id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.974 Rolnummer: A. 234271/VII-41188 Zaak: Arrest 256974 - Natuurbehoud - Vergunningen - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-07 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-06 05:24 Fiche Arrest nr 256.974 van 29 juni 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 256.974 van 29 juni 2023 in de zaak A. 234.271/VII-41.188 In zake : Chris DERYNCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: Philippe VANBIERVLIET woonplaats kiezend te 9790 Wortegem-Petegem Kwadenbulk 49 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 augustus 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 20 mei 2021 waarbij het beroep tegen de stilzwijgend verleende vergunning voor het bebossen in agrarisch gebied van percelen, gelegen aan de Kwadenbulk 48 te Wortegem-Petegem, met een totale oppervlakte van 7.500 m2, niet wordt ingewilligd en de gevraagde vergunning onder voorwaarden wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-41.188-1/8 Philippe Vanbiervliet heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 4 oktober
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft op 24 mei 2022 een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 januari
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Deborah Smets, die verschijnt voor verzoeker en jurist Christophe Wille, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 25 augustus 2019 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wortegem-Petegem een aanvraag in tot het aanplanten van een bos in agrarisch gebied. Het gaat om een perceel gelegen aan de Kwadenbulk in de deelgemeente Elsegem. De te bebossen oppervlakte bedraagt 7.500 m². VII-41.188-2/8 3.
- De tussenkomende partij dient op 31 augustus 2019 een nieuw beplantingsplan in. Concreet wordt voorzien in een ruimere buffer van 6 meter (in plaats van 2 meter) ten opzichte van de omliggende percelen, waardoor de te bebossen oppervlakte vermindert tot 6.840 m². 3.
- Op 2 september 2019 vraagt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wortegem-Petegem het departement Landbouw en Visserij om advies te verlenen over de aanvraag. 3.
- Op 9 september 2019 formuleert het departement Landbouw en Visserij een negatief advies. Dit advies is als volgt gemotiveerd: “De bebossing wordt gevraagd op landbouwpercelen gelegen in agrarisch gebied. Percelen in agrarisch gebied komen voor het Departement Landbouw en Visserij in principe enkel in aanmerking voor bebossing indien ze aansluiten bij een bestaand bos met een minimumoppervlakte van 1 ha of indien ze niet aansluiten bij een bos met een minimumoppervlakte van 1 ha maar een zeer hoge erosiegevoeligheid hebben, of als marginale landbouwgrond beschouwd worden, of aangeduid zijn voor bebossing binnen een structuurplan van een ruilverkaveling, natuurrichtingsplan, landinrichting, … of gelegen zijn binnen een habitatrichtlijngebied. De betrokken percelen voldoen aan geen enkele van deze voorwaarden en komen bijgevolg niet in aanmerking voor bebossing. Bovendien zijn deze percelen binnen een BPA omgevormd van woonuitbreidingsgebied naar agrarisch gebied en zijn ze, volgens de ons beschikbare gegevens, nog in landbouwgebruik”. Dit advies wordt pas op 30 september 2019 ter kennis gebracht van het betrokken college van burgemeester en schepenen. 3.
- Vervolgens neemt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wortegem-Petegem op 8 oktober 2019 akte van “het laattijdig ingediend advies van het Agentschap voor Landbouw en Visserij” en wordt tegelijk beslist dat “de aanvraag tot bebossing, zoals ingediend op 25/08/2019, door de heer Vanbiervliet Philippe, […] aldus [wordt] geacht gunstig te zijn, VII-41.188-3/8 gezien het verstrijken van de termijn van 30 dagen zoals gestipuleerd in de bepalingen van het Veldwetboek”. Deze stilzwijgende vergunningsbeslissing maakt het voorwerp uit van een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A. 232.677/VII 40.998). 3.
- Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wortegem-Petegem van 8 oktober 2019 stelt verzoeker bestuurlijk beroep in bij de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. 3.
- Met het thans bestreden besluit van 20 mei 2021 willigt de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het ingestelde beroep niet in en beslist zij dat aan de tussenkomende partij de gevraagde vergunning tot bebossing wordt verleend, mits naleving van de in artikel 3 van het bestreden besluit gestelde voorwaarden. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie nopens het voorwerp van het beroep
- De tussenkomende partij werpt op dat artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek enkel een beroepsmogelijkheid bij de deputatie voorziet tegen een weigeringsbeslissing die het college van burgemeester en schepenen neemt over een aanvraag tot bebossing van landbouwpercelen, en “niet tegen een goedkeuring”. Vermits verzoeker beroep heeft ingesteld tegen een stilzwijgende vergunning van de gemeente, is dit beroep volgens de tussenkomende partij “zonder voorwerp”. Beoordeling
- Verzoeker verzet zich in rechte tegen een beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan de VII-41.188-4/8 tussenkomende partij in graad van bestuurlijk beroep een vergunning wordt verleend voor het bebossen van een perceel landbouwgrond. Zolang die beslissing niet wordt vernietigd, bestaat ze in rechte en is ze uitvoerbaar, en is het vernietigingsberoep niet “zonder voorwerp”.
- De exceptie wordt verworpen. Exceptie nopens het belang van verzoeker
- De tussenkomende partij betwist het belang van verzoeker stellende dat hij niet naast het te bebossen perceel woont, “dat zijn perceel zo goed als volledig wordt omringd door nieuwbouwwoningen, wat nog veel meer dan de bestreden bebossing een nadelige impact heeft op zijn zicht” en dat hij niet voldoende concreet aantoont waaruit zijn belang bestaat. Beoordeling
- Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: hij dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden en de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook.
- Verzoeker steunt zijn belang bij het annulatieberoep in essentie op het uitzicht dat hij door de bestreden beslissing dreigt te verliezen. Als eigenaar en bewoner van een perceel in de onmiddellijke nabijheid van het terrein waarop de vergunde bebossing zal plaatsvinden, beschikt verzoeker principieel over het rechtens vereiste belang om de bestreden beslissing aan te vechten. Uit de gegevens van de zaak blijkt bovendien dat hij vanuit zijn woning wel degelijk een rechtstreeks zicht heeft op een deel van het te bebossen perceel. De VII-41.188-5/8 tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing brengt mee dat het landschap en het uitzicht ter plaatse zullen worden gewijzigd. Voor het overige is het niet aan de tussenkomende partij om zich in de plaats van verzoeker te stellen over het al dan niet nadelige karakter van het gewijzigde uitzicht.
- De exceptie wordt verworpen. Vraagstelling over de tijdigheid van het beroep
- In zoverre de tussenkomende partij zich de vraag stelt of het beroep wel tijdig werd ingesteld, gaat het niet om een onderbouwde exceptie die beoordeeld moet worden, temeer omdat de tijdigheid van het beroep onderdeel is van het onderzoek dat de Raad van State ambtshalve verricht. V. Gegrondheid van het beroep Ambtshalve middel
- Artikel 35bis, § 5, eerste lid, van het Veldwetboek bepaalt: “In de voor de landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied is bosaanplanting verboden op minder dan zes meter van de scheidingslijn tussen twee erven; bovendien is vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist. Het college beslist binnen dertig dagen na de indiening van de aanvraag. Doet het dit niet binnen die termijn, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. De weigering van de vergunning is met redenen omkleed; binnen een maand na de kennisgeving kan beroep worden ingesteld bij de bestendige deputatie”.
- Uit de tekst van de aangehaalde bepaling blijkt dat enkel een beroepsmogelijkheid bij de deputatie openstaat ingeval de gevraagde vergunning tot bebossing door het college van burgemeester en schepenen uitdrukkelijk wordt geweigerd binnen de beslissingstermijn van dertig dagen. De deputatie is derhalve niet bevoegd om zich in beroep over de aanvraag uit te spreken als de vergunning in eerste aanleg stilzwijgend werd verleend ingevolge het verstrijken van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek bepaalde beslissingstermijn. Tegen VII-41.188-6/8 dergelijke stilzwijgende beslissing kan op ontvankelijke wijze rechtstreeks een annulatieberoep bij de Raad van State worden ingesteld. De verwerende partij had het bestuurlijk beroep van verzoeker dan ook onontvankelijk moeten verklaren. Door het bestuurlijk beroep niet als onontvankelijk af te wijzen en met de bestreden beslissing de aanvraag ten gronde te beoordelen, heeft de verwerende partij haar bevoegdheid overschreden. De ambtshalve vaststelling van onbevoegdheid van de steller van de akte, moet leiden tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 20 mei 2021 waarbij het beroep tegen de stilzwijgend verleende vergunning voor het bebossen in agrarisch gebied van percelen, gelegen aan de Kwadenbulk 48 te Wortegem-Petegem, met een totale oppervlakte van 7.500 m2, niet wordt ingewilligd en de gevraagde vergunning onder voorwaarden wordt verleend.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-41.188-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-41.188-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.974 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div