← België

Arrest 256939 - Varia (openbaar ambt) - 27/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.939 Rolnummer: A. 238604/IX-10219 Zaak: Arrest 256939 - Varia (openbaar ambt) - 27/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-06 05:21 Fiche Arrest nr 256.939 van 27 juni 2023 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Afstand Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.939 van 27 juni 2023 in de zaak A. 238.604/IX-10.219 In zake : XXXX woonplaats kiezend te 8500 Kortrijk Bloemistenstraat 9 bus 31 tegen : de NV VAN PUBLIEK RECHT HR RAIL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. Het verzoekschrift, ingesteld op 22 februari 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van “[a]rtikel 2, letter c van hoofdstuk XV van het Statuut van het Personeel: vroegtijdige oppensioenstelling, wegens invaliditeit”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juni
  3. IX-10.219-1/4 Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Verzoek tot afstand
  5. Met een brief van 12 juni 2023 doet verzoekster afstand “van het verzoekschrift tot schorsing en nietigverklaring aangaande de beslissing tot oppensioenering.”
  6. Overeenkomstig artikel 30, § 5, van de Gecoördineerde Wetten, kan de Raad van State, wanneer de verzoeker zich in de loop van de schorsingsprocedure terugtrekt, in één en hetzelfde arrest uitspraak doen over de vordering tot schorsing en over het verzoekschrift tot nietigverklaring, zonder dat de voortzetting van de procedure gevorderd kan worden. Te dezen staat niets de toepassing van deze bepaling in de weg. IV. Rechtsplegingsvergoeding
  7. In geval van afstand van de vordering kan de verwerende partij als een in het gelijk gestelde partij worden beschouwd. De verwerende partij vraagt in een brief van 14 juni 2023 om verzoekster te veroordelen tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 924 euro.
  8. Het door de verwerende partij gevraagde bedrag van 924 euro betreft niet het in artikel 67, § 1, van het algemeen procedurereglement bedoelde “basisbedrag” van de rechtsplegingsvergoeding, maar omvat tevens de in § 2 van dit artikel bedoelde verhoging van het basisbedrag met 20 %. IX-10.219-2/4 Er is in casu evenwel geen aanleiding tot verhoging van het basisbedrag van 770 € ten voordele van de verwerende partij, nu verzoekster afstand doet van het annulatieberoep, zodat dit beroep samen met de schorsingsvordering in één arrest kan worden beslecht, zonder dat de verwerende partij enig procedurestuk in de annulatieprocedure heeft moeten indienen, en zij geen omstandigheden aanvoert die een afwijking verantwoorden. Integendeel is er aanleiding om de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 154 euro, gelet op de bijzondere omstandigheden waarin verzoekster verkeerde op het ogenblik van het instellen van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring. BESLISSING
  9. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  11. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.219-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-10.219-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.939 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.