id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.115 Rolnummer: A. 239557/X-18427 Zaak: Arrest 257115 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 14/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-17 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-06 06:07 Fiche Arrest nr 257.115 van 14 juli 2023 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.115 van 14 juli 2023 in de zaak A. 239.557/X-18.427 In zake : Bart DE BIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jef Goffings kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD HASSELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 11 juli 2023, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “[d]e beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Hasselt houdende het weigeren van een permanente uitbatingsvergunning, alsook een tijdelijke uitbatingsvergunning met inbegrip van een drankvergunning aan frituur De Demer met als uitbater Bart De Bie voor de horecazaak gelegen te 3500 Hasselt, Demerstraat 79”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. X-18.427-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 juli 2023, om 14 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jef Goffings, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Korneel Persoon, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Juridisch kader en feiten
- Vanaf 1 juli 2020 geldt te Hasselt, op grond van de codex politieverordeningen, dat om een horecazaak te mogen uitbaten, de uitbater in het bezit moet zijn van een uitbatingsvergunning (artikel 262), aan te vragen bij de dienst Economie, onder meer in geval van overname van een bestaande horecazaak (artikel 263). De uitbatingsvergunning kan slechts worden verleend na een administratief onderzoek dat onder meer een moraliteitsonderzoek omvat (artikel 264). Het moraliteitsonderzoek is een onderzoek naar de gerechtelijke en politionele antecedenten van de uitbater (artikel 256). Nadat het college van burgemeester en schepenen het resultaat van de onderzoeken ontving, neemt het een beslissing (artikel 267).
- Sinds mei 2022 baat verzoeker te 3500 Hasselt, Demerstraat 79, frituur De Demer uit, die hij overnam. X-18.427-2/7 Na herhaald aandringen door onder meer de politie, vraagt hij uiteindelijk op 18 april 2023 een uitbatingsvergunning met inbegrip van een drankvergunning aan. Door de politie wordt een bijna dertig bladzijden tellend verslag opgesteld over het moraliteitsonderzoek. Het is negatief. Het advies wordt gegeven om geen uitbatingsvergunning te verlenen. Melding wordt gemaakt van verstoringen van de openbare orde en overlast. Er zijn twintig interventies in de horecazaak geweest, er werden vijf processen-verbaal opgesteld, op 6 augustus 2022 escaleert de situatie zelfs zodanig dat verzoeker in de zaak gearresteerd wordt. Gelet op de uitgevoerde onderzoeken adviseert de dienst Economie ongunstig voor het verlenen van een permanente uitbatingsvergunning alsook voor een tijdelijke uitbatingsvergunning tot 30 november 2023, met inbegrip van een drankvergunning. Het advies volgend, beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt op 22 juni 2023 in dezelfde zin. Het bestuurlijk verslag inzake het moraliteitsonderzoek van de politie vormt de tweede bijlage van de beslissing. De beslissing wordt verzoeker meegedeeld met een brief die hem op 27 juni 2023 per aangetekende brief wordt toegestuurd en op 28 juni 2023 per e-mail. In de brief wordt uiteengezet dat het college heeft beslist om de uitbatingsvergunning te weigeren op basis van het moraliteitsonderzoek van de politiediensten waaruit blijkt dat hij niet voldoet aan de moraliteitsvoorwaarden voor de uitbating. Het verslag inzake het moraliteitsonderzoek van de politie wordt verzoeker op 29 juni 2023 per e-mail nagestuurd, nadat hij erop wees dat het ontbrak in de e-mail van 28 juni
- X-18.427-3/7 IV. Ontvankelijkheid
- In de nota betwist de verwerende partij verzoekers belang. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over de exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor een schorsing vervuld mochten zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Voorwaarde van een ernstig middel Uiteenzetting van het enige middel
- Verzoeker betoogt dat de formele motiveringsplicht geschonden is doordat de bestreden beslissing geen nadere en eigen motivering van de verwerende partij bevat waarom de vergunning niet wordt verleend. Bovendien heeft verzoeker expliciet moeten vragen om hem het moraliteitsonderzoek te bezorgen. Hierdoor zijn “de rechten van verdediging, ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing, geschonden”. Voorts is verzoeker op geen enkel moment gehoord geworden. Dit schendt de hoorplicht. X-18.427-4/7 “Gelet op het voorgaande” staat vast dat ook het zorgvuldigheids-, het redelijkheids- en het evenredigheidsbeginsel miskend zijn en dat er “overduidelijk sprake is van machtswending”. Beoordeling
- Vooralsnog wordt aangenomen dat de verwerende partij in de bestreden beslissing voldoende duidelijk te kennen geeft dat de weigering van de uitbatingsvergunning wordt verantwoord door het ongunstig moraliteitsadvies van de politie. Dat het college meende ermee te mogen volstaan om zich voor zijn weigering op dat advies te steunen, zonder toevoeging van verdere beschouwingen, komt in de huidige stand van de procedure niet foutief voor. Het lijkt geen schending van de formelemotiveringsplicht in te houden.
- In zoverre verzoeker het moraliteitsadvies slechts heeft ontvangen nadat hij erom vroeg, wordt op het eerste gezicht vastgesteld dat dit hem niet heeft benadeeld. Hij lijkt zonder belang bij de betreffende grief.
- De bestreden beslissing ontneemt verzoeker geen voordeel dat hem eerder is verleend, ze houdt alleen het niet verlenen van een gevraagd voordeel in. In beginsel kon hij in zijn aanvraag alle nuttige elementen laten gelden. Meer bepaald gaat de Raad van State er ten minste in de huidige stand van de procedure van uit dat, in de concrete omstandigheden van deze zaak, verzoeker redelijkerwijze kon of moest weten dat het onderzoek door de politie naar zijn gerechtelijke en politionele antecedenten bepaald niet in een blanco verslag zou resulteren. Hij kon daar, op het eerste gezicht, in zijn aanvraag op geanticipeerd hebben. Hij heeft dat niet gedaan, en blijft zich overigens ook in de voorliggende vordering in stilzwijgen hullen over alle overlast en verstoringen van de openbare orde die de politie relateert. X-18.427-5/7 Er wordt voorlopig geen schending van de hoorplicht vastgesteld.
- Op grond van het voorgaande lijkt evenmin tot een miskenning van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel geconcludeerd te kunnen worden. Ook laat verzoeker niet begrijpen waaruit “overduidelijk” zou blijken dat de verwerende partij zich aan machtsafwending heeft schuldig gemaakt en een ongeoorloofd oogmerk zou hebben nagestreefd.
- Het enige middel is in zijn geheel niet ernstig. Hieruit volgt dat alvast de schorsingsvoorwaarde van een ernstig middel niet vervuld is. Dit volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter X-18.427-6/7 Silvan De Clercq Johan Lust X-18.427-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.115 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div