← België

Arrest 256963 - Dierenwelzijn - 29/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.963 Rolnummer: A. 238073/VII-41841 Zaak: Arrest 256963 - Dierenwelzijn - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-08-24 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-06 05:23 Fiche Arrest nr 256.963 van 29 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.963 van 29 juni 2023 in de zaak A. 238.073/VII-41.841 In zake:

  1. XXXX
  2. XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Christoffels kantoor houdend te 3620 Lanaken Koning Albertlaan 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 30 december 2022, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 2 december 2022 waarbij: - [d]e 3 katten (2 katten zonder chipnummer en 1 kat met chipnummer 9811000043312461), 2 honden (Akita genaamd Akira 967000001506265 en de border collie genaamd Nala 981100002948346), 3 konijnen, 3 cavia’s, 4 vogeltjes en 1 haan […] in volle eigendom [worden] gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven”; VII-41.841-1/25 - bepaald wordt dat de verzoekende partijen “aan de afdeling Dierenwelzijn een vergoeding verschuldigd [zijn] voor de kosten verbonden aan de inbeslagname en de bestemming van de dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft op 23 maart 2023 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni
  5. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Janne Goossens, die loco advocaat Johan Christoffels verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. VII-41.841-2/25 III. Feiten
  7. Op 29 september 2022, 30 september 2022 en 11 oktober 2022 tracht men een controle uit te voeren. Op 22 oktober 2022 vindt er een controle plaats op het adres van de verzoekende partijen. Er worden verschillende ernstige inbreuken vastgesteld en er worden een aantal voorwaarden opgelegd.
  8. Op 25 oktober 2022 vindt er een hercontrole plaats. Er wordt vastgesteld dat de voorwaarden niet werden nageleefd. De dieren - 3 katten, 2 honden, 3 konijnen, 3 cavia’s, 4 vogeltjes en 1 haan - worden in beslag genomen. De dieren worden onderzocht door de dierenarts.
  9. Op 9 respectievelijk 25 november 2022 worden beide verzoekende partijen gehoord.
  10. Op 2 december 2022 wordt de bestreden beslissing genomen: “De vaststellingen in het PV van de politie HA.63.L1.021030/2022 d.d. : 25/10/2022 Ter kenniskoming feit: Op 28/09/2022 komt er een border collie toe in het dierenasiel van Genk die rondzwervend werd aangetroffen. De snuit van de border collie was toegebonden. De hond was vuil en de vacht zat vol klitten. De eigenares van de hond [eerste verzoekster] is de hond later gaan afhalen bij het dierenasiel. Op basis van deze vaststellingen besluiten wij over te gaan tot controle op het adres […]. Controles ter plaatse: Op 29/09/2022 begeeft tweede opsteller zich ter plaatse. Bij aanbellen krijg ik geen gehoor. Ik kan over de poort, de binnenkoer zien. Op deze binnenkoer staan enkele hondenrennen. Ik zie 1 border collie en 1 jack russel zitten in afzonderlijke rennen. In een andere ren zitten 4 Vlaamse reuzen. Dit hok ligt vol met uitwerpselen. Via de weide aan de zijkant van de woning, heb ik zicht op de achtertuin van de woning. Hier zie ik dat er 3 ezels en enkele schapen achteraan in de weide lopen. VII-41.841-3/25 Verder zie ik verschillende stuks pluimvee rondlopen. Achteraan staat ook nog een hondenren waarin ik 1 border collie zie zitten. Langs de omheining staat een houten huisje waarin ik een varken hoor knorren. Door de spleten kan ik zien dat er een varken in dit huisje zit op een zeer vuil afgebakend stuk van ongeveer 2 meter op 1 meter. De grond ligt vol met uitwerpselen en het water van het varken is vuil. Aan de andere kant van het huisje zitten 2 Vlaamse reuzen in gelijkaardige omstandigheden. De vloer is bedekt met uitwerpselen. Er is geen drinkwater aanwezig voor de konijnen. Op 30/09/2022 en op 11/10/2022 doe ik telkens een nieuwe controle. Telkens is er niemand thuis. De situatie blijft onveranderd. De honden zitten in de rennen, de konijnen en het varken zitten nog altijd in dezelfde, met uitwerpselen bedekte verblijven, zonder (proper) drinkwater. Op 22/10/2022 begeven beide opstellers zich naar […] om een controle van de aanwezige dieren uit te voeren. De deur wordt geopend door een man die wij later identificeren als [tweede verzoeker], bewoner van de woning. Na de vraag om een controle uit te voeren van de dieren, laat [tweede verzoeker] ons de woning betreden om vervolgens door naar de achtertuin te gaan. Keuken: In de keuken treffen opstellers 2 katten aan. Hiervan is volgens [tweede verzoeker] 1 kat gechipt en niet gecastreerd en 1 kat niet gechipt maar wel gesteriliseerd. Deze katten zagen er lichamelijk goed uit en konden zich vrij bewegen in de woning. Veranda: In de veranda staan 2 vogelkooitjes van ongeveer 30-40 cm breed met telkens 1 vogel. Elke kooi is voorzien van een drinkwaterreservoir waarin nog een beetje water zit. De reservoiren hebben een groene aanslag aan de binnenkant. De bodem is bedekt met een laag uitwerpselen en afval van zaden. Binnenkoer: Op de binnenkoer zijn 4 honden rennen waarvan 1 geïntegreerd in een grotere ren. Ren 1 : Deze is geïntegreerd in andere grotere ren. In deze ren van ongeveer 1.5 meter op 1.5 meter zit een border collie in zijn eigen uitwerpselen. De hond ziet er zeer onverzorgd uit, vuile vacht, vol klitten en reageert zeer nerveus op onze aanwezigheid. Dit is de hond met de band rond zijn muil die werd aangetroffen door het dierenasiel van Genk. Op het ogenblik van onze controle zat er geen band rond de muil. De ren is: - niet voorzien van een zachte ligplaats voor de hond - geen slaaphok - er liggen uitwerpselen in de ren. De hond heet SIMBA en heeft chipnummer
  11. Ren 2 : Dit betreft de ren rondom de eerste ren. Hierin zit een Duitse herdershond met een litteken op de snuit. Volgens [tweede verzoeker] hebben zij deze nog maar enkele maanden geleden weggehaald bij iemand die er niet goed voor zorgde. Daar zou hij de wonden aan zijn snuit hebben opgelopen. De wonde werd door [tweede verzoeker] verzorgd met zalf en zilverspray waardoor deze genas. In de ren is er: - drinkwater aanwezig - geen zachte ligplaats of afdak voorzien - verschillende uitwerpselen en plassen urine - geen slaaphok VII-41.841-4/25 Het betreft de hond genaamd MAURICE met chipnummer
  12. Ren 3 : In deze ren zit een Jack Russel genaamd BAILEY met chipnummer
  13. De hond springt continue op en neer en vertoont een hoog stressgehalte door te blaffen, te grommen en zijn tanden te laten zien. In de ren: - ligt een zeer vuil deken - op de grond liggen uitwerpselen - drinkbak vol met groene aanslag gevuld met water - houten stok als speelgoed - klein houten kistje zonder zacht materiaal dat dient als ligbed - overdekking was voorzien - geen slaaphok Ren 4 met 2 Vlaamse reuzen. In de ren: - staan twee drinkreservoirs maar deze zijn zeer vuil met een bodempje water - 2 lege voederbakken in een stapel uitwerpselen - De ren is licht bestrooid met hooi Stal/garage: 5 kooien met dieren. Kooi 1 met een kip/haan op een laag schavelingen - geen drinkwater - geen zitstok - geen geschikte kooi voor pluimvee: te klein en te laag Kooi 2 met 1 kip/haan - vuile ondergrond - drinkbak volledig verstopt met uitwerpselen - geen zitstok - geen geschikte kooi voor pluimvee: betreft curverbox Kooi 3 met 1 kip/haan: - vuile ondergrond - vuil drinkwater - geen zitstok - geen geschikte kooi voor pluimvee : te klein en te laag Kooi 4 met 1 cavia: - zeer vuile ondergrond - wel apart slaaphok - geen drinkwater in groen aangeslagen drinkreservoir Kooi 5 met 2 cavia’s: - zeer vuile ondergrond - geen drinkwater Weide achteraan woning: • Eén loslopend varken - geen oormerk - zeer vuil verblijf - vuil drinkwater in het verblijf • Drie ezels: - hoeven in orde - stal is niet ingestrooid, stenen ondergrond met modder - staan op klein stukje modderige weide - hebben ook een weide met gras ter beschikking maar staan er niet in op het ogenblik van de vaststellingen. • Twee schapen: - ruime stal aanwezig waarvan deze is ingestrooid met stro en overdekt is - schapen staan in de stal en worden vrijgelaten tijdens onze vaststellingen - weinig drinkwater in vuile emmer Tuin achteraan woning: 1 hondenren met 2 honden. - De ren is vuil en bezaaid met uitwerpselen - ren te klein om 2 honden te huisvesten - mogelijkheid tot onderdak aanwezig - zeer weinig drinkwater in een groen uitgeslagen kom Hond 1: Akita genaamd AKIRA met chipnummer 967000001506265 - hond heeft weinig energie - drinkt zeer langzaam - vacht ruikt naar urine en is vuil Hond 2: Border collie genaamd NALA met chipnummer 981100002948346 - slechte vachtverzorging, klitten - vacht ruikt naar urine - wordt uitgelaten tijdens onze vaststellingen en begint energiek rond te lopen VII-41.841-5/25 Hok met 2 vlaamse reuzen: - Hok is zeer vuil en bijna volledig bedekt met uitwerpselen - geen droge ligplaats - leeg, vuil drinkreservoir, geen ander drinkwater aanwezig Twee kippenrennen: Ren 1 met 5 sierkippen: - leghok/schuilhok aanwezig - drinkbak aanwezig met bodempje water - automatische voederbak aanwezig - ren is ruim genoeg en relatief proper Ren 2 met 9 stuks pluimvee: - kunnen binnen - drinkbak aanwezig met bodempje water – automatische voederbak aanwezig Drie hokken met konijnen: Hok 1 met 1 zwart konijn: - Zeer vuil hok : dikke laag van meerdere centimeters met uitwerpselen. Aan 1 kant is een klein plaatsje vrijgemaakt van uitwerpselen - drinkwater aanwezig Hok 2-3: - Boven en onderhok verbonden met elkaar d.m.v. laddertje dat echter op de grond lag tijdens onze controle - Bodem volledige bezaaid met uitwerpselen - geen drinkwater aanwezig Kattenrennen (zijn eigenlijk volières om vogels te huisvesten): Ren 1: - twee katten in te kleine ren - katten niet gechipt - kattin zou gesteriliseerd zijn en kater zou gecastreerd zijn - kattenbak puilt uit van de uitwerpselen - In de drinkbak liggen uitwerpselen - geen ander drinkwater voorzien Ren 2: - 1 kater niet gechipt en niet gecastreerd - Kattenbak puilt uit van de uitwerpselen Na de controle hebben opstellers een gesprek met [tweede verzoeker] over de verzorging van de dieren. Wij maken hem duidelijk dat de verzorging van de dieren niet goed is. Wij manen hem aan om onmiddellijk de verblijven van alle dieren proper te maken en altijd proper drinkwater te voorzien voor alle dieren. Wij maken [tweede verzoeker] ook duidelijk dat wij spoedig een hercontrole zullen doen naar de leefomstandigheden van de dieren. De volgende voorwaarden worden mondeling opgelegd aan [tweede verzoeker]: - alle dieren moeten constant beschikken over proper drinkwater uit propere drinkreservoirs - alle verblijven moeten grondig schoongemaakt en ingestrooid worden - de honden moeten de nodige vachtverzorging krijgen - alle verblijven moeten in grootte aangepast worden aan de dieren : - pluimvee niet in kleine kooitjes huisvesten - honden meer vrijheid en afleiding geven : wandelen, spelen, speeltjes, laten rennen in weide,... - de katten niet huisvesten in kleine volières - niet gechipte katten laten chippen en onze dienst hiervan in kennis stellen - niet gesteriliseerde katten laten behandelen en onze dienst hiervan in kennis stellen - een aantal dieren naar eigen keuze herplaatsen wegens te grote aantal Hercontrole op 25/10/2022: Binnenkoer: VII-41.841-6/25 - De border collie zit nog steeds in het kleine rennetje. De grotere ren rondom is nochtans leeg. De vacht van de hond is nog steeds vuil en er is geen zacht ligbed in de ren. - De jack Russel zit ook in zijn ren. Er liggen enkele uitwerpselen in de ren. Het vuile deken is verwijderd, er is geen nieuw zacht ligbed aanwezig. Er is drinkwater aanwezig met een groene aanslag. - Het verblijf van de 2 Vlaamse reuzen is proper gemaakt. De slaapplaats van de konijnen is ingestrooid en er is proper drinkwater aanwezig. - Naast de konijnen ren ligt 1 dood konijn achter enkele stukken hout. Dit konijn is al in vergaande staat van ontbinding en heeft een vreselijk doordringende geur. - De Duitse herder zit nu in een klein afgebakend stuk in de veranda. Er is geen drinkwater voorzien in deze ren alsook geen zachte ligplaats. - Naast de veranda staat een vogelkooi die wij bij onze vorige controle niet opgemerkt hebben. In deze kooi zitten 4 tot 5 vogeltjes waarvan er 1 dood op de grond ligt. Het waterbakje in de vogelkooi is zeer vuil en volledig leeg. De eetbakjes zijn ook leeg. - Wij treffen nog 2 volières aan met telkens enkele vogeltjes in. Deze dieren beschikken wel over voldoende drinkwater. Stal/garage: - er staat een kleine kooi waarin nog steeds 1 haantje zit. Er is geen drinkwater aanwezig. De kooi is nog steeds te klein en er is geen zitstok aanwezig. De overige kooitjes waar kippen in zaten zijn leeg. - de kooi met de 2 cavia’s ligt nog steeds vol uitwerpselen en is niet proper gemaakt. Er is geen drinkwater aanwezig. - de kooi waar 1 cavia in zit is ook nog steeds zeer vuil en ligt vol met uitwerpselen. Er is een drinkreservoir aanwezig maar hier zit slechts een klein beetje water in. Weide achter de woning: - De ezels en de schapen lopen los in de weide. Tuin achteraan de woning: - het varken zit opgesloten in het huisje. Het varken is nu verhuisd naar de rechterkant van het huisje. Zijn verblijfplaats is een stuk groter gemaakt en werd gedeeltelijk ingestrooid. Er is drinkwater aanwezig. - de Vlaamse reuzen zitten nu aan de linkerkant en hun verblijf werd ook proper gemaakt. Er is een drinkwaterreservoir aanwezig maar dit is leeg. Eén van de konijnen probeert te drinken maar er komt niets uit. - de kippen en hanen lopen nog steeds rond in de kippenrennen. Zij hebben drinkwater en schuilmogelijkheden. - de konijnen zitten nog altijd hetzelfde als tijdens onze controle op 22/11/
  14. De verblijven zijn ronduit smerig en liggen vol met uitwerpselen. Voor 1 konijn is er nog steeds geen drinkwater aanwezig. - De border collie en akita zitten ook nog steeds in hun verblijf waarvan de grond ook bezaaid is met uitwerpselen. In het schuilhok ligt slechts 1 vuile houten palet waar ze droog op kunnen liggen. De honden zijn vuil en ruiken sterk urine. VII-41.841-7/25 - De 3 katten zitten ook nog steeds in hun ‘volière’ zonder dat hier iets werd proper gemaakt. De kattenbakken puilen nog uit van de uitwerpselen en er is geen drinkwater aanwezig. Opstellers besluiten om over te gaan tot inbeslagname van: - de 3 katten in de volière - de 2 honden achteraan in de ren: De akita genaamd AKIRA 967000001506265 en de border collie genaamd NALA 981100002948346 - de 3 konijnen in vuile kooien - de 3 cavia’s in vuile kooi - de haan in het veel te kleine kooitje zonder drinkwater - de 4 vogels in de kooi zonder drinkwater en zonder eten waarvan er reeds 1 dood ligt En dit om de volgende redenen : - na strenge aanmaningen op 22/10/2022 werden de verblijven van deze dieren niet proper gemaakt en zijn nog zeer vuil - er geen drinkwater aanwezig is voor de meeste dieren - de dieren niet de mogelijkheid hebben om natuurlijk gedrag te vertonen wegens te kleine, vuile verblijven. Deze vaststellingen wijzen erop dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de dieren, Deze vaststellingen wijzen op ófwel een gebrek aan aandacht voor de noden, huisvesting en verzorging van de dieren, ófwel op een gebrek aan kennis aangaande de noden, huisvesting en verzorging van de dieren, De onaanvaardbare omstandigheden waarin de dieren werden aangetroffen, Er werden dode dieren aangetroffen, Het dierenartsenverslag van de dierenarts van het asiel en de eigen bevindingen van het asiel: • Nala met chipnummer 981100002948346: o Eigen bevindingen asiel: onverzorgde vacht, klitten, te dik, langere nagels o Dierenarts asiel: oren ontstoken, klitten • Akira met chipnummer 981100002948346: o Eigen bevindingen asiel: onverzorgde vacht, klitten, iets te mager, langere nagels, doffe ogen, gezwel/bol op onderkant borst: etterig, ontstoken, onverzorgde wonden o Dierenarts asiel: oren oormijten en ontstoken, klitten, ogen: staar, buik: cyste, ledematen: stijf, arthrose, tanden afgesleten • Kat, Tijger, chipnummer 981100004331246: niet geregistreerd, gecastreerde kater van ongeveer 6 jaar • Lapjes kattin, geen chip, niet steriel, leeftijd moeilijk te bepalen • Grijs-witte kater, geen chip, +/- 6 maanden Hieruit blijkt dat er onvoldoende verzorging en diergeneeskundige begeleiding was. Verhoor van [eerste verzoekster] door de politie op 09-11-2022: Ik ben samen met mijn vriend [tweede verzoeker] eigenaar van de dieren die u in beslag heeft genomen op 25/10/
  15. U vraagt mij naar de muilband van Simba die als zwerfdier was binnengekomen op 28/09/2022 in het dierenasiel van Genk. VII-41.841-8/25 Ik kan u hierover vertellen dat Simba en Maurice samen in een ren zaten. In het begin kwamen ze goed overeen maar op een bepaald moment zijn Simba en Maurice beginnen vechten en dan hebben we een band rond de muilen van beide honden gedaan als ze bij elkaar zaten. Als ik ‘s morgens naar mijn werk vertrok deed ik de muilbanden om. Ik kwam dan ‘s middags thuis en deed de muilbanden uit zodat ze konden eten en drinken. Als ik dan terug vertrok, deed ik de banden terug om en als ik ’s avonds thuiskwam deed ik de banden terug uit. Als ik ze in het oog kon houden, deed ik geen band om ’s avonds zette ik Maurice in de veranda en bleef Simba buiten. U deelt mij mee dat u een eerste controle hebt gedaan aan onze woning op 29/09/
  16. U stelde dan vast dat er op de binnenkoer 2 honden zichtbaar in een ren zaten. De konijnen heeft u ook gezien en u kon toen al vaststellen dat de ren van de konijnen vol uitwerpselen lag. U deelt mij ook mee dat u langs de zijkant van de woning bent gaan kijken en de ezels, de schapen en het pluimvee heeft kunnen zien. Door een spleet in het tuinhuisje heeft u kunnen zien dat het verblijf van het varken en 2 andere konijnen, ook vuil waren. Bij nieuwe controles op 30/09/2022 en 11/10/2022 was de situatie hetzelfde. Op 22/10/2022 waren wij allemaal aanwezig toen u een nieuwe controle uitvoerde van onze dieren. U heeft toen aan mijn vriend meegedeeld dat de leefomstandigheden voor sommige dieren niet goed was. U legde hem mondeling het volgende op : alle verblijven van de dieren moesten onmiddellijk proper gemaakt worden en alle dieren moesten contant proper water te beschikking hebben. De honden moesten de nodige vachtverzorging krijgen en alle verblijven moesten in grootte aangepast worden aan de dieren. U deelt mij mee dat u bij uw hercontrole op 25/10/2022 heeft kunnen vaststellen dat er nog niet aan de voorwaarden was voldaan die u eerder had opgelegd. Daarom bent u overgegaan tot de inbeslagname van Akira, Nala, de 3 buitenkatten, 3 konijnen, 3 cavia’s, een haan en 4 vogels. U vraagt mij naar de herkomst van alle dieren. Simba is 5 jaar oud en is bij ons geboren. Hij is de zoon van Nala. Bailey is 3 jaar oud en is als pup bij ons terecht gekomen. Simba heeft altijd buiten gezeten. Bailey zat in het begin binnen in huis maar wij merkten dat hij buiten gelukkiger was dus hebben we hem naar buiten verhuisd. Slapen doen ze ook buiten. Zij zitten in de ren als wij werken zijn. Als we thuis zijn dan mogen ze los. De reden dat ze meestal in rennen zitten is omdat ze beiden kunnen uitbreken. Daarom kunnen we ze niet loslaten als we niet thuis zijn. Maurice hebben wij overgenomen van mensen die naar een appartement gingen verhuizen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om hem te houden maar omdat hij niet kon opschieten met Simba hebben we besloten om hem niet te houden. Hij was bij ons sinds januari
  17. De rennen werden elke dag vrij gemaakt van uitwerpselen. Twee keer per jaar werd de volledige koer proper gespoten. VII-41.841-9/25 U deelt mij mee dat Simba bij binnenkomst bij het asiel een vuile, onverzorgde vacht had. Het was nu inderdaad wel langer geleden dat de vacht van Simba verzorgd was. Ik denk dat het ongeveer 2 maanden geleden was dat ik zijn vacht nog verzorgd had. Ondertussen heb ik de vacht van Simba volledig verzorgd. Maurice is ondertussen vertrokken naar een nieuw gezin. De grote ren rondom de kleine ren op de binnenkoer hebben we weggehaald en zo geplaatst dat Simba en Bailey niet meer langs het kleine poortje kunnen ontsnappen. Zij lopen nu altijd samen los op de binnenkoer en ze kunnen binnen als ze willen. Wat betreft de buitenkatten kan ik u vertellen dat we de tijgerkat als kitten uit een asiel in Waarschoot gehaald hebben. Dit is ongeveer 6 jaar geleden. Hij was toen nog te jong om te laten castreren. Zij hebben ons toen gezegd dat als hij ouder was, dat wij opnieuw contact moesten opnemen om de castratie te laten uitvoeren. Nadien hebben we geprobeerd om hem via dat asiel te laten castreren maar zij hebben hier geen gevolg aan gegeven. Hij is ook ziek van dit asiel naar ons gekomen. Wij hebben hem dan zelf laten castreren. Hij was wel gechipt in dit asiel maar hij werd nooit op onze naam geregistreerd. De lapjeskat hebben we op straat gevonden en in huis genomen. Ze was nog jong toen wij haar vonden. Dit is ongeveer 3 jaar geleden. Wij hebben toen gezocht of ze een eigenaar had maar we hebben niemand gevonden. Wij hebben haar niet laten chippen. De grijs-witte kater is ongeveer 6 maanden oud. Deze werd bij ons thuis gevonden op de binnenkoer. Ik denk dat hij daar werd afgezet. Toen ik hem vond had hij heel vuile oogjes en kromme pootjes. Ik ben met hem dan naar de dierenarts geweest en heb zijn oogjes verzorgd. Voor zijn pootjes kregen wij spalken mee die we geregeld moesten aandoen om zijn pootjes recht te krijgen. Na verloop van tijd stonden zijn pootjes recht. Hij werd ook nog niet gecastreerd of gechipt. In het begin mochten deze katten binnen in huis. Nadien zijn ze verhuisd naar de veranda en uiteindelijk zijn ze naar buiten verhuisd. De reden was omdat ze de tijgerkat en de lapjeskat overal plasten. Het klopt dat de kattenbakken zeer vuil waren. Ik denk dat het ongeveer 1 maand geleden was dat deze nog werd proper gemaakt. Het was moeilijk om alles proper te maken omdat de verblijfplaats van de katten eigenlijk te klein was. Wij hebben nu een grotere kattenren gemaakt aan het tuinhuisje waar het varken en de konijnen zaten. De katten hebben nu een buiten en binnen verblijf. Het varken loopt nu gewoon tussen de schapen en de ezels. Hij loopt gewoon mee met de schapen en slaapt bij hen in de stal. Alle 4 de konijnen zijn verhuisd en zitten nu in een verblijf waar ze ook voldoende schuilmogelijkheden hebben. De hond Nala is al bij ons sinds zij puppy was. De akita genaamd Akira hebben wij overgenomen toen hij ongeveer 1 jaar oud was. Akira was er eerst en hij heeft altijd buiten gezeten. Nadien is Nala erbij gekomen en hebben zij samen altijd buiten gezeten. Nala is 8 of 9 jaar oud. U deelt mij mee dat Akira een gezwel heeft op zijn buik dat wat ontstoken was. Ik heb dit nooit gemerkt. VII-41.841-10/25 De honden werden niet regelmatig onderzocht door een dierenarts. De vaccinaties werden ook niet regelmatig gegeven. U deelt mij ook mee dat de oren van beide honden ontstoken waren. Ik had dit ook niet gemerkt. De vacht van Nala werd door mij wel regelmatig verzorgd. De vacht van Akira werd enkele keren per jaar bij het ruiven volledig geplukt door mij. De konijntjes die jullie in beslag hebben genomen, hebben wij enkele maanden geleden gekregen van mensen. De kooien waren inderdaad vuil. Ik vond de kooitjes te klein en te moeilijk om proper te maken. De kooien hebben we ondertussen afgebroken en als de konijnen mogen terug komen dan is het de bedoeling dat ze in het grote kippenhok loslopen tussen de kippen. De cavia’s hebben we gekocht in de zomer
  18. Het was de bedoeling dat we buiten een groter verblijf zouden maken voor de cavia’s buiten. Dit heb ik ondertussen gedaan en hun groter verblijf buiten is klaar. Ik wilde na jullie controle eerst het buitenverblijf in orde maken om ze dan te verhuizen. Ik besef nu dat ik eerst hun kooitje had moeten proper maken omdat dat het belangrijkste was. De twee kippen die jullie hebben aangetroffen in kooitjes in de stal, heb ik nu buiten gezet op een mooi stukje grond. Het haantje hebben we gescheiden gehouden omdat het onze kippetjes aanviel. We waren bezig om hiervoor een thuis te zoeken. Wat betreft de vogeltjes die jullie hebben meegenomen kan ik zeggen dat deze, net zoals alle dieren, elke avond vers drinkwater kregen. Het dode vogeltje lag er volgens mij pas want de avond ervoor leefde het nog. Ik wil u zeggen dat wij volop bezig zijn met het verbeteren en aanpassen van de verblijven van de dieren. Voor de meeste dieren hebben wij al aanpassingen gedaan. Ik overhandig u foto’s van de werken die wij al gedaan hebben. Wij willen alle dieren terug behalve het haantje. Als deze terugkomt ga ik er toch een andere thuis voor zoeken want wij hebben de ruimte niet om dit haantje gescheiden te houden van de anderen. Meer heb ik niet te verklaren. De mails van het asiel van 12-11-2022 en 13-11-2022: De katten waren erg bang in het begin en moeilijk te manipuleren. Vandaar niet veel in verslag, ondertussen zijn ze open gebloeid. Kattinnetje: magerder bij aankomst, moeilijk eten de eerste dagen en kwijlen, liet zich ook moeilijk aanraken. Na enkele dagen herpakt, open gebloeid en terug aan het eten, geen kwijl meer gezien. Ook terug bij het katje gezet waar ze bij de mensen bij zat: herkenning, ging goed. Brokken eten was moeilijk, maar 4 keer per dag natvoer was OK. Sinds 10-11 terug slechter, even gedacht aan een epilepsie aanval. Terug naar dierenarts: gestart met bloedonderzoeken, aids leucose negatief, maar toch enkele waarden verhoogd waardoor de dierenarts aangaf in eerste instantie te gaan denken aan neurologische FIP. Op 12-12 terug uitgedroogd, is aan infuus gegaan bij de dierenarts. PV G-22-5117/CAV/23-11-2022 van onze dienst met volgende overtredingen: • Konijnen zonder hooi VII-41.841-11/25 • Gevaarlijke voorwerpen (nagels) en afsluiting in de weide • Giftige plant bij de kippen • Ontoereikende huisvesting voor de Vlaamse reuzen, Toerako’s, sommige kippen, fretten, goudvinken • Onvoldoende frettenbakken in sommige hokken van fretten • Onvoldoende verrijking voor de Vlaamse reuzen, Toerako’s en fretten • De door de politie opgelegde maatregelen niet volledig opvolgen. De mail van het asiel van 26-11-2022: Het kattinnetje is terug van de dierenarts en is weer bij ons. Ze doet het goed in die zin dat ze goed gereageerd heeft op de antibiotica en dat ze al enkele dagen zonder infuus verder kan. Eten lukt voor het natvoer maar ze is nog steeds niet aan het eten van brokken (ook niet de brokken die [eerste verzoekster] heeft binnengebracht). Verhoor van [tweede verzoeker] door de politie op 25-11-2022: Ik ben samen met mijn vriendin [eerste verzoekster] eigenaar van de dieren die u in beslag heeft genomen op 25 oktober 2022 bij mij thuis […]. U vraagt mij naar de band die rond de snuit van Simba zat toen hij was weggelopen 28/09/
  19. Als Simba en Maurice samen buiten zaten, deden we een band rond de snuit omdat ze soms met elkaar vochten. Ze vochten ook niet altijd want als ze samen op de weide loslopen of als we gingen wandelen, dan konden ze rustig samen lopen. Maurice is ondertussen verhuisd naar een gezin in Ieper. Mede omdat hij niet goed overeen kwam met Simba en omdat we eigenlijk al veel dieren hebben, hebben we hem voor adoptie afgestaan. U deelt mij dat u controles heb uitgevoerd naar de leefomstandigheden van de dieren op mijn adres op 29/09/2022, 30/09/2022 en 11/10/
  20. Telkens was er niemand thuis. Toen u een nieuwe controle deed op 22/10/2022 waren wij wel beiden aanwezig in de woning. U deelt mij mee dat de verblijven van de 2 Vlaamse reuzen en het varken die in de tuin zaten, al vuil waren tijdens de eerste controle. Ik kan u hierover vertellen dat de uitwerpselen van het varken wel regelmatig werden opgekuist en dat we regelmatig stro bijstrooiden in het kot van de vlaamse reuzen. Het verblijf van de Vlaamse reuzen op de binnenkoer werd elke week gekuist. U vraagt mij naar de dagelijkse gewoontes van de honden op de binnenkoer. ‘s Morgens voor het werk werden Simba, Bailey en Maurice uit hun ren gelaten en mochten ze een ongeveer 20-30 minuten rondlopen op de binnenkoer. Daarna gingen ze terug in de ren tot mijn vriendin ‘s middags thuis kwam om de dieren uit te laten. Zij liet ze dan enige tijd loslopen. Daarna gingen ze terug in de ren. ’s Avonds mochten ze dan terug uit hun ren en konden ze in de weide rondlopen terwijl wij de andere dieren aan het verzorgen waren. Dit voor ongeveer een uurtje en dan gingen ze terug de ren in voor te slapen. De honden in de tuin die jullie in beslag hebben genomen hadden ongeveer hetzelfde ritueel. Als de honden in de weide rond liepen, dan sloot ik de schapen wel op in hun stal omdat de akita doof is en de schapen niet hoorde. Zo heeft hij al eens een kopstoot gekregen van een schaap. VII-41.841-12/25 U vraagt mij naar de andere konijnen die in vuile verblijven woonden. Twee konijnen hadden we nog maar pas sinds ongeveer 3 weken en ik had het hok nog niet proper gemaakt. Het andere konijn hadden we wel al langer. Ik moet toegeven dat het al lang geleden was dat ik het hok nog had uitgekuist. Ik denk meer dan een maand. Ik strooide wel regelmatig bij om de uitwerpselen te bedekken. Wat betreft de katten die wij buiten hielden kan ik u ook zeggen dat het ook zeker een maand geleden was dat wij de kattenbakken nog hadden uitgekuist. De kater heb ik uit een asiel gehaald in Waarschoot. Toen ik hem daar adopteerde was hij nog niet gecastreerd. Na enige tijd merkte ik dat hij niet goed at en dat hij precies ziek was. Ik nam dan contact op met het asiel waar ik hem adopteerde en zij gaven dan toe dat hij niet gevaccineerd was. Wij hebben hem dan op onze kosten laten vaccineren en castreren. De andere 2 katten zijn thuis toegekomen. Iemand heeft deze waarschijnlijk gedumpt. Een van de katten had kromme pootjes en door het te spalken, zijn deze pootjes toch nog terug goed gekomen. De katten leefden eerst binnen. Mini de kat plaste overal in huis en daarop hebben wij besloten om de katten buiten in de volière te zetten. In het begin stond de volière open en konden ze binnen en buiten. Een van de katten is dan enkele weken weggeweest en toen hij terug kwam was hij zo mager dat ik beslist had om de deur van de volière dicht te doen om niet meer het risico te nemen dat hij nog eens wegliep. Nadien is dan andere kater ook nog bijgekomen en omdat deze nog niet gecastreerd was, heb ik hem ook in de gesloten volière gezet. Moesten deze katten terug naar ons komen is het de bedoeling dat ze terug buiten in een grote ren gaan wonen. Ik doe dit omdat ik niet wil dat de katten iets overkomt of omdat ze weglopen. Het is ook een optie om de grote stal waarin eerst de cavia’s zaten, volledig dicht te maken en de katten daarin te huisvesten. De cavia’s hadden we van ongeveer in de zomer van
  21. Ook hier moet ik toegeven dat de kooien niet wekelijks werden uitgekuist. Het was de bedoeling om deze cavia’s een groter verblijf te geven in de tuin. Een kipje die u in een kooi hebt aangetroffen, had een probleem aan haar pootje en daarom hield ik ze apart. Het was wel de bedoeling dat zij ook in een kippenren in de tuin zouden gaan zitten maar ik was er nog niet aan toegekomen. Er was ook 1 haantje bij en daarvoor wilde ik een ander gezin zoeken. We hadden iemand op het oog maar dit is niet doorgegaan. Ik wilde het haantje ook niet bij de grotere hanen zetten omdat ik schrik had dat ze hem iets gingen aandoen. Wat betreft de vogeltjes die u in beslag had genomen kan ik u zeggen dat het dode vogeltje de dag ervoor nog leefde. Ik heb nadien gemerkt dat het drinkbakje lek was en dat het stilletjes aan leegliep. ‘s Morgens deden wij onze ronde om te zien of alle dieren nog drinkwater hadden en ‘s avonds gingen we opnieuw rond en kregen alle dieren vers drinkwater. VII-41.841-13/25 Voor jullie controle was er soms wat chaos in het verzorgen van de dieren. Er waren weinig afspraken tussen mijn vriendin en mijzelf omtrent de verzorging van de dieren en hierdoor werden er soms dingen overgeslagen. Om zulke toestanden te vermijden in de toekomst heb ik afspraken gemaakt met mijn vriendin over de verzorging van de dieren. Wij hebben het nu zo geregeld dat alle dieren altijd de nodige verzorging krijgen, ook al heeft 1 van ons geen tijd. Ik gebruik alle info die jullie mij geven om de verblijven van onze dieren beter te maken. Ik heb ook al de website huisdierinfo.be geraadpleegd. Wij hebben ondertussen al heel wat aanpassingen gedaan om de verblijven van onze dieren groter en beter te maken. Ik wil graag alle dieren terug behalve het haantje. Wij kunnen dit thuis niet houden en er moet een andere oplossing voor gezocht worden. Meer heb ik niet te verklaren. Uit de verhoren blijkt dat er te weinig tijd is om alle dieren te kunnen verzorgen. Betrokkenen willen alle dieren terug behalve het haantje. Echter, een aantal zaken werden niet opgemerkt: de ontstoken oren van de honden, de cyste op de buik van de Akita, de onverzorgde vacht met klitten bij de honden, het magere kattinnetje dat kwijlde. Echter, de katten waren niet in orde met sterilisatie/castratie/identificatie/registratie. Uit PV G-22-5117/CAV/23-11-2022 blijkt dat betrokkenen, indien de katten zouden worden terug gegeven, deze terug in een ren zouden huisvesten. Echter, katten zijn geen groepsdieren en niet geschikt om in een ren te houden. Uit PV G-22-5117/CAV/23-11-2022 blijkt dat betrokkenen, indien de honden zouden worden terug gegeven, deze terug op de vroegere locatie zouden huisvesten. Echter, op deze locatie achter de woning is er onvoldoende toezicht op de honden. Bovendien zijn honden gezelschapsdieren en niet geschikt om in afzondering te worden gehouden. Uit PV G-22-5117/CAV/23-11-2022 blijkt dat betrokkenen, indien de cavia’s zouden worden terug gegeven, deze zouden huisvesten in een open ren met slechts een klein schuilhokje. Deze huisvesting is onvoldoende voor cavia’s. Bovendien zijn op bovenstaand adres nog vele dieren aanwezig waarvoor maatregelen werden opgelegd in PV G-22-5117/CAV/23-11-2022, namelijk: • Konijnen: o Onmiddellijk: Moeten steeds hooi ter beschikking hebben - Wortelen beperkt geven én in kleine stukjes - Slechts klein beetje krachtvoer per dag geven (de gevulde bakjes krachtvoer dus niet onbeperkt laten staan) o Tegen 15-12-2022: Grotere verblijven maken met ruim binnenhok en uitloopren - In het binnenhok: verhoogde zitplaatsen maken, schuilplaatsen, verrijking - Dak van het binnenhok in orde maken – zorgen dat het regenwater afgevoerd wordt • Kippen - onmiddellijk: Zorgen dat alle kippen legnesten hebben - Alle verblijven moeten proper zijn en voldoende ingestrooid - De giftige daturaplant verwijderen VII-41.841-14/25 • Toerako’s - tegen 15-12-2022: Grote volière voorzien met verrijking - Verwarmd binnenhok voorzien • Fretten - tegen 15-12-2022: Grotere verblijven voorzien met verrijking - 1 frettenbak per fret voorzien - deze bakken minstens 1 keer per dag proper maken • Stal die nu gebruikt wordt voor de 3 ezels: onmiddellijk nagels verwijderen • Weide ezels en schapen: afsluiting (die op de grond ligt) onmiddellijk opruimen • Ezels: zorgen voor een voldoende ruim schuilhok waar alle dieren tegelijk kunnen schuilen, liggen en desgevallend hooi eten (dan is het best om dit hooi niet op de grond te geven aangezien de dieren hier dan doorheen kunnen lopen en het hooi kunnen bevuilen met uitwerpselen). In orde brengen tegen 15-12-
  22. • Goudvinken - tegen 15-12-2022: zorgen voor een ruime volière met groenblijvende struiken en planten, die de natuurlijke omstandigheden nabootsen. Uit het bovenstaande blijkt dat het onverantwoord zou zijn om de dieren te laten terugkeren gezien er onvoldoende garanties zijn dat het dierenwelzijn kan gegarandeerd worden in de toekomst, De kosten voor opvang en verzorging lopen elke dag op, De dieren hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig de ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid - Toepassing van de kortedebattenprocedure
  23. De verwerende partij meldt dat de hond Akita werd geëuthanaseerd en dat de hond Nala en 2 van de 3 katten inmiddels werden geadopteerd.
  24. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden VII-41.841-15/25 administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
  25. De betrachting van de verzoekende partijen met hun beroep bij de Raad van State, zo wordt uit het verzoekschrift afgeleid, bestaat erin om de dieren terug te krijgen. Met deze omschrijving hebben de verzoekende partijen zelf de grenzen van de rechtsstrijd, en dus van hun belang, getrokken.
  26. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de euthanasie van de hond Akita en plaatsing door het asiel van de hond Nala en de twee katten in een adoptiefamilie, om die dieren terug te geven aan de verzoekende partijen. Uit het verzoekschrift blijkt dat dit nochtans is wat de verzoekende partijen nastreven. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan de verzoekende partijen bijgevolg het door hen nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Het recht van toegang van de verzoekende partijen tot de rechter wordt niet in het gedrang gebracht. Er staan voor hen immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  27. Het beroep is in zoverre niet ontvankelijk. V. Onderzoek van de gegrondheid - Toepassing van de kortedebattenprocedure VII-41.841-16/25 A. Eerste middel Standpunt van de verzoekende partijen
  28. De verzoekende partijen voeren de schending aan van “de formele motiveringsplicht zoals vervat in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen” (hierna: motiveringswet) “[d]oordat verwerende partij in de aangevochten beslissing [...] niet expliciet verwijst naar de toepasselijke wetgeving, de concrete toepassing ervan en de grondslag van haar beslissing”. Zij lichten toe dat “de opgegeven motieven de beslissing geenszins schragen”, dat de motieven “zeer summier [zijn] geformuleerd” en dat verschillende getuigenissen tegenspreken “dat de dieren te klein zitten of onvoldoende verzorging krijgen”. Beoordeling
  29. De formelemotiveringsplicht, zoals die voortvloeit uit de motiveringswet waaraan de verzoekende partijen refereren, legt op dat “in de akte” “de juridische en feitelijke overwegingen […] die aan de beslissing ten grondslag liggen” worden vermeld (artikel 3 van de motiveringswet).
  30. Uit de aangehaalde overwegingen van de bestreden bestemmingsbeslissing blijkt dat deze werd genomen op basis van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ en dat de feitelijke elementen, te weten de vaststellingen, het dierenartsenverslag, het verslag van het asiel, het verhoor van de verzoekende partijen, en de beoordeling ervan niet summier maar uitgebreid worden opgetekend. Het middel mist feitelijke grondslag.
  31. Het middel wordt verworpen. B. Tweede middel VII-41.841-17/25 Standpunt van de verzoekende partijen
  32. De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 3 van de motiveringswet en “de materiële motiveringsplicht, inzonderheid de afwezigheid van de rechtens vereiste feitelijke grondslag” doordat “de [bestreden] beslissing niet correct en uiterst summier werd gemotiveerd”. Zij lichten toe dat de bestreden beslissing werd “genomen op basis van beweerde onvoldoende garanties dat het dierenwelzijn kan gegarandeerd worden in de toekomst. De verblijven van de dieren zouden niet groot genoeg zijn en bepaalde dieren zouden onvoldoende verzorgd zijn. Nergens wordt verwezen naar concrete regelgeving hieromtrent. Verschillende getuigenissen spreken trouwens resoluut tegen dat de dieren te klein zitten of onvoldoende verzorging krijgen. Uit de verhoren van verzoekers blijkt nergens dat er onvoldoende garanties zijn dat het dierenwelzijn kan gegarandeerd worden in de toekomst. Integendeel blijkt dat verzoekers er alles aan doen om hun dieren een zo goed mogelijke verzorging en huisvesting te bieden”. Beoordeling
  33. De schending van de formele motiveringsverplichting vervat in artikel 3 van de motiveringswet werd verworpen bij de beoordeling van het eerste middel.
  34. De motiveringsplicht houdt in, uit oogpunt van de materiële motieven, dat voor de bedoelde beslissing rechtens aanvaardbare motieven moeten bestaan. Dit betekent onder meer dat die motieven steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. Bovendien moet de overheid de gegevens die in rechte en in feite juist zijn, correct beoordelen en op grond van deze gegevens in redelijkheid tot een beslissing komen. Een beslissing schendt de materiëlemotiveringsplicht wanneer de motieven waarop ze steunt onjuist of onwettig zijn of de beslissing niet kunnen dragen. Het valt de Raad van State daarbij in principe niet toe het feitenonderzoek over te doen om zich aldus, wat de appreciatie van de zaak betreft, in de plaats te VII-41.841-18/25 stellen van de administratie. Het behoort daarbij wel tot de bevoegdheid van de Raad van State na te gaan of de ingeroepen feiten werkelijk bestaan indien ze worden betwist. Indien wordt geoordeeld dat de beslissing steunt op onbestaande, onvoldoende bewezen feiten, dan is het materiëlemotiveringsbeginsel geschonden.
  35. Bovendien beschikt de verwerende partij over een zeer ruime appreciatievrijheid bij de beoordeling of bepaalde feiten of vaststellingen aanleiding kunnen geven tot het nemen van een bestemmingsbeslissing.
  36. De verzoekende partijen betwisten de materiële vaststellingen van de politie tijdens controles bij hen thuis, waarop de bestreden beslissing is gesteund, niet. Evenmin betwisten zij de bevindingen van de dierenarts van het asiel en de eigen bevindingen van het asiel waarop de bestreden beslissing eveneens is gesteund. In de bestreden beslissing wordt ook rekening gehouden met de verklaringen van de verzoekende partijen waarin zij te kennen geven de verblijven van de dieren te willen “verbeteren en aanpassen” en “groter en beter te [willen] maken”. Op basis van de vaststellingen ter plaatse besluit de verwerende partij dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de dieren. Er werden dode dieren en dieren in onaanvaardbare omstandigheden aangetroffen. Deze vaststellingen wijzen volgens de verwerende partij op ofwel een gebrek aan aandacht voor de noden, huisvesting en verzorging van de dieren ofwel op een gebrek aan kennis aangaande de noden, huisvesting en verzorging van de dieren. Uit de vaststellingen van de dierenarts en het asiel blijkt volgens de verwerende partij dat er onvoldoende verzorging en geneeskundige begeleiding was. Uit hun verklaringen wordt afgeleid dat de verzoekende partijen te weinig tijd hebben om alle dieren te kunnen verzorgen. VII-41.841-19/25 Op basis van al die elementen die betrekking hebben op de verzorging, de gezondheidstoestand, de huisvesting, de graad van vervuiling van de huisvesting van de dieren, gebrek aan drinkwater, de nog aanwezige dieren waarvoor maatregelen werden opgelegd, besluit de verwerende partij dat het onverantwoord zou zijn om de dieren te laten terugkeren gezien er onvoldoende garanties zijn dat het dierenwelzijn kan gegarandeerd worden in de toekomst.
  37. Het komt de Raad van State niet toe het feitenonderzoek over te doen om zich in de plaats van het bestuur te stellen wat de appreciatie van de zaak betreft, in dit geval het oordeel van de verwerende partij op basis van de ingeroepen feiten dat er onvoldoende garanties zijn dat het dierenwelzijn in de toekomst kan gegarandeerd worden door de verzoekende partijen. De Raad van State kan enkel vaststellen dat de ingeroepen feiten werkelijk bestaan en ze door de verzoekende partijen louter met getuigenissen betwist worden die enkel, tegen de feitelijke vaststellingen in, tegenspreken dat de dieren te klein zitten of onvoldoende verzorging krijgen.
  38. Het middel dat de schending van de materiëlemotiveringsverplichting aanvoert, wordt verworpen. C. Derde middel Standpunt van de verzoekende partijen
  39. De verzoekende partijen voeren de schending aan van “het zorgvuldigheidsbeginsel, inzonderheid de behoorlijke en correcte feitenvinding, de deskundige voorlichting en de informatieplicht en de volledigheid van het dossier” doordat “de bestreden beslissing niet is gebaseerd op een behoorlijke en correcte feitenvinding en dus gebaseerd is op lasterlijke onwaarheden”. VII-41.841-20/25 Zij lichten toe dat “[b]ij de totstandkoming van de bestreden beslissing […] eenvoudigweg niet aan correcte feitenvinding [werd] gedaan” en dat “blijkt duidelijk uit het fotodossier dat verzoekers bijbrengen en de verschillende getuigenverklaringen”. Beoordeling
  40. Met een verwijzing naar een fotodossier dat na de vaststellingen door de verzoekende partijen werd samengesteld of verschillende getuigenverklaringen tonen zij niet aan dat de overtredingen die werden vastgesteld in het proces-verbaal HA.63.L1.021030/2022 met fotodossier van de vaststellingen, het proces-verbaal van de dienst Dierenwelzijn G-22-5117/CAV/23-11-2022, het verslag van de dierenarts van het asiel, de verklaringen van de verzoekende partijen zoals weergegeven in het verslag, niet kunnen gekwalificeerd worden als behoorlijke en correcte feitenvinding waarop de bestreden beslissing is gesteund.
  41. Het middel wordt verworpen. D. Vierde middel Standpunt van de verzoekende partijen
  42. De verzoekende partijen voeren de schending aan van “het recht van verdediging” omdat “de dieren reeds in beslag genomen zijn drie dagen na de eerste controle en voordat de opgelegde maatregelen bij deze controle schriftelijk meegedeeld waren” waardoor zij “niet de kans gehad [hebben] om zich te schikken naar alle maatregelen”. Beoordeling VII-41.841-21/25
  43. Het middel heeft betrekking op de beslissing tot inbeslagname. Kritiek op de wijze waarop de beslissing tot inbeslagname tot stand kwam kan niet ontvankelijk worden ingeroepen tegen de bestreden bestemmingsbeslissing.
  44. Het middel wordt verworpen. E. Vijfde middel Standpunt van de verzoekende partijen
  45. De verzoekende partijen voeren de schending aan van “de redelijkheidsnorm, inzonderheid het evenredigheidsbeginsel”. Zij lichten toe dat “[e]r [...] verschillende maatregelen [werden] opgelegd aan verzoekers. Uit de stukken blijkt dat verzoekers al het mogelijke hebben gedaan om hieraan te voldoen. Zelfs indien verzoekers een bepaalde gedraging verweten kan worden, dan dient verwerende partij een passende en evenredige beslissing te nemen. Verzoekers hebben al meer dan 5 jaar zoveel dieren en zij zijn nooit in kennis gesteld van enig probleem. Op dit ogenblik bevinden er zich nog veel dieren [...] bij verzoekers. Als er al iets aan verzoekers verweten zou kunnen worden, dan had[den] alleszins […] andere, minder drastische maatregelen, eveneens volstaan”. Beoordeling
  46. Een schending van het redelijkheidsbeginsel (of van het evenredigheidsbeginsel dat er een bijzondere toepassing van is) als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij de haar toegekende discretionaire beoordelings- of beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Van die schending kan slechts sprake zijn wanneer een beslissing, waarvan is vastgesteld dat ze berust op deugdelijke grondslagen, inhoudelijk dermate afwijkt VII-41.841-22/25 van het normale beslissingspatroon of, nog, er een zodanige wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot die besluitvorming zou komen of die beslissing zou nemen. De Raad van State is in de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht enkel bevoegd om, desgevraagd, na te gaan of de administratieve overheid op grond van de juiste en correct beoordeelde feitelijke gegevens, in redelijkheid tot de bestreden beslissing is kunnen komen. Het komt de Raad van State evenwel niet toe zijn beoordeling in de plaats te stellen van die van de bevoegde administratieve overheid.
  47. Door aan te voeren dat de verzoekende partijen al het mogelijke hebben gedaan om te voldoen aan de opgelegde maatregelen, dat zij al vijf jaar dieren hebben en nooit in kennis werden gesteld van enig probleem, tonen de verzoekende partijen niet aan dat de verwerende partij op basis van de vastgestelde feiten haar discretionaire beoordelingsvrijheid onjuist heeft gebruikt en wel dat er een zodanige wanverhouding bestaat tussen de motieven en de inhoud van de bestreden beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden die beslissing zou hebben genomen.
  48. Het middel wordt verworpen. VI. Vordering tot schorsing
  49. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van het beroep. VII-41.841-23/25 VII. Rechtsplegingsvergoeding
  50. Vermits het beroep deels wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van de euthanasie van de hond Akita en de plaatsing van de hond Nala en 2 katten in een adoptiefamilie, kan de verwerende partij voor dat deel van het beroep niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De kennelijk onredelijke situatie laat toe de aan de verwerende partij, ten gevolge van de ongegrondverklaring van het ontvankelijk gebleven beroep van de verzoekende partijen, verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het wettelijke minimumbedrag dat is bepaald bij artikel 67, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. BESLISSING
  51. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
  52. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  53. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partijen niet bekendgemaakt. VII-41.841-24/25 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.841-25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.963 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.