id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.979 Rolnummer: A. 238126/IX-10196 Zaak: Arrest 256979 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 29/06/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-03 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 05:24 Fiche Arrest nr 256.979 van 29 juni 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 256.979 van 29 juni 2023 in de zaak A. 238.126/IX-10.196 In zake:
- de NV DPG MEDIA
- Jeroen BOSSAERT
- Brecht DECAESTECKER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joos Roets en Claire Buggenhoudt kantoor houdend te 2018 Antwerpen Oostenstraat 38 bus 201 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Magali Feys kantoor houdend te 9000 Gent Stapelplein 70 bus 104 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 januari 2023, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 11 november 2022, waarbij het verzoek tot heroverweging van een openbaarheidsvraag van Jeroen Bossaert wordt afgewezen, evenals tot het bevelen van voorlopige maatregelen. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste IX-10.196-1/6 lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juni
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uit- gebracht. Advocaat Claire Buggenhoudt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Magali Feys en Sebastiaan De Meue, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De eerste verzoekende partij is de uitgever van de krant Het Laatste Nieuws, waar de tweede verzoeker als journalist en de derde verzoeker als eindredacteur werken. Bij e-mail van 5 september 2022 dient de tweede verzoeker een verzoek in om toegang te krijgen tot de e-mailcorrespondentie die in de periode van 6 oktober 2020 tot 8 april 2022 werd verzonden aan de minister van IX-10.196-2/6 Volksgezondheid door, eensdeels, de coronacommissaris en, anderdeels, de GEMS-expertengroepvoorzitter. De minister weigert. Op verzoek van de tweede verzoeker verleent de commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten advies 2022-73 van 20 oktober
- De commissie geeft zelf de volgende samenvatting van haar standpunt: “De Commissie kan als volgt samenvatten: de openbaarmaking van de gevraagde e-mails kan slechts worden geweigerd op grond van artikel 6, § 2, 3° van de wet van 11 april 1994 wanneer in concreto kan worden gemotiveerd waarom de openbaarmaking afbreuk doet aan het daarin verwoorde belang. De Commissie is van oordeel dat in principe artikel 6, § 3, 1° geen grondslag vindt om de openbaarmaking van de e-mails te weigeren tenzij erin onafgewerkte bestuursdocumenten zijn opgenomen en dan geldt slechts voor deze voor zover ook voldaan is aan de cumulatieve vereisten die artikel 6, § 3, 1° van de wet van 11 april 1994 stelt. De Commissie is van oordeel dat de aanvraag voldoende precies is geformuleerd en niet als kennelijk te vaag kan worden omschreven in de zin van artikel 6, § 3, 4° van de wet van 11 april 1994.” Met de thans bestreden beslissing blijft de minister bij zijn weigering. Op 2 juni 2023 neemt de minister van Volksgezondheid twee nieuwe beslissingen: - een beslissing tot intrekking van de beslissing van 11 november 2022 tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging; - een beslissing tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging van 6 oktober
- IV. Toepassing kortedebattenprocedure
- De bestreden beslissing is bij beslissing van de minister van Volksgezondheid van 2 juni 2023 ingetrokken. IX-10.196-3/6
- Op de terechtzitting wijst de staatsraad-verslaggever erop dat de bestreden beslissing is ingetrokken, hetgeen zou toelaten vast te stellen dat het beroep geen voorwerp meer heeft ingevolge een handeling uitgaande van de verwerende partij.
- De raadsvrouw van de verzoekende partij valt deze mogelijkheid niet bij. Zij merkt op dat de beroepstermijn om de intrekkingsbeslissing aan te vechten nog loopt, dat zij nog steeds aandringt op een nietigverklaring van de bestreden beslissing en dat haar cliënt zich voorneemt om de intrekkingsbeslissing aan te vechten. Daarenboven betwist zij het standpunt van het auditoraat, dat het beroep niet ontvankelijk zou zijn, wat de eerste en de derde verzoeker betreft. Zij zet uiteen dat tweede verzoeker heeft gehandeld in hun opdracht en alludeert bijgevolg op een lastgeving, wat een (nieuw) argument is dat (daarom) in het auditoraatsverslag niet is onderzocht.
- De Raad van State stelt vast dat de proceshouding van de verzoekende partijen inhoudt, dat hij niet in een kort debat de conclusies van het auditoraat kan bijvallen, noch vermag vast te stellen dat het beroep zonder voorwerp is en bijgevolg “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De zaak dient voor de behandeling ten gronde dan ook te worden verwezen naar de gewone rechtspleging. Dit brengt de vorderingen tot schorsing en tot het bevelen van voorlopige maatregelen op de voorgrond. IX-10.196-4/6 V. Onderzoek van de vordering tot schorsing
- Een schorsingsarrest kan enkel voor de toekomst soelaas brengen. Op dit ogenblik is de bestreden beslissing ingetrokken, zodat ze momenteel geen effect meer heeft. Meer nog, ondertussen staat een nieuwe weigeringsbeslissing de openbaarmaking van de gevraagde bestuursdocumenten in de weg. Het belang bij de gevraagde schorsing ontbreekt dan ook. Deze op de terechtzitting ambtshalve opgeworpen en aan het debat onderworpen exceptie vertoont de vereiste ernst opdat ze in de huidige stand van de rechtspleging zou worden bijgevallen. VI. Voorlopige maatregelen
- De verzoekers vragen de Raad om bij wijze van voorlopige maatregel de verwerende partij te bevelen om binnen dertig dagen na het arrest een nieuwe beslissing te nemen. Dit verzoek is zonder voorwerp, aangezien ondertussen effectief een nieuwe beslissing is genomen. VII. Slotopmerking
- Met een brief van 22 juni 2023 delen de verzoekers mee, dat zij ingevolge de intrekking van de bestreden beslissing afstand wensen te doen van het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- De bedoelde brief is niet enkel aan de Raad gericht ná de sluiting van het debat. Met die brief nemen de verzoekers een standpunt in dat haaks staat op het betoog dat zij op de terechtzitting hebben gehouden en waarmee zij precies ingingen tegen de zienswijze sub 5 die de staatsraad-verslaggever aan de partijen had voorgelegd. Hieruit blijkt niet de medewerking met de rechter, die van partijen IX-10.196-5/6 mag worden verwacht. Er wordt, in het kader van de huidige kortedebattenprocedure, geen rekening mee gehouden. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing en de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-10.196-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.979 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.130 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.