id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.917 Rolnummer: A. 236024/IX-10028 Zaak: Arrest 256917 - O.C.M.W. - 23/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-29 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-06 05:19 Fiche Arrest nr 256.917 van 23 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.917 van 23 juni 2023 in de zaak A. 236.024/IX-10.028 In zake: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN BERINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stéphanie Taelemans kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 april 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gouverneur van de provincie Limburg van 2 februari 2022 waarbij de volgende beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Beringen worden vernietigd: “- de beslissing van het vast bureau van 23 december 2021 dat bepaalt dat het vast bureau per 31 december 2021 overgaat tot het ontslag van 9 medewerkers die werkzaam zijn in de keuken van Corsala door middel van de uitbetaling van een verbrekingsvergoeding; - de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2021 om: IX-10.028-1/7 - kennis te nemen van het protocol van 24 september 2021 onderhandeld door het BOC en van de waarborgen van het personeel die hierin zijn opgenomen; - toe te treden tot de intergemeentelijke samenwerking - opdrachthoudende vereniging VitaS en om de inbreng en de overdracht van personeel te laten plaatsvinden op 1 januari 2022; - de beheersovereenkomst met VitaS goed te keuren.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de waarnemend voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 10 maart 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig de voormelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 17 april
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
- IX-10.028-2/7 III. Feiten 3.
- De verzoekende partij beschikt over een grootkeuken gelegen in het gebouw van woonzorgcentrum Corsala, dat zij eveneens uitbaat. Volgens de verzoekende partij wordt zij de laatste jaren geconfronteerd met verliezen die de activiteit van de voormelde grootkeuken met zich meebrengt en denkt zij na over “alternatieve pistes voor deze exploitatie”. 3.
- Op 28 juni 2021 keurt haar raad voor maatschappelijk welzijn een overheidsopdracht goed met als voorwerp “uitbating van de centrale keuken, bereiding en levering van maaltijden, beheer en organisatie van de aankopen, terbeschikkingstelling en onderhoud infrastructuur keuken in het woonzorgcentrum Corsala”. Omdat er geen offertes worden ontvangen, beslist het vast bureau op 23 september 2021 om de gunningsprocedure stop te zetten en niet opnieuw op te starten. 3.
- De verzoekende partij gaat, naar eigen zeggen, vervolgens op zoek naar “een oplossing” voor de maaltijdbedeling aan de verschillende doelgroepen van “de centrale keuken”. Op 20 december 2021 neemt haar raad voor maatschappelijk welzijn kennis van een protocol van akkoord gesloten in het bijzonder onderhandelingscomité op 24 september 2021 en beslist de raad formeel om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot de intergemeentelijke samenwerking in de opdrachthoudende vereniging VitaS, onder de voorwaarden die onder meer zijn bepaald in de beheersovereenkomst. Tevens wordt beslist om de inbreng en overdracht van personeel eveneens te laten plaatsvinden op 1 januari
- Ten slotte wordt goedkeuring verleend aan de beheersovereenkomst gesloten tussen de verzoekende partij en VitaS, alsook aan haar bijlagen. IX-10.028-3/7 Op 23 december 2021 beslist het vast bureau om op 31 december 2021 over te gaan tot het ontslag van negen medewerkers die werkzaam zijn in de keuken van woonzorgcentrum Corsala “door middel van de uitbetaling van een verbrekingsvergoeding”. 3.
- Nadat bij hem een klacht is ingediend, vernietigt de gouverneur van de provincie Limburg op 2 februari 2022 zowel de voormelde beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 20 december 2021 als de voormelde beslissing van het vast bureau van 23 december
- Die beslissing van de provinciegouverneur maakt het voorwerp uit van het voorliggende beroep. 3.
- Op 14 maart 2022 weerspreekt de raad voor maatschappelijk welzijn de redenen waarop de beslissing van de provinciegouverneur is gesteund en beslist hij opnieuw om kennis te nemen van het protocol van akkoord gesloten in het bijzonder onderhandelingscomité op 24 september 2021, alsook om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot de intergemeentelijke samenwerking in de opdrachthoudende vereniging VitaS en zijn goedkeuring te verlenen aan de beheersovereenkomst gesloten met VitaS en haar bijlagen. Bij een afzonderlijk besluit van dezelfde datum beslist de raad voor maatschappelijk welzijn om “de activiteiten van de centrale keuken stop te zetten op basis van het behoefteonderzoek uitgevoerd op grond van artikel 60 § 6 OCMW-wet”. IX-10.028-4/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, gesteund op het ontbreken van het rechtens vereiste actuele belang in hoofde van de verzoekende partij. Zij doet gelden dat de raad voor maatschappelijk welzijn van de verzoekende partij, na de bestreden beslissing, op 14 maart 2022 een nieuwe beslissing heeft genomen “met exact hetzelfde voorwerp”. Volgens haar is de bestreden beslissing weliswaar niet formeel opgeheven, maar is ze door de voormelde nieuwe beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn zonder voorwerp geworden. Ze beïnvloedt de rechtstoestand van de verzoekende partij aldus niet meer.
- De verzoekende partij stelt in haar memorie van wederantwoord dat zij zich dienaangaande “gedraagt […] naar de wijsheid van [de] Raad”. Beoordeling
- Met zijn beslissing van 14 maart 2022 heeft de raad voor maatschappelijk welzijn van de verzoekende partij de door de bestreden beslissing vernietigde beslissing hernomen. Deze nieuwe beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn is niet vernietigd door de toezichthoudende overheid en is definitief geworden. Het voorliggende beroep kan slechts zinvol worden begrepen vanuit de betrachting van de verzoekende partij op het moment van het instellen ervan, om na een nietigverklaring van de bestreden beslissing alsnog te kunnen toetreden tot het intergemeentelijke samenwerkingsverband VitaS, de activiteiten IX-10.028-5/7 van haar centrale keuken te kunnen stopzetten en de betrokken personeelsleden, al naargelang van het geval, te kunnen overdragen of ontslaan. Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij door het definitief worden van de op 14 maart 2022 nieuw genomen beslissing heeft verkregen hetgeen zij met haar verzoekschrift tot nietigverklaring beoogde. De verzoekende partij heeft dan ook geen belang meer bij haar beroep. Zij betwist dit overigens niet.
- De exceptie is gegrond.
- Vermits een kort debat volstaat om te komen tot het zo-even vermelde besluit, kan de zaak met toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ definitief worden beslecht. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-10.028-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-10.028-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.917 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div