← België

Arrest 257120 - Schooltucht - 19/07/2023

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.120 Rolnummer: A. 239543/IX-10287 Zaak: Arrest 257120 - Schooltucht - 19/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-25 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-06 06:10 Fiche Arrest nr 257.120 van 19 juli 2023 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.120 van 19 juli 2023 in de zaak A. 239.543/IX-10.287 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sarah Beckers kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Barbara Speleers kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-Laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 7 juli 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de beroepscommissie van het Nederlandstalige onderwijs van de Stad Brussel dd. 28 juni 2023 waarbij het administratief beroep van beroepers tegen de tuchtbeslissing van de directeur van de Peter Benoit school te Neder-Over-Heembeek […] houdende definitieve uitsluiting op deze school van XXXX ingaand op zaterdag 1 juli 2023 ongegrond wordt verklaard en deze beslissing houdende definitieve uitsluiting wordt bevestigd”. IX-10.287-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023, om 14.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sarah Beckers, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Barbara Speleers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoeker is in het schooljaar 2022-2023 leerling in het eerste leerjaar lager onderwijs in de Peter-Benoitschool in Neder-Over-Heembeek. Met een aangetekend schrijven van 2 juni 2023 worden de ouders van verzoeker op de hoogte gebracht van de preventieve schorsing van verzoeker “met mogelijke definitieve uitsluiting tot gevolg” en worden zij uitgenodigd op een hoorzitting op 8 juni
  5. IX-10.287-2/10 Daags na de hoorzitting wordt hen bij aangetekende zending de beslissing van definitieve uitsluiting meegedeeld, ingaand op 1 juli
  6. Hiertegen stellen zij een beroep in bij het schoolbestuur. Op 26 juni 2023 bevestigt de beroepscommissie, verzoekers ouders gehoord, de definitieve uitsluiting van verzoeker. Deze beslissing wordt aan zijn ouders ter kennis gebracht met een 28 juni 2023 gedateerde brief. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  8. Wat de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid betreft, wijst verzoeker erop dat hij “uiteraard tegen het nieuwe schooljaar, en best zo vroeg mogelijk [dient] te weten waar [hij] aan toe [is] en of de bestreden beslissing definitief wordt of niet”. Het is algemeen geweten, zo schrijft hij, dat plaatsen in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel beperkt zijn. Bovendien blijkt uit een opzoeking op de website info.inschrijveninbrussel.be, dat geen enkele school in Schaarbeek, de plaats waar hij woont, nog een plaats vrij heeft in het tweede leerjaar. Elke dag vermindert de kans om een geschikte nieuwe school te vinden, voor het geval dat nodig zou zijn. Voorts wil verzoeker in zijn oude school blijven en zou een inschrijving in een nieuwe school automatisch de uitschrijving IX-10.287-3/10 uit de oude school tot gevolg hebben, zodat hij in afwachting van de afloop van de gewone schorsingsprocedure niet naar school zou kunnen gaan. Hoe langer er onzekerheid is over het al dan niet definitief worden van de bestreden beslissing, hoe minder kans hij maakt op een plaats in een nieuwe school voor het geval het bestreden besluit niet zou worden geschorst en/of vernietigd.
  9. De verwerende partij betwist dat de voorwaarde van uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld is. Het enkele feit dat verzoeker nog niet weet of de bestreden beslissing al dan niet definitief wordt, belet zijn ouders niet om hem reeds in te schrijven in een andere school. Alzo is het geenszins noodzakelijk dat verzoeker absoluut kennis moet hebben van de schorsingsbeslissing vóór het einde van het nieuwe schooljaar. Voorts betwist de verwerende partij dat het onmogelijk is om nog vrije plaatsten te vinden voor het tweede leerjaar in een andere school van een naburige gemeente of alleszins binnen de nabije omgeving. Zij geeft een opsomming van de vrije plaatsen in naburige scholen. Het argument dat het thans nog niet mogelijk zou zijn om zich elders in te schrijven om reden dat deze inschrijving automatisch de uitschrijving in de oude school teweegbrengt, is ter zake niet pertinent. Het spreekt voor zich dat indien er alsnog een schorsingsbeslissing zou tussenkomen verzoeker gewoon kan terugkeren naar zijn huidige school waarbij een her-inschrijving alsdan een loutere formaliteit betreft. Ook de verwijzing naar het sociale aspect kan de verwerende partij geheel niet overtuigen. Door zich voorlopig in een andere school in te schrijven zal verzoeker niet dienen thuis te blijven en ook geen lessen moeten missen. Beoordeling
  10. De thans bestreden beslissing heeft tot gevolg dat verzoeker op zoek moet naar een nieuwe school. De Raad van State bedenkt mét de verwerende partij, dat in principe niets de ouders eraan in de weg staat om in afwachting van een uitspraak al op zoek te gaan naar een alternatieve oplossing voor hun zoon. IX-10.287-4/10 Een schorsing die bevolen zou worden volgens de gewone procedure, zou dan wel tot gevolg (kunnen) hebben dat verzoeker over enkele maanden naar zijn oude school kan terugkeren. Dat zou betekenen, dat verzoeker een aanpassing moet maken om zich de nieuwe school en andere klasgenoten vertrouwd te maken, om dan na een eventueel voor hem gunstig resultaat in de gewone schorsingsprocedure andermaal de aanpassing te moeten doen bij een terugkeer naar de oude school. De zeer jonge leeftijd van verzoeker voor ogen, valt de Raad van State daarom bij dat het minstens uit pedagogisch oogpunt van belang is om vóór de aanvang van het nieuwe schooljaar een, al is het maar voorlopige, uitspraak te hebben over de voorliggende betwisting. Bijgevolg moet worden geoordeeld dat verzoeker terecht aanvoert niet het verloop van een gewone schorsingsprocedure te kunnen afwachten en dat hij terecht een beroep doet op de procedure van de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. VI. Ernst van de middelen A. Eerste onderdeel van het tweede middel Uiteenzetting van het middelonderdeel
  11. Het tweede middel is genomen “uit de schending van de artikelen 32, § 3 en 33 van het Decreet Basisonderwijs en de artikelen 22, § 3, 23 en 24 van het schoolreglement”. Verzoeker verwijst in een eerste middelonderdeel naar het advies van de klassenraad van 2 juni
  12. Het advies van de klassenraad is een substantiële vormvereiste om te kunnen overgaan tot een definitieve uitsluiting. Zulk advies moet volgens verzoeker het tuchtdossier beoordelen en de klassenraad dient te beoordelen of een tuchtmaatregel noodzakelijk is. In geval van intentie tot IX-10.287-5/10 definitieve uitsluiting, dient de klassenraad uitgebreid te worden met een vertegenwoordiger van het CLB. Het advies van de klassenraad waarop de bestreden beslissing steunt, is louter een verklaring van twee niet nader genoemde leerkrachten, “leerkracht 1” en “leerkracht 2” die twee verklaringen geven over verzoeker maar niet hun mening geven over de noodzakelijkheid van enige tuchtmaatregel. Louter en alleen omwille van het feit dat er niets over tucht in het advies wordt vermeld, is het advies onregelmatig. Bovendien kan uit het advies ook niet worden afgeleid wie er aanwezig was op de klassenraad; uit het advies blijken enkel twee leerkrachten aanwezig te zijn die niet nader worden genoemd, er blijkt geen aanwezigheid van de directeur, noch enige aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB, wat vereist is in geval van intentie tot definitieve uitsluiting.
  13. In de nota met opmerkingen antwoordt de verwerende partij dat “weldegelijk voldaan [is] aan de voorwaarde van artikel 23 § 2 van het schoolreglement” en artikel 33 van het decreet basisonderwijs “bevat zelfs geen verplichting op een voorafgaand advies van de klassenraad”. Zij vervolgt: “
  14. Het is correct dat er geen lid van het CLB aanwezig was op de klassenraad van 2 juni
  15. Het CLB werd telefonisch uitgenodigd, doch kon geen vertegenwoordiger afvaardigen.
  16. Het Decreet Basisonderwijs bevat uiteraard geen verplichte aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB op een klassenraad, aangezien zelfs het houden van een klassenraad niet verplicht is.
  17. Het is correct dat artikel 23 § 2, 1° van het schoolreglement wel voorziet in de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB, doch dit wordt niet op straffe van nietigheid voorgeschreven.
  18. De afwezigheid van een sanctie op het niet aanwezig zijn van een vertegenwoordiger van het CLB op deze klassenraad is te verklaren door het feit dat anders de facto een vetorecht aan het CLB zou toegekend worden.
  19. De afwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB op de klassenraad van 2 juni 2023 tast dan ook niet de rechtsgeldigheid van de bestreden beslissing aan.” IX-10.287-6/10 Beoordeling
  20. Artikel 33 van het decreet basisonderwijs luidt: “Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gerespecteerd worden: 1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft; 2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt aan de ouders schriftelijk ter kennis gebracht; 3° de ouders en de leerling hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de klassenraad, en worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon; 4° de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten; 5° de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben, op in die kennisgeving.” In zoverre de verwerende partij schrijft dat “zelfs het houden van een klassenraad niet verplicht is” en zij dus betwist dat een voorafgaand advies is vereist van de klassenraad – bovendien uitgebreid met een vertegenwoordiger van het CLB – lijkt zij artikel 33 van het decreet basisonderwijs niet met de nodige aandacht gelezen te hebben. Het schoolreglement is overigens de loutere overname van de aangehaalde decreetbepaling. 11.
  21. Over de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB bij de beraadslaging van de klassenraad stelt de beroepscommissie het volgende: “Het volstaat dat de klassenraad uitgebreid wordt met een vertegenwoordiger van het CLB. Een gemotiveerd advies van het CLB is niet nodig. Het CLB dat de Peter Benoitschool begeleidt, ondersteunde de school bij elke stap die er in dit dossier gezet werd (zie ook de verschillende gesprekken in het leerlingvolgsysteem). Er werd wel degelijk een IX-10.287-7/10 voorafgaand advies van de klassenraad ingewonnen en van het CLB ingewonnen. Deze klassenraad vond plaats op 2 juni 2023.” De beroepscommissie weerlegt niet de grief dat geen vertegenwoordiger van het CLB aanwezig was bij de beraadslaging van de klassenraad op 2 juni 2023, minstens behoorlijk was opgeroepen. De Raad van State beschikt evenmin over stukken, die hem toelaten dit te controleren. 11.
  22. Het volstaat op het eerste gezicht niet dat het CLB gedurende het schooljaar nauw betrokken was bij de opvolging van verzoeker. De decreetgever schrijft in artikel 33, 1°, van het decreet basisonderwijs uitdrukkelijk een gezamenlijk overleg voor tussen de klassenraad en een vertegenwoordiger van het CLB, ook al heeft de laatstgenoemde enkel een adviserende stem: “In geval van een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft”. Indien deze vertegenwoordiger niet aanwezig is, minstens deugdelijk uitgenodigd, is de samenstelling van de klassenraad als verplicht te raadplegen adviesorgaan onregelmatig en is zijn advies onwettig, zo lijkt. 11.
  23. Ook in de huidige procedure betwist de verwerende partij niet de afwezigheid van een vertegenwoordiger van het CLB op de klassenraad van 2 juni
  24. Zoals zij terecht aanvoert, lijkt die afwezigheid van de vertegenwoordiger van het CLB in de klassenraad niet ipso facto een onwettigheid op te leveren. Noodzakelijk maar voldoende is, zo lijkt, dat het bestuur kan aantonen dat de vertegenwoordiger van het CLB op behoorlijke wijze voor de bijeenkomst van de klassenraad werd uitgenodigd. De verwerende partij schrijft daarover in haar nota wel dat het CLB telefonisch was uitgenodigd, maar zij levert hiervan geen bewijs. Gesteld nog dat die telefonische uitnodiging er inderdaad is geweest, beschikt de Raad over geen details om na te gaan of die telefonische uitnodiging tijdig en voldoende IX-10.287-8/10 duidelijk was opdat het CLB met kennis van zaken was geïnformeerd over de voorgenomen beraadslaging en advisering. Gewis beschikt het CLB niet over een vetorecht en heeft zijn vertegenwoordiger enkel een adviserende rol, maar om die bevoegdheid te kunnen uitoefenen is minstens vereist dat hij behoorlijk is opgeroepen. Daarvan ligt geen bewijs voor.
  25. De naleving van dit voorschrift is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Het is wel een substantiële vorm en de aanwezigheid van het CLB bij de totstandkoming van het advies van de klassenraad had kunnen leiden tot een ander advies en vervolgens een voor verzoeker gunstiger eindresultaat, wat volstaat om zijn belang bij het middelonderdeel te erkennen.
  26. Het middelonderdeel is ernstig. B. Eerste middel en overige onderdelen van het tweede middel
  27. De hierna uit te spreken schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing noopt de verwerende partij, wil zij de tuchtprocedure voortzetten, die procedure te hernemen vanaf het punt waarop het misgelopen lijkt te zijn. Zij zal met andere woorden opnieuw een advies bij de klassenraad moeten inwinnen, waarop zij dan het CLB aantoonbaar regelmatig heeft uitgenodigd. De overige wettigheidskritieken van verzoeker hebben betrekking op navolgende handelingen, zodat ze voorbarig zijn. BESLISSING
  28. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de beroepscommissie van het Nederlandstalige onderwijs van de Stad Brussel van 28 juni 2023 waarbij de definitieve uitsluiting van XXXX als leerling van de Peter-Benoitschool te Neder-Over-Heembeek wordt bevestigd. IX-10.287-9/10
  29. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Van Haegendoren IX-10.287-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.120 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.935 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.