id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.964 Rolnummer: A. 238356/VII-41908 Zaak: Arrest 256964 - Dierenwelzijn - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-14 Raadplegingen: 87 - laatst gezien 2026-06-06 05:23 Fiche Arrest nr 256.964 van 29 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.964 van 29 juni 2023 in de zaak A. 238.356/VII-41.908 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Noëlla Viaene kantoor houdend te 9880 Aalter Rostynedreef 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 februari 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 6 december 2022 waarbij 2 kakariki’s, 1 kanarie, 1 haan, 2 witbuikpapegaaien, 3 dwergpapegaaien, 4 zwartkop papegaaien, 2 ganzen, 14 grasparkieten, 2 kittens en 1 schaap “in volle eigendom [worden] gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.908-1/5 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 20 april 2023 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni
- Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joy Moens, die loco advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 17 augustus 2022 komt de politie een eerste keer ter plaatse. Op 21 oktober 2022 vindt een controle plaats door de politie bij verzoeker. Er worden dertig dieren in beslag genomen.
- Op 24 oktober 2022 doet verzoeker telefonisch afstand van de in beslag genomen dieren. VII-41.908-2/5
- Op 3 november 2022 vindt er een hercontrole plaats.
- Op 30 november 2022 wordt verzoeker gehoord.
- Op 9 december 2022 bevestigt de raadsman van verzoeker de afstand van de in beslag genomen dieren per e-mail: “Verder wens ik de eerder geformuleerde afstand van de meegenomen dieren te bevestigen”.
- Op 6 december 2022 neemt de verwerende partij de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid - Toepassing van de kortedebattenprocedure Exceptie van de verwerende partij
- Verzoeker bevestigt in zijn inleidend verzoekschrift dat hij “mondeling afstand [heeft] gedaan van de dieren omdat hem werd meegedeeld dat hij dan geen kosten voor onderhoud zou moeten betalen”. In de uiteenzetting van het tweede middel stelt hij nog dat hij afstand heeft gedaan “omdat hij verkeerde informatie kreeg en op het moment van de emotionele slag niet wist dat hij wel degelijk het recht had om de onrechtmatige inbeslagname aan te vechten, wat bij deze gebeurt”.
- De verwerende partij betwist het belang van verzoeker bij het ingestelde beroep. Verzoeker heeft “op 24 oktober 2022 […] aan de politie te kennen gegeven afstand te doen van de in beslag genomen dieren. Dit werd bijkomend schriftelijk bevestigd door diens raadsman op 9 december 2022”. Verzoeker had steeds bijstand van zijn advocaat en heeft “de afstand van de betrokken dieren onder geen enkel voorbehoud […] gedaan én [is] daarenboven schriftelijk […] bevestigd door de raadsman” van verzoeker. Verzoeker heeft “dan ook geen belang meer om de bestreden beslissing aan te vechten”. VII-41.908-3/5 Beoordeling
- In de gegeven omstandigheden, te weten de mondelinge afstand door verzoeker die vervolgens door zijn raadsman schriftelijk bevestigd werd, stelt de Raad van State vast dat verzoeker uitdrukkelijk en met kennis van zaken zonder voorbehoud afstand heeft gedaan van de in beslag genomen dieren.
- Verzoeker heeft aldus de in beslag genomen dieren ten kosteloze titel afgestaan in de zin van artikel 3, 8°, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’. Hiermee heeft verzoeker de in beslag genomen dieren vrijwillig overgedragen aan de verwerende partij en de wil geuit ze niet meer terug te willen. Verzoeker is sindsdien niet langer eigenaar van de dieren. Het feit dat de in beslag genomen dieren door het nemen van de bestreden beslissing in volle eigendom worden gegeven door de verwerende partij aan het erkend asiel waar ze verblijven, doet aan die vaststelling niets af.
- Verzoeker heeft geen belang om de bestreden beslissing aan te vechten.
- Het beroep is onontvankelijk. V. Vordering tot schorsing
- De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van het beroep. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing. VII-41.908-4/5
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.908-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.964 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.