← België

Arrest 256922 - Taxis - 23/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.922 Rolnummer: A. 230061/IX-9675 Zaak: Arrest 256922 - Taxis - 23/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-06-29 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-06 05:19 Fiche Arrest nr 256.922 van 23 juni 2023 Economische zaken - Taxis Beslissing : Afstand Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.922 van 23 juni 2023 in de zaak A. 230.061/IX-9675 In zake:

  1. Houssam EL UAHABI
  2. de BV SPECIAL INVEST
  3. Viateur NIYONZIMA
  4. de BV UBER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Etienne Kairis kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 24 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van de artikelen 1, 1°, en 37, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 8 november 2019 ‘betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer’. II. Verloop van de rechtspleging
  6. Bij arrest nr. 247.731 van 9 juni 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het gedeeltelijk bestreden besluit verworpen. IX-9675-1/5 De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frédéric Vanneste heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. Met toepassing van artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 3 april 2023 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 mei
  7. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  8. IX-9675-2/5 IX-9675-3/5 III. Gedeeltelijke afstand van het voorwerp van het beroep
  9. In hun laatste memorie doen de verzoekers afstand van het beroep, in zoverre het is gericht tegen artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 8 november 2019 ‘betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer’. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  10. Bij arrest nr. 256.171 van 30 maart 2023 is het besluit van de Vlaamse regering van 8 november 2019 ‘betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer’ vernietigd. Huidig beroep heeft bijgevolg geen voorwerp meer. Het is niet langer ontvankelijk. V. Kosten
  11. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  12. Dit betekent dat de bijdrage slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. IX-9675-4/5 BESLISSING
  13. De Raad van State verleent akte van de gedeeltelijke afstand van het beroep.
  14. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1600 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 60 euro dienen te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9675-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.922 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.731 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.