id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.940 Rolnummer: A. 238530/IX-10216 Zaak: Arrest 256940 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 27/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-06 05:21 Fiche Arrest nr 256.940 van 27 juni 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.940 van 27 juni 2023 in de zaak A.238.530/IX-10216 In zake: de VZW UNION PROFESSIONNELLE DU TRANSPORT ET DE LA LOGISTIQUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ive Van Giel kantoor houdend te 2000 Antwerpen Cockerillkaai 18 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Herman Van Hoogenbemt kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 24 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk en Economie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan Ficher kantoor houdend te 1030 Brussel Reyerslaan 110 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 februari 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “(d)e beslissing van 19 januari 2023 van de FOD WASO tot gedeeltelijke openbaarheid betreffende het verzoek tot heroverweging inzage administratief dossier RCT/AE//I/4684/CP 226 Hernieuwing van de mandaten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek”. IX-10.216-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juni
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tjörven Masil, die loco advocaten Herman Van Hoogenbemt en Ive Van Giel verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Ivan Ficher, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 26 mei 2021 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd met het oog op de hernieuwing van het mandaat van bepaalde paritaire comités, waaronder het ‘Paritair Comité voor bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek’ (nr. 226) (hierna: het PC 226). IX-10.216-2/9 3.
- De verzoekende partij en de Werkgeversfederatie voor de internationale handel, het vervoer en de logistiek (hierna: de Werkgeversfederatie), dienen hun kandidatuur in. 3.
- Bij ministerieel besluit van 10 oktober 2022 wordt de kandidatuur van de verzoekende partij met het oog op vertegenwoordiging in het PC 226 afgewezen en worden de mandaten toegekend aan de Werkgeversfederatie. 3.
- Met een e-mail van 7 december 2022 vraagt de verzoekende partij op grond van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ (hierna: wet openbaarheid van bestuur) aan de verwerende partij om inzage of het verkrijgen van een digitale kopie van het administratief dossier met betrekking tot “de beslissing van 10 oktober 2022 inzake de samenstelling van het PC 226 voor bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek”. 3.
- Met een schrijven van 13 december 2022 bezorgt de verwerende partij aan de verzoekende partij een kopie van haar ledenlijst die zij verkregen heeft van de RSZ en die de leden weergeeft die in het derde trimester bedienden in dienst hadden met vermelding van het aantal tewerkgestelde bedienden en het toegepaste RSZ-kengetal, alsook een kopie van de nota van de administratie aan de minister met de analyse van de representativiteit van de kandiderende organisaties voor een mandaat in het PC
- Voor wat betreft de stukken van de Werkgeversfederatie wijst de verwerende partij het verzoek tot inzage of kopie af, omdat overeenkomstig artikel 6, § 1, 7°, wet openbaarheid van bestuur deze stukken als vertrouwelijk moeten worden beschouwd. 3.
- Op 16 december 2022 dient de verzoekende partij een verzoek tot heroverweging in bij de verwerende partij en wordt de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur (hierna: commissie), om advies gevraagd. IX-10.216-3/9 3.
- Op 22 december 2022 geeft de commissie een advies en stelt: “[…] dat zij moeilijk kan inzien dat de FOD WASO artikel 6, §1, 7° van de wet van 11 april 1994 kan inroepen om de openbaarmaking van de gevraagde documenten te weigeren. Zelfs als de FOD WASO toch van mening zou zijn dat deze uitzonderingsgrond kan worden ingeroepen, dan kan dit slechts onder voorwaarden die hiervoor zijn aangehaald.” 3.
- Op 28 december 2022 stelt de verzoekende partij een annulatieberoep in bij de Raad van State tegen het voormelde ministerieel besluit van 10 oktober 2022 (gekend onder rolnummer G/A 238.050/XV-5283). 3.
- Op 19 januari 2023 neemt de verwerende partij een nieuwe beslissing tot gedeeltelijke mededeling van het administratief dossier. Dat is het bestreden besluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen, aangezien hierna zal blijken dat hij zich vooralsnog niet dient uit te spreken over de grond van het hem voorgelegde geschil, maar kan volstaan met de vaststelling dat de spoedeisendheid niet wordt aangetoond en de vordering om die reden hoe dan ook moet worden verworpen. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. IX-10.216-4/9 VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de spoedeisendheid
- De betwisting in verband met de toegang tot het administratief dossier kadert in het annulatieberoep dat de verzoekende partij heeft ingesteld bij de Raad van State tegen het voormelde ministerieel besluit van 10 oktober 2022 waarbij de kandidatuur van de verzoekende partij met het oog op vertegenwoordiging in het PC 226 wordt afgewezen en de mandaten in het PC 226 worden toegekend aan de Werkgeversfederatie (gekend onder rolnummer G/A 238.050/XV-5283). De verzoekende partij meent gefnuikt te zijn in haar kansen om in rechte op te treden en haar belangen naar behoren te verdedigen. Zij stelt dat de verregaande anonimisering van de stukken het haar onmogelijk maakt om de rechtsgeldigheid van de motieven inzake representativiteit van de Werkgeversfederatie na te gaan, noch dat zij kan nagaan of alle informatie op rechtsgeldige wijze aan de verwerende partij is bezorgd. De openbaarmaking zou haar toelaten de stukken aan te wenden als aanvullend middel in de voormelde annulatieprocedure tegen het ministerieel besluit van 10 oktober
- Indien zij de annulatieprocedure zou moeten afwachten, zal zij niet in staat zijn om op nuttige wijze standpunt in te nemen over deze stukken en zal de Raad van State in de procedure tegen het ministerieel besluit van 10 oktober 2022 een arrest wijzen zonder dat die stukken voorwerp van het debat zijn geweest. De verzoekende partij besluit dat “[d]e spoedeisendheid in onderhavige zaak […] duidelijk [is]. Hoe langer de openbaarmakingsprocedure aansleept, hoe groter het risico dat [de] verzoekende partij geconfronteerd wordt met schade en een schending van de rechten van verdediging in de procedure tegen de bestreden beslissing die [zij] aanvecht in het kader van de vernietigingsprocedure tegen het ministerieel besluit van 10 oktober 2022”. IX-10.216-5/9 Beoordeling
- Een verzoekende partij die de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing beoogt te verkrijgen, is ertoe gehouden in haar verzoekschrift een op de omstandigheden van haar zaak betrokken uiteenzetting op te nemen die ziet op de voorwaarde van de spoedeisendheid en waarin zij aan de hand van concrete, precieze en dienstige gegevens uitlegt in welke mate zij onherroepelijke schadelijke gevolgen zou ondergaan indien het resultaat van het annulatieberoep zou moeten worden afgewacht. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
- De schade die de verzoekende partij wil voorkomen, betreft het tussenkomen van een eindarrest in de zaak 238.050/XV-5283 zonder dat zij kennis heeft kunnen nemen van de stukken die het voorwerp uitmaken van de vraag tot openbaarmaking. Ook wil de verzoekende partij in de zaak 238.050/XV-5283 een standpunt kunnen innemen met betrekking tot de impact ervan op de wettigheid van het voormelde ministerieel besluit van 10 oktober
- Met de bedoelde stukken worden in het bijzonder de statuten van de Werkgeversfederatie, de aangesloten beroepsverenigingen, de actuele ledenlijst, en meer specifiek het btw-nummer, het KBO-nummer, het RSZ-nummer, de postcode, het arrondissement, de identiteit van de verschillende bedrijven en diens zaakvoerder, en het aantal werknemers die onder het PC 226 zouden vallen, bedoeld. Daarnaast gaat het om de e-mailberichten van 30 december 2021 en 19 januari 2022 aan de verwerende partij van de beroepsorganisaties waarvoor de Werkgeversfederatie zou optreden als koepelorganisatie. Dezelfde stukken blijken door de verwerende partij ten vertrouwelijke titel te zijn neergelegd naar aanleiding van het indienen van een memorie van antwoord in de zaak 238.050/XV-
- IX-10.216-6/9 9.
- Wat de statuten van de Werkgeversfederatie betreft, blijkt de vraag tot openbaarmaking inmiddels achterhaald nu de Werkgeversfederatie haar statuten niet vertrouwelijk heeft gevoegd bij haar verzoekschrift tot tussenkomst in de zaak 238.050/XV-
- 9.
- Voor het overige kan de uiteenzetting van de verzoekende partij niet overtuigen van de spoedeisendheid van haar vordering. De verzoekende partij licht toe en het dossier bevestigt dit, dat zij in de zaak 238.050/XV-5283 aanvankelijk twee middelen heeft ingeroepen, die onder meer zijn afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, omdat noch het ministerieel besluit van 10 oktober 2022, noch de in randnummer 3.5 vermelde nota van de administratie aan de minister met de analyse van de representativiteit van de kandiderende organisaties voor een mandaat in het PC 226, gegevens zou bevatten over de representativiteit van de Werkgeversfederatie. Zo de Raad van State deze formele grief bijvalt, kan de verzoekende partij alsnog in de gelegenheid worden gesteld kennis te nemen van deze motieven en ze desgewenst betwisten. 9.
- Voorts dient erop te worden gewezen dat artikel 87, § 4 van het algemeen procedurereglement bepaalt dat de overige partijen van een vertrouwelijk stuk kennis mogen nemen “(a)ls het verzoek om vertrouwelijke behandeling bij arrest wordt afgewezen”. Het valt bijgevolg aan de Raad van State toe te controleren of het door de verwerende partij aangevoerde vertrouwelijk karakter relevant is, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht op woord en wederwoord van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. Zo de Raad van State het verzoek van de verwerende partij om vertrouwelijke behandeling van de stukken met betrekking tot de IX-10.216-7/9 Werkgeversfederatie afwijst, zal hij in de regel een heropening van het debat bevelen teneinde de verzoekende partij in de gelegenheid te stellen alsnog standpunt in te nemen van deze stukken. In dat verband kan erop worden gewezen dat de verzoekende partij in de zaak 238.050/XV-5283 een memorie van wederantwoord heeft neergelegd waarin zij een nieuw middel aanvoert en de Raad van State verzoekt om de vertrouwelijkheid van bepaalde door de verwerende partij aangemerkte stukken van het administratief dossier af te wijzen en het debat te heropenen. Hoe dan ook belet het vertrouwelijk karakter van neergelegde stukken de Raad van State niet deze bij zijn beoordeling van de aangevoerde middelen te betrekken. Zo de Raad van State de vertrouwelijkheid van de stukken niet afwijst, zal hij de kwestie van de representativiteit van de Werkgeversfederatie, voor zover gewettigd door deze stukken, mee kunnen nemen bij zijn beoordeling van de middelen. 9.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat de bestreden weigering tot openbaarmaking haar in een toestand dreigt te brengen die maakt dat de uitkomst van de procedure ten gronde niet kan worden afgewacht om een beslissing te verkrijgen.
- De voorwaarde van de spoedeisendheid is niet aangetoond, zodat de vordering moet worden verworpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-10.216-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-10.216-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.940 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.374 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div