id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.111 Rolnummer: A. 239474/VII-42103 Zaak: Arrest 257111 - Dierenwelzijn - 14/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-20 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 06:06 Fiche Arrest nr 257.111 van 14 juli 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.111 van 14 juli 2023 in de zaak A. 239.474/VII-42.103 In zake:
- de VOF PRINCETOWN REBBEL’S
- Peter PRINCEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Carolus kantoor houdend te 1090 Brussel Odon Warlandlaan 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 1 juli 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing op 19 juni 2023 genomen door [d]e Vlaamse Regering, meer bepaald het Kabinet van de Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, Ben Weyts, […] waarbij de aanvraag voor een erkenning voor het uitbaten van een beroepskwekerij voor honden (meer dan 10 vrouwelijke fokdieren) op he[t] adres Rectorijstraat 22 te 3470 Kortenaken (Ransberg) [wordt] afgewezen”. VII-42.103-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 juli
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tristan Carolus, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Samuel Mens, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij werd opgericht door de tweede verzoekende partij en Ilse De Mey bij onderhandse akte van 1 oktober 2007, en heeft als doel, onder meer, “het fokken van huisdieren, specifiek honden”. De eerste verzoekende partij stelt dat zij onder de benaming ‘De Rectorijhoeve’ handel drijft. De tweede verzoekende partij is zaakvoerder van de eerste verzoekende partij. VII-42.103-2/8 3.
- Op 4 juni 2020 wordt aan Ilse De Mey, beheerder van de inrichting ‘De Rectorijhoeve’, een erkenning toegekend voor het uitbaten van een beroepskwekerij voor honden in die inrichting, gelegen aan de Rectorijstraat 22 te 3470 Kortenaken. 3.
- Op 8 november 2022 stelt de inspectie Dierenwelzijn, afdeling Dierenwelzijn van de Vlaamse overheid, na een controle van de inrichting ter plaatse op 21 oktober 2022 en na administratieve controles uitgevoerd op 24 oktober 2022 en 3 november 2022, lastens de tweede verzoekende partij en Ilse De Mey, een “aanvankelijk” proces-verbaal van vaststelling van overtreding op, dit wegens diverse inbreuken op bepalingen van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: de wet van 14 augustus 1986), het koninklijk besluit van 27 april 2007 ‘houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren’ (hierna: koninklijk besluit van 27 april 2007), en het koninklijk besluit van 25 april 2014 ‘betreffende de identificatie en registratie van honden’. Op 14 december 2022 stelt de inspectie Dierenwelzijn, na een administratieve controle uitgevoerd op dezelfde dag, lastens de tweede verzoekende partij en Ilse De Mey, een “navolgend” proces-verbaal van vaststelling van overtreding op. 3.
- Bij brief van 22 december 2022 deelt de afdeling Dierenwelzijn aan Ilse De Mey mee dat de procedure tot intrekking van de erkenning voor het uitbaten van een beroepskwekerij voor honden op voormeld adres wordt opgestart, overeenkomstig artikel 2, § 8, van het koninklijk besluit van 27 april
- 3.
- Met een besluit van 13 maart 2023 trekt de Vlaamse minister bevoegd voor Dierenwelzijn de voornoemde erkenning in, met ingang van 15 juni 2023 in. Tevens wordt aan Ilse De Mey, in toepassing van artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 14 augustus 1986, het verbod opgelegd om een nieuwe VII-42.103-3/8 erkenningsaanvraag in te dienen en dit tot 15 juni 2025, en om tussen 15 juni 2023 en 15 juni 2025 een erkenningsplichtige inrichting te beheren of er een direct toezicht uit te oefenen op de dieren. 3.
- Op 15 mei 2023 dienen de eerste verzoekende partij en Ilse De Mey bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging in tegen voornoemd ministerieel besluit van 13 maart
- De zaak met rolnummer A. 239.106/VII-42.035 is nog hangende. 3.
- Daarnaast hebben de eerste verzoekende partij en Ilse De Mey de verwerende partij op 24 mei 2023 gedagvaard om te verschijnen voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Bij beschikking van 19 juni 2023, uitvoerbaar bij voorraad, wordt de verwerende partij verboden om uitvoering te geven aan het ministerieel besluit van 13 maart 2023 “en dit tot op het ogenblik dat uitspraak is gedaan over de erkenningsaanvraag van de heer Peter Princen”. De verwerende partij stelt in haar nota hoger beroep te hebben ingediend tegen deze beschikking. 3.
- Op 29 april 2023 dient de tweede verzoekende partij, als beheerder van de inrichting ‘De Rectorijhoeve’ een aanvraag tot erkenning in voor het uitbaten van een beroepskwekerij voor honden (meer dan 10 vrouwelijke fokdieren) op het adres Rectorijstraat 22 te 3470 Kortenaken. Op 19 juni 2023 beslist de verwerende partij in toepassing van artikel 2, § 6, van het koninklijk besluit van 27 april 2007 deze erkenning te weigeren. Dit is de bestreden beslissing. VII-42.103-4/8 IV. Onderzoek van de schorsingvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen zetten het volgende in hun verzoekschrift uiteen: “
- De stopzetting van de tenuitvoerlegging van de bestreden bepalingen is te dezen voor Verzoeksters te spoedeisend voor een loutere behandeling in het kader van een beroep tot nietigverklaring. […]
- Eerste Verzoekende partij heeft slechts als enige handelsactiviteit het kweken en verkopen van honden. Zonder erkenning is het niet mogelijk om deze activiteit verder uit te voeren. Eerste Verzoekende partij heeft diverse kosten, zoals het voeden van minstens 65 doch maximaal 100 honden gedurende deze periode tot aan de eventuele uitspraak van de vernietiging, alsook het voorzien van gepaste huisvesting, inclusief de nutsvoorzieningen die hiervoor vereist zijn. Eerste Verzoekende Partij zal deze periode niet kunnen overbruggen met de financiële middelen die haar ter beschikken staan. Immers honden kweken is de enige activiteit. Bovendien is het nadeel dat gecreëerd wordt door het zich ontdoen van de dieren moeilijk te herstellen, waardoor de spoedeisendheid van de vordering eveneens wordt aangetoond. Verzoekende Partij heeft reeds jaren een selectie gemaakt in kweekdieren om de genetische kwaliteit te garanderen aan de consumenten die bij haar een dier aankopen. VII-42.103-5/8 Deze genetische selectie is een proces van jaren en kan moeilijk hersteld worden.
- Tweede verzoekende partij betreft zaakvoerder van Eerste Verzoekende Partij, en heeft als enige inkomsten deze voortvloeien uit de handelspraktijk van Eerste Verzoekende Partij. Gezien het houden van de dieren veel inspanningen vereist, zoals het reinigen van de rennen, het voederen en verzorgen van de dieren dient deze hiervoor voltijds ter beschikking te staan en is het niet mogelijk om een andere inkomstenbron te verkrijgen zonder zich van de dieren te ontdoen.” Beoordeling
- De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook de uitzondering vormen en beperkt blijven tot die gevallen waarbij het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond.
- De Raad van State stelt vast dat de erkenning voor een beroepskwekerij voor honden in de inrichting ‘De Rectorijhoeve’ reeds op 13 maart 2023 werd ingetrokken. De erkenningsaanvraag die op 19 juni 2023 werd geweigerd, weigering waarvan thans de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, betreft eveneens de inrichting ‘De Rectorijhoeve’, maar in het erkenningsaanvraagformulier wordt thans de tweede verzoekende partij als beheerder aangeduid.
- De eerste verzoekende partij beroept zich op de financiële gevolgen die door de bestreden beslissing zouden worden teweeggebracht. Zij stelt VII-42.103-6/8 dat als gevolg van de bestreden weigering de handelsactiviteit dient te worden gestopt en er intussen kosten dienen te worden gemaakt om de honden te voeden en te huisvesten. Voorts gaat met het wegdoen van de honden ook de genetische kwaliteit verloren. Ook de tweede verzoekende partij beroept zich, als zaakvoerder van de eerste verzoekende partij, op een financieel nadeel. De Raad van State stelt op het eerste gezicht vast dat al deze door de verzoekende partijen ingeroepen nadelen het gevolg zijn van de ministeriële beslissing van 13 maart 2023 waarbij de erkenning voor de uitbating van een hondenkwekerij in de inrichting ‘De Rectorijhoeve’ wordt ingetrokken, en niet van de thans bestreden weigering om een nieuwe erkenning toe te kennen voor dezelfde inrichting.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. V. Kosten
- De bijdrage in de betaling van de kosten, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding, wordt bepaald in het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-42.103-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Patricia De Somere VII-42.103-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.111 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.358 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.