← België

Arrest 256965 - Dierenwelzijn - 29/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.965 Rolnummer: A. 238772/VII-41972 Zaak: Arrest 256965 - Dierenwelzijn - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-06 05:23 Fiche Arrest nr 256.965 van 29 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.965 van 29 juni 2023 in de zaak A. 238.772/VII-41.972 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Janne Goossens kantoor houdend te 9200 Dendermonde Noordlaan 78, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 maart 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 3 februari 2023 waarbij “de hond (Mechelaar x Akita Inu, chipnummer 967000010458150)” in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ “in volle eigendom [wordt] gegeven aan het erkend asiel waar hij momenteel verblijft”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-41.972-1/5 Eerste auditeur Anja Somers heeft op 11 mei 2023 een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Janne Goossens, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Tijdens een interventie op 5 januari 2023 treffen politiediensten een hond aan die onophoudelijk blaft. De moeder van verzoeker verklaart dat de hond soms dagenlang geen eten krijgt en dagenlang alleen zit. De hond wordt dezelfde dag in beslag genomen. VII-41.972-2/5
  6. Op 3 februari 2023 neemt de verwerende partij de beslissing om de hond definitief in volle eigendom te geven aan het asiel waar hij verblijft. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid - Toepassing van de kortedebattenprocedure
  7. De verwerende partij merkt op dat de hond op 20 april 2023 werd geëuthanaseerd en legt de verklaring van de dierenarts voor.
  8. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
  9. De betrachting van verzoeker met zijn beroep bij de Raad van State, zo blijkt uit het verzoekschrift, bestaat erin om de hond terug te krijgen. Met VII-41.972-3/5 deze omschrijving heeft verzoeker zelf de grenzen van de rechtsstrijd, en dus van zijn belang, getrokken.
  10. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de euthanasie van de hond, om het dier terug te geven aan verzoeker. Uit het verzoekschrift blijkt dat dit nochtans is wat verzoeker nastreeft. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan verzoeker bijgevolg het door hem nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Het recht van toegang van verzoeker tot de rechter wordt niet in het gedrang gebracht. Er staan voor hem immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  11. Het beroep is niet ontvankelijk. V. Vordering tot schorsing
  12. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring brengt de verwerping mee van de vordering tot schorsing, die immers een accessorium is van het beroep. VI. Rechtsplegingsvergoeding
  13. Vermits het beroep wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van de euthanasie van de hond, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. VII-41.972-4/5 BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
  15. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
  16. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.972-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.965 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.