voorgesteld om de in het evaluatieverslag toegekende vermelding ‘te verbeteren’ te behouden, maakt de voor verzoeker griefhoudende akte uit. Het is immers deze met redenen omklede beoordeling door de beroepscommissie – die inhoudt dat het evaluatiedossier opnieuw is onderzocht nadat het betrokken personeelslid werd gehoord en die bij bevestiging van de in het evaluatieverslag toegekende vermelding deze laatste definitief maakt – die moet worden aangemerkt als de laatste handeling van de verwerende partij met betrekking tot de evaluatie van het personeelslid. Wanneer de beoordeling in dit met redenen omkleed advies van de beroepscommissie de vermelding uit het evaluatieverslag behoudt, moet dat advies geacht worden in de plaats te zijn gekomen van de beoordeling in het evaluatieverslag. 6.3.
- Hieruit volgt dat de derde bestreden beslissing, namelijk het evaluatieverslag van de leidend ambtenaar van 19 juli 2020 waarbij aan XXXX de eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt toegekend voor de periode van 23 november 2019 tot 22 mei 2020, geen voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling is. IX-9873-5/7 6.
- Wat voorafgaat laat besluiten dat het beroep onontvankelijk is, wat de eerste en de derde bestreden beslissing betreft.
- Wat de gegrondheid van het beroep betreft, ziet ook de Raad van State, na een eigen onderzoek, geen reden om de beoordeling door het auditoraat niet bij te vallen. Het beroep is in de voormelde mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het met redenen omkleed advies van de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie van 2 februari 2021 waarbij de aan XXXX toegekende eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt behouden.
- De Raad van State verwerpt het beroep, voor zover het is gericht tegen: - de beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Financiën van 16 februari 2021 waarbij de aan XXXX toegekende eindvermelding ‘te verbeteren’ voor de periode van 23 november 2019 tot 22 mei 2020, definitief wordt; - het evaluatieverslag van de leidend ambtenaar van 19 juli 2020 waarbij aan XXXX de eindvermelding ‘te verbeteren’ wordt toegekend voor de periode van 23 november 2019 tot 22 mei
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9873-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-9873-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.796 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div