id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.113 Rolnummer: A. 239471/VII-42101 Zaak: Arrest 257113 - Dierenwelzijn - 14/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-14 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-06 06:07 Fiche Arrest nr 257.113 van 14 juli 2023 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.113 van 14 juli 2023 in de zaak A. 239.471/VII-42.101 In zake:
- De BV HOEVE HOOGLAND
- Marc DE RYCKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Carolus kantoor houdend te 1090 Jette Odon Warlandlaan 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 30 juni 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand van 10 mei 2023 (met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b-bis) tot intrekking, met ingang van 1 augustus 2023, van de erkenningen voor het uitbaten van een handelskwekerij voor honden, respectievelijk voor katten, op het adres Bos dellen 5 te 2460 Kasterlee. 42.101-VII -1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 juli 2023, om 14.00 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tristan Carolus, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij is een erkende handelskwekerij voor honden en katten, met een vestiging te Tielen en een vestiging te Kasterlee. Met betrekking tot de vestiging te Kasterlee is op 26 juni 2019 de erkenning HK15106382 verleend als handelskwekerij voor honden en op 20 juni 2019 de erkenning HK25106370 als handelskwekerij voor katten. Tweede verzoeker is zaakvoerder van de eerste verzoekende partij en beheerder van de handelskwekerijen. 42.101-VII -2/7 3.
- Bij beslissing van 10 mei 2023 (met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b) trekt de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand de genoemde vergunningen met ingang van 1 augustus 2023 in. Tevens wordt het verbod opgelegd om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 1 augustus 2024, wat ook het verbod inhoudt om tussen 1 augustus 2023 en 1 augustus 2024 een erkenningsplichtige inrichting te beheren of er een direct toezicht op de dieren uit te oefenen. Deze beslissing is het voorwerp van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in de zaak A. 239.472/X-42.
- 3.
- Nog steeds op 10 mei 2023 trekt de Vlaamse minister die beslissing in en vervangt hij ze door de beslissing (met referentienummer DW/EVA/23/1.5/008b-bis) om de meergenoemde vergunningen met ingang van 1 augustus 2023 in te trekken en om het verbod op te leggen om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen tot 1 augustus 2025, wat ook het verbod inhoudt om tussen 1 augustus 2023 en 1 augustus 2025 een erkenningsplichtige inrichting te beheren of er een direct toezicht op de dieren uit te oefenen. Dit is het voorwerp van de voorliggende vordering. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. 42.101-VII -3/7 V. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de verzoekende partijen
- Volgens de verzoekende partijen zal een schorsing overeenkomstig de gewone procedure niet tijdig zijn omdat dan de beslissing tot sluiting reeds in voege zal zijn “met alle (potentiële) gevolgen van dien (faillissement en onmogelijk[heid] om dieren te verhandelen, etc.)”. Dit is voor hen “niet haalbaar”. De eerste verzoekende partij zal geconfronteerd worden met betalingsmoeilijkheden. Haar tegoeden werden op 24 oktober 2022 bevroren in het kader van een strafonderzoek en er zijn aanzienlijke maandelijkse werkingskosten. Indien er geen commerciële activiteit kan worden uitgeoefend kan de sluitingsperiode niet worden overbrugd. Bovendien is de activiteit van de eerste verzoekende partij het verhandelen van honden, “zijnde levende dieren waardoor er geen onzekerheid kan blijven bestaan”. Daar komt bij dat dieren die gedekt zijn tussen 3 april 2023 en 10 mei 2023 slechts verkoopbaar zijn tussen 1 augustus en 7 september 2023, zodat het onmogelijk zal zijn om er zich van te ontdoen. Vanaf de leeftijd van zes maanden zullen de honden ook “meegerekend worden voor het maximale aantal dieren waarvoor men vergund is bij de omgevingsvergunning, waardoor men bloot komt te staan aan strafrechtelijke inbreuken”. Beoordeling
- De procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid maakt een ernstige verstoring van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State uit. Het gebruik ervan moet bijgevolg uitzonderlijk blijven, en namelijk beperkt blijven tot die gevallen waarin het uiterst dringende karakter van de zaak vaststaat. Tot de relevante maatstaven voor de beoordeling of een situatie voor de verzoekende partij een uiterst dringende schorsing noodzakelijk maakt, 42.101-VII -4/7 behoort de inschatting van de verzoekende partij zelf. Als al niet de verzoekende partij zelf een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden acht, zal de Raad van State dat evenmin doen. Wie meent in een geval te verkeren waarin een uiterst urgent te bevelen schorsing nodig is, behoort zich daar ook naar te gedragen en dienovereenkomstig te handelen. Een verzoekende partij die zonder afdoende reden traineert met het instellen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, geeft er blijk van die uiterste urgentie zelf niet ernstig te nemen.
- De verzoekende partijen verklaren de bestreden beslissing op 10 mei 2023 te hebben ontvangen. Ofschoon de beslissing direct in het vooruitzicht stelt dat de verzoekende partijen zonder erkenning zullen vallen voor de uitbating van hun handelskwekerij voor honden en katten te Kasterlee, duurt het nog tot 22 juni 2023 vooraleer zij ertoe kunnen komen tegen de beslissing een eerste keer een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te dienen. Wat de reden ervan is dat zij die vordering pas na een termijn van ruim veertig dagen instellen is niet bekend. Bovendien blijven de verzoekende partijen dan nog in gebreke om voor de vordering het verschuldigde rolrecht te betalen, waardoor de vordering bij arrest van de Raad van State nr. 256.999 van 30 juni 2023 verworpen wordt. Finaal ligt thans dus een vordering voor tot schorsing bij uiterste urgentie van een beslissing waarvan de verzoekende partijen zeven weken voordien kennis kregen.
- Dat tijdsinterval spreekt de uiterst dringende noodzakelijkheid tegen. Het laat zich des te minder verantwoorden in het licht van het concrete nadeel dat de verzoekende partijen ter staving van de hoogdringendheid doen gelden en in het kader waarvan zij onder meer een strafrechtelijk beslag op hun 42.101-VII -5/7 tegoeden aanvoeren dat zij al sinds 24 oktober 2022 ondergaan, evenals het feit dat onzekerheid met betrekking tot het verhandelen van levende dieren uit den boze is.
- Ook vormt de ingangsdatum van de bestreden intrekking, 1 augustus 2023, geen aanvaardbare en toereikende uitleg voor de lange passiviteit van de verzoekende partijen. Was het voor de verzoekende partijen, gelet op het nadeel dat de bestreden beslissing hen toebracht, noodzakelijk dat ze in afwachting van een uitspraak over hun beroep tot nietigverklaring moest worden geschorst, dan hadden zij, alvorens tot actie over te gaan, ze niet eerst weken mogen aankijken, totdat de korte overgangsperiode die hen door de beslissing tot intrekking werd gelaten bijna verstreken was. Nu houdt hun houding de negatie van de uiterst dringende noodzakelijkheid in.
- In de gegeven omstandigheden wordt de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid niet vervuld geacht. Dit volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. 42.101-VII -6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust 42.101-VII -7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.113 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.916 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.