← België

Arrest 256966 - Dierenwelzijn - 29/06/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.966 Rolnummer: A. 238233/VII-41878 Zaak: Arrest 256966 - Dierenwelzijn - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-06 05:23 Fiche Arrest nr 256.966 van 29 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 256.966 van 29 juni 2023 in de zaak A. 238.é/VII-41.878 In zake : XXXX woonplaats kiezend te 2430 Laakdal Dikstraat 51, bus 2 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Andreas Oversteyns kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 22 januari 2023, strekt tot de nietigverklaring van de “[b]eslissing: Bestemming/Dossiernummer: G-22-5442/chiengpap”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft op 18 april 2023 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. VII-41.878-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni
  3. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Naar aanleiding van vaststellingen ter plaatse, gaat de inspectie Dierenwelzijn op 23 november 2022 over tot de inbeslagname van verschillende dieren van verzoekster.
  6. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 10 januari 2023 om verschillende dieren, namelijk één Engelse buldog, vijf chihuahua’s en één papegaai, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing. VII-41.878-2/5 IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid - Toepassing van de kortedebattenprocedure Standpunt van de partijen
  7. Verzoekster beperkt haar beroep tegen de bestreden beslissing tot “de drie chihuahua’s Liesa 28/09/2016, (G)Tinka 26/05/2014 en Pebble 02/10/2012”.
  8. De verwerende partij meldt dat de drie genoemde honden ondertussen werden geadopteerd door derden. Beoordeling
  9. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar belang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Echter, doet zij dat wel hetzij in haar verzoekschrift, hetzij (wanneer haar belang in twijfel wordt getrokken) bij een eerstvolgende procedurele gelegenheid, dan schetst zij daarmee ook de contouren VII-41.878-3/5 waarom het haar te doen is en moet de Raad van State met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het gerechtelijk debat rekening houden.
  10. De betrachting van verzoekster met haar beroep bij de Raad van State, zo blijkt uit het verzoekschrift, bestaat erin om de honden terug te krijgen: “Zij zijn de hondjes van mijn dochter en mij, ze zijn al bij ons van hun 8 weken en wij zouden nog graag van hun gezelschap genieten zolang dit mogelijk is want ze zijn al op leeftijd”.
  11. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de plaatsing door het asiel van de honden, om die dieren terug te geven aan verzoekster. Uit het verzoekschrift blijkt dat dit nochtans is wat verzoekster nastreeft. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan verzoekster bijgevolg het door haar nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Het recht van toegang van verzoekster tot de rechter wordt niet in het gedrang gebracht. Er staan voor haar immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  12. Het beroep is onontvankelijk. V. Rechtsplegingsvergoeding
  13. Vermits het beroep wordt verworpen omwille van de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van de plaatsing in adoptiefamilies, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. VII-41.878-4/5 BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  16. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-41.878-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.966 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.