id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.818 Rolnummer: A. 239281/X-18409 Zaak: Arrest 256818 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 16/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-19 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-06 05:11 Fiche Arrest nr 256.818 van 16 juni 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 256.818 van 16 juni 2023 in de zaak A. 239.281/X-18.409 In zake : BV RYCKEVELDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 9000 Gent Molenaarsstraat 111/1A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD DAMME Tussenkomende partijen : 1. BV RYCKEVELDE 1451 2. Laurens VOGELAERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Vermaercke en Daan Vandenbroucke kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 7 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de burgemeester van de stad Damme van 12 mei 2023 waarbij aan Laurens Vogelaers toelating wordt verleend voor het evenement “Ryckevelde parkcafé” op het terrein gelegen Ryckevelde 3 te Damme voor de periode van 12 mei 2023 tot 10 september 2023. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. X-18.409-1/15 Met een verzoekschrift van 13 juni 2023 heeft de Bv Ryckevelde 1451 en Laurens Vogelaers gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 juni 2023, om 10 uur. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daan Vandenbroucke, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Aan de westelijke zijde van het domein Ryckevelde te Damme bevindt zich een in de kern 16de-eeuws landhuis (hierna: het landhuis). Ongeveer 100 meter ten noordoosten daarvan, centraal in het domein, werd in het eerste kwart van de 20ste eeuw een neogotisch kasteel ingeplant (hierna: het kasteel). Het kasteel ligt aan het einde van een toegangsdreef die aansluit op de Maalsesteenweg (hierna: de kasteeldreef). Ongeveer 750 meter ten noordoosten van het landhuis, bevindt zich langs de kasteeldreef een openbare parking (hierna: de openbare parking aan de kasteeldreef). X-18.409-2/15 Verzoekster baat in het kasteel een horecazaak uit. Op ongeveer vijf meter ten westen van het kasteel ligt een kleinere parking (hierna: de kasteelparking). 4.1. Met betrekking tot het (terrein van het) landhuis, vraagt Laurens Vogelaers op 18 november 2020 een omgevingsvergunning aan voor een functiewijziging van een woonhuis naar woonhuis met horecazaak, het aanleggen van een buitenterras en het aanleggen van een parking. 4.2. Met een besluit van 22 november 2021 verleent de Vlaamse minister voor Ruimtelijke Ordening aan Laurens Vogelaers de omgevingsvergunning voor de functiewijziging, maar weigert zij de aanvraag voor de parking, het terras en de toegangsweg. In dit besluit wordt onder meer het volgende gesteld: “Natuurtoets […] Het plangebied is gelegen in het VEN-gebied [Vlaams Ecologisch Netwerk] ‘Assebroekse meersen tot Bergbeekvallei’ volgens het Besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het afbakeningsplan voor de Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling van 18 juli 2003. Het VEN werd tevens herbevestigd via het GRUP ‘afbakening regionaal stedelijk gebied Brugge’. De zone van de werken is gekarteerd als biologisch minder waardevol tot biologisch zeer waardevol[.] […] Er dient te worden vermeden dat door het parkeren van voertuigen tussen de bomen in de omliggende beukendreven druk op de wortelzone ontstaat. Er wordt daarom als vergunningsvoorwaarde opgelegd dat parkeren door het plaatsen van paaltjes fysiek onmogelijk dient te worden gemaakt. De aangevraagde parking en de toegangsweg worden geweigerd. Door wagens van bezoekers tot op de site te brengen wordt natuurverweving bemoeilijk[t.] [E]r zal verstoring veroorzaakt worden door deze voertuigen (geluid, licht, luchtvervuiling fijnstof) en het natuurlijke karakter van de site wordt aangetast.” 5. Op 24 april 2023 vraagt Laurens Vogelaers bij het stadbestuur van Damme toelating voor het organiseren van het evenement “Ryckevelde X-18.409-3/15 parkcafé” op het terrein van het landhuis voor de periode van 12 mei 2023 tot 10 september 2023. In deze aanvraag wordt onder meer het volgende gesteld: “Algemeen Voor wie is dit evenement? Toegankelijk voor iedereen […] Omschrijf het evenement: Ryckevelde parkcafé (zomerbar) zelfde concept zoals in 2019, 2020 en 2021 Omschrijf de doelgroep (leeftijd, aard, samenstelling, ... ): alle leeftijden Verwacht aantal bezoekers, totaal: 5000 Verwacht aantal bezoekers, piekmomenten: 500 [...].” 6. Op vordering van verzoekster vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen bij arrest RvVb-A-2223-0820 van 4 mei 2023 de in randnummer 4.2 bedoelde omgevingsvergunning. De Raad stelt daarbij tevens zijn arrest in de plaats van de nieuw te nemen beslissing en verklaart de aanvraag onontvankelijk omdat de minister “onmogelijk een aanvraag rechtmatig [kan] vergunnen die bij de onbevoegde overheid ingediend werd”. 7. Op 12 mei 2023 neemt de burgemeester van de stad Damme het bestreden besluit, waarin het volgende wordt gesteld: “Wetgeving en reglementering •Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988; •Vlarem-wetgeving; •Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en Koninklijk Besluit houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van 1 december 1975; •Nieuwe algemene politieverordening van Damme (GR 22 februari 2018); •Evenementenkader van Damme (CBS 26 maart 2019) en te raadplegen via www.damme.be/organiseren. Toelating Op basis van bovenstaande wetgeving en reglementering en na gunstig advies van de stads- en veiligheidsdiensten geeft de burgemeester de toelating tot het plaatsvinden van het evenement zoals beschreven in het aanvraagformulier (zie bijlage). X-18.409-4/15 Deze toelating is onder voorbehoud van naleving van alle algemene en in het bijzonder volgende specifieke voorwaarden en/of wijzigingen t.o.v. de aanvraag: De voorwaarden vastgelegd in het brandpreventieadvies (zie bijlage) moeten nageleefd worden met bijzondere aandacht voor: het stilstand en parkeerverbod voor wegen kleiner dan 4 meter, controle op website van Natuur en Bos voor vuurverbod, Er wordt enkel een geluidsniveau van max. 85dB (achtergrondmuziek) toegelaten. Gelet op de lange periode van uw evenement benadrukken we dat tijdelijke handelingen en constructies op 1 perceel enkel vrijgesteld zijn van een omgevingsvergunning als ze niet langer dan vier keer dertig dagen per kalenderjaar blijven staan, inclusief opbouw en afbraak (zie vrijstellingsbesluit) in afstemming met het evenement ‘Ryckevelde Boomhutten’ dat op hetzelfde perceel plaatsvindt. Er wordt gevraagd om voldoende parking te voorzien gedurende deze periode d.m.v. een weideparking. Uw evenement betreft geen occasionele drankgelegenheid, u moet dus beschikken over een bijkomende drankvergunning, zie www.damme.be voor meer info. De voorwaarden hiervoor zullen worden gecontroleerd op een plaatsbezoek, maar gelieve ook het verplichte uittreksels uit het strafregister te bezorgen aan ondernemen@damme.be. Indien van toepassing is een advies van de brandweer met bijkomende voorwaarden ook als bijlage te vinden. Als verantwoordelijke moet u deze toelating op ieder verzoek kunnen vertonen. Deze toelating ontslaat u als organisator ook niet van de verplichtingen te voorzien in andere wettelijke of reglementaire beschikkingen.” 8.1. Naar in het verzoekschrift wordt toegelicht, stelt op 6 mei 2023 een door verzoekster aangestelde gerechtsdeurwaarder vast dat in en rond het landhuis een huwelijksfeest wordt georganiseerd, waarna verzoekster op 8 mei 2023 de verwerende partij contacteert met de vraag om een afschrift te krijgen van een eventuele “pop-upvergunning of toelating […] aan de heer Laurens Vogelaers (of derden) voor de uitbating van […] horeca-activiteiten op de site gelegen te Damme, Ryckeveldestraat 2-3”. 8.2. Op 30 mei 2023 herhaalt verzoekster haar vraag aan de verwerende partij om een afschrift van afgegeven vergunningen of toelatingen te verkrijgen, waarbij zij het volgende stelt: “Conform de regelgeving openbaarheid van bestuur mocht ik [op mijn vraag van 8 mei 2023] een schriftelijk antwoord verwachten via e-mail of X-18.409-5/15 brief binnen 20 kalenderdagen na de ontvangst van mijn aanvraag. Deze termijn is intussen overschreden.” 8.3. Met een mailbericht van 30 mei 2023 antwoordt de verwerende partij: “Wat betreft de pop-up verwijs ik u door naar de dienst Beleven (in
- cc)voor verdere informatie.” 8.4. Met een mailbericht van 4 juni 2023 vraagt verzoekster de verwerende partij voor de derde maal om een afschrift van afgegeven vergunningen of toelatingen te verkrijgen. 8.5. Met een mailbericht van 5 juni 2023 maakt de verwerende partij het bestreden besluit over aan verzoekster. IV. Tussenkomsten 9. De bv Ryckevelde 1451 licht toe dat zij de uitbater is van het toegelaten evenement. Zij verzoekt, net als Laurens Vogelaers – houder van de bestreden toelating – om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om de beide verzoeken in te willigen. De bv Ryckevelde 1451 en Laurens Vogelaers zullen hierna worden aangeduid als de tussenkomende partijen. V. Ontvankelijkheid 10. De tussenkomende partijen stellen dat verzoekster manifest geen belang heeft bij haar vordering. Volgens hen slaagt zij er niet in om op redelijke wijze aannemelijk te maken dat de uitvoering van het bestreden besluit een risico op welke vorm van ingeroepen hinder dan ook zal veroorzaken. Volgens de tussenkomende partijen concretiseert verzoekster op geen enkele wijze dat het bestreden besluit leidt tot bijkomend verkeer, noch dat er geparkeerd zou worden op de kasteelparking. Volgens de tussenkomende partijen X-18.409-6/15 is het duidelijk dat verzoekster in essentie een commercieel belang nastreeft, waarbij zij maar één doel voor ogen heeft: elke mogelijke concurrentie in haar omgeving uit de weg ruimen. De Raad van State is niet de plaats om een commerciële strijd te voeren. Verzoekster gaat eraan voorbij dat de tussenkomende partijen op een volledig andere markt actief zijn: waar verzoekster een feestzaal, B&B, restaurant/brasserie uitbaat, laat het bestreden besluit slechts een tijdelijk evenement toe, te weten een parkcafé waar men een drankje kan nuttigen met hooguit wat versnaperingen. Beoordeling 11. Verzoekster is een rechtspersoon die zich onder meer beroept op de mobiliteitsimpact en parkeerdruk van de door het bestreden besluit toegelaten horeca-activiteiten. Ze vreest dat een deel van het verkeer op haar kasteelparking zal worden afgewenteld. Daar deze kasteelparking gebruikt wordt voor leveranciers en klanten van verzoekster en aanzienlijk dichter bij het terrein van het landhuis ligt dan de openbare parking aan de kasteeldreef, wordt voorshands aangenomen dat verzoekster haar vrees voor nadelige gevolgen op het vlak van mobiliteit en parkeerdruk voldoende aannemelijk maakt. Dit volstaat op het eerste gezicht om het belang van verzoekster te aanvaarden. De door de tussenkomende partijen aangehaalde omstandigheden dat dit belang een commercieel karakter heeft en dat de verzoekster méér en andere horeca- activiteiten uitvoert dan zijzelf, lijken daar geen afbreuk aan te doen. De exceptie van de tussenkomende partijen wordt niet aangenomen. VI. Voorwaarden van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid 12. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts bij uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele X-18.409-7/15 voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing. VI. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 13.1. In het tweede middel voert verzoekster de schending aan van de artikelen 16 en 26bis van het decreet van 21 oktober 1997 ‘betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ (hierna: het natuurdecreet), van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de formelemotiveringswet) en van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en meer in het bijzonder het materieel motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”. 13.2. Verzoekster licht toe dat er voor het toelaten van het evenement, gelet op de ligging in het VEN-gebied ‘Assebroekse meersen tot Bergbeekvallei’, zowel de natuurtoets van artikel 16 van het natuurdecreet als de verscherpte natuurtoets van artikel 26bis van dit decreet had moeten worden uitgevoerd. Dit is evenwel niet gebeurd. Nochtans zal er door de mobiliteitsdruk en het voorzien van een weideparking evident schade ontstaan aan de natuur. Verzoekster benadrukt dat de impact van de bestreden toelating veel groter is dan de impact van de “koffiebar” waarvoor de – inmiddels door de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigde – omgevingsvergunning van 22 november 2021 is verleend. Daar waar het bij de koffiebar ging om maximaal 100 personen, wordt door het bestreden besluit toelating verleend voor een evenement met 500 personen. Verzoekster wijst er ook op dat in de omgevingsvergunning van 22 november 2021 in het kader van de natuurtoets beperkende voorwaarden zijn opgelegd door toedoen van het agentschap Natuur en Bos, terwijl de bestreden toelating ter zake geen voorwaarden bevat. X-18.409-8/15 14. De tussenkomende partijen menen dat het commercieel belang dat verzoekster opwerpt niet verenigbaar is met de inhoud van het middel. Voorts is volgens de tussenkomende partijen verzoeksters verwijzing naar artikel 16, § 1, van het natuurdecreet niet dienstig, daar hoogstens artikel 16, § 2, van dit decreet van toepassing is. Wat de in de artikelen 16, § 2, en 26bis, § 1, van het natuurdecreet bedoelde natuurtoetsen betreft, blijkt volgens de tussenkomende partijen uit de aanvraag zelf in essentie al impliciet dat het evenement hoe dan ook beperkt is en geen noemenswaardige mobiliteitsimpact heeft. In aanvulling daarop werden de voornoemde natuurtoetsen duidelijk wél door de verwerende partij uitgevoerd. Immers wordt expliciet aangegeven dat het aangevraagde overeenstemt met het evenementenkader van de stad Damme van 26 maart 2019 waarin zeer expliciet wordt bepaald dat het evenement géén onherstelbare en/of ernstige schade aan de openbare ruimte mag veroorzaken en géén of beperkte overlast voor niet-deelnemers mag veroorzaken. Volgens de tussenkomende partijen is dit duidelijk een (verscherpte) natuurtoets, uitgevoerd door de verwerende partij zelf. Zij merken op dat het evenementenkader ook expliciet stelt dat “Organisatoren en bezoekers van een evenement steeds terecht kunnen op de reguliere parkeerplaatsen”, die volgens hen in casu ruimschoots aanwezig zijn. Beoordeling 15. Het natuurdecreet stelt: “Hoofdstuk IV Maatregelen ter bevordering van het natuurbehoud Afdeling 1 Algemene maatregelen […] Art. 16 - § 1. In het geval van een vergunningsplichtige activiteit, draagt de bevoegde overheid er zorg voor dat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan door de vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen. § 2. Een activiteit waarvoor een kennisgeving of melding aan de overheid vereist is, kan enkel uitgevoerd worden indien geen vermijdbare schade kan ontstaan en voor zover de aanvrager zich in voorkomend geval gedraagt naar de code van goede natuurpraktijk. X-18.409-9/15 De kennisgever dient aan te tonen dat de activiteit geen vermijdbare schade kan veroorzaken. Wanneer de kennisgever dit niet gedaan heeft, dient de betrokken overheid zelf te onderzoeken of de activiteit vermijdbare schade kan veroorzaken. Indien dit het geval is of indien de code van goede natuurpraktijk niet wordt nageleefd, wordt dit door de overheid aan de kennisgever medegedeeld bij ter post aangetekende brief binnen de eventuele wachttermijn voor het uitvoeren van de activiteit voorzien in de wetgeving in kader waarvan de kennisgeving of de melding gebeurt of bij gebreke daaraan binnen dertig dagen na de kennisgeving of de melding. De kennisgever mag pas starten met de uitvoering van de betrokken activiteit wanneer voormelde termijn verstreken is zonder dat hij een voormeld bericht van de overheid heeft ontvangen. […] Hoofdstuk V Gebiedsgericht beleid Afdeling 1 Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) […] Art. 26bis - § 1. De overheid mag geen toestemming of vergunning verlenen voor een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Als voor een activiteit een kennisgeving of melding aan de overheid vereist is, dient door de kennisgever worden aangetoond dat de activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Wanneer de kennisgever dit niet gedaan heeft, dient de betrokken overheid zelf te onderzoeken of de activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Wanneer dit het geval is, wordt dit door de overheid aan de kennisgever medegedeeld bij ter post aangetekende brief binnen de eventuele wachttermijn voor het uitvoeren van de activiteit voorzien in de wetgeving in het kader waarvan de kennisgeving of de melding gebeurt of bij gebreke daaraan binnen dertig dagen na de kennisgeving of melding. De kennisgever mag pas starten met de uitvoering van de betrokken activiteit wanneer voormelde termijn verstreken is zonder dat hij een voormeld bericht van de overheid heeft ontvangen. […].” De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens te inventariseren en met de gepaste nauwgezetheid te beoordelen. X-18.409-10/15 16. Op het eerste gezicht overtuigen de tussenkomende partijen er niet van dat het middel, waarin wordt ingegaan op de mobiliteitsdruk en de parkeerproblematiek, onontvankelijk zou zijn omdat verzoeksters een commercieel belang nastreeft. 17. Voorshands wordt aangenomen dat het terrein waarop de bestreden toelating betrekking heeft – met de woorden van de vernietigde omgevingsvergunning van 22 november 2021 – “gelegen [is] in het VEN-gebied ‘Assebroekse meersen tot Bergbeekvallei’”. Het is dan ook op goede gronden, zo lijkt, dat verzoekster aanvoert dat te dezen de verscherpte natuurtoets van artikel 26bis van het natuurdecreet had moeten worden uitgevoerd en meer bepaald had moeten worden nagegaan of het aangevraagde evenement onvermijdbare en onherstelbare schade aan het VEN kan veroorzaken. Op het eerste gezicht kan echter noch uit de overwegingen van het bestreden besluit, noch uit de stukken van het administratief dossier – inbegrepen de aanvraag van 24 april 2023 – worden opgemaakt dat het door het bestreden besluit toegelaten evenement aan enige natuurtoets zou zijn onderworpen. Anders dan de tussenkomende partijen menen, lijkt de verwijzing naar het evenementenkader van de stad Damme niet voor een natuurtoets te kunnen doorgaan, daar dit kader geen concreet onderzoek naar de effecten van het evenement voor de natuur inhoudt. 18. Het middel is ernstig. VII. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen X-18.409-11/15 19. In het verzoekschrift wordt uiteengezet dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een gewone procedure tot schorsing, daar deze procedure onvermijdelijk te laat zou komen om verdere schadelijke gevolgen voor verzoekster te voorkomen. Verzoekster wijst erop dat er voor het door het bestreden besluit toegelaten evenement sprake is van 500 klanten op piekmomenten. De site is daar niet op voorzien. Voor de klanten van het door het bestreden besluit toegelaten evenement is onvoldoende parkeerplaats voorzien. Het gevolg is dat deze klanten – in een zoektocht naar een parkeerplaats – overdag en ’s nachts door het bos rijden en dan gewoon op verzoeksters kasteelparking gaan staan. De uitbater van het toegelaten evenement beschikt immers niet over een eigen parking, en probeert zijn klanten af te leiden naar de parking van verzoekster. 20. De tussenkomende partijen merken op dat in het verzoekschrift wordt opgeworpen dat een arrest na een gewone vordering tot schorsing niet tijdig zou tussenkomen, maar daar verzoekster niet eens een dergelijke vordering heeft geactiveerd gaat dit volgens hen uiteraard niet op. Verzoekster mag de gevolgen van het niet-instellen van een gewone vordering tot schorsing immers niet misbruiken. De tussenkomende partijen wijzen voorts op het tijdsverloop sedert de dag waarop verzoekster navraag heeft gedaan naar het bestreden besluit bij de verwerende partij (8 mei 2023). Verzoekster heeft zich klaarblijkelijk niet eens de moeite getroost om zich sneller en concreter te gaan informeren op het moment dat zij onmiskenbaar op het terrein gezien heeft dat het evenement terug opgestart was medio mei 2023. Zij heeft er zich mee vergenoegd om in een tijdspanne van 27 dagen drie mailtjes te sturen naar de verwerende partij. Zelfs indien de Raad van State niet per definitie de voorliggende vordering zou afwijzen om reden van het tijdsverloop tussen de feitelijke kennisname van het opstarten van het evenement en het instellen van de vordering, dan nog kan niet anders dan vastgesteld worden dat verzoekster de uiterst dringende noodzakelijkheid zelf in de hand gewerkt heeft, minstens nadelig heeft beïnvloed. X-18.409-12/15 Wat de mobiliteits- en parkeerdruk betreft, wijzen de tussenkomende partijen er op dat het omliggende domein een publiek openbaar domein is. Als daar ’s nachts al auto’s zouden rondrijden is dit niet per definitie te wijten aan het bestreden besluit. Idem dito wat betreft het beweerde gebruik van verzoeksters parking. De tussenkomende partijen stellen dat er geen enkel stuk voorligt dat bewijst dat verzoekster over een eigen private parking beschikt. Tot slot leggen de tussenkomende partijen foto’s neer die op 11 juni 2023 genomen zijn. Het was die dag uitzonderlijk goed weer en er was niet de minste sprake van enige hinder. Beide terrassen, zowel dit van verzoekster als dit van tussenkomende partijen, zaten afgeladen vol. Enig commercieel of concurrentieel nadeel wordt dus door deze foto’s alleszins zeer duidelijk tegengesproken. Langs de volledige toegangsweg naar het terrein van het landgoed was geen auto te bespeuren. Beoordeling 21. Terecht merkt verzoekster op dat de behandeling van haar zaak in een gewone procedure tot schorsing onvermijdelijk te laat zou komen om de door haar gevreesde verdere schadelijke gevolgen te voorkomen. 22. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor ernstige nadelen, of minstens voor schade van enig belang, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. 23. Niet zonder overtuigingskracht wijst verzoekster op de parkeerdruk die het toegelaten evenement meebrengt en op het risico dat deze druk afgewenteld wordt op de kasteelparking. Aangenomen wordt dat verzoekster aldus haar vrees voor ernstige nadelen afdoende heeft onderbouwd, daar – zoals vermeld (randnr. 11) – deze kasteelparking gebruikt wordt voor leveranciers en klanten van verzoekster en aanzienlijk dichter bij het terrein van het landhuis ligt dan de openbare parking aan de kasteeldreef. X-18.409-13/15 Dat het kasteeldomein openbaar is en dat verzoekster voor de kasteelparking geen eigendomsbewijs heeft neergelegd doet aan het voorgaande geen afbreuk. Hetzelfde geldt voor de door de tussenkomende partijen neergelegde foto’s, al was het maar omdat ze enkel horeca-terrassen en de toegangsweg naar het terrein van het landhuis tonen en géén parkings. Er blijken voorts geen tekortkomingen wat betreft de plicht om diligent op te treden. Verzoekster heeft haar vordering immers ingesteld twee dagen nadat de verwerende partij haar – na haar herhaalde verzoeken (randnrs. 8.1 tot 8.4) – een afschrift van het bestreden besluit heeft overgemaakt. Is de voorliggende vordering ingesteld op de 26ste dag na het nemen van het bestreden besluit, dan zijn hiervan liefst 24 dagen toe te schrijven aan de behandelingstermijn die de verwerende partij heeft benut bij het beantwoorden van verzoeksters tot driemaal toe geformuleerde vraag tot openbaarmaking. 24. De conclusie is dat er ook voldaan is aan de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. BESLISSING 1. De verzoeken van de bv Ryckevelde 1451 en van Laurens Vogelaers tot tussenkomst worden ingewilligd. 2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van de burgemeester van de stad Damme van 12 mei 2023 waarbij aan Laurens Vogelaers toelating wordt verleend voor het evenement “Ryckevelde parkcafé” op het terrein gelegen Ryckevelde 3 te Damme voor de periode van 12 mei 2023 tot 10 september 2023. X-18.409-14/15 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.409-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.818 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.425 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div