id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.797 Rolnummer: A. 221001/IX-8991 Zaak: Arrest 256797 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-26 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-06 05:08 Fiche Arrest nr 256.797 van 15 juni 2023 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 256.797 van 15 juni 2023 in de zaak A. 221.001/IX-8991 In zake : XXXX woonplaats kiezend te 3060 Bertem Groenendaal 21 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de administrateur-generaal douane en accijnzen van 7 november 2016 ‘houdende aanwijzing van de statutaire personeelsleden voor een standplaats van de algemene administratie van de douane en accijnzen’ (nr. CP 054.621) in zoverre daarbij XXXX wordt aangewezen voor de standplaats Leuven binnen de administratie ‘geïntegreerde verwerking’, dienst ‘team voor aangifteopvolging’. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 237.990 van 25 april 2017 is de vordering tot schorsing verworpen. IX-8991-1/10 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 mei
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Attaché Selim Dedeli, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is sinds 1 juli 1998 statutair ambtenaar bij de federale overheidsdienst Financiën (hierna: FOD Financiën). 3.
- Ingevolge de reorganisatie binnen de FOD Financiën wordt verzoekster op haar vraag bij besluit van de voorzitter van het directiecomité van 3 IX-8991-2/10 januari 2014 geïntegreerd in de algemene administratie van de Douane en Accijnzen. 3.
- Bij besluit van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën van 13 juni 2014, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2013, wordt zij als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur van de Administratie der Douane en Accijnzen, gemuteerd naar de buitendiensten van Leuven DAE (HK). Die beslissing is door verzoekster aangevochten met een beroep tot nietigverklaring (gekend onder nr. A. 213.718/IX-8800). Bij arrest nr. é.893 van 23 februari 2016 is in die zaak de afstand van geding vastgesteld. 3.
- Ingevolge de uitwerking van een nieuwe structuur van de FOD Financiën kunnen de ambtenaren van de voormalige Administratie der Douane en Accijnzen, die tewerkgesteld zijn bij de algemene administratie van de Douane en Accijnzen op grond van artikel 15 van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 ‘tot vaststelling van de regels volgens dewelke de personeelsleden worden geïntegreerd in de nieuwe structuur van de Federale Overheidsdienst Financiën’ zich met het oog op de integratie kandidaat stellen voor onder meer de algemene administratie van de Douane en Accijnzen. In het Belgisch Staatsblad van 22 januari 2014 verschijnt een dienstorder ‘Incompetitiestelling bij de FOD Financiën van betrekkingen bij de nieuwe diensten van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen’ waarin onder meer wordt bepaald: “In toepassing van de beschikkingen van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 tot vaststelling van de regels volgens dewelke sommige personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Financiën worden aangewezen voor een nieuwe dienst, heeft het huidig dienstorder tot doel om u uit te nodigen zich kandidaat te stellen, volgens uw orde van voorkeur, voor één of meerdere betrekkingen waaraan uw niveau of klasse verbonden zijn en dit voor één of meerdere administratieve standplaatsen opgenomen in bijlage
- Het betreft de administratieve standplaatsen waar de nieuwe diensten van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen ten laatste op 31 december 2015 zullen gevestigd worden.” IX-8991-3/10 3.
- Op 21 februari 2014 geeft verzoekster als keuzestandplaats Leuven op. Op het keuzeformulier wordt vermeld dat haar huidige standplaats Leuven is, dat zij een voorrangsrecht heeft in die standplaats en dat de keuze definitief is en niet meer kan worden gewijzigd. 3.
- Verzoekster wordt met ingang van 1 oktober 2014 om medische redenen vervroegd op pensioen gesteld. Die beslissing wordt vernietigd bij arrest nr. 231.849 van 2 juli 2015 van de Raad van State. 3.
- Verzoekster wordt bij een beslissing van de administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen van 7 november 2016 aangewezen voor de standplaats Leuven binnen de Administratie Enig kantoor – Geïntegreerde Verwerking, Dienst TAO. Dat is de bestreden beslissing. 3.
- In een brief van 14 december 2016 vraagt verzoekster om een functie te krijgen binnen de administratie Klantenmanagement en Marketing. 3.
- Bij koninklijk besluit van 28 januari 2018 wordt aan verzoekster de tuchtstraf van ontslag van ambtswege opgelegd. Het beroep tot nietigverklaring van dat koninklijk besluit wordt door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 252.819 van 27 januari
- IV. Ontvankelijkheid Exceptie
- Zoals uit het feitenrelaas (sub 3.9) blijkt, is aan verzoekster bij koninklijk besluit van 28 januari 2018 de tuchtstraf van ontslag van ambtswege IX-8991-4/10 opgelegd. Naar aanleiding daarvan is aan verzoekster gevraagd naar haar actueel belang bij onder meer het huidige beroep.
- In een brief van 7 april 2022 geeft verzoekster vooreerst vijf redenen op die haar belang staven en welke in essentie hierop neerkomen: - zij kon niet eerder aantonen dat de bestreden beslissing onwettig is want deze steunt op onjuiste motieven. Zij verwijst daartoe naar een aantal stukken die zij van haar vakbond kreeg; - zij wijst op haar vraag om haar on-line klassement op de kantelingsanciënniteit kenbaar te maken en om haar persoonlijk dossier in te kijken. Daar is nooit gevolg aan gegeven; - zij wijst op het feit dat de verwerende partij geen enkele keer gevolg heeft gegeven aan de bevindingen van de diverse artsen (Medex, arbeidsgeneesheer, huisarts, enz.) in het kader van een onderzoek naar een nieuwe functie. Van een gebonden bevoegdheid kan dan ook geen sprake zijn; - zij heeft steeds proactief gehandeld; - zij verwijst naar de opgestarte procedure van ‘medische overmacht’ en dat zij ook dan proactief heeft gehandeld. Voorts zet zij haar actueel belang bij het voorliggende beroep als volgt uiteen: “Het vereiste actuele belang
- De bestreden beslissing is ‘de facto’ verzoekster haar kanteling[s]beslissing in de modernisering van de administratie douane en accijnzen van de federale overheidsdienst financiën. Wanneer het verzoekschrift tot vernietiging en de memorie van wederantwoord worden ingediend heeft verzoekster geen kennis van de beslissingen die verwerende partij in 2014 en 2015 heeft genomen en kon zij daarvan ook geen kennis hebben omdat zij (ten onrechte) vervroegd was gepensioneerd. In de procedure tot schorsing van de toewijzing aan de dienst TAO aangifteopvolging kon verzoekster niet aantonen dat haar toewijzing niet regelmatig en niet correct was en dus dat de bestreden beslissing een onwettige beslissing is omdat ze niet op de juiste motieven steunt. Verzoekster verwijst integraal naar de memorie van wederantwoord van 28 augustus
- De vernietiging van de bestreden beslissing zal verzoekster het voordeel opleveren dat zij meer kans zal hebben dat aan een verzoek tot wedertewerkstelling op contractuele basis bij een andere federale IX-8991-5/10 overheidsdienst op de standplaats Leuven een gunstig gevolg kan gegeven worden. De FOD justitie en de FOD economie hebben diensten die gevestigd zijn in Leuven wat voor verzoekster gunstig is gezien ze geen verre verplaatsingen meer dagelijks kan maken.
- Verzoekster haar financiële toestand is precair. Zij werd van de ene dag op de andere in een situatie van een vast inkomen naar werkloosheidsvergoedingen geplaatst. Zij heeft een dergelijke situatie reeds meegemaakt wanneer de pensioenbeslissing werd vernietigd door de Raad van State. Plots had zij een openstaande schuld van meer dan 52.000 € die zij niet dadelijk kon vereffenen en waarvoor zij uitzonderlijk een akkoordverklaring tot maandelijkse terugbetaling van de PDOS had bekomen gelet op haar graad in klasse A en de vernietiging van de overheidsbeslissing tot vervroegde pensionering. Er is thans ook geen bestaanszekerheid voor verzoekster noch voor haar twee studerende kinderen. Er is geen zekerheid dat zij de studies zal kunnen blijven financieren. Haar dochter [V.J.] (° 2001) moet nog 3 jaar studeren en voor haar zoon [V.J.] (° 1991) hoopt verzoekster dat hij dit jaar zal kunnen afstuderen. […] De vernietiging van de bestreden beslissing zal verzoekster het voordeel verschaffen dat zij meer mogelijkheid zal hebben op een andere tewerkstelling waarbij rekening gehouden wordt met haar beperkingen. Verzoekster verwijst naar verwerende partij haar laatste memorie van 26 mei 2021 in de ontslagprocedure meer bepaald onder punt
- Repliek randnummer 2 waar verwerende partij stelt ‘Bovendien heeft verzoekster reeds aangetoond dat zij in staat is om tijdig verzoekschriften, verweerschriften en memories in te dienen...’ Wanneer verzoekster bij haar werkhervatting bijvoorbeeld was tewerkgesteld geweest op de dienst geschillen of de dienst klantenmanagement dan had zij veel beter kunnen omgaan met haar functiebeperkingen. Zij bevestigt dit in een mailbericht aan de teamchef van de dienst TAO aangifteopvolging van 10 februari 2017 ‘Goed voor mij ook dat een spellingchecker is voorzien in de programma's.’ Op de standplaats Leuven en in het bijzonder op de dienst TAO heeft zij uitgelegd dat zij na haar ongeval letters en cijfers omdraait en voor het werken met teksten er spellingcontrole programma’s zijn maar dat iets dergelijks niet bestaat voor het werken met cijferreeksen. […] Verzoekster beschikt over een persoonlijk, rechtstreeks en actueel belang.
- Verzoekster heeft verder nog een moreel belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Verwerende partij verwoordt zelf als volgt in haar nota met opmerkingen op de schorsingsprocedure : ‘In de mate dat verzoekster verwijst naar eventuele morele schade om de spoedeisendheid te rechtvaardigen, merkt verweerder op dat dit goedgemaakt kan worden door de morele genoegdoening van een eventueel vernietiging[s]arrest.’ Het kan verzoekster niet verweten worden dat de verwerende partij haar niet heeft betrokken bij de kantelingoperatie en de beslissingen en besluiten in verband met de kanteling K3 haar niet heeft meegedeeld. Bovendien werd een beslissing genomen die manifest onwettig is. Het moreel nadeel voor verzoekster is enorm. De stress die haar werkhervatting met zich meebracht en de angst en bijkomende stress die zij vanaf het ontslag tot heden heeft is alleen nog groter geworden. Verzoekster beschikt over een persoonlijk, rechtstreeks en actueel belang.” Beoordeling
- Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep en de IX-8991-6/10 verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, direct en persoonlijk voordeel oplevert.
- Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Het voordeel moet in beginsel méér zijn dan de morele ge-noegdoening die een verzoekende partij put uit het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördi-neerde wetten op de Raad van State; dat beoogde voordeel is immers niet ver-bonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen.
- Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Wel ligt het op de weg van een verzoekende partij, wanneer er twijfel rijst omtrent haar actueel belang en zeker wanneer daarover een onderbouwde exceptie wordt opgeworpen, om aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kunnen aantonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt. Met wat een verzoekende partij desgevraagd dan voor de Raad doet gelden, schetst zij zelf de contouren waarom het haar (nog) te doen is en de Raad moet met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het ge-rechtelijk debat rekening houden. IX-8991-7/10 9.
- De door verzoekster opgegeven vijf redenen tonen niet meteen aan dat zij nog een actueel belang heeft bij het voorliggende beroep. Uit die vijf redenen kan enkel worden afgeleid dat verzoekster de verwerende partij verwijt onvoldoende aandacht te hebben gehad voor haar persoonlijke (medische) toestand en onvoldoende op haar vragen te hebben geantwoord, dit terwijl zij volgens haar steeds proactief heeft gehandeld. Voor het overige verwijst zij ook naar haar memorie van wederantwoord. Evenwel zijn de in dat procedurestuk opgegeven elementen vreemd aan de gevolgen van het tussengekomen ontslag en evenmin van aard om te besluiten dat zij thans nog over een actueel belang bij haar beroep beschikt. 9.
- Waar verzoekster stelt dat de vernietiging van de bestreden beslissing haar het voordeel zal opleveren dat zij meer kans zal hebben dat aan een verzoek tot wedertewerkstelling op contractuele basis bij een andere federale overheidsdienst op de standplaats Leuven een gunstig gevolg kan worden gegeven, moet op het volgende worden gewezen. Een nietigverklaring van de bestreden beslissing kan daartoe weinig soelaas brengen. Verzoekster is reeds eerder tuchtrechtelijk ontslagen hetgeen met zich brengt dat zij, zelfs na een nietigverklaring van de bestreden beslissing, niet kan worden toegewezen aan de door haar gewenste administratie. Bovendien valt niet in te zien, nu verzoekster niet langer federaal ambtenaar is, hoe zij door de nietigverklaring van de bestreden beslissing meer kans zal maken om contractueel tewerkgesteld te worden bij een andere federale overheidsdienst. 9.
- In de mate dat verzoekster argumenteert dat zij nog steeds een moreel nadeel lijdt door de bestreden beslissing en daardoor nog steeds een moreel belang heeft, vertoont het morele nadeel dat verzoekster ondervindt een onvoldoende rechtstreeks verband met de finaliteit van de gevorderde nietigverklaring, aangezien zij tuchtrechtelijk is ontslagen en niet langer bij de IX-8991-8/10 verwerende partij is tewerkgesteld, zodat een nietigverklaring van de bestreden beslissing haar op dit punt geen voordeel meer kan bieden. 9.
- In zoverre verzoekster stelt nog over een financieel belang te beschikken en daarbij ter ondersteuning verwijst naar haar precaire financiële toestand en stelt dat de vernietiging van de bestreden beslissing haar het voordeel zal verschaffen dat zij “meer [de] mogelijkheid zal hebben op een andere tewerkstelling waarbij rekening gehouden wordt met haar beperkingen”, moet worden gewezen op wat volgt. Haar precaire financiële toestand zoals verzoekster die tracht aan te tonen, is niet het gevolg van de bestreden beslissing, maar wel van haar tuchtrechtelijk ontslag. Dat zij “meer [de] mogelijkheid zal hebben op een andere tewerkstelling waarbij rekening gehouden wordt met haar beperkingen” zal door het verdwijnen van de bestreden beslissing evenmin worden bereikt. Zoals reeds benadrukt, is verzoekster tuchtrechtelijk ontslagen en niet langer tewerkgesteld bij de federale overheid, zodat een nietigverklaring van de bestreden beslissing haar op dit punt geen voordeel meer kan bieden. 9.
- Verzoekster beroept zich ten slotte op een functioneel belang. Het functioneel belang is het belang dat aan diegenen die een openbare functie uitoefenen, de mogelijkheid biedt om beslissingen aan te vechten die, zonder hen persoonlijk te raken, een miskenning inhouden van de prerogatieven van hun mandaat of van de bevoegdheid van de instelling of het orgaan waartoe zij behoren. In casu valt niet in te zien hoe verzoekster zich op een dergelijk belang zou kunnen beroepen.
- Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster niet langer doet blijken van het rechtens vereiste belang. IX-8991-9/10 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, Bert Thys, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-8991-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.797 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.237.990 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div