id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.079 Rolnummer: A. 239447/X-18421 Zaak: Arrest 257079 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 06/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-12 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-06 05:52 Fiche Arrest nr 257.079 van 6 juli 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.079 van 6 juli 2023 in de zaak A. 239.447/X-18.421 In zake : Marcou DE MEULDER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Maenhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen Filip Williotstraat 30, bus 0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE KALMTHOUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Cies Gysen en Willem-Jan Ingels kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16 - 18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Annemie HENDRICKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Etikhove Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 95 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 27 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kalmthout van 8 mei 2023 houdende ‘toelating (…) voor het inrichten van een pop-up zomerbar ‘Bosbar De Eekhoorn’ op de eigendom aan de Kalmthoutse Heide ter hoogte van X-18.421-1/7 de Putsesteenweg 76 te Kalmthout, tijdens de periode van 10 juni 2023 tot 8 oktober 2023”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 30 juni 2023 heeft Annemie Hendrickx gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juli 2023, om 11 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koenraad Maenhout, die verschijnt voor verzoeker, advocaat Willem-Jan Ingels, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Charlotte De Wolf, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker woont te Kalmthout, Putsesteenweg
- X-18.421-2/7 Al sinds 2017 wordt er door Annemie Hendrickx tijdens de zomermaanden op het naastliggende perceel, aan de Putsesteenweg 76, een pop- upzomerbar georganiseerd. Op 8 mei 2023 verleent het college van burgemeester en schepenen aan Annemie Hendrickx de toelating voor het inrichten van de pop- upzomerbar ‘Bosbar De Eekhoorn’ op het eigendom ter hoogte van de Putsesteenweg 76 tijdens de periode van 10 juni 2023 tot 8 oktober
- Bij de inrichting moeten negen voorwaarden “stipt” nageleefd worden, zo niet kan de toelating ingetrokken worden. De voorwaarden zijn dezelfde als de voorwaarden die voor de zomer 2022 golden. De collegebeslissing tot toelating, met inbegrip van de voorwaarden, wordt op 16 mei 2023 bekendgemaakt op de website van de gemeente Kalmthout. Verzoeker tekent er met een brief van 22 mei 2023 protest tegen aan bij de gemeente. Gesteld wordt dat hij al sinds 2017 tegen de zomerbar bezwaar heeft ingediend om reden van de vele overlast en dat de overlast in de jaren nadien “enkel maar erger geworden is”. De zomerbar “zorgt voor veel hinder wat resulteert dat wij niet meer ten volle kunnen genieten van ons eigendom”. Met een brief van 8 juni 2023 antwoordt de gemeente onder meer dat zij “tot op bepaalde hoogte” begrip heeft voor de aangekaarte problemen, maar dat zij probeert “het evenwicht te bewaken tussen het wettelijk kader en het aanvaardbare van ondernemen voor de omgeving”. Met een e-mail van 8 juni 2023 vraagt verzoeker de gemeente om een kopie van de volledige collegebeslissing van 8 mei
- Die wordt hem op 9 juni 2023 toegestuurd. X-18.421-3/7 Op 27 juni 2023 stelt verzoeker tegen de collegebeslissing het voorliggende beroep in. IV. Tussenkomst
- A. Hendrickx vraagt in de zaak te mogen tussenkomen. Er is reden om op het verzoek in te gaan. Zij is de begunstigde van de bestreden toelating. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat er minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
- Verzoeker betoogt in de eerste plaats dat zijn diligentie “niet [is] af te lezen uit het tijdsverloop tussen de kennisname van de bestreden be[slissing] en het instellen van [de] vordering. De huidige regelgeving laat toe dat de schorsing ‘op elk moment’ wordt gevorderd (artikel 17, §2, tweede lid RvSt-Wet) en de situatie is denkbaar dat een zaak door gewijzigde omstandigheden pas dringend wordt – of zelfs uiterst dringend – nadat reeds eerder een annulatieberoep aanhangig werd gemaakt”. Verzoeker merkt op dat het “pas naar aanleiding van het georganiseerd administratief beroep [is dat hij] heeft ingesteld op 11 mei 2023 tegen de collegebeslissing van 20 maart 2023 tot X-18.421-4/7 het plaatsen van een industriële afzuiginstallatie, dat er een vergunning zou zijn verleend op 8 mei 2023”. De volledige tekst is hem maar op 9 juni 2023 bezorgd. Voorts wordt aangevoerd en beargumenteerd dat de pop- upzomerbar “[n]et zoals in het verleden” bovenmatige licht-, geur- en lawaaihinder veroorzaakt en een ernstig risico op verstoring van verzoekers woonomgeving inhoudt. Beoordeling
- Of in een concreet geval de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing nadelige gevolgen dreigt mee te brengen die niet alleen niet gedragen kunnen worden in afwachting van een uitspraak over het annulatieberoep, maar zelfs niet in afwachting van een uitspraak over een gewone vordering tot schorsing, wordt mee beoordeeld in het licht van de houding die de verzoekende partij bij het instellen van haar vordering aan de dag legt. Een verzoekende partij die met dat instellen van haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid al te lang talmt, spreekt zelf de beweerde uiterste urgentie tegen.
- Te dezen wordt uit het verzoekschrift en uit verzoekers verklaringen ter terechtzitting begrepen dat hij van de bestreden beslissing een voldoende kennis heeft gekregen op, of zeer kort na, 16 mei
- Hij verklaart zelf in zijn vordering dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “moest worden ingediend uiterlijk 15 juli 2023” en argumenteert ter terechtzitting dat hij na 16 mei 2023 “onmiddellijk in zijn pen is gekropen”. Dat blijkt effectief het geval. Met een brief van 22 mei 2023 heeft hij er zich bij de verwerende partij uitgebreid over beklaagd dat, niettegenstaande eerder herhaald bezwaar, ook dit jaar weer toelating is verleend voor het uitbaten van de zomerbar, die voor veel hinder zorgt en waarvan de overlast sinds de eerste editie ervan, in 2017, alsmaar erger is geworden. X-18.421-5/7
- De hinder die verzoeker in de brief ter sprake brengt, is essentieel dezelfde als de hinder die in de besproken vordering wordt aangevoerd ter staving van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Uit niets blijkt dat de omstandigheden zich tóén anders voordeden dan thans, bij het instellen van de vordering, en dat ze pas naderhand pressant zijn geworden.
- De conclusie uit het voorgaande is dat het om en bij de veertig dagen heeft geduurd vooraleer verzoeker er zich bij de Raad van State over beklaagd heeft dat hij ten gevolge van de bestreden beslissing een hoogst dringend te verhelpen nadeel riskeerde. Een zo lang gedraal maakt de negatie uit van de aangevoerde uiterst dringende noodzakelijkheid.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- Het verzoek van Annemie Hendrickx tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter X-18.421-6/7 Silvan De Clercq Johan Lust X-18.421-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.079 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.096 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.587 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div