id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2023 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.123 Rolnummer: A. 239533/IX-10286 Zaak: Arrest 257123 - Examens (onderwijs) - 19/07/2023 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2023-07-20 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-06 06:11 Fiche Arrest nr 257.123 van 19 juli 2023 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 257.123 van 19 juli 2023 in de zaak A. 239.533/IX-10.286 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts, Oona Fransen en Simon Lefebvre kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE BEERSEL -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 9 juli 2023, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “- De beslissing met betrekking tot […] XXXX, vanwege de gemeente Beersel van 7 juli 2023 met bijlage; - De beslissing (zomerrapport) met betrekking tot […] XXXX, vanwege de gemeente Beersel van 26 (of 27) juni 2023.” II. Verloop van de rechtspleging
- De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 juli 2023, om 14.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. IX-10.286-1/5 Advocaat Barbara Speleers, die loco advocaten Stijn Butenaerts, Oona Fransen en Simon Lefebvre verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is tijdens het schooljaar 2022-2023 ingeschreven in het tweede leerjaar van het gewoon lager onderwijs in de gemeentelijke basisschool ‘Blokbos’ te Lot (Beersel). Het “zomerrapport” van verzoeker vermeldt de volgende cijfers: 1 2 3 4 Gemiddelde Nederlands 45,8% 55,7% 61,8% 40% 50,8% Schrift 50% 50% Wiskunde 63,4% 74% 75,6% 74,6% 71,9% Wereldoriëntatie 60,7% 72,7% 75,5% 57,5% 66,6% Levensbeschouwelijke 75% 70% 65% 70% vakken Op het rapport is voorts het volgende “woordje van de leerkracht” te lezen: “Wat ik reeds vreesde in het begin van het schooljaar is spijtig genoeg ook werkelijkheid geworden. [S] had met de vorige rapportperiode even een opflakkering maar scoorde met de eindtoetsen erg zwak. Dit toont mij dat hij de leerstof van het tweede leerjaar onvoldoende beheerst om naar het derde leerjaar te kunnen overgaan. Ik nam er ook zijn jaartotalen bij en besprak deze met de klassenraad. Het is dus ook de beslissing van de klassenraad dat [S] zijn tweede leerjaar opnieuw doen om zijn basis sterker te maken. Hopelijk groeit hij op dat IX-10.286-2/5 jaartje ook in maturiteit en leert hij zelf inspanningen te doen om mooie resultaten te behalen.” Het “advies voor volgend schooljaar” luidt: “Uw kind beheerst de leerstof onvoldoende. Dit leerjaar overdoen is noodzakelijk.” 3.
- De ouders van verzoeker en hun raadsman contacteren de daaropvolgende dagen zowel de directeur, de bevoegde schepen, een gemeenteraadslid en het CLB, met het oog op een nieuwe samenkomst van de klassenraad. Tot besluit van dit druk e-mailverkeer deelt de directeur finaal op 7 juli 2023 een ‘document beslissing overzitten’ mee waaruit blijkt dat op 26 juni 2023 de “klassenraad […] het besluit [heeft genomen] om [verzoeker] het 2e leerjaar te laten overzitten in het schooljaar 2023-2024”. Daarbij worden toegelicht de “motivatie van de beslissing” en “bijzondere aandachtspunten voor het volgende schooljaar”. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van de vordering
- In het inleidend verzoekschrift noemt verzoeker het hem op 7 juli 2023 meegedeelde ‘document beslissing overzitten’ “een eindbeslissing wat betreft de situatie van het kind, dat zijn tweede leerjaar basisschool dient te herhalen”. Niettemin wijst hij ook het “zomerrapport” aan als tweede voorwerp van zijn vordering. Hoewel verzoeker aldus het bestaan van twee afzonderlijke beslissingen lijkt te onderkennen, lijken deze samen te vallen: het document dat hem op 7 juli 2023 werd meegedeeld lijkt niet meer te zijn dan het instrumentum van wat hem eind juni middels zijn rapport al ter kennis werd gebracht. IX-10.286-3/5 V. Ontvankelijkheid van de vordering
- Met een brief van 13 juli 2023 laat het schoolbestuur weten dat “de beslissing om [verzoeker] het tweede leerjaar te laten overdoen wordt herzien. Wij doen betreffende dit leerlingendossier afstand van het beslissingsrecht en laten de keuze ter zake aan de ouders”. Daaruit blijkt – minstens – dat de verwerende partij ten aanzien van verzoeker een nieuwe beslissing heeft genomen die de met voorliggende vordering bestreden beslissing vervangt en de laatstgenoemde beslissing uit het rechtsverkeer heeft doen verdwijnen. Daarmee lijkt de vordering thans onontvankelijk ratione materiae.
- Verzoeker heeft met die nieuwe beslissing bovendien gekregen wat hij verlangde, namelijk de (onbeperkte) mogelijkheid om naar het derde leerjaar van het basisonderwijs over te gaan. Verzoeker heeft bijgevolg niet langer belang bij zijn vordering, zodat de vordering ook onontvankelijk lijkt ratione personae.
- De voormelde excepties vertonen de vereiste ernst, opdat ze in de huidige stand van de procedure ambtshalve mogen worden opgeworpen en bijgevallen. De vordering is onontvankelijk. VI. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. IX-10.286-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juli tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Van Haegendoren IX-10.286-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.257.123 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div