← België

Arrest 257082 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 07/07/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.082 Rolnummer: A. 234591/X-17996 Zaak: Arrest 257082 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 07/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-07 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 05:53 Fiche Arrest nr 257.082 van 7 juli 2023 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 257.082 van 7 juli 2023 in de zaak A. 234.591/X-17.996 In zake :

  1. Egi VERTENTEN
  2. Dimitri VERTENTEN
  3. Tina VERTENTEN
  4. Caroline VERTENTEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Glenn Declercq kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Declercq kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 16 september 2021, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 16 juli 2021 tot verwerping van het verzoek van de consorten Vertenten om af te zien van de verdere inning van een dwangsomschuld. II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.996-1/6 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 februari
  7. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Glenn Declercq, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Dennis Muñiz Espinoza, die loco advocaat Philippe Declercq verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. Eerste verzoeker is eigenaar van een terrein te Geetbets, kadastraal bekend als afdeling 3, sectie A, nrs. 7/n2 en 7/p2 (hierna: het betrokken terrein). Begin jaren 1990 bouwt eerste verzoeker op het betrokken terrein een opslagplaats en stallingen, waarbij het reliëf van het terrein wordt gewijzigd.
  10. De gemachtigde ambtenaar formuleert op 30 april 1998 een vordering tot herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand door afbraak van de opslagplaats en stallingen en het herstel van het reliëf, op straffe van een X-17.996-2/6 dwangsom.
  11. Omdat er geen uitvoering wordt gegeven aan het door de het hof van beroep te Brussel bij arrest van 17 juni 2002 bevolen herstel, betekent de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op 14 oktober 2004 aan eerste verzoeker een bevel tot betalen van de verbeurde dwangsom.
  12. Na meerdere rechterlijke uitspaken en een – niet ingewilligde – omgevingsvergunningsaanvraag van eerste verzoeker, richten verzoekers op 24 december 2020 aan de bevoegde Vlaamse minister een gemotiveerd verzoek om met toepassing van artikel 6.3.4, § 5, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te zien van verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld.
  13. Op 16 juli 2021 verwerpt de Vlaamse minister het laatstgenoemde verzoek. Dit is het bestreden besluit.
  14. Bij arrest van 8 februari 2022 herleidt het hof van beroep te Brussel het uitgeoefende recht op inning van de verbeurde dwangsom tot een bedrag van 114.111,90 €. Dit bedrag wordt op 23 maart 2022 door eerste verzoeker betaald (hierna: de betaling van 23 maart 2022).
  15. In een proces-verbaal van 16 juni 2022 stelt de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur vast dat de opslagplaats en stallingen op het betrokken terrein volledig afgebroken werden en dat de in het begin van de jaren 1990 doorgevoerde reliëfwijziging ongedaan werd gemaakt. IV. Onderzoek
  16. Het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 februari 2022 is definitief geworden. De verwerende partij heeft het in dit arrest bepaalde totaalbedrag van de verschuldigde dwangsom geïnd. X-17.996-3/6 X-17.996-4/6 Gelet op deze inning en gelet op het hiervoor bedoelde (randnr. 9) herstel van de plaats, moet worden vastgesteld dat het voorliggende beroep tegen het besluit over het verzoek om af te zien van “verdere inning” van een opeisbaar geworden dwangsomschuld, achterhaald is. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door verzoekers ter terechtzitting opgeworpen omstandigheid dat de betaling van 23 maart 2022 gebeurd is onder voorbehoud van de onderhavige annulatieprocedure.
  17. Na een gebeurlijke nietigverklaring zal de bevoegde Vlaamse minister niet anders kunnen dan vaststellen dat het verzoek van 24 december 2020 (randnr. 6) zijn reden heeft verloren, zodat het moet worden verworpen. Het is dan ook terecht dat de verwerende partij in haar laatste memorie aanvoert dat verzoekers geen actueel belang meer hebben bij hun beroep. Bijgevolg dient het beroep te worden verworpen. BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verzoekende partijen worden, elk voor een vierde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-17.996-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.996-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.082 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.