id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.827 Rolnummer: A. 237322/IX-10123 Zaak: Arrest 256827 - ION - Aanwerving en loopbaan - 19/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-26 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-06 05:11 Fiche Arrest nr 256.827 van 19 juni 2023 Openbaar ambt - ION - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 256.827 van 19 juni 2023 in de zaak A. 237.322 /IX-10.123 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evelyne Maes en Sander Meert kantoor houdend te 3000 Leuven Arnould Nobelstraat 34/0101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Kamer van volksvertegenwoordigers bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Lombaert, Jan Joos en Niels Tack kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 26 september 2022, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 20 juli 2022 tot opheffing van het mandaat van YYYY als directeur van het algemeen secretariaat en lid van het directiecomité van de Gegevensbeschermingsautoriteit. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-10.123-1/7 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 juni
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Evelyne Maes, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Bruno Lombaert, Jan Joos en Niels Tack, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker is lid van het directiecomité van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA). Hij is voorzitter van de Geschillenkamer van de GBA. Met de bestreden beslissing ontheft de Kamer van volksvertegenwoordigers YYYY van zijn mandaat als directeur van het algemeen secretariaat en lid van het directiecomité van de GBA. IX-10.123-2/7 IV. Samenvoeging
- Anders dan verzoeker betoogt in zijn inleidend verzoekschrift, is het feit dat ook YYYY de ontheffingsbeslissing heeft aangevochten in de zaak bekend onder rolnummer A. 236.952/IX-10.089, geen grond om beide zaken samen te voegen. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De verwerende partij werpt in haar nota met opmerkingen twee excepties van onontvankelijkheid van de vordering op. De eerste exceptie steunt op een gebrek aan rechtsmacht van de Raad van State, gelet op artikel 45, § 1, van de wet van 3 december 2017 ‘tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit’ (hierna: GBA-wet), naar luid waarvan geen enkel beroep openstaat tegen de beslissing tot ontheffing van het mandaat van lid van het directiecomité wegens ernstige tekortkomingen of het niet langer voldoen aan de vereisten voor het vervullen van de taken. Bovendien, aldus nog de verwerende partij, toont verzoeker niet of minstens onvoldoende aan dat de Raad van State de bevoegde rechtbank zou zijn om kennis te nemen van enig beroep tegen de bestreden beslissing op grond van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De tweede exceptie betwist onder het opschrift ‘ontvankelijkheid ratione personae’ zowel het belang als impliciet ook de hoedanigheid van verzoeker.
- De Raad van State acht het niet noodzakelijk en om proceseconomische redenen ook niet wenselijk om die excepties – waarvan de eerste complexe vragen doet rijzen met betrekking tot de bestaanbaarheid van artikel 45, § 1, van de GBA-wet met Europeesrechtelijke, supranationale en grondwettelijke voorschriften – in de huidige stand van de rechtspleging te onderzoeken en te beslechten, aangezien hierna zal blijken dat hij zich vooralsnog niet dient uit te spreken over de grond van het hem voorgelegde geschil, maar kan IX-10.123-3/7 volstaan met de vaststelling dat de spoedeisendheid van de zaak niet wordt aangetoond en de vordering om die reden hoe dan ook moet worden verworpen. VI. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het verzoekschrift
- Over de spoedeisendheid doet verzoeker in het inleidend verzoekschrift gelden wat volgt: “De heer XXXX kan het resultaat van de procedure ten gronde niet afwachten, daar hij zich zonder de schorsing van de bestreden beslissing in een toestand zal bevinden waarin de schadelijke gevolgen ervan niet meer door het vernietigingsarrest of in het kader van het rechtsherstel na dit arrest kunnen worden goedgemaakt. Hierboven werd reeds aangetoond dat de heer XXXX door de bestreden beslissing wordt aangetast in zijn onafhankelijkheid als lid van het directiecomité van de GBA, zoals deze voor hem persoonlijk is gewaarborgd door artikel 52, lid 2 van de AVG en artikel 43, eerste lid van de GBA-wet, in bijzonder de door het Europees en Belgisch recht gegarandeerde afwezigheid van al dan niet rechtstreekse externe invloed van wie dan ook. De heer XXXX zou meer bepaald naar redelijkheid kunnen aannemen dat hij niet meer het standpunt mag innemen dat de GBA mag deelnemen aan overlegvergaderingen met andere toezichthouders over de uitoefening van de bevoegdheden van de GBA, zoals de overlegvergadering met het BIPT, een interne procedure mag vaststellen om zich, voorafgaand aan een beslissing tot vatting van de Inspectiedienst, in staat te stellen om te beoordelen of er ernstige aanwijzingen zijn van het bestaan van een praktijk die aanleiding kan geven tot een inbreuk op de grondbeginselen van de bescherming van de persoonsgegevens, of mag deelnemen aan vergaderingen zoals deze van de taskforce ‘Data & Technology against Corona’. IX-10.123-4/7 De schorsing van de tenuitvoerlegging van [de] bestreden beslissing is derhalve noodzakelijk om het gevaar weg te nemen dat de Kamer van volksvertegenwoordigers een politieke invloed kan uitoefenen op de beslissingen van de heer XXXX als lid van het directiecomité van de GBA, en om aldus te vermijden dat de onafhankelijke vervulling van diens taken wordt gehinderd. Zonder de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, zal in hoofde van de heer XXXX de aanname kunnen blijven bestaan dat hij zijn mandaat als lid van het directiecomité anders dient in te vullen en andere standpunten inzake de verwerking van persoonsgegevens dient in te nemen, omdat hij in het andere geval door de Kamer van volksvertegenwoordigers riskeert te worden ontheven van zijn mandaat als lid van het directiecomité. Zonder de schorsing van de bestreden beslissing, zal de heer XXXX wat zijn deelname aan de beslissingen van het directiecomité betreft dan ook in de periode tot het vernietigingsarrest niet vrij blijven van risico van externe invloed en minstens op indirecte wijze instructies kunnen krijgen van de Kamer van volksvertegenwoordigers bij de uitvoering van deze taken en bevoegdheden. Op geen enkele wijze zal het vernietigingsarrest kunnen goedmaken dat de heer XXXX in de periode tot het vernietigingsarrest zijn taken uitvoerde en zijn bevoegdheden uitoefende onder de dreiging te worden ontheven van zijn mandaat als lid van het directiecomité door de Kamer van volksvertegenwoordigers, indien hij geen gevolg geeft aan de instructies die de Kamer van volksvertegenwoordigers minstens op indirecte wijze aan hem heeft gegeven middels de bestreden beslissing.” Beoordeling
- In de mate dat de uiteenzetting uitgaat van de premisse dat verzoeker “wordt aangetast in zijn onafhankelijkheid […] gewaarborgd door […] het Europees en Belgisch recht”, refereert verzoeker onrechtstreeks aan de onwettigheid van de door hem bestreden beslissing. In dat verband moet erop worden gewezen dat de eventuele ernst van de middelen of de aard van de in het geding zijnde rechtsregels of rechtsbeginselen op zich de spoedeisendheid niet aantonen, vermits artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State twee afzonderlijke voorwaarden inhoudt. De gebeurlijke onwettigheid wijst niet uit dat de zaak voor verzoeker urgent zou zijn. Het betreft een andere en afzonderlijke voorwaarde waaraan moet zijn voldaan opdat tot een schorsing kan worden besloten. IX-10.123-5/7
- De bestreden beslissing treft niet verzoeker, maar ontheft YYYY, een ander lid van het directiecomité, van diens mandaat. De verwerende partij heeft ten aanzien van verzoeker, die niettemin stelt dat hij als lid van het directiecomité mee de beslissingen heeft genomen die aan YYYY worden verweten, géén ontheffingsprocedure opgestart. Enig toekomstig optreden van de verwerende partij tegenover verzoeker zal bijgevolg geen rechtstreeks gevolg zijn van of verband houden met de ontheffingsmaatregel die YYYY treft. De vrees van verzoeker voor zijn onafhankelijkheid is bijgevolg hypothetisch, minstens voorbarig.
- Naar het oordeel van de Raad van State is de spoedeisendheid van de vordering niet aangetoond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-10.123-6/7 Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.123-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.827 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.144 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div