id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.119 Rolnummer: A. 239461/XII-9387 Zaak: Arrest 257119 - Overheidsopdrachten - 19/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-25 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-06 06:09 Fiche Arrest nr 257.119 van 19 juli 2023 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.119 van 19 juli 2023 in de zaak A.239.461/XII-9.387 In zake: NV IRIS FACILITY SOLUTIONS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten France Vlassembrouck en Yassine Laghmiche kantoor houdend te 1000 Brussel Koningstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door GO! Scholengroep Huis 11 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 29 juni 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 14 juni 2023 tot gunning van de overheidsopdracht ‘het schoonmaken van lokalen in de gebouwen van HUIS11’ (geregeld door het bestek ‘2022/Huis 11/
- Het schoonmaken van lokalen in de gebouwen van HUIS 11’) aan ISS FACILITY SERVICES”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XII-9387-1/16 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023, om 15.00 uur. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat France Vlassembrouck, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Robin Depoorter, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit voor diensten met als voorwerp “het schoonmaken van lokalen in de gebouwen van HUIS 11”. Op 23 januari 2023 wordt de opdracht bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen en op 27 januari 2023 in het Publicatieblad van de Europese Unie. De opdracht wordt gegund via een openbare procedure. 3.
- Het bestek dat op de opdracht van toepassing is, schrijft voor dat de volgende criteria worden gehanteerd om de economisch meest voordelige offerte te bepalen: XII-9387-2/16 3.
- Bij de opening van de offertes, op 14 maart 2023, blijkt dat drie ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, een offerte hebben ingediend. XII-9387-3/16 3.
- De offertes worden onderworpen aan een onderzoek, waarvan de neerslag is terug te vinden in een verslag van nazicht van 6 april
- Dit resulteert in een beslissing van 6 april 2023, waarbij de opdracht wordt gegund aan ISS Facility Services. Deze beslissing wordt door de verwerende partij ingetrokken. 3.
- Na de intrekking van de gunningsbeslissing van 6 april 2023 neemt de verwerende partij op 3 mei 2023 een nieuwe gunningsbeslissing op basis van een aangepast verslag van nazicht van de offertes. Met deze gunningsbeslissing wordt de opdracht opnieuw gegund aan ISS Facility Services. 3.
- Op 19 mei 2023 vordert de verzoekende partij bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de voormelde gunningsbeslissing van 3 mei
- Met een beslissing van 1 juni 2023 trekt de verwerende partij ook die gunningsbeslissing in. 3.
- Na de intrekking van de gunningsbeslissing van 3 mei 2023 neemt de verwerende partij op 14 juni 2023 een nieuwe gunningsbeslissing op grond van een aangepast verslag van nazicht van de offertes. Met deze gunningsbeslissing wordt de opdracht opnieuw gegund aan ISS Facility Services op basis van de volgende rangschikking: Dit is de bestreden beslissing. Met een aangetekende brief van 14 juni 2023 stelt de verwerende partij de verzoekende partij ervan in kennis dat haar offerte niet werd gekozen. XII-9387-4/16 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (rechtsbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van “de gelijkheids- en niet-discriminatie beginselen zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 4, 66, §1, al. 1 en 81, §1, §2, al. 1er, 3°, §3 en §4 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, de artikelen 4, lid 1, 8° en 5, 9° van de Wet Rechtsbescherming, artikel I.10 van het Bestek, het transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het ‘patere legem quam ipse fecisti’-beginsel, het principe van de materiële motiveringsplicht, alsook wegens ontstentenis van de vereiste juridische en feitelijke grondslag, manifeste beoordelingsfout en machtsoverschrijding”. 6.
- In een eerste middelonderdeel bekritiseert de verzoekende partij dat de verwerende partij bij de beoordeling van het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” een subgunningscriterium “personeelsbeleid” heeft gehanteerd, dat niet op voorhand werd meegedeeld en waarvan de weging niet op voorhand kenbaar werd gemaakt. XII-9387-5/16 6.
- In een tweede middelonderdeel betoogt de verzoekende partij dat bij de beoordeling van het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” elementen werden gewaardeerd die geen verband houden met het desbetreffende gunningscriterium. Meer bepaald heeft de verwerende partij het gebruik van haar logo op de kledij van het personeel gewaardeerd als positief element, terwijl dit volgens de verzoekende partij aangekondigd noch voorzienbaar was en dit element geen verband houdt met het voorwerp van het gunningscriterium “kwaliteitscontrole”. 6.
- In het derde middelonderdeel uit de verzoekende partij kritiek op de motivering van de toegekende punten voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole”. Meer bepaald meent de verzoekende partij dat het gunningsverslag geen daadwerkelijke, concrete en duidelijke vergelijking maakt van de intrinsieke kwaliteiten van de offertes. Bovendien rust de beoordeling van het element “personeelsbeleid” op motieven die gebrekkig, niet afdoende, feitelijk onjuist en niet draagkrachtig zijn en die een ongelijke behandeling van beide offertes en manifeste beoordelingsfouten vertonen. Beoordeling 7.
- Als subcriteria moeten worden beschouwd gegevens die dienstig zijn om in het aangebodene een onderscheid te maken en die aldus een maatstaf bij een beoordeling van een gunningscriterium zijn. Om een subcriterium te kunnen onderscheiden van de in het kader van de motiveringsplicht vereiste vermelding van gunstige of minder gunstige elementen die de beoordeling van een gunningscriterium ondersteunen, moet het gaan om een voorafgaand aan de toetsing bedacht gegeven waarmee de inschrijvingen min of meer stelselmatig worden vergeleken of om een enigszins planmatige toetsing. 7.
- Te dezen bepaalt het bestek dat het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” 20 van de 100 punten vertegenwoordigt. Het bestek vereist dat de inschrijver uitvoerig beschrijft op welke wijze hij de kwaliteit garandeert. Vervolgens beschrijft het bestek een aantal belangrijke aspecten, zoals het aantal kwaliteitscontroles, de frequentie van de controle, de communicatie over de controles, de flexibiliteit van de inschrijver, de staat van het materiaal, en het XII-9387-6/16 personeelsbeleid. De offerte met het meest relevante aanbod krijgt 20 punten. Bij de andere offertes worden drie punten afgetrokken per ontbrekend element ten opzichte van de offerte met het meest volledige aanbod. 7.
- De verzoekende partij stelt dat uit het gunningsverslag blijkt dat alle offertes stelselmatig en afzonderlijk werden getoetst aan het aspect “personeelsbeleid”, dat het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke weging. Daardoor kwalificeert het “personeelsbeleid” volgens haar als een subgunningscriterium, hetgeen des te meer het geval is nu dit het enige aspect is dat voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” het verschil tussen haar score en de score van de gekozen inschrijver verklaart. 7.
- Uit het verslag van nazicht, dat als basis voor de bestreden beslissing dient, blijkt dat de verwerende partij de elementen toelicht waarvan zij van oordeel is dat ze ontbreken ten opzichte van de offerte met het meest volledige aanbod. De offerte van de verzoekende partij scoort voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” 17/20, terwijl de gekozen inschrijver daarvoor 20/20 scoort. Het gunningsverslag beschrijft de inhoudelijke verschillen die de verwerende partij hebben doen beslissen om de offerte van de gekozen inschrijver een score van 20/20 toe te kennen en de offerte van de verzoekende partij een score van 17/
- Zo hanteert de gekozen inschrijver het logo van de verwerende partij op de kledij van het personeel, voorziet de gekozen inschrijver betere arbeidsomstandigheden dan de verzoekende partij, voorziet de gekozen inschrijver verplichte opleidingsmogelijkheden, en voorziet de gekozen inschrijver in een systeem van dubbele tijdsregistratie (digitaal en manueel) van het personeel terwijl de verzoekende partij enkel een digitale registratie voorziet. Ook wat de andere niet gekozen inschrijver, Jette Clean, betreft, geeft het gunningsverslag aan dat het personeelsbeleid een ontbrekend element is ten opzichte van de gekozen inschrijver. Daarnaast is ook “de communicatie” een ontbrekend element waardoor deze inschrijver 14/20 scoort voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole”. XII-9387-7/16 7.
- Prima facie blijkt uit het gunningsverslag dat de offertes werden beoordeeld op basis van de beoordelingselementen en dat zij met elkaar vergeleken werden. Uit de vertrouwelijke stukken van het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij de offertes inhoudelijk heeft beoordeeld en dat zij de aspecten die zij in het bestek als belangrijk heeft beschreven, heeft vergeleken. Uit die beoordeling blijkt, op het eerste gezicht, niet dat aan elk element een weging werd toegekend op basis waarvan, vervolgens, een totaalscore werd bekomen. Uit die beoordeling blijkt prima facie wél dat de verwerende partij heeft nagegaan welke verschilpunten tussen de offertes bestaan om, finaal, te kunnen besluiten welke offerte het meest volledige aanbod inhoudt en welke elementen in de andere offertes ontbreken ten opzichte van die offerte. 7.
- In tegenstelling tot wat de verzoekende partij lijkt aan te geven, blijkt uit het gegeven dat alle offertes werden beoordeeld op basis van het “personeelsbeleid” en uit het feit dat de offertes van beide niet gekozen inschrijvers lager scoren om reden van het aangeboden personeelsbeleid, prima facie niet te kunnen worden afgeleid dat “personeelsbeleid” als een subgunningscriterium moet worden gekwalificeerd. Voorshands wordt aangenomen dat de omstandigheid dat bij de beoordeling van de offertes alle in het bestek opgesomde beoordelingselementen werden besproken en gewaardeerd, niet met zich meebrengt dat deze elementen als subgunningscriteria zouden zijn gehanteerd. Voorts komt het, op het eerste gezicht, niet als onwettig voor dat wanneer het bestek voorschrijft dat drie punten worden afgetrokken per ontbrekend element ten opzichte van de offerte met het meest volledige aanbod, het gunningsverslag de nadruk legt op het ontbrekende element, nu het de grondslag vormt voor het verschil in toegekende punten. 7.
- Het eerste middelonderdeel is niet ernstig. 8.
- Wat het tweede middelonderdeel betreft, moet vooreerst worden opgemerkt dat een aanbestedende overheid over een ruime discretionaire beoordelingsruimte beschikt wanneer zij offertes evalueert en deze toetst aan de gunningscriteria. Het komt niet aan de Raad van State toe om de beoordeling van XII-9387-8/16 de offertes over te doen en zijn eigen beoordeling in de plaats te stellen van deze van de overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht vermag hij desgevraagd wel na te gaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur daarbij de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan. 8.
- Vooreerst zij verwezen naar het gestelde onder randnummer 7.4, tweede alinea, hiervoor. Wat het door verzoekster geviseerde aspect van het aanbrengen van het schoollogo op de kledij van het personeel betreft, verduidelijkt het gunningsverslag dat dit element als een pluspunt geldt omdat de aanbestedende overheid “de samenhorigheid hoog in het vaandel [draagt]”. Geoordeeld wordt “dat schoonmaakpersoneel [dat] zich één voelt met de organisatie van de school, zal bijdragen tot de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht”. De verzoekende partij overtuigt er op het eerste gezicht niet van dat de verwerende partij hiermee de grenzen van haar beoordelingsruimte te buiten is gegaan. Daarenboven blijkt uit het gunningsverslag dat het gebruik van het schoollogo slechts één is van verschillende elementen die hebben bijgedragen tot het verschil in score voor het criterium “kwaliteitscontrole” tussen de offerte van de verzoekende partij en die van de gekozen inschrijver. In het verzoekschrift maakt de verzoekende partij op het eerste gezicht niet aannemelijk dat zelfs indien haar kritiek met betrekking tot het schoollogo zou worden aanvaard, de overige motieven niet elk op zich zouden volstaan om het verschil in score tussen beide offertes te verantwoorden. 8.
- Het tweede middelonderdeel is niet ernstig. 9.
- Verzoeksters betoog dat geen daadwerkelijke, concrete en duidelijke vergelijking van de intrinsieke kwaliteiten van de offertes is gebeurd op basis van het gunningscriterium “kwaliteitscontrole”, kan op het eerste gezicht geen bijval vinden. Per beoordelingselement heeft de verwerende partij voor iedere offerte de positieve en negatieve punten geïdentificeerd en er een waardering aan gekoppeld. Die evaluatie past vervolgens prima facie de beoordelingsmethode toe XII-9387-9/16 die in het bestek is voorzien, waarbij het meest relevante volledige aanbod de maximumscore krijgt en voor de overige offertes drie punten worden afgetrokken per ontbrekend element ten opzichte van de offerte met het meest volledige aanbod. Wat de score van de verzoekende partij betreft, beschrijft het gunningsverslag het determinerend element “personeelsbeleid” dat heeft geleid tot de score van 17/20 en bevat het gunningsverslag de verschilpunten voor dit element tussen de offerte van de verzoekende partij en die van de gekozen inschrijver. In zoverre de verzoekende partij aangeeft dat de bestreden beslissing moet motiveren op welke basis een aantal elementen als gelijkwaardig zijn gewaardeerd, lijkt zij er prima facie aan voorbij te gaan dat de vaststelling dat een aantal elementen als gelijkwaardig wordt beschouwd, een inhoudelijk oordeel is van de intrinsieke kwaliteit van die elementen. Daarbij lijkt niet vereist dat de verwerende partij elk onderdeel van elk beoordelingselement telkens uitdrukkelijk benoemt en beschrijft. 9.
- Verzoeksters kritiek op het feit dat zij voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” drie punten minder scoort dan de gekozen inschrijver, en haar betoog dat zij niet kan nagaan waarom de gekozen inschrijver de maximumscore heeft gekregen, wordt voorshands niet aangenomen. Het gunningsverslag beschrijft daarbij, zoals gezien, de elementen inzake het “personeelsbeleid” die bij de gekozen inschrijver als meer positief zijn gewaardeerd dan bij de verzoekende partij. Op basis van de beschrijving in het gunningsverslag lijkt de verzoekende partij te kunnen begrijpen waarom het aanbod van de gekozen inschrijver als meer volledig werd gewaardeerd dan dat van de verzoekende partij. 9.3.
- In haar verzoekschrift levert de verzoekende partij ook kritiek op de motieven die de verwerende partij heeft veruitwendigd om de score van de verzoekende partij voor het gunningscriterium “kwaliteitscontrole” te verantwoorden. In dit verband zij vooreerst gewezen op de onder randnummer 8.1 vermelde ruime discretionaire beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid ter zake. XII-9387-10/16 9.3.
- Waar de verzoekende partij aangeeft niet te kunnen inzien hoe een schoollogo meer zou bijdragen tot kwaliteitscontrole dan een bedrijfslogo en dat het element van het schoollogo geen verband houdt met het gunningscriterium “kwaliteitscontrole”, volstaat het prima facie te verwijzen naar de beoordeling van het tweede middelonderdeel. 9.3.
- Voorts uit de verzoekende partij kritiek op het motief dat de gekozen inschrijver goede arbeidsomstandigheden voorziet om het personeelsbestand tevreden te houden. Zij vraagt zich af hoe de uniformiteit en de continuïteit van de uitvoering door eenzelfde persoon per locatie meer doorwegen dan doorgroeimogelijkheden voor personeelsleden om de kwaliteitscontrole via personeelsbeleid te garanderen. Opgemerkt zij in dit verband dat het zich vragen stellen bij een motief van een bestreden beslissing nog niet aantoont dat de verwerende partij de grenzen van haar ruime beoordelingsruimte heeft overschreden. Bovendien lijkt de verzoekende partij eraan voorbij te gaan dat het gunningsverslag uitdrukkelijk vermeldt dat op die manier meer garantie wordt geboden dat de desbetreffende schoonmakers de volledige uitvoering van de opdracht bij de werkgever werkzaam zullen blijven, hetgeen de kwaliteit van de uitvoering ten goede komt. Voor zover de verzoekende partij aangeeft over een “no show alert” te beschikken, moet met de verwerende partij op het eerste gezicht worden vastgesteld dat dit betrekking heeft op de aan- of afwezigheid van het personeel, maar niet de garantie lijkt in te houden dat eenzelfde persoon per locatie de opdracht uitvoert. 9.3.
- Vervolgens uit de verzoekende partij kritiek op het motief in het gunningsverslag dat stelt dat de gekozen inschrijver een verplichte opfrissingsopleiding voorziet voor alle schoonmakers. Zij verwijst in dit verband naar bijlage U van haar offerte, waarin verschillende opleidingen zijn beschreven. De kritiek van de verzoekende partij kan prima facie geen bijval vinden. In tegenstelling tot wat zijzelf lijkt aan te nemen, motiveert de bestreden beslissing niet dat de verzoekende partij niet in opleidingen zou voorzien, doch wel dat de gekozen inschrijver blijkens haar offerte, en anders dan de verzoekende XII-9387-11/16 partij, voorziet in een opfrissingsopleiding die alle schoonmakers verplicht één keer per jaar moeten volgen. De verzoekende partij toont op het eerste gezicht niet aan dat de verwerende partij de grenzen van haar beoordelingsruimte zou hebben miskend door rekening te houden met het verplicht karakter van een jaarlijkse opfrissingscursus. 9.3.
- Ook uit de verzoekende partij kritiek op het motief dat de gekozen inschrijver zowel een digitale als manuele tijdsregistratie aanbiedt, terwijl zijzelf uitsluitend in een digitale tijdsregistratie voorziet. Volgens de verzoekende partij biedt zij een zogenaamd “logbook” of communicatiedagboek aan waarin de tijdsregistratie ook manueel kan gebeuren. Zij verwijst hiervoor in haar verzoekschrift naar pagina 141 van haar offerte. Uit de offerte van de verzoekende partij blijkt dat vanaf pagina 141 ervan het tijds- en aanwezigheidsregistratiesysteem wordt beschreven. De eerste titel van die beschrijving vermeldt Wework als digitale tijdregistratie en planningshulpmiddel. In de beschrijving is opgenomen dat de gepresteerde uren worden geregistreerd via Wework, hetgeen overeenkomt met digitale tijdregistratie. De beschrijving in de offerte vervolgt met een systeem met tikklok, badge, app, “real time access” en een “no show alert”. Al deze middelen lijken op het eerste gezicht digitaal te zijn. De verwijzing in het verzoekschrift naar het communicatie- dagboek lijkt, op het eerste gezicht, niet te zijn opgenomen in de bijlage W bij de offerte die handelt over het tijds- en aanwezigheidsregistratiesysteem. Het communicatiedagboek is daarentegen wel opgenomen in bijlage T, die handelt over het overzicht van de werforganisatie en opstartorganisatie. Dit dagboek heeft volgens de offerte van de verzoekende partij tot doel het bevorderen van communicatie en het kunnen voorleggen van een schriftelijk bewijs van de uitwisselingen (aanvragen, vragen, antwoorden, informatie) met de schoonmaakteams. De verzoekende partij toont prima facie niet aan dat de verwerende partij onrechtmatig zou hebben gehandeld door uit de offerte van de XII-9387-12/16 verzoekende partij niet af te leiden dat manuele tijdsregistratie mogelijk is. De afwezigheid van een beschrijving van de mogelijkheid tot manuele tijdsregistratie in de bijlage bij de offerte die gaat over tijdsregistratie en het gebrek aan verduidelijking dat het communicatielogboek kan gebruikt worden voor manuele tijdsregistratie, maken verzoeksters kritiek op het eerste gezicht niet aannemelijk. 9.
- Verzoeksters betoog, ten slotte, dat in een eerdere, tweede gunningsbeslissing werd geoordeeld dat de gekozen inschrijver over een beperktere klachtenprocedure dan de andere inschrijvers beschikt, volstaat als dusdanig op het eerste gezicht niet om de onwettigheid van huidig bestreden besluit aan te tonen, in acht genomen de intrekking van de eerstgenoemde gunningsbeslissing. 9.
- Het derde middelonderdeel is evenmin ernstig.
- Het middel is in zijn geheel niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een tweede middel de schending aan van “de gelijkheids- en niet-discriminatie beginselen zoals vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 4, 66, §1, al. 1 en 81, §1, §2, al. 1er, 3°, §3 en §4 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, de artikelen 4, lid 1, 8° en 5, 9° van de Wet Rechtsbescherming, artikel I.10 van het Bestek, het transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het ‘patere legem quam ipse fecisti’-beginsel, het principe van de materiële motiveringsplicht, alsook wegens ontstentenis van de vereiste juridische en feitelijke grondslag, manifeste beoordelingsfout en machtsoverschrijding”. Zij meent dat de bestreden beslissing voor het criterium “milieuvriendelijkheid en duurzaamheid” geen daadwerkelijke en duidelijke toetsing maakt van de intrinsieke milieuvriendelijkheid en duurzaamheid van de offerte van de gekozen inschrijver ten opzichte van alle XII-9387-13/16 “gunning(sub)(sub)criteria” en dat de bestreden beslissing op motieven rust die gebrekkig en niet afdoende zijn voor het toekennen van de punten voor dit criterium aan de offerte van de gekozen inschrijver. Beoordeling 12.
- In zoverre de verzoekende partij aanvoert dat niet alle beoordelingselementen van het geviseerde gunningscriterium “milieuvriendelijkheid en duurzaamheid” werden beoordeeld, blijkt prima facie uit het administratief dossier dat deze kritiek grondslag mist. 12.2.
- Verzoekster betoogt voorts dat de offerte van de gekozen inschrijver minder punten had moeten krijgen voor het geviseerde gunningscriterium. 12.2.
- Het bestek bepaalt dat de punten voor het criterium “milieuvriendelijkheid/duurzaamheid” worden berekend aan de hand van een formule waarbij de offerte met het meest relevante volledige aanbod het maximum van 10 punten scoort. Wat de andere offertes betreft, worden 2 punten afgetrokken per ontbrekend element ten opzichte van de offerte met het meest volledige aanbod. Uit het gunningsverslag blijkt dat de verzoekende partij en de gekozen inschrijver beiden het maximum van 10 punten behalen voor dit criterium. Uit het gunningsverslag blijkt eveneens dat in de finale rangschikking de offerte van de verzoekende partij 2,31 punten op 100 minder scoort dan de offerte van de gekozen inschrijver. 12.2.
- In haar verzoekschrift meent de verzoekende partij dat zij belang heeft bij het middel, daar zij nog als eerste kan worden gerangschikt indien de gekozen inschrijver minder punten voor het geviseerde gunningscriterium zou krijgen. Gelet op de in het bestek beschreven beoordelingsmethodiek, lijkt het evenwel noodzakelijk dat de verzoekende partij, om belang bij het middel te hebben, kan aantonen dat in de offerte van de gekozen inschrijver minstens twee elementen ontbreken ten opzichte van de eigen offerte. Indien slechts één element XII-9387-14/16 zou ontbreken, zou de gekozen inschrijver twee punten minder scoren, hetgeen niet voldoende is om de rangschikking te wijzigen in het voordeel van de verzoekende partij. De verzoekende partij laat prima facie na in concreto aan te tonen dat minstens twee elementen ontbreken in de offerte van de gekozen inschrijver ten opzichte van haar eigen offerte en dat de verwerende partij haar beoordelingsruimte, op het eerste gezicht, heeft miskend door aan beide offertes een gelijke score van 10/10 te geven. Aldus maakt de verzoekende partij prima facie niet aannemelijk dat een herbeoordeling van de offertes, rekening houdend met haar kritiek, leidt tot het overbruggen van het puntenverschil tussen haar offerte en de offerte van de gekozen inschrijver. In die omstandigheden lijkt de verzoekende partij niet het vereiste belang te hebben bij het middel. 12.
- Het middel is onontvankelijk. VI. Besluit
- Geen van de middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook verworpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-9387-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Stephan De Taeye XII-9387-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.119 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.930 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div